Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden
Gelet op artikel 13, derde lid, artikel 15, zesde lid, artikel 25, vierde lid en artikel 52, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
Gezien op de adviezen van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 4 maart 1999, kenmerk 74766798, 27 september 1999, kenmerk 789741/99, 14 december 1999, kenmerk 805820/99 en 21 december 1999, kenmerk 796162/99;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. wet: de Penitentiaire beginselenwet;
- b. besluit: de Penitentiaire maatregel;
- c. maatschappelijk risico: het risico dat de gedetineerde vormt voor de maatschappij, in termen van maatschappelijke onrust, algemeen gevaar voor de openbare orde of de veiligheid van personen en de orde en de veiligheid binnen de inrichting;
- d. risicoprofiel: de aanduiding van het vlucht- en maatschappelijk risico van een gedetineerde;
- e. opgelegde vrijheidsstraf: de opgelegde vrijheidsstraf, dan wel het totaal van de opgelegde vrijheidsstraffen zonder aftrek van de vervroegde invrijheidstelling;
- f. divisiedirecteur GW/VB: de directeur van de divisie Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
- fa. divisiedirecteur IZ: de directeur van de divisie Individuele Zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
- g. GRIP: het Gedetineerden Recherche Intelligencepunt van de Eenheid Landelijke Expertise en Operaties;
- h. forensische zorg: zorg als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg en artikel 2 van de Regeling forensische zorg;
- i. basisprogramma: het in een inrichting aangeboden dagprogramma;
- j. plusprogramma: het in een gevangenis aangeboden programma bestaande uit de onderdelen van het basisprogramma, aangevuld met extra onderwijsfaciliteiten, gekwalificeerde arbeid of arbeid met meer vrijheden, gedragsinterventies, extra re-integratieactiviteiten alsmede de mogelijkheid om het tijdstip van deelname aan bepaalde activiteiten aan te geven;
- k. promotie: beslissing tot het plaatsen van een gedetineerde in een plusprogramma op grond van goed gedrag van de gedetineerde;
- l. degradatie: beslissing tot intrekking van promotie.
- m. arrestant:
- –. een al dan niet onherroepelijk veroordeelde die is aangehouden nadat hij zich heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf of de voorlopige hechtenis;
- –. een veroordeelde die is aangehouden nadat ten aanzien van hem de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf is gelast;
- –. een persoon die is aangehouden nadat hij zich heeft onttrokken aan de vervangende hechtenis als bedoeld in artikel 24c juncto artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan de gijzeling als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften of aan de lijfsdwang als bedoeld in artikel 577c juncto artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht;
- –. een tot vrijheidsstraf veroordeelde die niet gedetineerd is op het moment waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk wordt en die geen gehoor heeft gegeven aan een oproep tot het ondergaan van zijn vrijheidsstraf;
- –. een veroordeelde die is aangehouden nadat zijn voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen;
- n. levenslanggestrafte: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf plaatsvindt;
- o. voortgezet crimineel handelen: handelen van een gedetineerde dat is gericht op:
- –. het voortzetten van dan wel deelnemen aan een samenwerkingsverband dat het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft;
- –. het ongeoorloofd beïnvloeden van het eigen dan wel van een ander strafproces; of
- –. het anderszins begaan van ernstige misdrijven;
- p. zelfmelder: een tot vrijheidsstraf veroordeelde die niet is gedetineerd op het moment waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk wordt en die zichzelf heeft gemeld bij de inrichting na daartoe te zijn opgeroepen.
Hoofdstuk II. Beveiligingsniveau
Artikel 2. Beperkt beveiligde afdeling
Voor plaatsing in een beperkt beveiligde afdeling komen uitsluitend gedetineerden in aanmerking aan wie re-integratieverlof voor extramurale arbeid als bedoeld in artikel 20a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, is verleend alsmede zelfmelders die onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten hoogste zes weken.
Een gedetineerde die wegens re-integratieverlof voor extramurale arbeid is geplaatst in een beperkt beveiligde afdeling, wordt overgeplaatst indien het re-integratieverlof voor extramurale arbeid bedoeld in artikel 20a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, wordt ingetrokken.
In een afdeling voor kortgestrafte zelfmelders worden zelfmelders geplaatst die onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten hoogste zes weken.
Op voorstel van de directeur, kan de selectiefunctionaris een zelfmelder die onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf, hechtenis of vervangende hechtenis van ten hoogste zes weken, overplaatsen naar een andere inrichting of afdeling, al dan niet met een ander beveiligingsniveau.
