← Geldende tekst · Geschiedenis

Voorschrift Vreemdelingen 2000

Geldende tekst a fecha 2018-05-23

in overeenstemming, voor zoveel nodig, met zijn ambtgenoten van Buitenlandse Zaken, Defensie en Financiën,

Gelet op de artikelen 6, eerste lid, 9, derde lid, 14, 20, 24, tweede lid, 25, tweede lid, 28, 33, 42, vierde lid, 47, eerste lid, onder c, 50, vierde lid, 55, eerste lid, 56. eerste lid, 59, 62, vierde lid, en 63, tweede en derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Stb. 2000, 495) en de artikelen 1.4, 2.2, eerste lid, 2.3, derde lid, onder a en b, 2.4, derde lid, zesde lid onder a, en achtste lid, 2.6, zesde lid, 2.7, vijfde lid, 2.11, derde lid, 3.1, 3.4, vierde lid, 3.12, derde lid, 3.21, 3.23, vierde lid, onder c, 3.29, derde lid, 3.31, tweede lid, onder d, 3.33, tweede lid, 3.43, vierde lid, 3.44, tweede lid, 3.74, onder b en c, 3.75, vierde lid, 3.77, vierde lid, 3.79, tweede lid, 3.86, negende lid, 3.99, eerste lid, 3.108, eerste en tweede lid, 3.110, tweede lid, 4.2, tweede en vierde lid, 4.9, onder a, 4.11 eerste lid, onder a, 4.15, tweede lid, 4.21, eerste lid, onder a, b en c, 4.29, derde lid, 4.36, 4.38, 4.51, tweede lid, 5.5, eerste en tweede lid, 6.1, 6.2, 8.1 en 8.2 van het Vreemdelingenbesluit (Stb. 2000, 497),

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Afdeling 1. Definitiebepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2

Ter uitvoering van een verdrag waarbij de grenscontrole is verlegd naar de buitengrenzen, wordt onder 'Nederland' in de artikelen 4.7 en 4.8 mede verstaan het grondgebied van andere bij dat verdrag aangesloten landen waarover de werking van dat verdrag zich uitstrekt.

Artikel 1.3

Voorzover uit een wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit, worden de bevoegdheden genoemd in deze regeling uitgeoefend namens de Minister. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden worden de algemene en bijzondere aanwijzingen van de Minister in acht genomen.

Afdeling 2. De referent

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1.4

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor arbeid als kennismigrant of voor een overplaatsing binnen een onderneming, draagt er zorg voor dat de vreemdeling bij de werving en selectie op de hoogte wordt gesteld van de relevante regelgeving.

Artikel 1.5

De referent van een vreemdeling die in het kader van uitwisseling als au pair in Nederland verblijft of wil verblijven draagt er zorg voor dat:

Artikel 1.6

De referent van een vreemdeling die in het kader van uitwisseling als uitwisselingsjongere, niet zijnde een au pair, in Nederland verblijft of wil verblijven draagt er zorg voor dat:

Artikel 1.7

Vervallen

Artikel 1.8

De referent van een vreemdeling die in Nederland wil verblijven voor studie in het hoger onderwijs draagt er zorg voor dat alleen studenten worden geworven die toelaatbaar tot de opleiding zijn en dat de vreemdeling bij de werving en selectie op de hoogte wordt gesteld van de relevante regelgeving.

Artikel 1.9
1.

Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor studie, kan ook als referent optreden de krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderwijsinstelling, waaraan de vreemdeling voortgezet onderwijs volgt of wil volgen, die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, en die:

2.

Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor studie, kan ook als referent optreden de krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderwijsinstelling, waaraan de vreemdeling middelbaar beroepsonderwijs volgt of wil volgen die, voor zover op grond van de Handelsregisterwet 2007 vereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de wet, en die is aangesloten bij de Gedragscode internationale student middelbaar beroepsonderwijs niveau 4 en is opgenomen in het daarbij behorende register.

Artikel 1.10

Als referent van een vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht of wil verrrichten kan slechts optreden:

Paragraaf 2. Erkenning als referent

Artikel 1.11
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag om de erkenning als referent is de aanvrager een bedrag van € 3.861 verschuldigd.

2.

