Selectielijst handelingen Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen 1945-1962
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 24 oktober 2000, nr. arc-2000.1594/2),
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde `selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen over de periode 1945-1962' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
De volgende lijsten worden ingetrokken, voor zover ze betrekking hebben op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen:
- `Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Ministerie van Financiën en de daaronder ressorterende colleges, commissies en ambtenaren', vastgesteld bij beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Financiën, nr. MMA/Ar-6301 II, d.d. 20 september 1983, gewijzigd bij beschikking van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Financiën, nr. 96.338.RWS/EIB d.d. 3 mei 1996 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 96 d.d. 22 mei 1996);
- `Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van de onder het Ministerie van Financiën ressorterende Directie Organisatie van de Belastingdienst' (vastgesteld bij beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Financiën, nr. MMA/Ar-2063 I d.d. 22 juni 1987 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 147 van 4 augustus 1987));
- `Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van de onder het Ministerie van Financiën ressorterende Directie Personeel van de Belastingdienst' (vastgesteld bij beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Financiën, nr. MMA/Ar-2063 I d.d. 22 juni 1987).
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Bijlage
Basis Selectie Document invoerrechten en accijnzen, periode 1945-1962 (1965)
Inleiding
1. Algemeen
In het kader van het Project Invoering Verkorting Overbrengings Termijn (PIVOT) werd tussen de secretaris-generaal van het ministerie van Financiën en de Algemene Rijksarchivaris op 25 juni 1992 een convenant afgesloten. Hierin werd onder meer afgesproken dat een institutioneel onderzoek naar de taakontwikkeling en de daaraan gekoppelde organisatorische ontwikkeling van het ministerie in de periode na 1940' zou plaatsvinden. Dit onderzoek leidde tot o.a. het rapportDe grens verlegd'; dit rapport vormt de basis voor dit Basis Selectie Document (BSD).
Het doel van dit rapport is een instrument te bieden dat leidt tot het formuleren van selectiecriteria ten aanzien van de handelingen van de minister van Financiën en andere actoren op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen over de periode 1945 - 1962.
2. Taken van de Rijksoverheid op het beleidsterrein
De doelstelling van de Rijksoverheid met het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen was drieledig, te weten:
-
- de verzekering van de heffing van de invoerrechten van in Nederland ingevoerde goederen / producten;
-
- de verzekering van de heffing van accijnzen van ingevoerde goederen, en in Nederland vervaardigde goederen / producten;
-
- het verkrijgen van afschrijving of teruggaaf van belasting.
Voor wat betreft de heffing van invoerrecht diende te worden onderscheiden:
-
- heffing voor bepaalde goederen/producten wordt in geen der beide landen geheven;
-
- heffing voor bepaalde goederen/producten wordt in één der beide landen geheven;
-
- heffing voor bepaalde goederen/producten wordt in beide landen geheven waarbij:
- a). de hoogte van de heffing in beide landen gelijk is;
- b). de hoogte van de heffing in beide landen niet gelijk is.
Handelingen voortvloeiende uit bovenvermelde doelstellingen zijn in het rapport 'De grens verlegd' opgenomen. Hiertoe behoorden ook handelingen betreffende invoerrechten op platina, gouden en zilveren werken maar ook de zgn. Waarborgbelasting en het essaailoon. Deze handelingen zijn echter verwoord in een afzonderlijk rapport.
Het beleidsterrein is dermate omvattend dat besloten is om het onderzoek en de selectielijst in twee gedeelten op te delen; bovendien werd in 1962 de wet- en regelgeving inzake invoerrechten en accijnzen volledig herzien bij het tot stand komen van de Algemene wet inzake de douane en accijnzen, welke in 1962 in werking trad.
3. Overzicht van actoren werkzaam op het beleidsterrein
In dit BSD zijn handelingen van onderstaande actoren opgenomen:
- De minister van Financiën, 1945 - 1962 (1965) De minister van Financiën was de gehele periode (politiek) verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de invoer, uitvoer en doorvoer, het heffen van accijns, en het waarborgen van platina, gouden en zilveren werken. Hiertoe was hij o.a. belast met het (mede-) voorbereiden, wijzigen, en intrekken van het tarief van rechten op invoer, uitvoer en doorvoer en van (bijzondere) wetten. De dagelijkse uitvoering hiervan is in de praktijk opgedragen aan de belastingdienst.
