Vaststelling selectielijsten van de handelingen van de Minister van Economische Zaken (beleidsterrein staatsdeelnemingen en financiering bedrijfsleven)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 29 oktober 1998, nr. arc-98.2040/2),
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde 'selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Economische Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein staatsdeelnemingen en financiering van het bedrijfsleven over de periode 1945-1995' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Bijlage
Rijksarchiefdienst
September 2000
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Het PIVOT-rapport Staatsdeelnemingen vormt de basis voor het voorliggende Basis Selectie Document (BSD). Het BSD bevat de resultaten van het selectieproces. De handelingen die in dit BSD zijn opgenomen werden door de verschillende actoren verricht in de periode 1945-1995.
1.1. Taken van de rijksoverheid betreffende het beleidsinstrument
Een nadere uitwerking van de taken is opgenomen in de inleiding van Staatsdeelneming en financiering van het bedrijfsleven. Een institutioneel onderzoek naar de handelingen en taken van de Rijksoverheid op het beleidsinstrument staatsdeelnemingen en financiering van het bedrijfsleven, 1940 - 1995 [samenstelling drs. G. Beks en drs. A.G. de Vries] (Den Haag 1996) PIVOT-rapport nr. 57.
De taken van het ministerie van Financiën betreffende het beleidsinstrument financiering van bedrijven en staatsdeelnemingen zijn:
-
- Het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van de Generale Thesaurie;
-
- Het zorgdragen voor de voorbereiding, de bepaling en de (mede) uitvoering van het beleid m.b.t. de financiering van het bedrijfsleven, voorzover de minister van Financiën daarvoor verantwoordelijkheid draagt;
-
- Het zorgdragen voor de voorbereiding, de bepaling en de (mede)uitvoering van het beleid t.a.v. de verhouding tussen de Staat en ondernemingen respectievelijk instellingen met een bedrijfsmatig karakter, waarin de Staat een belang heeft of krijgt;
-
- Het leveren van een bijdrage aan het door de overheid te voeren energiebeleid en het (mede) uitvoeren daarvan;
-
- Het leveren van een bijdrage aan het overheidsaanschaffingenbeleid. Daarnaast vervult de minister van Economische Zaken een belangrijke rol. Zijn taken zijn als volgt te omschrijven:
-
- het ontwikkelen van beleid t.a.v. de financieringsproblematiek van het bedrijfsleven alsmede door het in samenwerking met anderen bijdragen aan het ontwerpen of wijzigen van nieuwe c.q. bestaande algemene financieringsvormen en/of daaraan verwante instrumenten;
-
- het behandelen van aangelegenheden in het kader van financieringsinstrumenten voor ondernemingen welke verband houden met financieringsaanvragen en -voorstellen, en met krediet- en garantie-overeenkomsten en daaruit voortvloeiende rechten van de Staat;
-
- het behandelen van aangelegenheden in het kader van de verhouding Economische Zaken en aan haar gelieerde rechtspersonen zoals het beheren van staatsdeelnemingen en het uitoefenen van aandeelhoudersrechten voorzover deze bij Economische Zaken in handen zijn;
-
- het adviseren inzake de bij Economische Zaken ondergebrachte commissariaten;
-
- het vervullen van bestuursfuncties bij staatsdeelnemingen en andere aan Economische Zaken gelieerde rechtspersonen;
-
- het aangaan en beheren van krediet- en garantie-overeenkomsten betreffende de passieve financiering van tussen Economische Zaken en het bedrijfsleven opererende intermediaire instellingen;
-
- het beheren van deelnemingen en de advisering terzake van commissariaten, welke bij Economische Zaken zijn ondergebracht.
1.2. Uitgangspunten bij de selectie
Het BSD is opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT, zoals die door de Minister van WVC bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer op 13 april 1994 is verwoord. De selectiedoelstelling luidt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als 'het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring'.
De algemene selectiedoelstelling is geoperationaliseerd voor het terrein van het adelsbeleid, adelsrecht en het decoratiestelsel. Dat wil zeggen dat de geformuleerde handelingen van de betrokken overheidsactoren zijn gewaardeerd op de bijdrage die zij leveren aan de verwezenlijking van de selectiedoelstelling. De selectie gold derhalve de vraag ten aanzien van welke handelingen de administratieve neerslag noodzakelijk zou zijn om een reconstructie mogelijk te maken van de hoofdlijnen van het handelen op het beleidsterrein staatsdeelneming en financiering van het bedrijfsleven.