In afwijking van het eerste lid is de aanvrager ter zake van de afdoening van een aanvraag om de erkenning als referent een bedrag van € 1.930 verschuldigd, indien:

Artikel 1.12

De aanvrager om erkenning als referent die niet op grond van de Handelsregisterwet 2007 inschrijvingsplichtig is en niet is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, verstrekt bij de aanvraag de naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het burgerservicenummer en de functie van iedere bestuurder van de onderneming of rechtspersoon.

Artikel 1.13
1.

De aanvrager om erkenning als referent legt bij de aanvraag een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008 over, die op de datum van de aanvraag niet ouder is dan drie maanden.

2.

In afwijking van het eerste lid verstrekt de aanvrager een ondernemingsplan indien de onderneming nog geen anderhalf jaar bestaat of nog geen anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht, tenzij:

3.

Indien de aanvrager een vestiging van een onderneming betreft die onderdeel uitmaakt van een buitenlandse onderneming, kan de aanvrager, in afwijking van het eerste en tweede lid, de continuïteit en solvabiliteit aantonen door een verklaring van bekendheid van de Netherlands Foreign Investment Agency van het Ministerie van Economische Zaken over te leggen.

4.

Indien er naar het oordeel van de Minister of de Minister van Economische Zaken twijfel bestaat of de continuïteit en solvabiliteit voldoende zijn gewaarborgd verstrekt de aanvrager, in afwijking van het eerste, tweede en derde lid:

5.

Voor de beoordeling of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende zijn gewaarborgd, worden de bewijsmiddelen, bedoeld in het tweede en vierde lid, ter advisering voorgelegd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 1.14

Een onderneming die zich bezig houdt met arbeidsbemiddeling of het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b en c, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs wordt alleen erkend als referent indien de onderneming is opgenomen in het register van de Stichting normering arbeid.

Artikel 1.15

De aanvrager om erkenning als referent legt desgevraagd een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over.

Artikel 1.16
1.

Als administraties, bedoeld in artikel 2d, eerste lid, en 2t, eerste lid, onder a, van de Wet, zijn aangewezen de administraties vermeld in kolom A van bijlage 20 bij deze regeling.

2.

Als gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 2d, derde lid, en 2t, vierde lid, van de Wet, zijn aangewezen de gegevens en bescheiden vermeld in kolom B van bijlage 20 bij deze regeling.

Hoofdstuk 1a. Nationale visa

Artikel 1.17
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een terugkeervisum is de vreemdeling een bedrag van € 150 verschuldigd.

2.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling die valt onder artikel 1, eerste lid, van de Wet betreffende de positie van Molukkers, geen leges verschuldigd.

3.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 2963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971,70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, een bedrag van € 44 verschuldigd.

Hoofdstuk 2. Toegang

Artikel 2.1
1.

Als luchthavens, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit, zijn aangewezen:

2.

De Minister kan bepalen dat de verplichtingen ingevolge artikel 2.2 van het Besluit voor één of meer vervoerders vanaf één of meer van de in het eerste lid, onder a, genoemde luchthavens tijdelijk worden opgeschort.

3.

De Minister kan bepalen dat de verplichtingen ingevolge artikel 2.2 van het Besluit van toepassing zijn op één of meer vervoerders door wiens tussenkomst de aanvoer van niet- of onvoldoende gedocumenteerde vreemdelingen op korte termijn vanaf een bepaalde, niet in het eerste lid, onder a, genoemde luchthaven aanzienlijk is toegenomen.

Artikel 2.1a
1.

De vervoerder, bedoeld in artikel 2.2a, eerste lid, van het Besluit, verzamelt de passagiersgegevens, bedoeld in artikel 2.2a, derde lid, van het Besluit, ten aanzien van alle passagiers die hij naar een luchthaven in Nederland vervoert vanaf een luchthaven die niet in de Europese Unie of een land dat betrokken is bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis gelegen is.

2.

De vervoerder zendt de krachtens het eerste lid verzamelde passagiersgegevens elektronisch, voor het einde van de instapcontroles aan de ambtenaar belast met de grensbewaking aan het door die ambtenaar aangegeven adres.

3.

De ingevolge het tweede lid te zenden gegevens worden verzonden in een bericht met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST).

