Vaststelling selectielijst handelingen Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein sociale voorzieningen over de periode 1940-1996

Type Archiefselectielijst
Publication 2006-04-13
State In force
Source BWB
artikelen 3
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 25 mei 2000, nr. arc-99.206/5),

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde `selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein sociale voorzieningen over de periode 1940-1996' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

De volgende lijsten worden ingetrokken, voor zover ze betrekking hebben op het beleidsterrein sociale voorzieningen:

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Basisselectiedocument sociale voorzieningen, 1940-1996

1. Inleiding

Het PIVOT-rapport 'Sociale Voorzieningen. Een institutioneel onderzoek op het beleidsterrein sociale zekerheid ten aanzien van de sociale voorzieningen, 1940-1996' vormt de grondslag voor dit basisselectiedocument. Het rapport beschrijft de handelingen van de rijksoverheid op het deelterrein sociale voorzieningen van het beleidsterrein sociale zekerheid en geeft een overzicht van de actoren die zich op dit (deel)beleidsterrein bewegen.

In het tweede deel van het institutioneel onderzoek sociale zekerheid ('Verstrekkende zekerheid. Een institutioneel onderzoek op het beleidsterrein sociale zekerheid ten aanzien van de sociale verzekeringen, 1940-1997') worden de handelingen en actoren opgenomen die het deelterrein sociale verzekeringen vormen.

Met het rapport institutioneel onderzoek (RIO) implementeren de Algemene Rijksarchivaris, voor deze de projectleider PIVOT, en de vertegenwoordigers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de afspraken die bij convenant van 21 januari 1992 tussen de Algemene Rijksarchivaris en de Secretaris-Generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn gemaakt. De eerste stap van de implementatie is de waardering voor de neerslag van de handelingen, op basis waarvan bepaald kan worden welke neerslag voor permanente bewaring in het Algemeen Rijksarchief in aanmerking komt, en welke neerslag op termijn vernietigd kan worden. Deze eerste stap is in het basisselectiedocument (BSD) vastgelegd.

Het BSD is de verantwoording van het bewaar- en vernietigingsbeleid van archiefbescheiden door de organisatie, alsmede het wettelijk voorgeschreven instrument voor de selectie in de rijks- en provinciale archieven. In het BSD is aan iedere handeling een waardering gegeven voor bewaring of vernietiging van de bescheiden die betrekking hebben op die handeling. Alvorens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen het BSD vaststelt, hoort deze de Raad voor Cultuur. Na vaststelling van het BSD kan de procedure voor enerzijds de overbrenging van de bescheiden naar het Algemeen Rijksarchief en anderzijds de vernietiging van de bescheiden worden uitgevoerd.

Het BSD bestaat uit een korte beschrijving van het beleidsterrein en de actoren, een verantwoording van de doelstelling van de selectie en de gehanteerde selectiecriteria en de lijst van gewaardeerde handelingen, voorafgegaan door een toelichting op de lijst.

Op deze plaats dient nog opgemerkt te worden dat voor archiefbescheiden op het beleidsterrein sociale voorzieningen reeds twee vernietigingslijsten bestonden, te weten de 'Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid' (Stcrt. 1994, 72) en de 'Vernietigingslijst archiefbescheiden Rijksconsulentschappen voor Sociale Voorzieningen' (Stcrt. 1983, 156). Aan de hand van deze lijsten en op grond van incidentele machtigingen bij de bewerking / inventarisatie van archiefbestanden zijn in het verleden al archiefbescheiden vernietigd.

2. Hoofdlijnen van het handelen op het beleidsterrein sociale zekerheid

Het onderwerp van dit basisselectiedocument vormt een deel van het beleidsterrein sociale zekerheid. Dit beleidsterrein heeft betrekking op de overheidstaken in het kader van het recht op het gebied van de publieke sociale zekerheid, met als doel het bieden van inkomensbescherming. Hiermee wordt een belangrijke rechtsplicht van de overheid “het bieden van financiële bestaanszekerheid aan een ieder” vormgegeven. In 1983 is deze overheidstaak geformaliseerd in art. 20 lid 2 en 3 van de Grondwet.

De doelstelling, zoals hierboven omschreven wordt langs verschillende wegen gerealiseerd, enerzijds lenigt de overheid - door het verstrekken en aanvullen van inkomens - (directe) financiële nood. Anderzijds tracht de overheid door middel van het ontwikkelen van beleid gericht op het voorkomen van het verlies van inkomen (preventie) en het reïntegreren van arbeidsongeschikten en werklozen in het arbeidsproces, het beroep wat gedaan wordt op het stelsel van inkomensbescherming terug te dringen.

Van oudsher wordt in de sociale zekerheid op grond van het verschil in de mate van overheidsbemoeienis en de financieringsbron, een onderscheid gemaakt tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. Sociale verzekeringen (inkomensdervingsregelingen) verzekeren de financiële gevolgen wanneer men als gevolg van ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid niet (meer) aan het arbeidsproces deelneemt en worden bekostigd uit premiebijdragen van werkgevers, werknemers en ingezetenen. Sociale voorzieningen (minimumbehoefteregelingen) zijn bedoeld om wanneer in een bepaalde situatie de middelen van bestaan onvoldoende zijn, het inkomensniveau aan te vullen tot het 'sociaal minimum'. 1Regelingen die vergoedingen verstrekken voor specifieke kosten zoals de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene Kinderbijslagwet kunnen niet behulp van deze definities worden omschreven. De Wvg maakt onderdeel uit van de sociale voorzieningen, de AKW valt onder de sociale verzekeringen (zie het desbetreffende bsd). Deze voorzieningen worden betaald uit de 'algemene middelen' (opbrengsten van de verschillende belastingen). Laatstgenoemd onderdeel komt aan de orde in het nu voorliggende BSD Sociale Voorzieningen. De sociale verzekeringen zullen in een apart BSD worden behandeld.

Het deelbeleidsterrein sociale voorzieningen valt uiteen in drie onderdelen.

Het eerste onderdeel is het zorgdragen voor (de instandhouding) van inkomensvoorzieningen zoals de Abw, de IOAW en IOAZ. Deze regelingen worden beschouwd als het sluitstuk van de sociale zekerheid en zijn bedoeld om inkomen te verschaffen wanneer er geen 'voorliggende voorziening' zoals een sociale verzekering, voorhanden is. De toetsingscriteria voor opname in genoemde regelingen verschillen onderling.

Een tweede groep zijn de additionele arbeidsvoorzieningen; hieronder wordt verstaan het treffen van voorzieningen die gericht zijn op het ondersteunen van mensen die moeite hebben met een zelfstandige toetreding tot de arbeidsmarkt. Op deze manier wordt getracht mensen voor te bereiden op die toetreding of direct in staat te stellen zelf een inkomen te verwerven. Hiertoe zijn regelingen in het leven geroepen als (in het verleden) de Beeldende Kunstenaars Regeling, loongarantieregelingen en in de jaren '90 de Rijksbijdrageregeling banenpools en de zogenaamde 'Melkertbanen'. Voor personen die tot werken in staat zijn, maar als gevolg van een handicap of andere specifieke persoonlijke factoren geen werk kunnen vinden, is aparte wetgeving ontwikkeld, de Wet sociale werkvoorziening. De arbeid die bij een werkvoorzieningsschap wordt gedaan is gericht op behoud, herstel of bevordering van de arbeidsongeschiktheid.

Tenslotte zijn er sociale voorzieningen ontwikkeld, die bestemd zijn voor bepaalde groepen. In 1939 nam de minister van Sociale Zaken de sociaal-culturele zorg op zich voor arbeiders in woonoorden. Deze arbeiders werden daar gehuisvest wegens de grote woon-werk-afstand. Ook ten aanzien van varenden had de minister deze taak.

In 1994 trad de Wet voorzieningen gehandicapten in werking. In dezewet is geregeld dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de verstrekking van woon- en vervoersvoorzieningen, waaronder rolstoelen. Gemeenten voeren deze taak uit op grond van een, door hen zelf uit te vaardigen verordening. De taak van de betrokken ministers (van VWS, VROM en SZW) in deze is beperkt, al hebben zij wel de mogelijkheid bepaalde zaken nader te regelen.

3. Actoren

Een actor is een overheidsorgaan, een particuliere instelling of een persoon die een rol speelt op een beleidsterrein. In het kader van het institutioneel onderzoek zijn met name die actoren van belang die overheidsorgaan zijn en handelingen verrichten op het terrein van de sociale voorzieningen. In het BSD zijn alleen handelingen opgenomen van landelijke en provinciale overheids-actoren. Belangrijkste actor op het beleidsterrein van de sociale voorzieningen is de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De ontwikkeling van beleid op dit terrein is zijn voornaamste verantwoordelijkheid. Ministers van andere departementen zijn soms zijdelings betrokken bij de sociale voorzieningen. Tot 1982 waren de bijstandsaangelegenheden in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de minister van (Cultuur, Recreatie en) Maatschappelijk Werk, de minister van Sociale Zaken was voor een aantal aspecten wel medeverantwoordelijk. Toen het departement als gevolg van een reor-ganisatie werd omgevormd tot het ministerie van Welzijn, Volkgezondheid en Cultuur, kreeg de minister van Sociale Zaken opnieuw de volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Bijstandswet en aanverwante regelingen.

De aangelegenheden ingevolge de armenzorg (Armenwet) vielen onder de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken tot 1952, toen het ministerie van Maatschappelijk Werk werd ingesteld.

De meeste regelingen worden in medebewind uitgevoerd door de gemeente, maar ook de gedeputeerde staten van een provincie spelen hierin soms een rol. 2Handelingen van gemeentelijke en provinciale organen vallen buiten het kader van dit onderzoek.

