Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 13, derde lid, artikel 15, zesde lid, artikel 25, vierde lid en artikel 52, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien op de adviezen van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 4 maart 1999, kenmerk 74766798, 27 september 1999, kenmerk 789741/99, 14 december 1999, kenmerk 805820/99 en 21 december 1999, kenmerk 796162/99;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Beveiligingsniveau

Artikel 2. Beperkt beveiligde afdeling
1.

Voor plaatsing in een beperkt beveiligde afdeling komen uitsluitend gedetineerden in aanmerking aan wie re-integratieverlof voor extramurale arbeid als bedoeld in artikel 20a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, is verleend alsmede zelfmelders die onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten hoogste zes weken.

2.

Een gedetineerde die wegens re-integratieverlof voor extramurale arbeid is geplaatst in een beperkt beveiligde afdeling, wordt overgeplaatst indien het re-integratieverlof voor extramurale arbeid bedoeld in artikel 20a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, wordt ingetrokken.

3.

In een afdeling voor kortgestrafte zelfmelders worden zelfmelders geplaatst die onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten hoogste zes weken.

4.

Op voorstel van de directeur, kan de selectiefunctionaris een zelfmelder die onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten hoogste zes weken, overplaatsen naar een andere inrichting of afdeling, al dan niet met een ander beveiligingsniveau.

5.

Artikel 1d, zevende lid, is op zelfmelders die worden geplaatst in een afdeling voor kortgestrafte zelfmelders niet van toepassing.

Artikel 2a

Vervallen

Artikel 3. Beperkt beveiligde inrichting of afdeling

Vervallen

Artikel 4. Normaal beveiligde inrichting of afdeling

In normaal beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die niet in aanmerking komen voor plaatsing in een inrichting of afdeling met een ander beveiligingsniveau.

Artikel 5. Uitgebreid beveiligde inrichting of afdeling

In uitgebreid beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die een hoog vlucht- of maatschappelijk risico vormen.

Artikel 6. Extra beveiligde inrichting
1.

In extra beveiligde inrichtingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die:

2.

Een algemeen gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt in ieder geval aangenomen indien de gedetineerde wordt verdacht van of is veroordeeld wegens deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld terwijl de gedetineerde volgens de verdenking of veroordeling van die organisatie als oprichter, leider of bestuurder, als bedoeld in artikel 140, derde en vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, moet worden aangemerkt.

Hoofdstuk III. Regimes

Artikel 7. Gemeenschapsregime

In een gemeenschapsregime worden gedetineerden geplaatst die niet zijn geplaatst in een individueel regime.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9. Sober regime van beperkte gemeenschap

Vervallen

Artikel 10. Extra beveiligd regime van beperkte gemeenschap

Vervallen

Artikel 11. Individueel regime

In het individueel regime kunnen gedetineerden worden geplaatst die op grond van hun persoonlijkheid, gedrag of andere persoonlijke omstandigheden, de aard van het door hen gepleegde delict, of de aard van het delict van het plegen waarvan zij worden verdacht een ernstig beheersrisico vormen voor zichzelf of anderen en ten gevolge daarvan niet in staat dan wel ongeschikt zijn in een gemeenschapsregime te functioneren of te verblijven.

Hoofdstuk III. Regimes

Artikel 12. Pieter Baan Centrum (PBC)
1.

In het Pieter Baan Centrum kunnen gedetineerden worden geplaatst ten aanzien van wie een bevel tot overbrenging ten behoeve van observatie is gegeven als bedoeld in artikel 198 juncto 196 Wetboek van strafvordering.

2.

Ten behoeve van een onderzoek gericht op risicoanalyse, delictgevaarlijkheid en persoonlijkheidsontwikkeling kan een levenslanggestrafte in het Pieter Baan Centrum worden geplaatst. De onderzoeksrapportage wordt toegezonden aan de directeur van de inrichting waaruit de levenslanggestrafte is overgeplaatst.

3.

Indien het onderzoek wordt verricht ten behoeve van het Adviescollege levenslanggestraften, geschiedt de in het tweede lid bedoelde plaatsing uiterlijk zes maanden voorafgaande aan het in artikel 4, tweede lid, van het Besluit Adviescollege levenslanggestraften bedoelde moment. De onderzoeksrapportage wordt toegezonden aan de secretaris van het Adviescollege levenslanggestraften.

Artikel 13. Afdeling voor intensief toezicht (AIT)

In de afdeling voor intensief toezicht kunnen gedetineerden worden geplaatst die:

Artikel 14. Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling (FOBA)

Vervallen

Artikel 15. Individuele Begeleidingsafdelingen (IBA)

Vervallen

Artikel 16. Inrichtingen voor de bijzondere opvang van psychologisch onvolwassenen (JOVO)

Vervallen

Artikel 17. Inrichtingen of afdelingen voor moeders met kinderen
1.

In de inrichtingen of afdelingen, bedoeld in artikel 12 van de wet, worden vrouwelijke gedetineerden geplaatst:

2.

Voor plaatsing in de inrichtingen of afdeling, bedoeld in artikel 12 van de wet, komen niet in aanmerking vrouwelijke gedetineerden:

Artikel 18. Penitentiair Selectie Centrum (PSC)

Vervallen

Artikel 19. Justitieel Medisch Centrum (PZ)

In het Justitieel Medisch Centrum kunnen gedetineerden worden geplaatst:

Artikel 20. Verslaafden Begeleidingsafdeling (VBA)

Vervallen

Hoofdstuk V. Selectie

Artikel 21. Aanwijzingen

Indien de selectiefunctionaris voornemens is van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de wet af te wijken, stelt hij het openbaar ministerie dan wel de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.

Artikel 22. Risicoprofiel
1.

Ten behoeve van de eerste plaatsing van een gedetineerde, stelt de selectiefunctionaris het risicoprofiel van de gedetineerde vast.

2.

Voor de bepaling van het risicoprofiel worden de volgende gegevens of indicatoren in onderlinge samenhang beschouwd:

3.

Indien het Openbaar Ministerie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om gegevens te verstrekken of indicatoren te onderbouwen, dan volstaat de selectiefunctionaris bij de bepaling van het risicoprofiel met de overige hem ter beschikking staande gegevens en daaraan gerelateerde indicatoren.

4.

De selectiefunctionaris plaatst een gedetineerde, zo mogelijk, in een inrichting of afdeling met de mate van beveiliging die op grond van het risicoprofiel voor betrokkene geïndiceerd is.

5.

Indien het regime dan wel de bijzondere opvang die voor de gedetineerde geïndiceerd is, niet wordt geboden in een inrichting of afdeling met het voor de gedetineerde geïndiceerde beveiligingsniveau, plaatst de selectiefunctionaris de gedetineerde in een inrichting of afdeling met een hoger beveiligingsniveau.

Artikel 23. Selectie-adviescommissie

De divisiedirecteur IZ kan ten behoeve van de selectie van gedetineerden voor een bepaalde categorie inrichtingen of afdelingen een selectie-adviescommissie instellen.

Er is in ieder geval:

Artikel 24. Selectie en plaatsing van gedetineerden vóór veroordeling in eerste aanleg

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.