Artikel 2.2

Als de staten, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, onder a, van het Besluit, zijn aangewezen de staten, vermeld in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 2.3

Als de categorieën vreemdelingen, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, onder b, van het Besluit zijn aangewezen de vreemdelingen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, voor zover de vreemdeling:

Artikel 2.4

Als de vliegvelden in Nederland, bedoeld in artikel 2.4, derde lid, van het Besluit, zijn aangewezen de vliegvelden, vermeld in bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 2.5

Vervallen

Artikel 2.6
1.

De aantekening, bedoeld in artikel 2.4, vijfde lid, van het Besluit, luidt: 'Toegang tot het Beneluxgebied verleend van (datum) tot (datum), artikel 2.4, tweede/vijfde lid, Vreemdelingenbesluit (inreisstempel en handtekening van ambtenaar die toegang verleent)'.

2.

Het model van de afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang op grond van artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit blijkt, is opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

Artikel 2.7

Vervallen

Artikel 2.8

Vervallen

Artikel 2.9

Voor de ondertekening door een daartoe solvabele derde van de garantverklaring, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, van het Besluit, wordt bij het verlenen van toegang aan:

Artikel 2.10
1.

De ambtenaren, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onder a en b, dan wel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, zijn bevoegd een machtiging tot voorlopig verblijf dan wel terugkeervisum in te trekken dan wel te annuleren op de gronden en in de gevallen, bedoeld in artikel 2m, derde en vierde lid, van de Wet.

2.

De ambtenaren belast met de grensbewaking zijn bevoegd de vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd, de maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet, op te leggen dan wel deze in overeenstemming met artikel 6a van de Wet voort te zetten.

3.

De bevoegde ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst kunnen besluiten de maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, voort te zetten in overeenstemming met artikel 6a van de Wet.

4.

De oplegging of opheffing van de maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van de Wet, met toepassing van artikel 6, zesde lid, van de Wet vindt plaats door de bevoegde ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Hoofdstuk 3. Verblijf

Afdeling 1. Bescheiden rechtmatig verblijf

Artikel 3.1
1.

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d, van de Wet, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten, waarbij het vastgestelde model van dat document wordt aangegeven:

2.

De beperking waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt verleend, wordt vermeld op het document, bedoeld in het eerste lid, onder a.

3.

Op het document, bedoeld in het eerste lid, onder b, c, d en e, wordt de aantekening gesteld ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. Op het document, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt de aantekening gesteld:

4.

De aantekening, bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Besluit luidt: ‘beroep op algemene middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht’.

5.

De documenten, bedoeld in het eerste lid, zijn ingevolge artikel 4.21, eerste lid, onder a, van het Besluit tevens vastgesteld als document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d, van de Wet.

6.

Als aanvullend document is aangewezen het document van het model dat als bijlage 7l bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 3.2
1.

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven:

2.

Op de documenten en verklaringen, bedoeld in het eerste lid, wordt de aantekening gesteld: ‘arbeid toegestaan; tewerkstellingsvergunning niet vereist’.

3.

Op de documenten en verklaringen, bedoeld in het eerste lid, kan de aantekening worden gesteld:

4.

De documenten, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, zijn ingevolge artikel 4.21, eerste lid, onder b, van het Besluit tevens vastgesteld als document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet.

Artikel 3.2a
1.

In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, wordt op de documenten en verklaringen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, de aantekening gesteld: ‘arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’, indien het een vreemdeling betreft die de nationaliteit bezit van Bulgarije of Roemenië. Dezelfde aantekening wordt gesteld op de documenten en verklaringen van de echtgenote dan wel geregistreerde partner, van de in de voorgaande volzin bedoelde vreemdeling, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, ongeacht hun nationaliteit, voorzover zij geen onderdaan zijn van een staat die op 31 december 2006 partij was, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onder b, en evenmin van Cyprus of Malta.

2.

Het voorgaande lid is niet van toepassing indien de vreemdeling, bedoeld in de eerste volzin ervan, op of na 1 januari 2007 legaal in Nederland verbleef en diens toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt die dag gold voor de duur van ten minste twaalf onafgebroken maanden, ingevolge een tewerkstellingsvergunning of blijkens een daartoe strekkende aantekening op een eerder verleende verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 van de Wet, van zodanige duur.