Artikel 1d, zevende lid, is op zelfmelders die worden geplaatst in een afdeling voor kortgestrafte zelfmelders niet van toepassing.
Artikel 2a
Vervallen
Artikel 3. Beperkt beveiligde inrichting of afdeling
Vervallen
Artikel 4. Normaal beveiligde inrichting of afdeling
In normaal beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die niet in aanmerking komen voor plaatsing in een inrichting of afdeling met een ander beveiligingsniveau.
Artikel 5. Uitgebreid beveiligde inrichting of afdeling
In uitgebreid beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die een hoog vlucht- of maatschappelijk risico vormen.
Artikel 6. Extra beveiligde inrichting
In extra beveiligde inrichtingen kunnen gedetineerden worden geplaatst die:
- a. een extreem vluchtrisico vormen en een onaanvaardbaar maatschappelijk risico vormen in termen van recidivegevaar voor ernstige geweldsdelicten, of
- b. bij ontvluchting een onaanvaardbaar maatschappelijk risico vormen, waarbij het vluchtrisico als zodanig hieraan ondergeschikt is;
- c. een onaanvaardbaar maatschappelijk risico vormen in termen van een vermoeden van algemeen gevaar voor de openbare orde of de veiligheid van personen, wegens levensbedreigend of anderszins zeer ernstig voortgezet crimineel handelen vanuit detentie;
- d. een onaanvaardbaar maatschappelijk risico vormen in termen van algemeen gevaar voor de openbare orde en veiligheid van personen vanwege de aard van de verdenking, de aard van het misdrijf of de misdrijven waarvoor de gedetineerde is veroordeeld, de omstandigheden waaronder dat misdrijf of die misdrijven zouden zijn gepleegd of zijn gepleegd of de persoonlijkheid van de gedetineerde.
Een algemeen gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt in ieder geval aangenomen indien de gedetineerde wordt verdacht van of is veroordeeld wegens deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld terwijl de gedetineerde volgens de verdenking of veroordeling van die organisatie als oprichter, leider of bestuurder, als bedoeld in artikel 140, derde en vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, moet worden aangemerkt.
Hoofdstuk III. Regimes
Artikel 7. Gemeenschapsregime
In een gemeenschapsregime worden gedetineerden geplaatst die niet zijn geplaatst in een individueel regime.
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9. Sober regime van beperkte gemeenschap
Vervallen
Artikel 10. Extra beveiligd regime van beperkte gemeenschap
Vervallen
Artikel 11. Individueel regime
In het individueel regime kunnen gedetineerden worden geplaatst die op grond van hun persoonlijkheid, gedrag of andere persoonlijke omstandigheden, de aard van het door hen gepleegde delict, of de aard van het delict van het plegen waarvan zij worden verdacht een ernstig beheersrisico vormen voor zichzelf of anderen en ten gevolge daarvan niet in staat dan wel ongeschikt zijn in een gemeenschapsregime te functioneren of te verblijven.
Hoofdstuk III. Regimes
Artikel 12. Pieter Baan Centrum (PBC)
In het Pieter Baan Centrum kunnen gedetineerden worden geplaatst ten aanzien van wie een bevel tot overbrenging ten behoeve van observatie is gegeven als bedoeld in artikel 198 juncto 196 Wetboek van strafvordering.
Ten behoeve van een onderzoek gericht op risicoanalyse, delictgevaarlijkheid en persoonlijkheidsontwikkeling kan een levenslanggestrafte in het Pieter Baan Centrum worden geplaatst. De onderzoeksrapportage wordt toegezonden aan de directeur van de inrichting waaruit de levenslanggestrafte is overgeplaatst.
Indien het onderzoek wordt verricht ten behoeve van het Adviescollege levenslanggestraften, geschiedt de in het tweede lid bedoelde plaatsing uiterlijk zes maanden voorafgaande aan het in artikel 4, tweede lid, van het Besluit Adviescollege levenslanggestraften bedoelde moment. De onderzoeksrapportage wordt toegezonden aan de secretaris van het Adviescollege levenslanggestraften.
Artikel 13. Afdeling voor intensief toezicht (AIT)
In de afdeling voor intensief toezicht kunnen gedetineerden worden geplaatst die:
- a. een hoog vluchtrisico vormen, al dan niet met behulp van derden;
- b. een hoog risico vormen op ernstig voortgezet crimineel handelen vanuit detentie;
- c. een hoog risico vormen op aanhoudende ongeoorloofde contacten met de buitenwereld met een maatschappelijk ontwrichtend karakter.
