Vreemdelingencirculaire Nederlanderschap in relatie tot verblijfsrecht
1. Inleiding
Gebleken is dat er op incidentele basis in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) als Nederlander staan ingeschreven personen, ten aanzien van wie
Aangezien personen van wie vaststaat dat zij de Nederlandse nationaliteit niet bezitten, niet als Nederlander kunnen worden aangemerkt, dient de inschrijving in de GBA in dergelijke gevallen in overeenstemming gebracht te worden met de daadwerkelijke situatie.
Daarnaast komt het voor dat personen die de Nederlandse nationaliteit niet langer bezitten wegens verlies daarvan op grond van 15, aanhef en onder c, van de RWN, Nederland binnen reizen in het bezit van een Nederlands reisdocument, maar niet worden ingeschreven in de GBA omdat bij het verzoek om inschrijving in de GBA wordt geconstateerd dat de persoon het Nederlanderschap verloren heeft.
Gelet op de consequenties voor het verblijfsrecht, de toegang tot de arbeidsmarkt en eventuele verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen, verdient het aanbeveling dat de gemeente reeds voordat in de GBA verlies van de Nederlandse nationaliteit wordt aangetekend contact opneemt met de unit Naturalisatie en Nationaliteiten van de Regionale Directie Zuid West van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Personen van wie vaststaat dat zij de Nederlandse nationaliteit niet langer bezitten wegens verlies daarvan op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de RWN, dan wel niet (langer) vaststaat dat zij de Nederlandse nationaliteit wel bezitten en een procedure ex artikel 17 RWN starten, kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf op grond van de Vreemdelingenwet.
NB In het wetsvoorstel tot wijziging van de RWN wordt, ten aanzien van de oud-Nederlanders die hun Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de RWN verloren hebben, bepaald dat zij de Nederlandse nationaliteit kunnen herkrijgen door het afleggen van een verklaring daartoe binnen 2 jaar na inwerkingtreding van het voorstel. Voorts wordt voorgesteld dat deze verkrijging terugwerkt tot de datum van het verlies. Indien na 1 januari 1990 een geldig reisdocument in de zin van de Paspoortwet of een bewijs omtrent het bezit van het Nederlanderschap is verstrekt, wordt betrokkene geacht nooit de Nederlandse nationaliteit te hebben verloren.
2. Procedure
Besloten is de hierboven bedoelde aanvragen om een vergunning tot verblijf centraal te behandelen bij de Regionale Directie Zuid West van de IND:
Immigratie- en Naturalisatiedienst
Regionale Directie Zuid West
unit 192, Naturalisatie en Nationaliteiten
Postbus 3211
2280 GE Rijswijk.
De gemeente die, na overleg met de unit Naturalisatie en Nationaliteiten en met inachtneming van de artikelen 83 tot en met 86 Wet GBA, besluit tot wijziging van de inschrijving als Nederlander in de GBA:
Voorts draagt de Burgemeester zorg voor inname van het Nederlandse reisdocument.
De vreemdelingendienst waar de betrokkene zich aanmeldt:
Personen als hier bedoeld worden met toepassing art. 16a, zesde lid, Vw vrijgesteld van het wettelijk vereiste bezit van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
De unit Naturalisatie en Nationaliteiten van de Regionale Directie Zuid West van de IND onderzoekt of de betrokkene voldoet aan de hieronder genoemde voorwaarden, besluit namens de Staatssecretaris van Justitie op de aanvraag, en stelt de betrokken vreemdeling, de korpschef en de gemeente binnen vier weken op de hoogte van de beslissing.
3. Verblijfsregeling
3.1. Artikel 15, aanhef en onder c, RWN
Voor een vergunning tot verblijf komt in aanmerking de in Nederland verblijvende vreemdeling die de Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 15, aanhef en onder c, RWN heeft verloren, indien
Beperking en voorschriften
De vergunning tot verblijf wordt verleend zonder beperking. Het verrichten van arbeid is vrij toegestaan. Een tewerkstellingsvergunning is niet vereist.