De minister wordt bij de uitvoering van zijn taak van advies gediend door een aantal adviesorganen, een belangrijk orgaan was het College Algemene Bijstandwet. Andere belangrijke adviezen worden gegeven door de adviescommissies van de Sociaal-Economische Raad. Daarnaast zijn er nog commissies die een adviestaak hebben ten aanzien van een sociale voorziening voor een specifieke groep (bijv. de Centrale Commissie Zelfstandigen en de Sociale Commissie voor Binnenschippers) en adviescommissies en werkgroepen die ad hoc zijn ingesteld (bijv. de Staatscommissies tot vervanging van de Armenwet en de Werkgroep Beeldende Kunstenaarsregeling). Niet-overheidsorganen zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten houden zich ook bezig met de advisering van de minister, maar handelingen van deze organen vallen buiten het kader van dit onderzoek.

4. Selectie

4.1. Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op de archiefbescheiden van overheidsorganen op rijksniveau, die vallen onder de werking van de artikelen 1,23, en 41 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276). Het begrip overheidsorgaan wordt in artikel 1 van de Archiefwet 1995 gedefinieerd als:

Het begrip archiefbescheiden betreft alle neerslag van de omschreven handelingen, of het nu papier of een machine-leesbaar gegevensbestand (MLG) betreft, of het zich nu in een archief, bibliotheek, op een afdeling automatisering of bij beleidsambtenaren bevindt.

De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen enerzijds archiefbescheiden die in aanmerking komen voor bewaring en overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief of een Rijksarchief in de provincie en anderzijds archiefbescheiden die (op termijn) voor vernietiging in aanmerking komen. De beslissing of neerslag van een handeling wel of niet voor bewaring in aanmerking komt, wordt genomen tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT, zoals de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur die bij de behandeling van de nieuwe archiefwet in de Tweede Kamer (13 april 1994) heeft gemeld en die luidt: 'het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen'. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als: 'het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring'.

In dit BSD wordt deze selectiedoelstelling uitgewerkt binnen het (deel)beleidsterrein sociale voorzieningen. Dit beleidsterrein vormt samen met het deelterrein sociale verzekeringen het beleidsterrein sociale zekerheid.

De handelingen van de verschillende organen worden geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie is dus de vraag aan de orde welke gegevensbestanden, behorende bij welke handeling, berustende bij welke actor, bewaard dienen te worden ten einde het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot de sociale voorzieningen op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

4.2. Selectiecriteria

Bij de selectie van handelingen is door PIVOT een aantal criteria onderscheiden dat op elk beleidsterrein of onderdeel van een terrein van toepassing is. Daarnaast is het mogelijk dat er specifieke criteria geformuleerd worden voor het desbetreffende beleidsterrein. De criteria, die in deze selectielijst zijn toegepast, worden in het onderstaande schema weergegeven. Voor het beleidsterrein sociale voorzieningen is het formuleren van specifieke criteria niet nodig gebleken.

De selectiecriteria zijn positief geformuleerd, dat wil zeggen dat zij aangegeven van welke handelingen de neerslag na het verstrijken van de wettelijk overbrengingstermijn van 20 jaar naar een Rijksarchief dient te worden overgebracht. Handelingen die aan één van de criteria voldoen, zijn met een B gewaardeerd met vermelding van het desbetreffende criterium. Handelingen die niet aan één van de criteria voldoen zijn met een V gewaardeerd, met vermelding van de minimale termijn, dat de archiefbescheiden door het orgaan, dat met de zorg ervoor belast is, bewaard moeten worden. De documentaire neerslag die uit deze handelingen voortvloeit is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het overheidsbeleid op hoofdlijnen. De V staat voor vernietigen; de neerslag van de met een V gewaardeerde handelingen kan na de voorgeschreven termijn vernietigd worden.

Selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B(ewaren)

5. Selectielijst

In de selectielijst zijn de handelingen uit het rapport 'Verstrekkende zekerheid' geordend per actor, te beginnen bij de minister van Sociale Zaken, de voornaamste actor op dit beleidsterrein. Vanwege de ordening per actor zijn handelingen die volgens het rapport door meer dan één actor worden uitgevoerd in dit BSD meer keren opgenomen. Het BSD bevat dus meer items dan het rapport. De overige actoren zijn geordend aan de hand van hoofdstuk II van het RIO 'Verstrekkende zekerheid'.

De gegevensblokken van het RIO zijn in het BSD overgenomen, ook de nummering van het RIO is in het BSD gehandhaafd. Deze doorlopende nummering in het RIO wordt dus een verspringende nummering in het BSD, vanwege de andere wijze van ordenen (nl. per actor). Handelingen die in het BSD bij verschillende actoren voorkomen hebben aan hun nummer een letter toegevoegd gekregen (bijv. 20 a), zo wordt duidelijk dat deze handeling ook door een andere actor wordt uitgevoerd. Het uitgangspunt is steeds geweest dat er een directe relatie moet worden gehandhaafd tussen het RIO en het BSD.

In de gegevensblokken is het onderdeel 'actor' weggelaten, dit is terug te vinden in de kop van de pagina. Bij de actoren is de (sub)indeling van het RIO overgenomen om enige ordening in de handelingen aan te brengen. De naam van de actor is dezelfde als die in het RIO, zie verder hoofdstuk 2 van het RIO.

Van de opmerkingen bij gegevensblokken in het RIO zijn alleen die overgenomen die toelichting geven op het product of informatie geven die relevant is voor de selectiebeslissing.

Bij het product wordt steeds het eindproduct van een handeling genoemd, waarbij als bekend wordt verondersteld dat de neerslag van het gehele proces dat geleid heeft tot dat eindproduct bewaard dient te blijven of voor vernietiging in aanmerking komt. Ook in gevallen waarbij geen eindproduct tot stand is gekomen, wordt de neerslag van de voorbereiding daartoe tot de handeling gerekend en dient deze overeenkomstig deze lijst bewaard of vernietigd te worden.

Door middel van de plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het 'Bewaren' of 'Vernietigen' van de neerslag van die handeling. Bij de handelingen die met een B gewaardeerd zijn, wordt het selectiecriterium uit het schema van § 4.2 genoemd dat tot dat voorstel geleid heeft.

Bij handelingen die met een V gewaardeerd zijn, wordt de termijn gegeven, waarna vernietiging kan plaatsvinden. Deze termijnen zijn ingevuld op grond van informatie uit bestaande vernietigingslijsten 3Met name de 'Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid' (Stcrt. 1994, 72), de 'Vernietigingslijst archiefbescheiden Rijksconsulentschappen voor Sociale Voorzieningen' (Stcrt. 1983, 156). en gesprekken met vertegenwoordigers van het juridische en administratieve belang bij de verschillende zorgdragers.

Bij handelingen die met een V gewaardeerd zijn, is de periode waarvoor deze selectielijst geldt gesteld op 1945-1996. Door middel van haakjes kan worden aangegeven dat een handeling ook in de voorafgaande periode werd uitgevoerd, bijvoorbeeld: periode: (1940) 1945 - 1963

De archiefbescheiden die betrekking hebben op de periode 1940-1945 worden op een andere wijze behandeld. Deze komen in eerste instantie voor bewaring in aanmerking op grond van algemeen selectiecriterium 9, als zijnde de neerslag van uitvoerende handelingen die direct gerelateerd zijn aan bijzondere omstandigheden i.c. de Tweede Wereldoorlog. Zij worden derhalve overgebracht naar de Rijksarchiefdienst. De Rijksarchiefdienst kan na nader onderzoek de archiefbescheiden die niet voldoen aan criterium 9 (die dus geen directe relatie hebben met de bijzondere omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog) nà machtiging van de oorspronkelijke zorgdrager op grond van artikel 6 van de Archiefwet 1995 alsnog vernietigen. 4Het betreft de handelingen onder nrs. 11a, 12a en c, 16a en b, 24a, 25a, 27a, 39a, 64, 235, 279, 281, 343, 427a en b, 450-452, 483a, 485a, 499, 505a, 517a en b. De handelingen van de minister van Binnenlandse Zaken met betrekking tot de uitvoering van de Armenwet 1912 (nrs. 45a-69a) worden buiten beschouwing gelaten, omdat de archiefbescheiden daaromtrent reeds bewerkt en overgebracht zijn (Archief van de afdeling Armwezen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (1866-) 1918 - 1947 (-1966); CAS-inventarisnr. 12, 1985).

De in de lijst genoemde termijnen worden voor wat de zaaksgewijs geordende archiefbescheiden betreft, geacht in te gaan op de eerste dag na beëindiging van de zaak waartoe de bescheiden behoren. In het geval dat tegen een beslissing beroep wordt aangetekend, wordt de zaak geacht geëindigd te zijn op het moment dat de (hoger) beroepszaak is geëindigd.

De lijst heeft geen betrekking op archiefbescheiden inzake de interne-beheer-taken van de actoren. De actoren dienen daarvoor een aparte lijst te maken. 5Voor de ministeries geldt o.a. het BSD Rijksbegroting; andere BSD's zijn nog in voorbereiding. Het ministerie van SZW hanteert voor selectie van archieven inzake de interne-beheer-taken de Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende stukken behorende tot de archieven van het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, vastgesteld bij beschikking van de ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk van 16 januari 1967, kenmerken KAZ nr. 185111 en OKN nr. 134762.

Activiteiten van ambtelijke commissies of overlegverbanden, ingesteld ter uitvoering van enige handeling, worden geacht onder die handeling te zijn begrepen.

In deze lijst zijn de handelingen van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, de directeur van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening en het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening niet opgenomen. Door deze actoren wordt voor de periode 1991-1997 een eigen selectielijst ingediend. De handelingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zoals die functioneerde voor 1991 zijn wel opgenomen.

Op 31 augustus 1998 is het geactualiseerde ontwerp-BSD door de Secretaris-Generaal aan de Staatssecretaris van OCenW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 december 1998 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de informatiebalie in de studiezaal van het Algemeen Rijksarchief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van OCenW, het Ministerie van SZW en de rijksarchieven in de provincie, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant nr. 230 van 1 december 1998.