Artikel 3.3
1.

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder f tot en met h, van de Wet, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven:

2.

Het document, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c en d, zijn ingevolge artikel 4.21, eerste lid, onder c en d, van het Besluit tevens vastgesteld als geldend document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen.

3.

De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder c, luidt: ‘verlenging aangevraagd voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 14 Vw 2000 op (datum). TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormelde aanvraag is beslist’.

4.

De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder e, luidt: 'aanvraag ingediend/verlenging aangevraagd voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 14/20/33/45a Vw 2000 op (datum). arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormelde aanvraag is beslist'.

5.

De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder f, luidt: 'bezwaarschrift ingediend of beroep rechtbank ingediend op (datum). Arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormeld bezwaar/beroep is beslist.'

6.

De aantekening bedoeld in het eerste lid, onder g, luidt: ‘verblijf als bedoeld in artikel 8, onder m, van de Wet. Arbeid niet toegestaan. Geldig tot (datum).’

7.

De aantekening, bedoeld in het derde lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening verstrijkt voordat een beslissing op de aanvraag is genomen, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste drie maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening ‘vervallen’ geplaatst.

8.

De aantekeningen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, hebben een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening verstrijkt voordat een beslissing is genomen op de aanvraag, onderscheidenlijk het bezwaar of beroep, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening 'vervallen' geplaatst.

Artikel 3.4
1.

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet blijkt, is aangewezen de Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat als bijlage 7g bij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening, bedoeld in het tweede lid.

2.

De tekst van de aantekening, bedoeld in het eerste lid, luidt: 'aangemeld op (datum) voor verblijf op grond van artikel 12 Vw 2000 tot (datum). arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingvergunning wel/niet vereist'. Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, wordt de aantekening omtrent aanmelding aangevuld met 'voor verblijf als zeeman tot (datum)'.

Artikel 3.5

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder j, van de Wet, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven:

Artikel 3.6

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder k, van de Wet, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen:

Artikel 3.7
1.

Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder l, van de Wet blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven:

2.

Artikel 3.1, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.8
1.

De stickers van de modellen die als bijlagen 7g, 7h en 7i bij deze regeling zijn gevoegd, worden geplaatst:

2.

Op de stickers, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetekend:

Artikel 3.9
1.

Documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a, b, d, e, f, g – laatstgenoemde twee onderdelen voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning bedoeld in artikel 14 – alsmede i, l en m van de Wet blijkt, worden verstrekt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

2.

Documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder c, f, g – laatstgenoemde twee onderdelen voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning bedoeld in de artikelen 28 en 33 – alsmede j en k van de Wet blijkt, worden verstrekt door de korpschef.

3.

In afwijking van het eerste lid worden documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a, f of g, van de Wet – voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder p, van het Besluit in het kader van mensenhandel of eergerelateerd geweld – blijkt, verstrekt door de korpschef.

Afdeling 2. De verblijfsvergunning regulier

Paragraaf 1. Inburgering in het buitenland

Artikel 3.10
1.

De vreemdeling die een beroep doet op artikel 3.71a, tweede lid, onder c, van het Besluit en daarbij medische omstandigheden aanvoert, overlegt een verklaring van het model dat als bijlage 19 bij deze regeling is gevoegd, dat is ingevuld en ondertekend door een door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aangewezen arts. De verklaring mag niet ouder zijn dan zes maanden bij de indiening van de aanvraag.

2.

De kosten van een consult bij een door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aangewezen arts of deskundige zoals bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van de vreemdeling.

3.

De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt aan de aangewezen arts aangeboden met de in bijlage 19 opgenomen begeleidende brief en het in bijlage 19 opgenomen ingevulde registratieformulier.

Artikel 3.11
1.

De examenprogramma’s, bedoeld in artikel 3.98a, derde en zesde lid, van het Besluit, die zijn opgenomen in het zelfstudiepakket Naar Nederland, zijn verkrijgbaar bij alle erkende boekhandels en via internetboekhandels.

2.

De adviesprijs van het zelfstudiepakket bedraagt € 25.

