← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling vermogenswaardering Ioaz

Geldende tekst a fecha 2024-07-01

Gelet op artikel 8, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen,

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De waarde van het vermogen bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet, wordt vastgesteld onmiddellijk nadat het bedrijf of beroep is beëindigd.

Artikel 3
1.

Vermogen is de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden.

2.

Bezittingen zijn:

3.

Schulden zijn:

Artikel 4
1.

Tot de bezittingen behoren niet:

Artikel 5
1.

Mits niet deel uitmakend van het vermogen van een onderneming behoren niet tot de bezittingen:

2.

Tot de schulden behoren niet premies en bijdragen ter zake van rechten welke ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel a en b en artikel 5, eerste lid, onderdeel a, b en c niet tot de bezittingen behoren.

3.

Het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, wordt met ingang van de dag waarop het netto minimumloon zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag wijzigt, met het percentage van deze wijziging gewijzigd en wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Artikel 6
1.

Bezittingen belast met vruchtgebruik of recht van gebruik worden aangemerkt als bezittingen van de blote eigenaar tenzij het een door een of beide ouders van de gewezen zelfstandige bewoonde woning betreft. In dat geval wordt deze woning aangemerkt als bezit van de vruchtgebruiker.

2.

Schulden die behoren tot met vruchtgebruik belast vermogen worden aangemerkt als schulden van de blote eigenaar, tenzij het schulden betreft die behoren tot een door een of beide ouders van de gewezen zelfstandige bewoonde woning.

Artikel 7
1.

Tot de schulden wordt mede gerekend de inkomstenbelasting die de gewezen zelfstandige na het begin van het kalenderjaar verschuldigd kan worden ter zake van:

2.

De in het eerste lid bedoelde belasting wordt gesteld op:

Artikel 8
1.

Bezittingen en schulden worden in aanmerking genomen voor de waarde in het economisch verkeer.

2.

Bezittingen en schulden die, al dan niet tezamen, in het economisch verkeer als een eenheid plegen te worden beschouwd, worden als eenheid in aanmerking genomen.

3.

Bezittingen belast met vruchtgebruik of recht van gebruik worden in aanmerking genomen voor 80% van de waarde bedoeld in het eerste lid indien de bezitting onbezwaard zou zijn. Schulden behorende tot het met vruchtgebruik belast vermogen worden in aanmerking genomen voor 80% van de in de het eerste lid bedoelde waarde.

4.

De eigen woning waarvan de gewezen zelfstandige eigenaar is en die tot zijn hoofdverblijf dient wordt gewaardeerd naar 60% van de waarde in het economisch verkeer, indien de woning in volle eigendom en onbezwaard (vrij) wordt opgeleverd. Hetzelfde geldt voor de eigen woning direct gekocht na verkoop van de bedrijfswoning.

5.

Voor de waardering van effecten die zijn genoteerd aan de Euronext effectenbeurs te Amsterdam wordt voor de toepassing van het eerste lid, de waarde in het economisch verkeer gesteld op de slotnotering die is vermeld in de Officiële prijscourant, uitgegeven door de AEX-Data Services, die geldt naar het tijdstip waarnaar de waarde moet worden bepaald.

6.

De veldinventaris wordt gewaardeerd op basis van de gemaakte kosten, waaronder begrepen arbeidskosten.

Artikel 9
1.

Land- en tuinbouwgrond kan bij overdracht van ouders aan kinderen en bij uittreding uit een samenwerkingsverband of rechtspersoon, bij voortzetting van het bedrijf als volwaardig bedrijf, worden gewaardeerd naar de waarde in verpachte staat.

Artikel 10
1.

Bij het in aanmerking nemen van bezittingen en schulden wordt geen rekening gehouden met:

Artikel 11

Indien bezittingen in het zicht van de beëindiging van het bedrijf of beroep zijn verkocht of overgedragen en dit, gelet op de aard en strekking van de wet, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt, stellen burgemeester en wethouders de waarde van deze bezittingen vast op basis van de waarde in het economisch verkeer bij verkoop zonder bezwaring.

Artikel 12

Burgemeester en wethouders kunnen artikel 8, derde lid, buiten toepassing laten, indien toepassing van die waardering zal leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 13

Het besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 juni 1987, houdende nadere regels voor de vaststelling van de waarde van het eigen vermogen bij beëindiging van het bedrijf of beroep (Stcrt. 122) wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vermogenswaardering Ioaz.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.