Tijdens het driehoeksoverleg was namens het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen.

In de vergadering d.d. 16 februari 2000 van de Bijzondere Commissie Archieven van de RvC is het ontwerp-BSD behandeld, waarbij ook het verslag van het driehoeksoverleg bij de voorbereiding van het advies is meegenomen.

Op 25 mei 2000 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-99-206/5), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de selectielijst.

5.1. Overheidsorgananen

Actor: De Minister van Sociale Zaken

1. Algemene handelingen

(16) a

handeling: Het (bij K.b.) benoemen van de leden, plaatsvervangende leden, secretaris en adjunct-secretaris van (landelijke) adviescommissies.

grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 82 tweede tot en met zesde lid (b.w. Stb. 1963, 284); Instellingsbeschikkingen; Rijksgroepsregelingen; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 zesde en achtste lid; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11a en 72 vierde en vijfde lid (b.w. Stb. 1987, 631); Beeldende Kunstenaarsregelingen; Statuten van de Stichting Zeemanswelzijn art. 4; e.a.

periode: (1940) 1945 - 1987

product: beschikking / Koninklijk besluit

opmerking: In de meeste gevallen worden de leden van de commissies bij ministerieel besluit benoemd, in een klein aantal gevallen bij K.b. (bijv. de leden van de Algemene Armencommissie en de voorzitter van het College Algemene Bijstandswet).

waardering: v 10 jaar na ontslag

(17) a

handeling: Het toevoegen van ambtelijke adviseurs aan het College Algemene Bijstandswet en landelijke adviescommissies.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 zevende lid; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 72 vijfde lid (b.w. Stb. 1987, 631); Besluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1974, 359) art. 21 derde lid (b.w. Stb. 1987, 443)

periode: 1970 - 1987

product: beschikking

waardering: v 10 jaar na ontslag

(18) a

handeling: Het (bij K.b.) vaststellen van regels voor de samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van (landelijke) adviescommissies.

grondslag: o.a. Besluit tot uitvoering van art. 82 der Armenwet (Stb. 1912, 265) art. 5 (b.w. Stb. 1963, 284); Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 twaalfde lid; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11a vijfde lid en 74a (b.w. Stb. 1987, 631); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 28 vierde lid (b.w. Stb. 1986, 544); Besluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1974, 359) art. 20 zesde lid (b.w. Stb. 1981, 830) en 21 zesde lid (b.w. Stb. 1987, 443)

periode: 1940 - 1987

product: ministeriële regeling / Koninklijk besluit, onder andere:

bijstandsverlening bij aankoop van woonwagens (Stcrt. 1974, 134)

waardering b (5)

(20) a

handeling: Het verzoeken aan het College Algemene Bijstandswet of vaste adviescommissies om een commissie in te stellen voor de behandeling van bepaalde onderwerpen.

grondslag: o.a. Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 dertiende lid

periode: 1970 - 1972

product: verzoek

waardering: v 5 jaar

(21)

handeling: Het verzoeken aan de Sociaal-Economische Raad een vaste commissie ter advisering omtrent een bepaalde sociale voorziening in te stellen.

grondslag: Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K22) art. 43

periode: 1950 -

product: verzoek

waardering: b (5)

3. Bijstand en aanverwante regelingen

3.1. Algemene Bijstandswet en groepsregelingen

3.1.2. Totstandkoming van het beleid, beleidsbepaling en -evaluatie

(74) b

handeling: Het stellen van regels voor de herziening van de hoogte van de bijstand in verband met de harmonisatie van de bijstandsverlening in de gemeenten.

grondslag: Wet, houdende nadere regels van tijdelijke aard ten aanzien van de bijstand in de algemene noodzakelijke kosten van bestaan (Stb. 1971, 310) art. 2

periode: 1971 - 1974

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(75) b

handeling: Het bij amvb regels van de toekenning van de vakantie-uitkering als onderdeel van de bijstand.

grondslag: Wet, houdende nadere regels van tijdelijke aard ten aanzien van de bijstand in de algemene noodzakelijke kosten van bestaan (Stb. 1971, 310) art. 1 eerste lid onder c

periode: 1971 - 1974

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

opmerking: In 1974 werd de vakantie-uitkering een onderdeel van de landelijke normering en dus opgenomen in het B.l.n., onder art. 15.

waardering: b (4)

(79) b

handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de omvang van de buitengewone uitgaven.

grondslag: Bijstandsbesluit landelijke draagkrachtcriteria (Stb. 1980, 87) art. 15 tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(91) b

handeling: Het bij amvb vaststellen van de minimumbedragen voor bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan (in verband met de bijstandsverlening).

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 1 derde lid (b.w. Stb. 1972, 675)

periode: 1963 - 1972

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

waardering: v 5 jaar

(94) b

handeling: Het wijzigen van de normbedragen van de draagkrachtcriteria.

grondslag: Bijstandsbesluit landelijke draagkrachtcriteria (Stb. 1980, 87) art. 17; (b.w. Stb 1991, 337); Beschikking buitengewone uitgaven landelijke draagkrachtcriteria (Stcrt. 1980, 57) art. 3 (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: ministerieel besluit

waardering: v 5 jaar na vervanging

(97)

handeling: Het herzien van het bedrag aan bijstand waarboven hypotheekkrediet kan worden verleend.

grondslag: Bijstandsbesluit krediethypotheek (Stb. 1983, 602) art. 9 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200)

periode: 1983 - 1995

product: ministerieel besluit

waardering: v 5 jaar

(109) b

handeling: Het ter kennis brengen van de Staten-Generaal van het tweejaarlijkse verslag van het College Algemene Bijstandswet.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 elfde lid

periode: 1970 - 1987

product:

waardering: b (2)

grondslag: Bijstandsbesluit landelijke draagkrachtcriteria (Stb. 1980, 87) art. 15 tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

(115) b

handeling: Het bepalen wat moet worden verstaan onder inkomsten (en verwervingskosten) en bepalen of die van invloed zijn op de uitkering.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) zoals gewijzigd (Stb. 1970, 476) art. 14 (b.w. Stb. 1974, 419); Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 13 (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 13 (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 3 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 15 zesde lid en 16; gewijzigd (Stb. 1970, 475) art. 15 vierde lid en 16 (b.w. Stb. 1974, 419) e.a.

periode: 1983 - 1987

product: ministeriële regeling, onder andere:

opmerking: De regeling is tot stand gekomen gehoord de Centrale Commissie Zelfstandigen.

waardering: b (4)

(116) b

handeling: Het vaststellen van regels voor de verrekening van heffingen bij de vaststelling van de uitkering volgens een rijksgroepsregeling.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 17 (b.w. Stb. 1974, 419); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 18 tweede lid (b.w. Stb. 1974, 419) e.a.

periode: 1965 - 1974

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(118) b

handeling: Het stellen van nadere regels ter bepaling van de gevallen waarin de aanvrager als kostwinner wordt aangemerkt.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 2 tweede lid (b.w. Stb. 1984, 626); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 4 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1965 - 1986

product: ministeriële regeling

opmerking: Voor de vaststelling van de regeling diende de Centrale Commissie Zelfstandigen gehoord te worden.

waardering: b (4)

waardering: b (1)

(123)

handeling: Het stellen van regels inzake de aard en de vergoeding van scholing die ten behoeve van de arbeidsinschakeling noodzakelijk is.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 8 tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1984 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(127)

handeling: Het stellen van nadere regels inzake het door de gemeente weigeren of verlagen van bijstandsuitkering ingevolge de Rww.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 14 derde lid (b.w. Stb. 1992, 377)

periode: 1984 - 1992

product: ministeriële regeling / circulaire, onder andere:

waardering: b (4)

(129)

handeling: Het stellen van nadere regels inzake de informatieplicht van het arbeidsvoorzieningsorganisatie aan burgemeester en wethouders omtrent het gedrag van werkloze werknemers.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 15 b.w. (Stb. 1988, 309)

periode: 1984 - 1988

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(130)

handeling: Het voor de toepassing van de Rww gelijkstellen van personen met een buitenlandse nationaliteit met personen met een Nederlandse nationaliteit.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 4 (b.w. Stb. 1984, 626)

periode: 1964 - 1984

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(131)

handeling: Het regelen van gevallen waarin de netto-inkomsten van de werknemer, zijn echtgenoot en minderjarige kinderen bij het vaststellen van de uitkering niet buiten beschouwing worden gelaten.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) zoals gewijzigd (Stb. 1970, 476) art. 13 (b.w. Stb. 1974, 419)

periode: 1970 - 1974

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(132)

handeling: Het verlengen van de uitkeringsduur wanneer de werknemer langer dan 52 weken arbeidsongeschikt is.

grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 19 tweede lid

periode: 1964 - 1984

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(89)

(135) b

handeling: Het stellen van regels voor de informatieverstrekking door burgemeester en wethouders aan de Plaatselijke Commissie Zelfstandigen.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 31 vierde lid (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1969 - 1986

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(136) b

handeling: Het stellen van regels voor de toekenning van vacatiegelden door burgemeester en wethouders aan leden van Plaatselijke Commissies Zelfstandigen.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 32 (b.w. Stb. 1973, 506)

periode: 1965 - 1973

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: v 5 jaar na vervanging

(137) b

handeling: Het stellen van regels voor het bepalen wanneer iemand als zelfstandige in de zin van de rijksgroepsregelingen kan worden aangemerkt.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 2 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544); Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 1 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1965 - 1986

product: ministeriële regeling

opmerking: Voor de vaststelling van de regeling diende de Centrale Commissie Zelfstandigen gehoord te worden.

waardering: b (4)

(138) b

handeling: Het, in overeenstemming met een betrokken minister en de Centrale Commissie Zelfstandigen, bepalen welke maatregels ter sanering van een bedrijfstak de Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen voor die bedrijfstak niet toepasbaar maken.