1.3. Selectiecriteria
Door PIVOT zijn selectiecriteria opgesteld welke het mogelijk maken de in het rapport institutioneel onderzoek verwoorde handelingen te wegen en zo de doelstelling van de selectie te realiseren. Deze criteria zijn zodanig geformuleerd zodat deze voor meerdere beleidsterreinen toepasbaar zijn. De door PIVOT ontwikkelde criteria zijn in het navolgende opgenomen.
| Selectiecriterium | Toelichting | Neerslag |
|---|---|---|
| 1. Handelingen die betrekking hebben op | 1. Beleidsbepaling komt tot stand via | Wetgevingsprocessen, beleidsformule- |
| beleidsvoorbereiding, -bepaling en | parlementaire behandeling. | ringsprocessen, processen m.b.t. het |
| -evaluatie | 2. Hieronder tevens begrepen | sluiten van internationale verdragen en |
| handelingen gericht op politieke | overeenkomsten of uitvoerings- | |
| besluitvorming of waarbij een | regelingen. | |
| belangenafweging plaatsvindt. | ||
| 3. Hieronder worden handelingen | ||
| gericht op het sluiten van internationale | ||
| verdragen en uitvoeringsregelingen. | ||
| 2. Handelingen gericht op externe | Verslaglegging naar andere | Jaarverslagen, jaarlijkse (voorgeschreven) |
| verantwoording en/of verslaglegging | actoren over het gevoerde beleid. | controlerapporten. |
| 3. Adviezen gericht op de | Adviezen die gebruikt kunnen worden | Adviezen en rapportages van |
| hoofdlijnen van het beleid | bij beleidsvoorbereiding, - bepaling | commissies en overlegorganen. |
| of -evaluatie. | ||
| 4. Handelingen gericht op het stellen | Hieronder ook begrepen pseudowet- | Ministeriële regelingen niet op 1 of |
| van regels direct gerelateerd aan | geving | enkele objecten of subjecten gerichte |
| de hoofdlijnen van het beleid | KB's en AMVB's of uit wetgeving voort- | |
| komende nadere regelgeving. Hieronder | ||
| wordt ook begrepen pseudowetgeving | ||
| middels aanschrijvingen of resoluties. | ||
| 5. Handelingen gericht op de (her)inrich- | Reorganisatieprocessen, instelling en op- | |
| ting van de beleidsorganisatie, belast | heffing van beleidsorganen en directies. | |
| met primaire bedrijfsprocessen | ||
| 6. Uitvoerende handelingen die onmis- | 1. Hieronder worden begrepen hande- | Het 'beleidsarchief' van uitvoerende |
| baar zijn voor de reconstructie van het | lingen die bepalend zijn voor de wijze | organisatie-eenheden. |
| overheidshandelen op hoofdlijnen | waarop de uitvoering plaatsvindt en | Beschikkingen die van invloed zijn op de |
| die direct gerelateerd zijn aan de hoofd- | toekomstige uitvoering van die hande- | |
| lijnen van het overheidshandelen. | ling. | |
| 2. Hieronder worden ook begrepen | ||
| precedenten of producten t.o.v. de | ||
| omgeving die tot stand zijn gekomen in | ||
| afwijking van gereglementeerde en voor- | ||
| geschreven criteria of in bepaalde mate | ||
| voorbeeldgevend zijn voor de uitvoering | ||
| van de handeling. | ||
| 7. Uitvoerende handelingen die het | Hieronder begrepen de handelingen | Kroonbeschikkingen en adviezen van de |
| algemeen democratisch functioneren | van Hoge Colleges van Staat, het | Raad van State, Algemene Rekenkamer |
| mogelijk maken | beantwoorden van kamer vragen | e.d. |
| 8. Uitvoerende handelingen die onttrok- | Hieronder worden ondermeer begrepen | |
| ken zijn aan democratische controle en | handelingen waarop de W.O.B. niet van | |
| direct zijn gerelateerd aan hoofdlijnen | toepassing is. | |
| van beleid | ||
| 9. Uitvoerende handelingen die direct | Hierbij moet worden gedacht aan hande- | |
| zijn gerelateerd aan en/of direct voort- | lingen verricht in het kader van de | |
| vloeien uit voor Nederland bijzondere | Tweede Wereldoorlog, de politionele | |
| tijdsomstandigheden en incidenten | acties, de watersnoodramp van 1953, | |
| de gijzelingsacties e.d. |
Naast algemene criteria kunnen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in een BSD speci-fieke criteria worden geformuleerd voor handelingen die met behulp van de algemene criteria niet kunnen wor-den gewaardeerd. Daar de noodzaak hiertoe niet aanwezig werd geacht, is in dit BSD de mogelijkheid om speci-fieke selectiecriteria te formuleren niet benut.