- De inspecteur der belastingen, 1945 - 1962 (1965) Was namens de minister van Financiën bevoegd tot het afgeven van vergunningen in het kader van o.a. het Besluit van 4 augustus 1874 (Stbl. 116), het afgeven van collectieve geleibiljetten ingevolge het Besluit van 18 februari 1905 (Stbl. 78). De uitvoering van wet- en regelgeving betreffende de invoer, uitvoer en doorvoer van goederen alsmede de accijnsheffing is in de meeste gevallen aan de inspecteur opgedragen.
- De dienst douane en accijnzen, 1945 - 1962 (1965) Bevoegd tot o.a. het visiteren van personen die zich aan boord van een uit zee gekomen schip bevinden of dit schip verlaten, het vaststellen van onder meer het tarief van pakhuishuren voor goederen, in de Rijksentrepots neergelegd en de herkomst van goederen.
- De ambtenaren der invoerrechten, 1945 - 1962 Waren o.a. belast met het instellen van onderzoeken naar de aanwezigheid van sigarettenpapier.
- De bevoegde ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, 1945-1962 Belast met het aanslaan en heffen van invoer en uitvoerrechten op per burgerluchtvaartuig ingevoerde en uitgevoerde lading.
- Een door de minister van Financiën aangewezen ambtenaar, 1945 - 1962 Zij gaven o.a. toestemming tot het vestigen van een nieuwe zoutziederij, suikerraffinaderij, brouwerij, branderij, distilleerderij, azijnmakerij, suikerfabriek, papierfabriek, wolfabriek, stoffenfabriek of andere grote fabriek op voorgeschreven terreinen, afwijkingen van de voorschriften van de belastingwetten betreffende de in acht te nemen formaliteiten bij de invoer, uitvoer, doorvoer en vervoer van goederen indien dit in het belang van de handel nijverheid of scheepvaart gewenst is, aan maatschappijen en andere ondernemers om de vrachtlijsten in duplo in te leveren, en om in de tijdelijke lokalen als vermeld in art. 26 buitenlandse stapelgoederen uit het vrije verkeer op te slaan, die niet aan rechten of accijns zijn onderworpen.
- De commissie van deskundigen voor de tabaksaccijns, 1945 - 1971 Deze commissie werd ingesteld op grond van artikel 53 van de Tabakswet 1921 (Stbl. 712). Zij had als taak het adviseren van de minister van Financiën over een voorgenomen intrekking van (een) bedrijfsvergunning(en), omtrent aangelegenheden betreffende de uitvoering van de Tabakswet 1921 en het uit eigen beweging doen van voorstellen betreffende de uitvoering van de Tabakswet 1921.
Op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen is daarnaast een aantal internationale organisaties actief, te weten: de Benelux, de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de Europese Vrijhandels Associatie (EVA), de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT), de Internationale Douaneraad (IDR), en de Rijnvaartcommissie. Voor wat betreft de periode tot 1962 zijn de Benelux de Europese Gemeenschap, en de Rijnvaartcommissie het belangrijkst. De Benelux streeft naar unificatie van de invoerrechten en accijnzen terwijl de EG een harmonisatie van wetgeving op het gebied van de invoerrechten en accijnzen nastreeft.
4. Uitgangspunten bij de selectie
De selectie richt zich op de neerslag van het handelen van die overheidsorganen welke vallen onder de werking van de Archiefwet 1995.
Het uitgangspunt hierbij is het maken van een onderscheid tussen 'te bewaren' en 'te vernietigen' neerslag van handelingen; met als doel het mogelijk maken van een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen'. Door het convent van rijksarchivarissen werd deze doelstelling vertaald alshet selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.'
5. Selectiecriteria
Door PIVOT zijn selectiecriteria opgesteld welke het mogelijk maken de in het rapport institutioneel onderzoek verwoorde handelingen te wegen en zo de doelstelling van de selectie te realiseren. De door PIVOT ontwikkelde criteria zijn:
Algemene selectiecriteria
Handelingen die worden gewaardeerd met B(ewaren)
- Selectiecriterium: 1. Handelingen die betrekking hebben op beleidsvoorbereiding, -bepaling en -evaluatie Toelichting: 1. Beleidsbepaling komt tot stand via parlementaire behandeling 2. Hieronder tevens begrepen handelingen gericht op politieke besluitvorming of waarbij een belangenafweging plaatsvindt. 3. Hieronder worden begrepen handelingen gericht op het sluiten van internationale verdragen en uitvoeringsregelingen. Neerslag: Wetgevingsprocessen, beleidsformuleringsprocessen, processen m.b.t. het sluiten van internationale verdragen en overeenkomsten of uitvoeringsregelingen .