Artikel 3.12

De kosten, bedoeld in artikel 3.98b, tweede lid, van het Besluit bedragen € 150 en worden voldaan door storting of overschrijving van het verschuldigde bedrag in Euro op een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen bankrekening.

Artikel 3.13

De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit die lager onderwijs in de Nederlandse taal, als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet, heeft gevolgd, overlegt:

Artikel 3.14

Vervallen

Artikel 3.15

Vervallen

Paragraaf 2. Verlening onder beperking en voorschriften

Artikel 3.16
1.

Bij een beroep op artikel 3.80a, tweede lid, onder e, of artikel 3.96a, tweede lid, onder e, van het Besluit overlegt de aanvrager de beschikking, waarbij ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering is verleend.

2.

Bij een beroep op artikel 3.80a, derde lid, of artikel 3.96a, derde lid, van het Besluit overlegt de aanvrager het advies, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering, dat niet ouder is dan zes maanden.

3.

Ter zake van de door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap afgenomen toets of de vreemdeling het leervermogen heeft om het examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen, is de vreemdeling aan DUO een bedrag van € 150 verschuldigd.

4.

Ter zake van het advies, bedoeld in het tweede lid, is de vreemdeling aan de door de Minister voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onafhankelijk medisch adviseur een bedrag van € 240,79 verschuldigd.

Artikel 3.17

Vervallen

Artikel 3.17a

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden worden verleend aan de vreemdeling met de Afghaanse nationaliteit, die een verwesterde, schoolgaande en minderjarige vrouw is.

Artikel 3.18

Als de landen, bedoeld in de artikelen 3.21, 3.23, vierde lid, onder c, 3.24a, eerste lid, onder c, 3.30c, tweede lid, onder d, 3.33, tweede lid, onder c en 3.79, tweede lid, van het Besluit, zijn aangewezen:

Artikel 3.18a

Vervallen

Artikel 3.18b

Vervallen

Artikel 3.18c

Vervallen

Artikel 3.19
1.

Voor alleenstaanden in de zin van artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet en alleenstaande ouders in de zin van artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet zijn de in artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet bedoelde middelen van bestaan in ieder geval voldoende, indien de som van het loon, bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen, uit arbeid in loondienst, het bruto inkomen uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een socialeverzekeringswet waarvoor premies zijn afgedragen, de bruto-winst uit arbeid als zelfstandige en het inkomen uit eigen vermogen ten minste gelijk is aan 70 procent van het minimumloon, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, onder a, en 14, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.

2.

Voor degene die het verblijf in Nederland financiert van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling, voor zover de vreemdeling als au pair verblijft of wil verblijven of van medische behandeling, zijn de middelen van bestaan in ieder geval voldoende, indien de in het eerste lid bedoelde som ten minste gelijk is aan het in het eerste lid of artikel 3.74, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bedoelde bedrag voor de categorie waartoe die persoon behoort, aangevuld met 50 procent van het in het eerste lid bedoelde minimumloon.

3.

Voor degene die het verblijf in Nederland financiert van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie, zijn de middelen van bestaan voldoende, indien de in het eerste lid bedoelde som ten minste gelijk is aan het normbedrag voor uitwonende studenten, bedoeld in de Wet op de Studiefinanciering 2000, aangevuld met het eerste lid of artikel 3.74, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bedoelde bedrag voor de categorie waartoe de persoon behoort die het verblijf financiert.

4.

Voor degene die het verblijf in Nederland financiert van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van medische behandeling en van zijn gezinsleden, zijn de middelen van bestaan in ieder geval voldoende, indien de in het eerste lid bedoelde som ten minste gelijk is aan het in het eerste lid of artikel 3.74, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bedoelde bedrag voor de categorie waartoe die persoon behoort, aangevuld met:

Artikel 3.20
1.

Middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige zijn eerst duurzaam, indien zij gedurende ten minste anderhalf jaar zijn verworven en nog een jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag strekt tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige.

Artikel 3.20a
1.

Het puntenstelsel, bedoeld in artikel 3.30, tweede lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 8a bij deze regeling.

2.

Met de arbeid als zelfstandige is een wezenlijk Nederlands belang gediend, indien aan de vreemdeling met toepassing van het puntenstelsel, bedoeld in het eerste lid, ten minste 30 punten worden toegekend voor elk van de drie navolgende criteria: diens persoonlijke ervaring, diens ondernemingsplan als voor diens toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.