2. Vaststelling BSD
Op 7 mei 1998 is het ontwerp-BSD door het Hoofd Algemene Secretarie van het Ministerie van Financiën aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, voor wat betreft de handelingen van de onder dit ministerie ressorterende actoren. Op 11 mei 1998 is het ontwerp-BSD door het Hoofd Documentaire Informatievoorziening van het Ministerie van Economische Zaken aan de Staatssecretaris van OcenW aangeboden, voor wat betreft de handelingen van de onder dit ministerie ressorterende actoren. Hierna heeft de Staatssecretaris het ontwerp-BSD ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 15 mei 1998 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Algemeen Rijksarchief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant nr. 90 van 14 mei 1998.
Tijdens het driehoeksoverleg was, op verzoek van de Archiefcommissie van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen.
In de vergadering van de Uitvoeringscommissie Archieven van de RvC is het ontwerp-BSD behandeld, waarbij ook het verslag van het driehoeksoverleg bij de voorbereiding van het advies is meegenomen.
Op 29 oktober 1998 bracht de RvC advies uit (nr. arc-98.2040/2), hetwelk naast enkele tekstuele correcties aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
De tekst van handeling 23 is als volgt gewijzigd: `het opstellen van maandverslagen, kwartaalrapportages, jaarverslagen betreffende de deelnemingen door de Staat'. Deze handeling wordt met een B, 2 gewaardeerd voor wat betreft de jaarverslagen, de overige producten worden met een V gewaardeerd.
Handeling 24 wordt gewijzigd in `het opstellen van voortgangsrapportages betreffende de deelnemingen door de Staat en van een jaarlijks overzicht plus resultaten en winstuitkeringen van staatsdeelnemingen uit hoofde van de beheertaak'. De neerslag van deze handeling wordt gewaardeerd met een B, 2.
De waardering van handeling 52 is gewijzigd in B, 1.
Overzicht van actoren 3
Vakminister, 1945 -
Dit is de minister die een machtigingswet voorbereidt en opstelt, en namens de Staat deelneemt in een onderneming. Het gaat hierbij om de ministers van Financiën, van Defensie, van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De in dit BSD opgenomen handelingen van de vakminister zijn alleen vastgesteld voor zover ze de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken betreffen.
Minister van Economische Zaken
De minister van Economische Zaken: Directie Financiering en Deelnemingen, 1946 -
Deze directie heeft tot taak het behandelen van zaken van financiële en financieel-economische aard die verband houden met financiering (in de vorm van kredietverlening, garantie of deelneming) door de staat, voorzover het ministerie daar rechtstreeks of zijdelings bij betrokken is.
Minister van Economische Zaken als Houder van aandelen A, 1970 -
De houder van aandelen A is belast met het bindend voordragen van personen aan de ava ter benoeming tot lid van de raad van commissarissen bij de FMO.
Minister van Financiën
De minister van Financiën: Generale Thesaurie, directie Financieringen, 1945 -
Deze directie bestaat uit twee afdelingen: de afdeling Financiering Bedrijven en de afdeling Beheer Deelnemingen. De afdeling Beheer Deelnemingen heeft tot taak: het behandelen van vraagstukken betreffende het beheer van staatsdeelnemingen; het vertegenwoordigen dan wel het adviseren van de vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën in organen van ondernemingen en van instellingen met een bedrijfsmatig karakter en het behandelen van aangelegenheden betreffende het Vacatiegeldenbesluit.