Aan de vergunning tot verblijf worden de volgende voorschriften verbonden:
De bevoegdheid tot het verlenen dan wel weigeren van de vergunning wordt krachtens mandaat namens de Staatssecretaris van Justitie uitsluitend uitgeoefend door de directeur van de Regionale Directie Zuid West van de IND.
De Korpschef is bevoegd tot verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning.
Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN wordt het hierbedoelde verblijfsrecht aangemerkt als niet-tijdelijk van aard. Gedurende de geldigheidsduur van de vergunning bestaan mitsdien geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd en de houder van deze vergunning komt in aanmerking voor naturalisatie, indien ook aan de overige voorwaarden voor naturalisatie wordt voldaan.
De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal een jaar en kan worden verlengd met telkenmale maximaal een jaar tot uiterlijk twee jaar na de datum waarop de voorgestelde Rijkswetswijziging in werking is getreden.
3.2. Artikel 17 RWN
Voor een tijdelijke vergunning tot verblijf komt in aanmerking de persoon ten aanzien van wie in de GBA verlies van de Nederlandse nationaliteit is aangetekend, indien
Indien het onder b. genoemde openbare orde vereiste wordt tegengeworpen, wordt betrokkene niet uitgezet, zolang op de procedure ex artikel 17 RWN niet is beslist.
Beperking en voorschriften
De vergunning wordt verleend onder de beperking 'in afwachting verzoek art. 17 RWN. Het verrichten van arbeid is toegestaan. Een tewerkstellingvergunning is niet vereist'.
Aan de vergunning tot verblijf worden de volgende voorschriften verbonden:
Het verblijfsrecht is van tijdelijke aard. Ten aanzien van deze verblijfsgerechtigde bestaan bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. De houder van deze vergunning komt mitsdien niet in aanmerking voor naturalisatie.
De bevoegdheid tot het verlenen en weigeren van de vergunning wordt krachtens mandaat namens de Staatssecretaris van Justitie uitsluitend uitgeoefend door de directeur van de Regionale Directie Zuid West van de IND.
De geldigheidsduur van de vergunning kan worden verlengd met maximaal een jaar of zoveel korter als de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage uitspraak zal doen op het verzoek om vaststelling van het Nederlanderschap. Voor de beslissing op de aanvraag om verlenging dient de korpschef steeds een bijzondere aanwijzing te vragen bij de unit Naturalisatie en Nationaliteiten van de Regionale Directie Zuid West van de IND, opdat voorkomen wordt dat de geldigheidsduur verder verlengd wordt tot een datum na de uitspraak.
Indien tegen de beschikking van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage beroep in cassatie wordt ingesteld, zal per geval worden bekeken of
Bijlage
Artikel 15, aanhef en onder c van de Rijkswet op het Nederlanderschap luidt:
Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren:
wanneer de betrokkene na zijn meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van 10 jaren woonplaats buiten Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba heeft in het land waarin hij is geboren en waarvan hij eveneens de nationaliteit bezit, anders dan in dienstverband met Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba dan wel een internationaal orgaan waarin het Koninkrijk is vertegenwoordigd, of als echtgenoot van een persoon met een zodanig dienstverband.
Artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap luidt:
-
- Een ieder die, buiten een bij enige in een der delen van het Koninkrijk gevestigde rechterlijke instantie of een in administratief beroep aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft, kan bij de rechtbank te 's-Gravenhage of, indien hij in de Nederlandse Antillen of Aruba woonachtig is, bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba een verzoek indienen tot vaststelling van zijn Nederlanderschap of tot vaststelling dat hij het Nederlanderschap niet bezit. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip het Nederlanderschap al dan niet bezat.
-
- Een verzoek als in het vorige lid bedoeld kan ook ten aanzien van een overledene worden gedaan.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.