3.

In afwijking van het tweede lid geldt dat met de arbeid als zelfstandige tevens een wezenlijk Nederlands belang is gediend, indien aan de vreemdeling met toepassing van het puntenstel, bedoeld in het eerste lid, minder dan 30 punten worden toegekend voor diens toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie en ten minste 45 punten worden toegekend voor diens persoonlijke ervaring en ten minste 45 punten voor diens ondernemingsplan.

4.

Het puntenstelsel is niet van toepassing op vreemdelingen met de nationaliteit van de Republiek Turkije die zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefenen. De toetsingscriteria waar de vreemdeling met de nationaliteit van de Republiek Turkije die zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent aan moet voldoen zijn opgenomen in bijlage 8aa bij deze regeling.

Artikel 3.20b
1.

Verblijf in het kader van arbeid als zelfstandige als bedoeld in artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit, is mogelijk indien de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister beschikt over een betrouwbare deskundige begeleider en voldoet aan artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit. De beoordeling geschiedt aan de hand van bijlage 8b bij deze regeling.

2.

Het verblijf kan door de vreemdeling of een persoon of rechtspersoon gezamenlijk worden bekostigd.

3.

Indien het verblijf middels periodieke betalingen wordt bekostigd, zijn middelen van bestaan slechts duurzaam, indien naar het oordeel van Onze Minister voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom.

4.

Middelen van bestaan zijn duurzaam, indien deze op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als het voorgenomen verblijf in Nederland zal duren, beschikbaar zijn.

5.

Middelen van bestaan zijn eveneens duurzaam, indien op een ten name van de vreemdeling gestelde bankrekening in Nederland, dan wel op de bankrekening van de begeleider, een bedrag beschikbaar is, gelijk aan het maandelijkse normbedrag, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, vermenigvuldigd met twaalf, of zoveel minder als het voorgenomen verblijf in Nederland zal duren.

6.

De verblijfsvergunning kan worden afgewezen indien de vreemdeling en de begeleider van elkaar bloedverwant zijn tot en met de derde graad.

Artikel 3.21

Als opleiding of studie, bedoeld in artikel 3.41, eerste lid, onder c, van het Besluit zijn aangewezen:

Artikel 3.22
1.

In het kader van studie wordt onder voldoende middelen van bestaan verstaan:

2.

Indien de studie en het verblijf middels periodieke betalingen worden bekostigd, zijn middelen van bestaan in afwijking van artikel 3.75 van het Besluit slechts duurzaam, indien naar het oordeel van Onze Minister voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom.

3.

Middelen van bestaan zijn duurzaam, indien deze op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als de voorgenomen studie in Nederland zal duren, beschikbaar zijn.

4.

Middelen van bestaan zijn eveneens duurzaam, indien op een ten name van de vreemdeling gestelde bankrekening in Nederland, dan wel op de bankrekening van de onderwijsinstelling waar de student zich heeft ingeschreven, een bedrag beschikbaar is, gelijk aan het maandelijkse normbedrag, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met twaalf of zoveel minder als het aantal maanden dat de voorgenomen studie in Nederland zal duren.

Artikel 3.23

Als buitenlandse onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit, zijn aangewezen de onderwijsinstellingen opgenomen in de top-200 van de algemene ranglijsten en de beschikbare ranglijsten per faculteit en vakgebied van:

Artikel 3.24
1.

Verblijf in het kader van uitwisseling is mogelijk indien de vreemdeling achttien jaar of ouder, maar jonger dan eenendertig jaar is.

2.

In afwijking van het eerste lid is verblijf mogelijk als de vreemdeling tussen de vijftien en achttien jaar is, voor zover:

3.

In een uitwisselingsprogramma, als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, onder a, van het Besluit, wordt in ieder geval opgenomen:

4.

Vervallen.

5.

Een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met uitwisseling in het kader van Europees Vrijwilligerswerk kan worden verleend indien de vreemdeling een overeenkomst heeft gesloten met de referent, en daarin is opgenomen:

Artikel 3.24a

De aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet in het kader van uitwisseling, ten behoeve van een uitwisselingsjongere, niet zijnde een au pair, wordt niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet afgewezen indien de uitwisselingsjongere in zijn eigen levensonderhoud voorziet.