- Selectiecriterium: 2. Handelingen gericht op externe verantwoording en/of verslaglegging. Toelichting: Verslaglegging naar andere actoren over het gevoerde beleid. Neerslag: Jaarverslagen, jaarlijkse (voorgeschreven) controlerapporten.
- Selectiecriterium: 3. Adviezen gericht op de hoofdlijnen van het beleid. Toelichting: Adviezen die gebruikt kunnen worden bij beleidsvoorbereiding, -bepaling of -evaluatie. Neerslag: Adviezen en rapportages van commissies en overlegorganen.
- Selectiecriterium: 4. Handelingen gericht op het stellen van regels direct gerelateerd aan de hoofdlijnen van het beleid. Toelichting: Hieronder ook begrepen pseudo-wetgeving. Neerslag: Ministeriële regelingen niet op een of enkele objecten of subjecten gerichte KB's en AMVB's of uit wetgeving voortkomende nadere regelgeving. Hieronder wordt ook begrepen pseudowetgeving middels aanschrijvingen of resoluties.
- Selectiecriterium: 5. Handelingen gericht op de (her)inrichting van de beleidsorganisatie, belast met primaire bedrijfsprocessen Neerslag: Reorganisatieprocessen, instelling en opheffing van beleidsorganen en directies
- Selectiecriterium: 6. Uitvoerende handelingen die onmisbaar zijn voor de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen Toelichting: 1. Hieronder worden begrepen handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt en die direct gerelateerd zijn aan de hoofdlijnen van het overheidshandelen. 2. Hieronder worden ook begrepen precedenten of producten t.o.v. de omgeving die tot stand zijn gekomen in afwijking van gereglementeerde en voorgeschreven criteria of in bepaalde mate voorbeeldgevend zijn voor de uitvoering van de handeling. Neerslag: Het 'beleidsarchief' van uitvoerende organisatie-eenheden. Beschikkingen die van invloed zijn op de toekomstige uitvoering van die handeling.
- Selectiecriterium: 7. Uitvoerende handelingen die het algemeen democratisch functioneren mogelijk maken Toelichting: Hieronder begrepen de handelingen van Hoge Colleges van Staat, het beantwoorden van Kamervragen Neerslag: Kroonbeschikkingen en adviezen van de Raad van State, Algemene Rekenkamer e.d.
- Selectiecriterium: 8. Uitvoerende handelingen die onttrokken zijn aan democratische controle en direct zijn gerelateerd aan hoofdlijnen van beleid. Toelichting: Hieronder worden ondermeer begrepen handelingen waarop de WOB niet van toepassing is.
- Selectiecriterium: 9. Uitvoerende handelingen die direct zijn gerelateerd aan en/of direct voortvloeien uit voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten. Toelichting: Hierbij moet worden gedacht aan handelingen verricht in het kader van de Tweede Wereldoorlog, de politionele acties, de watersnoodramp van 1953, de gijzelingsacties e.d.
6. Uitzonderingscriterium
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
7. Selectielijst
De handelingen zoals in dit BSD zijn opgenomen komen grotendeels overeen met het rapport institutioneel onderzoek `De grens verlegd'. De handelingen zijn per actor gegroepeerd. De handelingen zijn overeenkomstig de handelingen in het rapport genummerd.
Handeling nummer 5.1 is omgenummerd en wordt nu handeling nummer 321. Daarnaast zijn enkele algemene handelingen gewijzigd. De algemene handelingen, die in vrijwel alle BSD's worden toegepast, zijn inmiddels gewijzigd. De algemene handelingen in dit BSD zijn daarom aangepast. Handeling 54 is vervallen omdat deze identiek was aan handeling 53.