grondslag: Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 5 (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1983 - 1986

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(140) b

handeling: Het vaststellen van regels voor het afwijken van de wettelijke uitkeringsperiode van een zelfstandige.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 26 derde lid (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1965 - 1986

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(141) b

handeling: Het stellen van regels voor de gevallen waarin de minister de Centrale Commissie niet hoeft te horen voor de bijstandsverlening aan zelfstandigen boven een bepaald bedrag.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 33 derde lid; gewijzigd (Stb. 1973, 506) art. 33 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1969 - 1986

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: v 5 jaar na vervanging

(143) b

handeling: Het stellen van regels voor het verlenen van bijstand aan oudere zelfstandigen indien het inkomen uit het bedrijf of beroep beneden het in de rijksgroepsregeling gestelde minimum is gedaald.

grondslag: Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 4 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)

periode: 1983- 1986

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(145) b

handeling: Het besluiten in bijzondere gevallen andere waarborgen voor de bestemming van een oudedagsvoorziening te aanvaarden dan de in de rijksgroepsregeling genoemde.

grondslag: Rijksgroepsregeling vrijlating oudedagsvoorziening bijzondere groepen (Stb. 1974, 825) art. 6 derde lid (b.w. 1987, 281)

periode: 1983 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(146) b

handeling: Het herzien van de hoogte van het vrij te laten vermogen van een oudere gewezen zelfstandige of werkloze werknemer bij de middelentoets voor bijstandsverlening.

grondslag: Rijksgroepsregeling vrijlating oudedagsvoorziening bijzondere groepen (Stb. 1974, 825) art. 5 derde lid (b.w. 1987, 281)

periode: 1983 - 1987

product: ministeriële regeling

opmerking: De bijna jaarlijkse herziening werd in de Staatscourant gepubliceerd

waardering: v 5 jaar na vervanging.

grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 62

(151) b

handeling: Het stellen van regels inzake gevallen waarin geen bijstand verleend wordt voor voorzieningen, die dienen tot het verkrijgen of behouden van arbeid aan gehandicapten, of inzake categorieën waarvoor van de bestaande regels afgeweken kan worden.

grondslag: Tijdelijke Rijksgroepsregeling Arbeidsinschakeling Gehandicapten (Stb. 1965, 6) art. 6 tweede lid (b.w. Stb. 1965, 444)

periode: 1965

product: ministeriële regeling

waardering: b (1)

periode: 1995 - 1997

(154) b

handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het maximumbedrag en de voorwaarden voor het verstrekken van een lening voor de woninginrichting van een toegewezen ongemeubileerde woongelegenheid.

grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 21 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 19 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148)

periode: 1965 - 1987

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(155) b

handeling: Het besluiten dat bepaalde wijzigingen in de hoogte van uitkeringen op grond van de AOW en AWW niet doorwerken in een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden en de Rijksgroepsregeling Ambonezen.

grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 393) art. 12 vierde lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 393) art. 12 vierde lid (b.w. Stb. 1987, 148)

periode: 1969 - 1987

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(156) b

handeling: Het herzien van het maximum-inkomen dat gehanteerd wordt voor de vaststelling van de periodieke uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden en de Rijksgroepsregeling Ambonezen.

grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 4 derde lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 4 derde lid (b.w. Stb. 1987, 148)

periode: 1965 - 1987

product: ministeriële beschikking, onder andere:

grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 144 zevende en tiende lid

(157)

handeling: Het, eventueel in overleg met de ministers van Financiën, Economische Zaken en eventuele vakministers, (bij amvb) vaststellen van regels voor de verlening van uitkeringen aan (gedemobiliseerde) militairen en oorlogsvrijwilligers door gemeenten.

grondslag:

periode: 1940 - 1972

product: algemene maatregel van bestuur / ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (1)

waardering: v 5 jaar na vervanging

product: onderzoeksverslagen

(159) b

handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de uitkeringsbedragen voor thuisloze personen en de daarop in mindering te brengen inkomsten van de uitkeringsgerechtigde.

grondslag: Rijksgroepsregeling thuisloze personen (Stb. 1971, 276) art. 4 tweede lid en 5 derde lid (b.w. Stb. 1984, 635)

periode: 1971-1984

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

waardering: b (6)

(165) b

handeling: Het bij amvb kunnen vaststellen vanaf welk inwonertal van een gemeente burgemeester en wethouders bevoegd zijn om bepaalde beslissingen inzake bijstandsverlening te mandateren aan gemeenteambtenaren.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 29a eerste lid; gewijzigd (Stb. 1991, 394)

periode: 1983 - 1991

product: algemene maatregel van bestuur

opmerking: Een dergelijk amvb is niet tot stand gekomen.

waardering: v 5 jaar

(166) b

handeling: Het vaststellen van regels voor de uitvoering van bepaalde rijksgroepsregelingen.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 41 (b.w. Stb. 1986, 544); Rijksgroepsregeling thuisloze personen (Stb. 1971, 276) art. 14 (b.w. Stb. 1984, 635); Rijksgroepsregeling vrijlating oudedagsvoorziening bijzondere groepen (Stb. 1974, 825) art. 8 (b.w. 1987, 281); Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 18 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1979, 667) art. 21 eerste lid; Bijstandsbesluit zelfstandigen (Stb. 1986, 544) art. 40 (b.w. Stb. 1995, 200) e.a.

periode: 1971 - 1987

product: ministeriële regeling of circulaire

3.1.3. Groepsregelingen

3.1.3.2. Handelingen geldend voor verschillende groepsregelingen

handeling: Het stellen van regels voor de uitvoering van vaststelling van de financiële draagkracht.

grondslag: Bijstandsbesluit landelijke draagkrachtcriteria (Stb. 1980, 87) art. 19

periode: 1980 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(176) b

handeling: Het voor toepassing van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden gelijkstellen van personen die voor 1 april 1964 een verblijfsvergunning hebben aangevraagd met Nederlanders.

grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 1 derde lid (b.w. Stb. 1987, 148)

periode: 1983 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(183) b

handeling: Het overnemen van een vordering van de kosten voor bijstand op een persoon van een gemeente.

grondslag: Administratieve Regels Bijstand 1965 (Beschikking van de minister van Maatschappelijk Werk, U 22 600, afd. F.Z.C. en directie M.V.) art. 2.6; Administratieve regels bijstand 1977 (Stcrt. 1976, 209) art. 28-29 (b.w. Stcrt. 1987, 188)

periode: 1983 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(186) b

handeling: Het geven van toestemming aan gemeenten om de administratie omtrent de bijstandsverlening afwijkend van de gestelde regels te voeren.

grondslag: Administratieve regels bijstand 1977 (Stcrt. 1976, 209) art. 14 (b.w. Stcrt. 1987, 188)

periode: 1983 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(192)

handeling: Het (bij amvb) vaststellen van een regeling voor de vergoeding van kosten van gemeenten ter zake van bijzondere controle ter opsporing van misbruik en fraude.

grondslag: Gemeentewet (Stb. 1983, 649) art. 237b

bron: Notitie 'Bezuinigingsmaatregels sociale zekerheid door middel van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik voor de kabinetsperiode 1987-1990' (Kamerstukken II, 1986-1987, 17 050, nr. 65)

periode: 1986 - 1994

product: algemene maatregel van bestuur / ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

waardering: b (4)

(204) b

handeling: Het verlenen van vrijstelling voor het in mindering brengen van inkomsten op de uitkering aan een uitkeringsgerechtigde.

grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 13 eerste lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 13 eerste lid (b.w. Stb. 1987, 148)

periode: 1965 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(118) b

(214)

handeling: Het treffen van maatregels om te komen tot lagere bijstandsuitgaven.

bron: Bestuursakkoord Rijk-VNG 1989

periode: 1989 - 1994

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(218)

handeling: Het verlenen van een bijdrage in de kosten van bijzondere controlewerkzaamheden aan gemeenten.

grondslag: Bijdrageregeling bijzondere controle (Stcrt. 1987, 60) art. 1; Besluit bijdrageregeling bijzondere controle (Stb. 1988, 111) art. 2; Besluit bijdrageregeling bijzondere controle 1991 (Stb. 1991, 179) art. 2

periode: 1987 - 1994

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na vaststelling

(219)

3.1.3.3. Langdurig werklozen

grondslag: Bijdrageregeling 1990 intensivering bijzondere bijstand (Stcrt. 1990, 229) art. 2-5 en 8; Bijdrageregeling 1991 intensivering bijzondere bijstand (Stcrt. 1991, 156) art. 2-5; Bijdrageregeling 1990 incentive Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1990, 233) art. 2-5; Bijdrageregeling 1991 incentive Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1992, 123) art. 2-5; Bijdrageregeling 1992 incentive Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1993, 82) art. 2-5

periode: 1990 - 1994

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na vaststelling

(220) b

handeling: Het verlenen van subsidies aan werkinrichtingen of instellingen met het oog op de bevordering van de deelname van gehandicapten aan het arbeidsproces.

grondslag: o.a. Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 18 augustus 1952, nr. C. 9590, afd. S.B. en C.A.

periode: 1952 - 1964

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na vaststelling De vaststelling van het subsidiebeleid wordt gerekend tot de handeling het vaststellen van beleid (zie nr. 1)

product: ministeriële regeling

(221) b

handeling: Het bij amvb vaststellen van regels ten aanzien van de begripsbepaling van maatschappelijke en medische dienstverlening.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 1a derde lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

(222) b

handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, vaststellen van voorschriften voor de toelating van een instelling of een persoon voor maatschappelijke of medische dienstverlening.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10c eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: ministeriële regeling, onder andere:

Opmerking: Voor het vaststellen van de algemene voorschriften (Stcrt. 1981, 101) was door de staatssecretaris van CRM overeenstemming bereikt met de staatssecretarissen van Justitie, Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Onderwijs en Wetenschappen.

