Subsidieregeling openbare inland terminals

Type Ministeriële regeling
Publication 2002-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Op aanvraag van een overslagbedrijf kan de Minister ter bevordering van het gebruik van intermodaal en multimodaal vervoer subsidie verlenen ten behoeve van initiële of uitbreidingsinvesteringen van een overslagterminal. De subsidie kan worden verleend voor zowel investeringen in infrastructuur als in vaste en mobiele uitrusting die nodig is voor de overslag van goederen.

2.

De subsidie wordt slechts verleend indien:

3.

De subsidie wordt slechts verleend indien de overslagterminal waarop het project betrekking heeft:

4.

De subsidie wordt voorts slechts verleend indien:

Artikel 3
1.

Het subsidieplafond dat per jaar voor het verlenen van subsidies ingevolge deze regeling beschikbaar is, is gelijk aan het bedrag dat in de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voor dat desbetreffende jaar daarvoor op artikel IF 04.03 van het Infrastructuurfonds beschikbaar wordt gesteld, rekening houdend met uitgaven betreffende in eerdere jaren verleende subsidies.

2.

De subsidie voor een project bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele onderdelen van het project tot ten hoogste 25% van de totale projectkosten, met dien verstande dat:

3.

Tot de totale projectkosten, bedoeld in het tweede lid, behoren de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit Infrastructuurfonds.

4.

Tot de subsidiabele onderdelen van het project, bedoeld in het tweede lid, behoren:

5.

De bouwrente, bedoeld in het vierde lid, onderdeel e, is gelijk aan de rente van de meest recente openbare staatslening op het moment van gunning van het werk.

6.

De kosten van de subsidiabele onderdelen van het project, bedoeld in het vierde lid, worden slechts voorzover zij aantoonbaar betrekking hebben op het project, en voorzover zij in redelijkheid noodzakelijk zijn, in aanmerking genomen.

Artikel 4
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt vóór 1 januari 2004 ingediend bij de Minister van Verkeer en Waterstaat door tussenkomst van de directeur Algemeen Beleid van het Directoraat-Generaal Goederenvervoer.

2.

Bij de aanvraag worden in elk geval gevoegd:

3.

Voorts worden bij de aanvraag in elk geval gevoegd:

Artikel 5
1.

De Minister beslist binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.

2.

Zowel de beoordeling van de aanvragen als de verlening van subsidies tot het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vinden plaats in volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel 6
1.

Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd indien niet wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 2.

2.

Indien er op enige datum:

Artikel 7
1.

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in elk geval:

2.

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt het ritme van uitbetaling van de subsidie vermeld.

3.

Bij de beschikking tot subsidieverlening kan bepaald worden dat een daarbij aan te geven bedrag bij wijze van voorschot uitbetaald wordt. Artikel 13, tweede, derde en zesde lid, van het Besluit Infrastructuurfonds zijn van overeenkomstige toepassing op de voorschotverstrekking.

4.

Het in het derde lid bedoelde voorschot wordt verleend op basis van in te dienen declaraties die zijn afgestemd op de gerealiseerde en geplande voortgang van de projectwerkzaamheden;

5.

Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen bijzondere verplichtingen worden opgelegd in verband met de specifieke omstandigheden van de exploitatie van de terminal.

Artikel 8
1.

Behoudens een afwijkende beslissing van de Minister op een schriftelijke, gemotiveerde aanvraag van de subsidie-ontvanger, vangt deze binnen één jaar na de subsidieverlening met de uitvoering van het project aan.

2.

De subsidie-ontvanger vangt niet met de daadwerkelijke bouw van het project aan alvorens de daarvoor benodigde vergunningen zijn verleend en overgelegd aan de Minister.

3.

De subsidie-ontvanger doet de diensten van de overslagterminal op non-discriminatoire basis en tegen marktconforme tarieven toegankelijk zijn voor elke vervoerder of verlader die van de diensten gebruik wil maken.

4.

De subsidie-ontvanger die een wijziging aanbrengt in het project of afziet van de uitvoering van het project of een onderdeel daarvan, deelt dit onverwijld mede aan de Minister.

5.

Onverminderd het bepaalde in het vierde lid overlegt de subsidie-ontvanger, indien de uitvoering van het project een looptijd van langer dan achttien maanden heeft, jaarlijks binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar een voortgangsrapportage aan de Minister, waarin zijn opgenomen:

6.

Onverminderd het bepaalde in het vierde en het vijfde lid dient de subsidie-aanvrager binnen vier maanden na voltooiing van het project bij de Minister een verzoek tot subsidievaststelling in. Dit verzoek gaat vergezeld van een financiële verantwoording over de uitvoering van het totale project. Deze verantwoording is voorzien van een verklaring van een onafhankelijke registeraccountant of accountant-administratieconsulent. Deze verklaring wordt opgesteld aan de hand van het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controle-protocol.

Artikel 9
1.

Binnen acht weken nadat de subsidie-ontvanger de gegevens, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, heeft overgelegd, wordt het bedrag van de subsidie vastgesteld overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid.

2.

Indien uit de gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project of de totale projectkosten lager zijn dan was vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, wordt het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag zodanig verlaagd dat de subsidie bestaat uit een vergoeding van ten hoogste 50% van de werkelijke kosten van de subsidiabele onderdelen van het project tot een maximum van 25% van de werkelijke projectkosten.

3.

Indien het vastgestelde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds als voorschot ingevolge artikel 7, derde lid, is uitbetaald, wordt het meerdere binnen vier weken na de dag waarop de subsidievaststelling is bekend gemaakt, uitbetaald.

4.

Indien het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan hetgeen reeds als voorschot ingevolge artikel 7, derde lid, is uitbetaald, betaalt de subsidie-ontvanger op eerste vordering van de Minister binnen een daarbij te bepalen termijn het teveel betaalde terug.

Artikel 10
1.

De subsidie-ontvanger draagt zorg voor een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit op elk gewenst tijdstip op eenvoudige en duidelijke wijze de aan de exploitatie en de overige activiteiten gerelateerde kosten zijn af te leiden.

2.

De subsidie-ontvanger verkoopt gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling geen van de gesubsidieerde projectonderdelen noch delen van de onderneming of de onderneming te wier bate de subsidie is verstrekt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister. Aan deze toestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van het doel van deze regeling. Tot die voorschriften kan het opleggen van de verplichting tot terugbetaling van de subsidie of een deel daarvan behoren.

3.

Op verzoek van de Minister verleent de subsidie-ontvanger tussentijds alle medewerking aan een evaluatie-onderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de verlening van de subsidie heeft bijgedragen aan de door de Minister geformuleerde beleidsdoelen.

Artikel 11

Indien de subsidie-ontvanger zich niet houdt aan de verplichtingen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht of deze regeling, betaalt hij op eerste vordering van de Minister binnen een daarbij te bepalen termijn een daarbij aan te geven deel of het gehele bedrag van de ontvangen subsidie terug.

Artikel 12
1.

Vóór 31 december 2004 publiceert de Minister een verslag over de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.