Artikel 14. Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling (FOBA)
Vervallen
Artikel 15. Individuele Begeleidingsafdelingen (IBA)
Vervallen
Artikel 16. Inrichtingen voor de bijzondere opvang van psychologisch onvolwassenen (JOVO)
Vervallen
Artikel 17. Inrichtingen of afdelingen voor moeders met kinderen
In de inrichtingen of afdelingen, bedoeld in artikel 12 van de wet, worden vrouwelijke gedetineerden geplaatst:
- a. ten aanzien van wie de plaatsing in het belang is van de instandhouding van de moeder- kindrelatie,
- b. die voldoende vaardigheden hebben om zelf verantwoordelijk te kunnen zijn voor de opvoeding van het kind, of van wie ingeschat wordt dat deze vaardigheden in voldoende mate zijn aan te leren, en
- c. voor wiens kind niet minstens gelijkwaardige opvangmogelijkheden gerealiseerd kunnen worden buiten de inrichting.
Voor plaatsing in de inrichtingen of afdeling, bedoeld in artikel 12 van de wet, komen niet in aanmerking vrouwelijke gedetineerden:
- a. met een strafrestant van minder dan drie maanden bij plaatsing,
- b. met een acute psychiatrische of psychische problematiek,
- c. van wie het kind op de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling van de moeder een leeftijd heeft ouder dan de bij de bestemmingsaanwijzing van de inrichting vastgestelde maximale leeftijd van het kind,
- d. van wie het kind een ernstig lichamelijk of geestelijk gebrek heeft, waardoor intensieve begeleiding is vereist, of
- e. ten aanzien van wie de plaatsing niet in het belang van het kind is.
Artikel 18. Penitentiair Selectie Centrum (PSC)
Vervallen
Artikel 19. Justitieel Medisch Centrum (PZ)
In het Justitieel Medisch Centrum kunnen gedetineerden worden geplaatst:
- a. die medische behandeling behoeven waarvoor opname in een ziekenhuis geïndiceerd is,
- b. ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat zij voorwerpen in hun lichaam hebben verborgen die een ernstig gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van de gedetineerde, of
- c. die langdurig extra medische verzorging behoeven en ten gevolge daarvan niet of zeer moeilijk in een reguliere inrichting of afdeling kunnen verblijven.
Artikel 20. Verslaafden Begeleidingsafdeling (VBA)
Vervallen
Hoofdstuk V. Selectie
Artikel 21. Aanwijzingen
Indien de selectiefunctionaris voornemens is van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de wet af te wijken, stelt hij het openbaar ministerie dan wel de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.
Artikel 22. Risicoprofiel
Ten behoeve van de eerste plaatsing van een gedetineerde, stelt de selectiefunctionaris het risicoprofiel van de gedetineerde vast.
Voor de bepaling van het risicoprofiel worden de volgende gegevens of indicatoren in onderlinge samenhang beschouwd:
- a. de kenmerken en achtergronden van het delict waarvan de gedetineerde wordt verdacht of waarvoor hij is veroordeeld,
- b. de gegevens over een eventuele eerdere detentie in binnen- dan wel buitenland, en
- c. eventueel overige beschikbare informatie waaronder de bevindingen van het GRIP na analyse van beschikbare gegevens omtrent de gedetineerde.
Indien het Openbaar Ministerie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om gegevens te verstrekken of indicatoren te onderbouwen, dan volstaat de selectiefunctionaris bij de bepaling van het risicoprofiel met de overige hem ter beschikking staande gegevens en daaraan gerelateerde indicatoren.
De selectiefunctionaris plaatst een gedetineerde, zo mogelijk, in een inrichting of afdeling met de mate van beveiliging die op grond van het risicoprofiel voor betrokkene geïndiceerd is.
Indien het regime dan wel de bijzondere opvang die voor de gedetineerde geïndiceerd is, niet wordt geboden in een inrichting of afdeling met het voor de gedetineerde geïndiceerde beveiligingsniveau, plaatst de selectiefunctionaris de gedetineerde in een inrichting of afdeling met een hoger beveiligingsniveau.
Artikel 23. Selectie-adviescommissie
De divisiedirecteur IZ kan ten behoeve van de selectie van gedetineerden voor een bepaalde categorie inrichtingen of afdelingen een selectie-adviescommissie instellen.
Er is in ieder geval:
- een selectie-adviescommissie afdeling voor intensief toezicht en extra beveiligde inrichting welke adviseert over de plaatsing in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting;
- een selectie-adviescommissie geestelijk gestoorde gedetineerden welke adviseert over plaatsing krachtens artikel 6.4 van het Besluit forensische zorg.
Artikel 24. Selectie en plaatsing van gedetineerden vóór veroordeling in eerste aanleg
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.