waardering: b (4)

(223) b

handeling: Het bij amvb aanwijzen van categorieën van maatschappelijke of medische dienstverlening, die geen toelating behoeven aan te vragen voor vergoeding van de kosten van hun dienstverlening.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 1a vierde lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

(224) b

handeling: Het vaststellen van regels voor de procedure van (voorlopige) toelating van een instelling of persoon voor maatschappelijk of medische dienstverlening.

grondslag: Wet van 6 september 1978 (Stb. 490), houdende wijziging van de Algemene Bijstandswet, art. II achtste lid; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10b negende lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(225) b

handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, toelaten van een instelling of persoon voor maatschappelijke of medische dienstverlening tot de instellingen waarvan de kosten voor dienstverlening in de bijstand vergoed kunnen worden.

grondslag: Wet van 6 september 1978 (Stb. 490), houdende wijziging van de Algemene Bijstandswet, art. II vierde lid; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10a eerste en derde tot en met zesde lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: beschikking

opmerking: In 1979 en 1980 werden in de Nederlandse Staatscourant lijsten gepubliceerd van voorlopig toegelaten instellingen:

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(226) b

handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, groepsgewijs toelaten van instellingen voor maatschappelijke dienstverlening.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10a tweede, derde en zesde lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1985

product: beschikking, onder andere:

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(227) b

handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van bijstandsverlening door burgemeester en wethouders voor maatschappelijke en medische dienstverlening door instellingen of personen die niet toegelaten zijn.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 1b tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(228) b

handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, goedkeuren van de tarieven die toegelaten instellingen of personen berekenen voor de dienstverlening.

grondslag: Besluit algemene voorschriften indirect gefinancierde instellingen Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1981, 101) art. 15 (b.w. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(229) b

handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, goedkeuren van bepaalde wijzigingen in de beheersvorm, doelstelling, organisatiestructuur of werkwijze van een toegelaten instelling

grondslag: Besluit algemene voorschriften indirect gefinancierde instellingen Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1981, 101) art. 16 tweede lid (b.w. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

3.1.3.4. Zelfstandigen

handeling: Het beoordelen van de jaarrekening en het jaarverslag van toegelaten instellingen of personen.

grondslag: Besluit algemene voorschriften indirect gefinancierde instellingen Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1981, 101) art. 18 en 20 derde lid (b.w. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: rapport

waardering: v 5 jaar

(231) b

handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, verlenen van ontheffing van een of meer voorschriften van de algemene voorschriften.

grondslag: Besluit algemene voorschriften indirect gefinancierde instellingen Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1981, 101) art. 21 (b.w. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(233) b

handeling: Het, in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat, opstellen van een programma inzake voornemens ten aanzien van toegelaten instellingen en personen en te treffen financiële regelingen en het verslag doen over de voortgang van de werkzaamheden ingevolge het programma aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10e (b.w. Stb. 1991, 337)

periode: 1983 - 1991

product: programma en verslag

waardering: b (2)

waardering: v 5 jaar na vervanging

(234) b

handeling: Het beslissen op beroepschriften inzake de bijstandsverlening aan individuele personen.

grondslag: Sociaal-economische hulpverlening aan kleine zelfstandigen, circulaire van 18 augustus 1943, no. 1-1199 sub X; Regeling Sociaal-Economische Hulpverlening voor Zelfstandigen van 23 juli 1948, nr. S.B.C 7991 sub V; Zelfstandigenregeling 1955 (Stcrt. 1955, 183) art. 31; Uitkeringsregeling Ambonezen (Stcrt. 1956, 78) art. 14; Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stcrt. 1960, 237) art. 35; Gehandicaptenregeling 1958 (Stcrt. 1958, 247) art. 6 tweede lid e.a.

periode: 1943 - 1964

product: beschikking

Opmerking 1: De minister van Economische Zaken was betrokken bij beroepszaken ingevolge de zelfstandigenregelingen. Tot 1948 deed hij de beroepszaken af die bij zijn departement waren ingediend,na die tijd werd de beslissing door de minister van Sociale Zaken genomen in overleg met de minister van EZ.

Opmerking 2: De beroepszaken ingevolge de groepsregelingen voor Ambonezen hadden betrekking op beslissingen van het Commissariaat voor de Ambonezenzorg.

waardering: b (9)

(237) b

handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten inzake Kroonberoepen vanwege beslissingen genomen ten aanzien van individuele aanvragen van een bijstandsuitkering.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 44 (b.w. Tijdelijke Wet Kroongeschillen; Stb. 1987, 317)

periode: 1963 - 1987

product: Koninklijk besluit

waardering: v 3 jaar

(240) b

handeling: Het bemiddelen tussen twee gemeenten in domicilie-kwesties met medewerking van Gedeputeerde staten.

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 26 (b.w. Stb. 1993, 690)

periode: 1983 - 1993

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

handeling: Het vaststellen van regels voor het afwijken van de wettelijke uitkeringsperiode van een zelfstandige.

grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 26 derde lid (b.w. Stb. 1986, 544)

(243)

handeling: Het vaststellen van regelingen ten aanzien van de uitvoering van steunverlening aan werkloze werknemers door de gemeente.

grondslag: Buitengewoon Besluit Werkloozenzorg (Stb. 1944, E79) art. 3 derde lid, art. 4 eerste, derde, vierde en vijfde lid, art. 5 eerste lid

periode: 1944 - 1964

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering b (4)

(245)

handeling: Het aanwijzen van een sociale werkvoorzieningsregeling op grond waarvan arbeid in dienstbetrekking kan worden verricht zoals bedoeld in art. 2 WWV.

grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1967, 396) art. 3 (b.w. Stb. 1981, 132)

periode: 1965 - 1981

product: ministeriële regeling, onder andere:

opmerking: Sedert 1 april 1981 (Wet van 26 maart 1981, Stb. 132) valt deze categorie van werknemers onder de Wet werkloosheidsvoorziening.

waardering: b (4)

waardering: b (4)

(143) b

(256)

handeling: Het gelijkstellen van personen die niet in Nederland hun woonplaats hebben met personen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister, voor de toepassing van de Sociale Voorziening voor werklozen

grondslag: Sociale Voorziening nr. 8347, 30 juni 1952 art. 9

periode: 1952 - 1965

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(267)

handeling: Het treffen van een voorziening ten behoeve van de werknemer wanneer de Arbeidsvoorzieningsorganisatie weigert een verklaring af te geven bij werkaanvaarding tegen een lager loon.

grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1974, 66) art. 30 g eerste lid (b.w. Stb. 1986, 567)

periode: 1974 - 1987

product: beschikking

opmerking: Het betreft hier individuele gevallen. Voor het nemen van de beslissing hoort de minister de Commissie van Bijstand en Advies van de Raad voor de Arbeidsmarkt. De functie van deze regeling is na de stelselherziening overgenomen door de Premieregeling aanvaarding lager loon (zie i.o. Arbeidsvoorzieningsbeleid)

waardering: v 5 jaar

(269)

handeling: Het bij of krachtens amvb stellen van nadere uitvoeringsregels in het kader van toekenning loonsuppletie bij werkaanvaarding tegen een lager loon.

grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1974, 66) art. 30 c vierde lid, art. 30g tweede lid (b.w. Stb. 1986, 567)

periode: 1974 - 1987

product: amvb

opmerking: Voor het vaststellen van de maatregel dienen de Adviescommissie Werkloosheidsvoorziening en Commissie van Bijstand en Advies van de Raad voor de Arbeidsmarkt te worden gehoord. Per 1 september 1987 (tot 1 januari 1991) is de functie van dit hoofdstuk overgenomen door de Premieregeling aanvaarding lager loon (Stcrt 1987, 169) ingetrokken bij besluit (Stcrt. 1990, 251) (zie i.o. Arbeidsvoorzieningsbeleid)

waardering: b (4)

(270)

handeling: Het toekennen van vergoedingen t.b.v. voorzieningen ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, aan andere rechtspersonen dan gemeenten.

grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 508) art. 36a (b.w. Stb. 1993, 682)

periode: 1988 - 1993

product: besluit

waardering: v 5 jaar na vaststelling

(271)

handeling: Het bij of krachtens amvb stellen van nadere regels ten aanzien voorzieningen ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid.

grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 508, 1988) art. 36 vierde lid (b.w. Stb. 1993, 682)

periode: 1988 - 1993

product: algemene maatregel van bestuur

waardering: b (4)

grondslag: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Stb. 1995, 203) art. 27

(272)

handeling: Het beslissen op een verzoek van de gemeente tot toekenning van een uitkering aan werkloze werknemers van 65 jaar en ouder.

grondslag: Sociale Voorziening no. 3171, 1955 art. 54 tweede lid

3.1.3.5. Gehandicapten

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(273)

handeling: Het op verzoek van de gemeente verlenen van goedkeuring om af te wijken van de artikelen met betrekking tot inschrijving bij het arbeidsbureau en scholing.

grondslag: Sociale Voorziening nr. 8347, 1952 art. 56

periode: 1952 - 1964

3.1.3.6. Gerepatrieerden en Ambonezen

waardering: v 5 jaar

(274)

handeling: Het beslissen over de verlening van bijzondere sociale bijstand aan een individueel geval wanneer de Rijksconsulent en het gemeentebestuur geen overeenstemming kunnen bereiken

grondslag: Sociale Voorziening no. 3171, 1955 art. 63

periode: 1955 - 1964

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(275)

handeling: Het beslissen op een verzoek van de gemeente tot toekenning van een vergoeding voor verzekeringsverplichtingen aan werkloze werknemers.

grondslag: Sociale Voorziening nr. 8347, 1952 art. 53 derde lid gewijzigd bij no. 3171, 1955 art. 53 zesde lid

periode: 1952 - 1964

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(276)

handeling: Het beslissen in geschillen wanneer de plaatselijke contact commissie en het gemeentebestuur niet tot overeenstemming kunnen komen over een bepaald geval.

