Subsidieregeling kennisprojecten verkeer en vervoer

Type Ministeriële regeling
Publication 2004-11-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat; b. Connekt: de stichting Connekt; c. het bestuur: het bestuur van de stichting Connekt; d. kennisinfrastructuur: de capaciteit van zowel de publieke als de private op kennis gerichte instellingen om voor de samenleving relevante kennisproducten te leveren; e. fundamenteel/strategisch onderzoek: uitbreiding van de algemene wetenschappelijke en technische kennis zonder industriële of commerciële doelstellingen; f. industrieel onderzoek: onderzoek dat gericht is op het opdoen van nieuwe kennis met het doel deze kennis bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten te gebruiken, of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren; g. preconcurrentiële ontwikkeling: de omzetting van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen, schema's of ontwerpen voor nieuwe gewijzigde of verbeterde producten, processen of diensten, met inbegrip van de fabricage van een prototype, demonstratie- of modelproject, die niet voor industriële of commerciële doeleinden kunnen worden aangewend; h. kennisverspreiding: het actief opslaan, onderhouden, ontsluiten en verspreiden van kennis, die is ontwikkeld op basis van fundamenteel strategisch onderzoek, industrieel onderzoek, preconcurrentiële ontwikkeling en studies naar de technische haalbaarheid van industrieel onderzoek of preconcurrentiële ontwikkeling.

Artikel 2. Subsidieverstrekking
1.

De minister kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van een jaarprogramma, ter verbetering van de kennisinfrastructuur voor verkeer en vervoer, bestaande uit deelprogramma's voor:

2.

Kennisverspreiding maakt onderdeel uit van een deelprogramma.

3.

Een deelprogramma als bedoeld in het eerste lid

4.

Op de resultaten behaald binnen een deelprogramma als bedoeld in het eerste lid, rusten geen exclusieve intellectuele eigendomsrechten. Met het oog op het actief verspreiden van de kennis op het gebied van verkeer en vervoer, stelt Connekt alle resultaten tegen vergoeding van uitleveringskosten aan een ieder ter beschikking. De kennisverspreiding vindt onverwijld na afronding van de onderzoeksactiviteit of ontwikkelingsactiviteit plaats.

Artikel 3. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de subsidiëring van de uitvoering van jaarprogramma's bedraagt:

Artikel 4. Subsidiepercentages
1.

De subsidie voor kennisverspreiding als onderdeel van een deelprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt 100%.

2.

De subsidie voor het overige deel van het deelprogramma bedraagt, voorzover het betreft:

3.

De subsidiepercentages, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b tot en met e, kunnen met ten hoogste 10 procentpunten worden verhoogd indien de subsidies ten goede komen aan het midden- en kleinbedrijf.

4.

In geval van een verhoging van het subsidiepercentage, ingevolge het derde lid, dan wel in geval van samenloop met Europese subsidieprogramma's, bedraagt de totale subsidie voor industrieel onderzoek ten hoogste 75% en voor preconcurrentiële ontwikkeling ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

5.

Indien andere organen van openbaar bestuur bijdragen aan de verbetering van de kennisinfrastructuur voor verkeer en vervoer, brengt Connekt deze bijdrage aan het desbetreffende deelprogramma van het jaarprogramma, voorzover het betreft bijdragen in de subsidiabele kosten, in mindering op de in dit artikel genoemde subsidie.

Artikel 5

Op de verstrekking van subsidies is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, voorzover daarvan in deze regeling niet uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 6. Aanvraag voor subsidie
1.

Het bestuur dient een aanvraag voor een subsidie voor de uitvoering van een jaarprogramma, bij de minister in voor 1 november van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag voor subsidie betrekking heeft.

2.

Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden een jaarprogramma en een jaarbegroting gevoegd.

3.

Uit de bescheiden, genoemd in het tweede lid, blijkt dat aan artikel 2, derde lid, artikel 4 en artikel 7 wordt voldaan.

4.

In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag voor subsidie voor het jaar 2000 uiterlijk 1 juli 2000 ingediend.

5.

In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag voor subsidie voor het jaar 2001 uiterlijk 31 december 2000 ingediend.

6.

In afwijking van het eerste lid worden de aanvragen voor subsidie voor zowel 2004 als 2005 uiterlijk 1 december 2004 ingediend.

Artikel 7. Vereisten inzake het jaarprogramma
1.