Het BSD gaat over de periode 1945-1962 (1965). Er is gekozen voor 1962 als einddatum omdat toen de nieuwe wet inzake de douane en de accijnzen werd ingevoerd. Vervolgens werden geleidelijk een groot aantal wetten en regelingen ingetrokken. De laatste oude accijnswet werd in 1965 ingetrokken.
Hoewel dit oorspronkelijk wel de bedoeling was, is besloten is om de neerslag uit de periode 1940-1945, de Tweede Wereldoorlog, buiten het BSD te laten vallen. Dit conform de opzet die tegenwoordig voor alle BSD's wordt toegepast. De handelingen die exclusief slaan op de periode 1940-1945 zijn vervallen. De handelingen die in het BSD beginnen in 1940 zijn aangepast. Dergelijke handelingen beginnen nu in 1945. Dit heeft tot gevolg dat de volgende actoren vervallen:
- Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied, 1940-1945.
- Secretaris-Generaal van het departement van Financiën, 1940-1945.
- Ambtenaren van het Duitse deviezenbeschermingscommando, 1940-1945.
- Entreposeur, 1941-1945.
- Secretaris-Generaal van het departement van handel, Nijverheid en Scheepvaart, 1941-1945.
Aan iedere handeling is een waardering toegekend. Deze waardering kan zijn een B(ewaren) of een V(ernietigen). Wanneer een B is toegekend, wordt tevens het desbetreffende selectiecriterium opgenomen.
Overzicht van handelingen die met een B(ewaren) zijn gewaardeerd.
| Actor | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Minister van Financiën | 1, 3, 4, 11, 12, 13, 15 | 2, 9 | 14, 145, 194 | 16, 17, 19, 20, 22, 24, 27, 31, 32, 35, 36, 38, 39, 40, 42, 43, 46, 49, 51, 56, 57, 58, 59, 60, 62, 64, 66, 67, 68(d), 69, 71, 72, 73, 81, 82, 84, 87, 90, 91, 93, 94, 98, 109, 113, 114, 115, 121, 122, 126, 127, 129, 131, 132, 138, 140, 142, 143 (d), 144, 149, 151, 152, 153, 154, 156, 157, 167, 170, 173, 175, 177(d), 178, 181, 193, 198, 199, 200, 201, 202, 203, 207, 210, 211, 212, 227, 228, 229, 230(d), 234, 239, 243,244, 245 (d), 254(d), 257, 258, 259, 260, 261, 262, 268, 270, 271, 277, 278(d), 293, 294, 295(d), 297, 299, 300, 309, 310, 312, 313, 314, 317, 318, 319 | 10 | 133 | 5 | ||
| Inspecteur der belastingen | 82, 121, 273, 293, 297, 301 | ||||||||
| Dienst douane en accijnzen | |||||||||
| Ambtenaren der invoerrechten en accijnzen | |||||||||
| Ambtenaren v.d. Rijksbelastingdienst | |||||||||
| Aangewezen ambtenaar Fin. | |||||||||
| Commissie van deskundigen voor de tabaksaccijns | 322 |
8. Vaststelling BSD
Op 25 februari 2000 is het ontwerp-BSD door het Hoofd Algemene Secretarie van het Ministerie van Financiën aan de Staatssecretaris van OCenW aangeboden, voor wat betreft de handelingen van de onder dit ministerie ressorterende actoren. Hierna heeft de Staatssecretaris het ontwerp-BSD ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 15 maart 2000 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Algemeen Rijksarchief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OCenW en de rijksarchieven in de provincie, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant nr. 52 van 14 maart 2000.
Tijdens het driehoeksoverleg was, op verzoek van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen.
In de vergadering van de Bijzondere Commissie Archieven van de RvC van 27 juni 2000 is het ontwerp-BSD behandeld, waarbij ook het verslag van het driehoeksoverleg bij de voorbereiding van het advies is meegenomen.
Op 24 oktober 2000 bracht de RvC advies uit (nr. arc-2000.1594/2), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.
Handelingen
Actor: De Minister van Financiën
1. Algemeen
(1)
Handeling: Het (mede-) voorbereiden, wijzigen, en intrekken van wetten en besluiten betreffende het tarief van rechten op de invoer, uitvoer en doorvoer en de accijnzen.
Grondslag: Grondwet 1938, art. 181.
Grondwet 1946, art. 181.
Grondwet 1948, art. 181.
Grondwet 1953, art. 188.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.