grondslag: Sociale Voorziening nr. 8347, 1952 art. 15 zesde lid

periode: 1952 - 1964

3.1.3.7. Militairen

waardering: v 5 jaar

(277)

handeling: Het beslissen op een verzoek van het gemeentebestuur om een werkloze werknemer die niet onder een van de categorieën van art. 19 WWV valt een uitkering te verstrekken.

grondslag: Sociale Voorziening nr. 8347, 30 juni 1952 art. 19a

periode: 1952 - 1964

product: besluit

waardering: v 5 jaar

(279)

handeling: Het geven van goedkeuring aan de gemeente inzake het aantal controleurs voor de controle van uitkeringsgerechtigde werkloze werknemers en de hoogte van hun beloning.

grondslag: Buitengewoon Besluit Werkloozenzorg (Stb. 1944, E79) art. 6 tweede lid

periode: (1944) 1945 - 1964

product:

waardering: v 5 jaar

3.1.3.8. Thuisloze personen

handeling: Het geven van toestemming voor het opnemen van een vrouwelijke werkneemster in de Overbruggingsregeling.

grondslag: Overbruggingsregeling afd. S.B. nr. 12547, 24 juli 1947 art. B lid a

periode: 1947 - 1952

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

waardering: b (4)

3.3. IOAW en IOAZ

(162) b

handeling: Het bij amvb kunnen aanwijzen van de gemeente die bijstand moet verlenen aan (groepen) personen die in een bepaald gebied verblijven.

(300)

handeling: Het bij amvb kunnen vaststellen vanaf welk inwonertal van een gemeente burgemeester en wethouders bevoegd zijn om bepaalde beslissingen ingevolge de IOAW en IOAZ te mandateren aan gemeenteambtenaren.

grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 32 eerste lid; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 32 eerste lid

periode: 1987 - 1991

product: algemene maatregel van bestuur

opmerking: Een dergelijk amvb is niet tot stand gekomen. Bij de wetswijziging van 22 mei 1991 (Stb. 394) werd aan de gemeentebesturen meer beleidsvrijheid toegekend, waaronder de vrijheid om het nemen van bepaalde beslissingen in bijstandszaken te mandateren aan ambtenaren.

waardering: v 5 jaar na vervanging

periode: 1983 - 1995

product: ministeriële regeling

(315)

handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten inzake beroepen bij de Kroon tegen beslissingen genomen ten aanzien van aanvragen van een sociale- voorzieningsuitkering in individuele gevallen ingevolge de IOAW en IOAZ.

grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 45-46 (b.w. Stb. 1993, 690); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 45-46 (b.w. Stb. 1993, 690)

periode: 1987 - 1994

product: Koninklijk besluit

waardering: v 5 jaar

waardering: b (4)

(317)

handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de vaststelling van het netto-inkomen en -uitkeringen, het tijdvak waarin deze genoten zijn en bepaling van het minimumniveau voor het recht op een eenmalige uitkering.

grondslag: Wet van 23 september 1981 (Stb. 1981, 624) art. 4 derde lid en 20; Wet van 7 oktober 1982 (Stb. 1982, 568) art. 4 derde lid en 24; Wet van 28 september 1983 (Stb. 1983, 542) art. 4 derde lid en 24; Wet van 5 oktober 1984 (Stb. 1984, 446) art. 5 vijfde lid en 25; Wet van 3 juli 1985 (Stb. 1985, 417) art. 5 vijfde lid en 26; Wet van 3 juli 1986 (Stb. 1986, 376) art. 5 vijfde lid en 26; Wet van 26 november 1987 (Stb. 1987, 537) art. 5 vijfde lid (en 26)

periode: 1981 - 1987

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(318)

handeling: Het stellen van regels voor de toepassing van de 'inkomensbesluiten eenmalige uitkering'.

grondslag: Inkomensbeschikking eenmalige uitkering 1981 voor gehuwden en ongehuwden met ten minste één kind (Stcrt. 1981, 246) art. 13; Inkomensbeschikking eenmalige uitkering 1982 (Stcrt. 1982, 247) art. 13; Inkomensbeschikking eenmalige uitkering 1983 (Stcrt. 1984, 2) art. 13; Inkomensbesluit uitkering 1984 aan de echte minima (Stcrt. 1984, 211) art. 12; Inkomensbesluit uitkering 1985 aan de echte minima (Stcrt. 1985, 179) art. 12; Uitvoeringsbesluit uitkering 1986 aan echte minima (Stcrt. 1986, 181) art. 14; Inkomensbesluit uitkering 1987 aan echte minima (Stcrt. 1987, 247) art. 13

periode: 1981 - 1988

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(322)

handeling: Het aanwijzen van de ambtenaar die belast is met de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde eenmalige uitkeringen.

grondslag: Wet van 23 september 1981 (Stb. 1981, 624) art. 13 eerste lid; Wet van 7 oktober 1982 (Stb. 1982, 568) art. 16 eerste lid; Wet van 28 september 1983 (Stb. 1983, 542) art. 16 eerste lid; Wet van 5 oktober 1984 (Stb. 1984, 446) art. 17 eerste lid

periode: 1981 - 1985

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: v 5 jaar na vervanging

(332)

handeling: Het stellen van regels voor de uitvoering van de Wet eenmalige toelage 1990.

grondslag: Wet eenmalige toelage 1990 (Stb. 1990, 652) art. 9

periode: 1990 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(333)

handeling: Het vergoeden van de eenmalige toelagen (1990) voor IOAW- en IOAZ-gerechtigden aan de gemeenten.

grondslag: Wet eenmalige toelage 1990 (Stb. 1990, 652) art. 7 derde lid

periode: 1990 - 1991

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

waardering: b (4)

(170)

handeling: Het stellen van regels voor het in aanmerking nemen van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen.

(340)

handeling: Het vaststellen van regelingen ten aanzien van de uitvoering van sociale werkvoorziening door gemeenten.

grondslag:

periode: 1940 - 1968

product: ministeriële regelingen onder andere

waardering: b (4)

(343)

handeling: Het indelen van de gemeenten in klassen op grond waarvan de hoogte van uitkeringen onder meer ingevolge de Loonregeling tewerkstelling hoofdarbeider wordt bepaald.

grondslag: Loonregeling tewerkstelling hoofdarbeiders, doss. 66-0 no. 10 Afd. W 6 september 1943; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 61

periode: (1943) 1945 - 1969

product: beschikking, onder andere:

waardering: v 5 jaar na vervanging

(344)

handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van plaatselijke sociale werkvoorzieningscommissie inzake instelling en taken, vacatiegelden en reis- en verblijfkosten van leden, aanwijzing van centrale organisaties en het verstrekken van inlichtingen door het gemeentebestuur.

grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 4 tweede lid; gewijzigd (Stb. 1981, 363) art. 4 zevende lid, art. 5 eerste lid, art. 6 eerste lid (b.w. Stb. 1988, 440)

periode: 1969 - 1988

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: v 5 jaar

(345)

handeling: Het bij amvb of ministeriële regeling stellen van regels inzake het aantal dienstbetrekkingen dat door het gemeentebestuur tot stand wordt gebracht.

grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 7 derde tot en met zesde lid (b.w. Stb. 1988, 440)

periode: 1969 - 1988

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(347)

handeling: Het stellen van regels inzake de vereisten, waaraan leidinggevende functionarissen van een werkverband moeten voldoen.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 49 derde lid; Besluit organisatie sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 512) art. 12 tweede lid (b.w. Stb. 1988, 663)

periode: 1963 - 1988

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar

(348)

handeling: Het stellen van regels inzake het aantal werknemers, werkzaam in een werkverband.

grondslag: Besluit organisatie sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 512) art. 16 (b.w. Stb. 1988, 663)

periode: 1969 - 1988

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar

periode: 1996 -

(350)

handeling: Het goedkeuren van de indeling door het gemeentebestuur van een taak in een functieclassificatiesysteem.

grondslag: Sociale werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders (Stcrt.1953, 32) art. 12 tweede lid

periode: 1953 - 1968

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar

(351)

handeling: Het goedkeuren van tarieven die gebruikt worden bij de berekening van het loon.

grondslag: Sociale werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders (Stcrt. 1953, 32) art. 14

periode: 1953 - 1968

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar

(352)

handeling: Het verlenen van toestemming aan het gemeentebestuur voor de verstrekking van een toeslag in bepaalde gevallen cq om af te wijken van geldende bepalingen opgenomen in regelingen ten aanzien van de uitvoering van de sociale werkvoorziening

grondslag: Sociale werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders (Stcrt.1953, 32) art. 4 tweede lid, 15, 18 tweede lid, 19, 20 en 28; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders van 21 december 1949 art. VII derde lid; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1952, 130) art. 7 tweede lid, art. 21 en 25; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 54 eerste lid, 80 tweede lid, 96; Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) zoals gewijzigd (Stb. 1986, 299) art. 30 tweede lid (b.w. Stb. 1988, 440); Besluit organisatie sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 512) art. 3 tweede lid (b.w. Stb. 1988, 663)

periode: 1952 - 1988

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(354)

handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van het Besluit vrijwillig vervroegde uittreding sociale werkvoorziening.

grondslag: Besluit vrijwillig vervroegde uittreding sociale werkvoorziening (Stb. 1981, 472) art. 2 derde lid, art. 13 (b.w. Stb. 1994, 579)

periode: 1981 - 1994

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(359)

handeling: Het aanwijzen van bescheiden die de werknemer bij vestiging in het buitenland, bij het uitbetalen van een bijzondere spaarrekening dient te overleggen.

grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) art. 9d (b.w. Stb. 1991, 765)

periode: 1969 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(360)

handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van het vaststellen van een premiespaarregeling door het gemeentebestuur.

