Richtlijnen opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 2000

Type Ministeriële regeling
Publication 2000-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, 5 en 8 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie;

Besluit:

Artikel 1
1.

Een beginseltoestemming betreft slechts de opneming van één buitenlands kind ter adoptie; toestemming kan echter worden verleend voor de opneming van:

2.

In beide gevallen dient uit onderzoek, verricht door de raad voor de kinderbescherming, de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van meer dan een buitenlands kind aannemelijk te zijn geworden.

Artikel 2
1.

Indien een aspirant-adoptiefouder op het tijdstip van indiening van het verzoek om verlening van een beginseltoestemming de leeftijd van tweeënveertig jaren heeft bereikt, kan dit verzoek worden ingewilligd indien bijzondere omstandigheden inwilliging wenselijk maken.

Op bijzondere omstandigheden kan geen beroep worden gedaan in de volgende gevallen:

2.

Als bijzondere omstandigheden worden in ieder geval aangemerkt:

In de onder a. tot en met d. genoemde gevallen dient uit specifiek daarop gericht onderzoek, verricht door de raad voor de kinderbescherming, te blijken dat de aspirant-adoptiefouders geschikt zijn tot de verzorging en opvoeding van een daar bedoeld buitenlands kind en dat risicofactoren redelijkerwijs uitgesloten worden geacht.

In de onder c. en d. genoemde gevallen dient bovendien door onderzoek, verricht door de raad voor de kinderbescherming, de daar bedoelde bijzondere omstandigheid bevestigd te worden.

3.

In ieder geval wordt niet als bijzondere omstandigheid aangemerkt de enkele omstandigheid van of combinatie van:

Artikel 3
1.

In geval van opneming van een buitenlands kind in een gezin van aspirant-adoptiefouders, waarin eigen kinderen, Nederlandse pleegkinderen dan wel uit het buitenland geadopteerd kinderen verblijven, kan, indien dat buitenlandse kind in verband met de leeftijdsopbouw van het gezin jonger zal zijn dan de reeds in het gezin verblijvende kinderen, een overschrijding van het leeftijdsverschil van ten hoogste veertig jaren tussen een van de aspirant-adoptiefouders en het buitenlandse kind worden toegestaan met ten hoogste twee jaren, met dien verstande dat het verschil in leeftijd tussen dat kind en het jongste kind in het gezin in beginsel niet meer dan twee jaren mag bedragen.

2.

Het leeftijdsverschil van ten hoogste veertig jaren tussen een van de aspirant-adoptief-ouders en het buitenlandse kind mag met meer dan twee jaren worden overschreden bij opneming van een buitenlands kind, in ieder geval indien:

3.

In alle gevallen dient uit specifiek daarop gericht onderzoek door de raad voor de kinderbescherming te blijken dat de aspirant-adoptiefouders geschikt zijn tot de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind als bedoeld in het tweede lid, a. tot en met d. en dat risicofactoren redelijkerwijs uitgesloten worden geacht.

Artikel 4
1.

De opneming van een buitenlands kind dat op het tijdstip van binnenkomst in Nederland de leeftijd van zes jaar of ouder zal hebben bereikt, kan worden toegestaan, indien:

2.

In alle gevallen, genoemd in het eerste lid, dient uit onderzoek verricht door de raad voor de kinderbescherming de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van een kind of kinderen als daar bedoeld aannemelijk te zijn geworden.

Voorts dient in de gevallen, genoemd in het eerste lid onder a., uit dat onderzoek te zijn gebleken dat de opneming van het buitenlandse kind niet in strijd is met het belang van het reeds in het gezin verblijvende buitenlandse kind.

Artikel 5

Deze regeling kan worden aangehaald als Richtlijnen opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 2000.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van plaatsing van de regeling met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant.

Met ingang van datzelfde tijdstip vervallen de Richtlijnen opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 1998 II.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.