Een jaarprogramma als bedoeld in artikel 6, tweede lid, bevat tenminste de volgende gegevens:

2.

Een deelprogramma bevat een beschrijving van onderwerpen:

3.

De begroting vermeldt in ieder geval de gevraagde bijdrage per activiteit binnen een deelprogramma, waarbij per activiteit de ingevolge artikel 4 vereiste medefinanciering wordt aangegeven.

4.

De volgende kosten voor onderzoek respectievelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden als subsidiabel aangemerkt:

5.

Indien sprake is van medefinanciering in de vorm van goederen of diensten worden deze als volgt gewaardeerd:

Artikel 8. Vaststelling van het bedrag van de subsidieverlening
1.

Binnen zes weken nadat het bestuur de gegevens, bedoeld in de artikelen 6 en 7, heeft overgelegd, beoordeelt de minister het jaarprogramma.

2.

Indien de beoordeling leidt tot de bevinding dat het jaarprogramma in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling, geeft de minister een beschikking tot subsidieverlening.

3.

Een subsidie die betrekking heeft op een deelprogramma dat een langere looptijd heeft dan het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verzocht, wordt verleend onder de voorwaarde dat voor de resterende periode voldoende gelden ter beschikking worden gesteld door het bedrijfsleven en onder het voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

4.

Op een daartoe strekkend verzoek kan de minister de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in het tweede lid, tijdens het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, wijzigen tot maximaal het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt. De artikelen 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing.

5.

Indien het bestuur een melding als bedoeld in artikel 10, derde lid, maakt, wijzigt de minister binnen 6 weken de beschikking, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 9. Voorschotten
1.

Op verzoek van het bestuur kan de minister voorschotten verlenen.

2.

De minister bepaalt het bedrag van de voorschotten op basis van een ingediende liquiditeitsbegroting op jaarbasis ingedeeld per kalenderkwartaal, tot een maximum van 80% van het voor het kalenderjaar verleende subsidiebedrag.

3.

In de beschikking tot verlening van voorschotten worden de bedragen voor de onderscheiden activiteiten binnen een deelprogramma afzonderlijk opgenomen.

4.

De minister kan op basis van een ingediende gewijzigde liquiditeitsbegroting op jaarbasis, ingedeeld per kalenderkwartaal, het bedrag van het verleende voorschot herzien.

5.

In afwijking van het tweede lid kan de minister voor het jaar 2003 het bedrag van de voorschotten bepalen tot een maximum van 100% van het voor dat kalenderjaar verleende subsidiebedrag.

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger
1.

De uitvoering van het jaarprogramma start binnen het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

2.

Aan het vereiste van medefinanciering wordt in elk geval vóór aanvang van de uitvoering van deelprogramma's voldaan.

3.

Indien het bestuur een wijziging aanbrengt in de doelstelling, looptijd of financiering van het jaarprogramma dan wel afziet van de uitvoering van een deelprogramma, deelt het dit onverwijld mede aan de minister.

4.

Bij een verschil van meer dan 20% tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de ingediende liquiditeitsbegroting op jaarbasis, ingedeeld per kalenderkwartaal, dient het bestuur een gewijzigde liquiditeitsbegroting op jaarbasis, ingedeeld per kalenderkwartaal, in bij de minister.

5.

Het kasgeldbeheer van Connekt beperkt zich tot het risicoloos uitzetten en aantrekken van kasgeld, teneinde te voorzien in de eigen liquiditeitsbehoefte.

6.

Het bestuur verleent aan de minister en de Algemene Rekenkamer inzage in de boeken van Connekt.

7.

Het bestuur zorgt dat participerende ondernemingen inzage verlenen aan de Algemene Rekenkamer, voorzover het de bijdrage van Connekt betreft.

8.

Statutenwijziging en ontbinding van Connekt behoeven de voorafgaande goedkeuring van de minister.

Artikel 11. Subsidievaststelling
1.

Het bestuur dient voor 1 juni na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2.

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.

3.

De accountant hanteert een door de minister vastgesteld controleprotocol.

Artikel 12

De minister stelt binnen acht weken nadat het bestuur een aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft ingediend het bedrag van de subsidie vast.

Artikel 13
1.

Het bestuur verstrekt jaarlijks aan de minister een verslag met daarin gegevens over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

2.

Het bestuur verstrekt desgevraagd aan de minister onverwijld de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

Artikel 14. Overgangsbepalingen
1.

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten op artikel 2, eerste lid, van deze regeling:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.