grondslag: Besluit premiespaarregelingen sociale werkvoorziening (Stb. 1969, 113) art. 3 (b.w. Stb. 1991, 765)

periode: 1969 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(361)

handeling: Het toestaan dat bij overlijden van een rekeninghouder het tegoed wordt aangewend tot verruiming of vestiging van aanspraken bij een andere oudedagsvoorziening ten gunste van werknemers of houders van rekeningen.

grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) zoals gewijzigd (Stb. 1969, 439) art. 9e (b.w. Stb. 1991, 765)

periode: 1969 - 1991

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(362)

handeling: Het aanwijzen van een kredietinstelling waar het gemeentebestuur een rekening kan openen ten behoeve van de oudedagsvoorziening van werknemers.

grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) art. 9b tweede lid (b.w. Stb. 1990. 343)

periode: 1969 - 1990

product: aanwijzing

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(363)

handeling: Het overeenkomen van voorwaarden met kredietinstellingen in het kader van de overdracht van spaartegoeden van kredietinstellingen aan het pensioenfonds.

grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) zoals gewijzigd (Stb. 1990, 343) art II

periode: 1990 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(378)

handeling: Het stellen van regels m.b.t. het opleggen door het gemeentebestuur van disciplinaire maatregels aan werknemers.

grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) art. 20 (b.w. Stb. 1991, 765)

periode: 1969 - 1991

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging of b (6)

periode: 1994 -

(379)

handeling: Het geven van toestemming aan het gemeentebestuur voor tewerkstelling van werknemers, het verlengen van de periode van de tewerkstelling en de totstandbrenging van een object.

grondslag: Gewijzigde regeling inzake werkverruiming werkzoekende hoofdarbeiders april 1947 art. C tweede, derde en zesde lid, art. E eerste lid; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders van 21 december 1949 art. IV tweede lid; gewijzigd bij (Stcrt. 1952, 130) art. 11 tweede lid

periode: 1947 - 1963

product: beschikking

waardering: b (6)

(382)

handeling: Het besluiten om de uitvoering van een object en/of een sociale werkvoorzieningsregeling aan een rechtspersoon of natuurlijke persoon te delegeren of het geven van toestemming aan het gemeentebestuur om hiertoe te besluiten.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1952, 30) art. 7 tweede lid; Sociale werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders (Stcrt. 1953, 32) art. 5 tweede en derde lid; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 5 eerste lid

3.1.5. Toezicht

product: beschikking

waardering: b (6)

(383)

handeling: Het stellen van nadere regels inzake het voeren van de administratie door het gemeentebestuur.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 86 tweede lid

periode: 1963 - 1968

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(384)

handeling: Het beslissen op een verzoek tot goedkeuring van de gemeente inzake toepassing van de GSW-regeling in een sociale werkplaats.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 2 tweede lid

periode: 1963 - 1969

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(385)

handeling: Het stellen van voorwaarden voor plaatsing van werknemers bij een werkvoorzieningsschap

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 21 tweede lid

periode: 1963 - 1969

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

(386)

handeling: Het stellen van nadere regels inzake het uitvoeringsplan van een werkobject

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 43 eerste lid

periode: 1963 - 1969

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

3.1.6. Financiering

handeling: Het ontheffen van gemeentebesturen van de plicht om bij het tot stand brengen van een gemeenschappelijke regeling, vooraf te overleggen met de betrokken commissie.

grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 8 eerste lid (b.w. Stb.1988, 440)

periode: 1969 - 1988

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(388)

handeling: Het vaststellen van het normaantal werknemers op grond waarvan het aantal aanstellingsuren van de bedrijfsarts bij een werkvoorzieningsschap worden bepaald.

grondslag: Besluit organisatie sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 512) art. 8 derde lid (b.w. Stb. 1988, 663)

periode: 1969 - 1988

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(393)

handeling: Het bij of krachtens amvb gelijkstellen van een groep personen die niet in Nederland hun woonplaats hebben met personen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister.

grondslag: Wet sociale werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 47 eerste lid (b.w. Stb. 1986, 299)

periode: 1969 - 1986

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

waardering: v 5 jaar na vervanging

(400)

handeling: Het aangeven wanneer voor het verstrekken van een geldelijke tegemoetkoming, goedkeuring van de minister of rijksconsulent noodzakelijk is.

grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 27 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 299)

periode: 1969 - 1991

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

(402)

handeling: Het bij of krachtens amvb bepalen over welke uitgaven de gemeente advies moet vragen bij de rijksconsulent.

grondslag: Wet sociale werkvoorziening (Stb.1967, 687) zoals gewijzigd (Stb. 1981, 765) art. 42b tweede lid (b.w. Stb. 1988, 440)

periode: 1982 - 1989

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere

waardering: b (4)

waardering: b (4)

(406)

handeling: Het stellen van regels bij de berekening van de subsidie ten aanzien van de hoogte van het percentage van de salariskosten voor leidinggevende personen

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 91 zesde lid

periode: 1963 - 1969

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar

(407)

handeling: Het vaststellen van regels voor een door het gemeentebestuur te verstrekken vergoeding ten behoeve van kosten van de werknemer

grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 27 eerste lid (b.w. Stb. 1986, 299); Besluit geldelijke tegemoetkomingen sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 514) art. 4 (b.w. Stb. 1991, 765)

periode: 1969 - 1991

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

(412)

handeling: Het stellen van nadere regelingen ter uitvoering van het Besluit vaststelling saldo exploitatierekening werkverbanden der sociale werkvoorziening en advies over belangrijke uitgaven.

grondslag: Besluit vaststelling saldo exploitatierekening werkverbanden der sociale werkvoorziening en advies over belangrijke uitgaven (Stb. 1981, 765) art. 5

periode: 1982 - 1989

product: ministeriële regeling

waardering: v 5 jaar na vervanging

waardering: v 5 jaar na vaststelling

(414)

handeling: Het beslissen in een geschil tussen het gemeentebestuur en de plaatselijke commissie voor sociale werkvoorziening .

grondslag: Sociale werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders (Stcrt.1953, 32) art. 7 derde lid, art. 8 tweede lid; Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 14 tweede lid

periode: 1953 - 1968

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(415)

handeling: Het goedkeuren van gemeentelijke beslissingen inzake een klacht van een werknemer wanneer deze beslissing afwijkt van het advies van de plaatselijke commissie voor sociale werkvoorziening.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 32 vierde lid

periode: 1963 - 1968

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

3.1.6.3. Indirect gefinancierde instellingen

handeling: Het beslissen op een beroep ingesteld door een werknemer inzake strafoplegging door het gemeentebestuur.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 38 derde lid

periode: 1963 - 1968

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(420)

handeling: Het behandelen van een beroep ingesteld door het gemeentebestuur tegen een besluit genomen door de Rijksconsulent op grond van de Wet sociale werkvoorziening.

grondslag: Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 99; Wet sociale werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 39 eerste lid (b.w. Stb. 1988, 440)

periode: 1963 - 1988

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(421)

handeling: Het beslissen bij geschillen tussen het gemeentebestuur en een privaat-rechtelijke rechtspersoon over een besluit tot aanwijzing als werkverband van een organisatorische eenheid.

grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 11 derde lid (b.w. Stb. 1988, 440)

periode: 1969 - 1988

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:

waardering: b (4)

(224) b

(428)

handeling: Het beslissen, eventueel na advies van de minister van Cultuur, inzake verzoeken van gemeenten of kunstenaars om een deskundig oordeel over de artistieke kwaliteiten van ingezonden kunstwerken.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. VI.

periode: 1949 - 1952

product: beschikking

waardering: v 5 jaar N.B. De neerslag van deze handeling is reeds vernietigd op grond van oude vernietiginsglijsten of incidentele machtiging.

(430)

handeling: Het verlenen van goedkeuring inzake individuele uitzonderingen en bijzondere toekenningen met betrekking tot uitkeringen.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 6-7, 15 onder b, 36; Beeldende Kunstenaars Regeling 1956 (Stcrt. 1956, 132) art. 5 tweede lid, 18 tweede lid, 27-28, 41; Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 3 tweede lid, 13 onder d, 49; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 22 en, (sinds Stcrt. 1974, 178), art. 3 tweede lid

periode: 1949 - 1987

product: beschikking

opmerking: Hieronder moet verstaan worden het geven van toestemming tot opname in de BKR van kunstenaars die niet aan de gestelde voorwaarden voldoen, het verlengen van uitkeringen, het geven van toestemming voor bijzondere opdrachten (muurschilderingen, vaste objecten) enz.

Het verzoek voor dergelijke uitzonderingen werd door het gemeentebestuur ingediend bij de Rijksconsulent, die dit weer doorstuurde naar het Ministerie. In een aantal gevallen werd alvorens het verzoek toe te zeggen of af te wijzen de Centrale Commissie gehoord.

waardering: v 5 jaar N.B. De neerslag van deze handeling is reeds vernietigd op grond van oude vernietiginsglijsten of incidentele machtiging.