Minister van Financiën als Houder van aandelen A, 1970 -
De houder van aandelen A is belast met het bindend voordragen van personen aan de ava ter benoeming tot lid van de raad van commissarissen bij de FMO.
Werkcommissie voor de Regeling Bijzondere Financiering 1971, 1971 -
De Werkcommissie is belast met de uitvoering van een aantal taken in het kader van de Regeling Bijzondere Financiering 1971.
De Agent van het ministerie van Financiën, 1945 -
De Agent treedt op als effectendepôtbeheerder. De contacten betreffen het doorgeven van aan- en verkooporders of keuzedividenden. Dividenden worden door het Agentschap ontvangen en het rapporteert over de effectuering van deze orders. In een Instructie is geregeld wat de taken en werkzaamheden van de Agent zijn.
4. Selectielijst
De handelingen zoals in dit BSD zijn opgenomen komen overeen met het rapport institutioneel onderzoek `staatsdeelnemingen'. De handelingen zijn per actor gegroepeerd. De handelingen zijn overeenkomstig de handelingen in het rapport genummerd.
Aan iedere handeling is een waardering toegekend. Deze waardering kan zijn een B(ewaren) of een V(ernietigen). Wanneer een B is toegekend wordt tevens het selectiecriterium opgenomen. Bij de waardering V is ook de bewaartermijn vermeld.
Actor: Vakminister
(1)
Handeling: het instellen, wijzigen en opheffen van organisatie-eenheden met betrekking tot het beleidsinstrument
Grondslag: -
Periode: 1945 -
Waardering: B, 5
(10)
Handeling: het adviseren en ondersteunen van ambtelijke commissarissen van overheidswege
Grondslag: Heroverwegingsrapport Verkoop Deelnemingen
Periode: 1985 -
Waardering: B, 3
(11)
Handeling: het benoemen, schorsen en ontslaan van vertegenwoordigers van de minister in commissies, werkgroepen, stuurgroepen etc. waarbij geen (politieke) belangenafweging plaatsvindt en welke niet gebaseerd is op wet- en regelgeving.
Grondslag: -
Periode: 1945 -
Waardering: V - 5 jaar na beëindiging lidmaatschap.
(12)
Handeling: het benoemen, schorsen en ontslaan van vertegenwoordigers van de minister in commissies, werkgroepen, stuurgroepen etc. waarbij een (politieke) belangenafweging plaatsvindt of welke gebaseerd is op wet- en regelgeving.
Grondslag: Diverse wetten
Periode: 1945 -
Waardering: B, 1
(13)
Handeling: het voeren van overleg inzake staatsdeelnemingen, regeling Bijzondere Financiering 1971, Garantieregeling PPM, financieringen, etc.
Grondslag: Diverse regelingen, statuten
Periode: 1945 -
Waardering: B, 1
(15)
Handeling: het verrichten van studies en het vaststellen van beleidsnota's ter voorbereiding en/of evaluatie van het voorgenomen/ten uitvoer gelegde beleid inzake de Staatsdeelnemingen.
Grondslag: -
Periode: 1945 -
Waardering: B, 1
(20)
Handeling: het informeren van de Staten-Generaal betreffende het te voeren beleid inzake de Staatsdeelnemingen.
Grondslag: -
Periode: 1945 -
Waardering: B, 1
(21)
Handeling: het beantwoorden van vragen van individuele burgers met betrekking tot de Staatsdeelnemingen.
Grondslag: art. 5 GW 1938, art. 5 GW 1953.
Periode: 1945 -
Waardering: V - 2 jaar na ontvangst.
(22)
Handeling: het aan de Algemene Rekenkamer toezenden van het jaarverslag, de jaarrekeningen, verlies- en winstrekening en het interne accountantsrapport over de jaarrekening van bedrijven waarin de Staat deelneemt.
Grondslag: Comptabiliteitswet art. 59, lid 4
Periode: 1976 -
Waardering: B, 2
(40)
Handeling: het vooraf aan de Europese Commissie ter goedkeuring voorleggen van het voornemen tot steunverlening aan een onderneming.
Grondslag: EEG-Verdrag, art. 93, lid 3
Periode: 1957 -
Waardering: B, 1
(41)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.