(436)

handeling: Het beslissen op door kunstenaars ingediende verzoeken om revisie van beslissingen door gemeentebesturen genomen.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 30; Beeldende Kunstenaars Regeling 1956 (Stcrt. 1956, 132) art. 36; Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 45; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 37

periode: 1952 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(438)

handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Cultuur, goedkeuren van de benoeming van voorgedragen leden in plaatselijke commissies voor sociale kunstopdrachten en het aanwijzen van ministeriële vertegenwoordigers daarin.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. III tweede lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 10; Beeldende Kunstenaars Regeling 1956 (Stcrt. 1956, 132) art. 11; Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 7; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 7

periode: 1949 - 1987

product: beschikking

opmerking: Vanaf 1956 kon de goedkeuring stilzwijgend geschieden.

waardering: v 5 jaar

(440)

handeling: Het (vanaf 1964 stilzwijgend) goedkeuren van de samenwerking tussen gemeenten inzake de vorming van een commissie voor sociale kunstopdrachten

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. III derde lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 11; Beeldende Kunstenaars Regeling 1956 (Stcrt. 1956, 132) art. 11; Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 7; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 7 onder b

periode: 1949 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(441)

handeling: Het vergoeden aan gemeenten van (een gedeelte van) de kosten die op grond van de BKR zijn uitgekeerd.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. VII eerste lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 31 en 32; Beeldende Kunstenaars Regeling 1956 (Stcrt. 1956, 132) art. 37; Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 46; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 38

periode: 1949 - 1987

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

periode: 1983 - 1991

(443)

handeling: Het verlenen van toestemming aan gemeentebesturen om bij de verdeling van de kunstwerken af te wijken van de voorgeschreven verdelingsverhouding.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 48; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 40 (b.w. Stcrt. 1974, 198)

periode: 1964 - 1974

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(444)

handeling: Het registreren van de kunstwerken die op grond van de BKR zijn aangekocht en de verdeling van die werken tussen het Ministerie en de gemeenten.

grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. VII derde lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 34; Beeldende Kunstenaars Regeling 1956 (Stcrt. 1956, 132) art. 40 eerste lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1964 (Stcrt. 1964, 36) art. 47 vijfde lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1971 (Stcrt. 1971, 250) art. 39 vierde lid

periode: 1949 - 1987

product: registraties

waardering: v 5 jaar

(445) a

handeling: Het verlenen van toestemming aan gemeenten om aan kunstenaars opdrachten voor muurschilderingen en andere moeilijk verdeelbare kunstwerken te verstrekken.

3.1.7. Rechtsbescherming

periode: 1952 - 1971

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(446)

handeling: Het stellen van regels voor het in bruikleen geven van aan het Rijk toebehorende kunstwerken, die aangekocht zijn ingevolge de BKR.

bron: Memo van dhr. Kooyman d.d. 13 november 1950 (archief Directie CSV)

periode: 1949 - 1964

product: ministeriële regeling

waardering: b (4)

(447)

handeling: Het in bruikleen geven van aan het Rijk toebehorende kunstwerken die aangekocht zijn ingevolge de BKR.

bron: Nota van het hoofd van de afdeling Sociale Bijstand, d.d. 1 mei 1951, no. 5580 S.B. (archief Directie CSV)

periode: 1949 - 1964

product: bruikleen overeenkomst

opmerking: Deze handeling werd vanaf 1964 door de Dienst Verspreide Rijkscollecties verricht.

waardering: v 5 jaar na beëindiging van de overeenkomst

grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 26 (b.w. Stb. 1993, 690)

(449)

handeling: Het voorbereiden en vaststellen van beleid inzake overheidsbemoeienis met en ondersteuning van havenarbeidsreserves en loongarantieregelingen voor havenarbeiders.

grondslag:

periode: 1940 - 1972

product: beleidsnota, beleidsplan

waardering: b (1)

(450)

handeling: Het goedkeuren van loongarantieregelingen ten behoeve van havenarbeiders en van wijzigingen daarin.

grondslag:

3.2. Wet werkloosheidsvoorziening

3.2.2. Totstandkoming van het beleid

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(451)

handeling: Het verlenen van rijksbijdragen in de kosten voor loongarantieregelingen ten behoeve van de bestaanszekerheid van havenarbeiders.

bron: Rijksbegrotingen

periode: (1940) 1945 - 1972

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(452)

handeling: Het controleren van de toepassing van loongarantieregelingen ten behoeve van havenarbeiders.

grondslag:

periode: (1940) 1945 - 1972

product: controlerapport

waardering: v 5 jaar

(244)

handeling: Het stellen van nadere regels voor het vaststellen van gevallen waarin een werknemer geheel of gedeeltelijk is aangewezen op het verrichten van arbeid in een dienstbetrekking.

grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 2 tweede lid

periode: 1965 - 1995

product: ministeriële regeling, onder andere:

waardering: b (4)

(478) a

handeling: Het instellen van Centrale en Regionale Commissies voor cultureel werk in arbeiderskampen en geven van regels ten aanzien van taak, organisatie en werkwijze.

grondslag:

periode: 1940 - 1973

product: ministeriële regeling, onder andere:

opmerking: Het instellen van Regionale Commissies gebeurde tot 1957 door de CCCA. In de periode 1957-1969 door de minister, op voordracht van de CCCA.

waardering: b (5)

(479) a

handeling: Het benoemen van leden van de Centrale en Regionale Commissies voor cultureel werk in arbeiderskampen en toevoegen van een secretaris en adviserende leden.

grondslag: Beschikking van de minister van Openbare Werken en Wederopbouw van 11 april 1946, no. 733, art. 3 en 5; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 11, 12, 14 en 19; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 7-9

periode: 1946 - 1973

product: beschikking

opmerking: Bij de benoeming en het ontslag der leden werd de CCCA/SCCW gehoord.

waardering: v 5 jaar na ontslag

(483) a

handeling: Het, gehoord de CCCA/SCCW, benoemen van personeel (o.a. cultureel werkers) bij de CCCA/SCCW en de Regionale Commissies voor de uitoefening van de taak.

bron: Brief van de minister van Sociale Zaken, d.d. 4 november 1938, nr. 19-2923

Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 21; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 11 en 12

periode: (1939) 1945 - 1973

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na ontslag

3.2.3. Adviesorganen

handeling: Het vergoeden van de personele en materiële kosten van het sociaal-cultureel werk in arbeiderskampen.

bron: Rijksbegrotingen

grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 22 en 31; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 14, 20-21

periode: (1939) 1945 - 1973

product: beschikking

waardering: v 5 jaar

(487) b

handeling: Het goedkeuren van de jaarlijkse begrotingen van de CCCA/SCCW en het geven van aanwijzingen voor de besteding van bepaalde begrotingsgelden.

grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 23-25; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 16

periode: 1946 - 1973

product: beschikking, aanwijzing

waardering: b (1)

3.2.4. Uitvoering

handeling: Het geven van aanwijzingen aan de CCCA/SCCW voor het opstellen van de jaarlijkse begroting.

grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 23; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken en van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 15

periode: 1946 - 1973

product: aanwijzing

waardering: v 5 jaar na geldigheidsduur

(489) b

handeling: Het vaststellen van beleid inzake sociaal-cultureel werk in arbeiderskampen.

grondslag:

periode: 1946 - 1990

product: beleidsnota, beleidsplan

waardering: b (1)

(494) e

handeling: Het organiseren van sociaal-culturele activiteiten voor arbeiders die in groepsverband in woonoorden of op andere plaatsen buiten hun woonplaats gehuisvest zijn.

bron: jaarverslagen

grondslag: Beschikking van de minister van Openbare Werken en Wederopbouw van 11 april 1946, no. 733; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 6; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 4

periode: 1946 - 1990

product:

opmerking: vanaf 1973 waren sociaal-cultureel werkers de daadwerkelijke uitvoerders van deze handeling.

waardering: v 3 jaar

(496)

handeling: Het stellen van financiële voorwaarden voor het organiseren van bepaalde activiteiten van sociaal-cultureel werk.

grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 14

periode: 1969 - 1990

product: beschikking

waardering: v 5 jaar na vervanging

(498)

handeling: Het beslissen in gevallen wanneer de gedelegeerde van de minister meent dat een besluit van de CCCA/SCCW of een Regionale Commissie niet strookt met het algemeen ministerieel beleid.

grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 5 december 1957 (Stcrt. 1957, 241) art. 26-28; Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 24 januari 1969 (Stcrt. 1969, 27) art. 17

periode: 1946 - 1973

product: beschikking

waardering: b (6)

(499)

handeling: Het toekennen van subsidie aan kerken en instellingen voor de geestelijke verzorging van in kampen gehuisveste en daarmee gelijkgestelde arbeiders.

bron: Rijksbegrotingen

periode: (1940) 1945 - 1990

product: toekenningsbrief, beschikking

waardering: v 5 jaar na vaststelling De vaststelling van het subsidiebeleid wordt gerekend tot de handeling het vaststellen van beleid (zie nr. 489)

waardering: b (4)

(259)

(512) a

handeling: Het uitbrengen van evaluatieverslagen aan de Staten-Generaal over de uitvoering van de Wet voorzieningen gehandicapten.

grondslag: Wet voorzieningen gehandicapten (Stb. 1993, 545) art. 22

periode: 1994 -

product: evaluatieverslag, onder andere:

waardering: b (2)

handeling: Het stellen van nadere regels inzake de inkomsten die op de uitkering in mindering worden gebracht.

(514)

handeling: Het vaststellen van beleid inzake hulpverlening in natura aan minvermogenden.

bron: Staatsalmanakken

periode: 1940 - 1965

product: beleidsnota's

opmerking: In veel gevallen zal dit beleid samen met andere ministeries, zoals Binnenlandse Zaken, Financiën en Landbouw, vastgesteld zijn.

waardering: b (1)

(515)

handeling: Het zorgdragen voor uitvoeringsorganisaties voor hulpverlening in natura aan minvermogenden.

grondslag:

periode: 1940 - 1965

product: organisatiebesluit, contract, subsidie

waardering: b (5)

(516) a

handeling: Het geven van voorschriften voor de distributie van levensmiddelen.

grondslag:

periode: 1940 - 1965

product: voorschriften, circulaire

waardering: b (4)

(518)

handeling: Het vergoeden van (een deel van de) exploitatiekosten van instellingen voor massavoeding aan gemeenten.

grondslag:

periode: 1940 - 1950

product: beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij o.a. om Centrale Keukens, maaltijden aan geëvacueerden en schoolvoeding.

waardering: b (9)

product: circulaires, onder andere:

waardering: b (4)

(1) b

handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de sociale voorzieningen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)