Artikel 3.25

Het model van de antecedentenverklaring, bedoeld in de artikel 3.77, elfde lid, en artikel 3.86, achttiende lid, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 12 bij deze regeling.

Artikel 3.25a

Vervallen

Paragraaf 3. Procedurele bepalingen

Artikel 3.26
1.

De door de vreemdeling ingediende aanvraag, bedoeld in artikel 3.99, eerste lid, van het Besluit, wordt ingediend door tussenkomst van de erkende referent.

2.

De erkende referent kan de aanvraag indienen ten behoeve van een gezinslid als bedoeld in artikel 3.14 van het Besluit.

Artikel 3.26a

Vervallen

Artikel 3.27

Vervallen

Artikel 3.28

Vervallen

Artikel 3.29

Vervallen

Artikel 3.30

Vervallen

Artikel 3.31

Vervallen

Artikel 3.32

Vervallen

Artikel 3.33

Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in de artikelen 14 en 20 van de Wet, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen de vreemdelingenadministratie en de BRP worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben.

Artikel 3.33a

De artikelen 3.99a en 3.102b van het Besluit zijn niet van toepassing op de vreemdeling:

Artikel 3.33b

Vervallen

Artikel 3.33c

Vervallen

Artikel 3.33d

Vervallen

Artikel 3.34

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen onderscheidenlijk verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, is de vreemdeling die niet in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, voor een verblijfsdoel als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III verschuldigd.

I. Verblijfsdoel II. Verlening of wijziging III. Verlenging
a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’ € 240 € 240
b. ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’ € 161 of als vermogende vreemdeling: € 2.137 € 161, of als vermogende vreemdeling: € 1.069
c. ‘arbeid als zelfstandige’ In het kader van ‘arbeid als zelfstandige’ als bedoeld in artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit € 321, overige € 1.325 € 355
d. ‘arbeid als kennismigrant’ € 582 € 355
e. ‘verblijf als houder van de Europese blauwe kaart’ € 661 € 355
f. ‘seizoenarbeid’ € 570 niet van toepassing
g. ‘overplaatsing binnen een onderneming’ € 582 € 355
h. ‘arbeid in loondienst’ € 909 € 355
i. ‘grensoverschrijdende dienstverlening’ € 909 € 355
j. ‘onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801’ € 321 € 321
k. ‘lerend werken’ € 570 niet van toepassing
l. ‘arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel’ € 0 € 0
m. ‘studie’ € 192 € 161
n. ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ € 285 niet van toepassing
o. ‘uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag’ € 283 niet van toepassing
p. ‘medische behandeling’ In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 1.016 In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 355
q. ‘tijdelijke humanitaire gronden’ In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 321, overige € 0 In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 321, overige € 0
r. ‘het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap € 1.016 € 355
s. ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ In het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 161, overige € 1.016 In het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 161, overige € 355
t. alle overige verblijfsdoelen € 1.016 € 355
Artikel 3.34a

In afwijking van artikel 3.34 geldt voor de navolgende categorieën vreemdelingen als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III.

I. Categorie II. Verlening of wijziging III. Verlenging
a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’ indien het een kind betreft die verblijf vraagt bij een ouder € 240 € 161
b. gezinslid van een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen welk gezinslid het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aanvraagt € 161 € 161
c. houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in een andere lidstaat of een gezinslid daarvan die een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet aanvraagt € 161 € 161
d. vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971, 70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie € 51 € 51
e. vreemdeling die in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet € 51 € 51
f. vreemdeling met de nationaliteit van Australië, Canada, Nieuw Zeeland dan wel Zuid-Korea die het verblijfsdoel ‘uitwisseling’ aanvraagt, in het kader van het Working Holiday Scheme of het Working Holiday Programme € 51 niet van toepassing
g. vreemdeling met de nationaliteit van Canada die het verblijfsdoel ‘lerend werken’ aanvraagt, in het kader van het Young Workers Exchange Programme € 51 niet van toepassing
h. vreemdeling die werkzaamheden als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb. 2007, 25) verricht en het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt € 65 € 65
i. vreemdeling die met het oog op de voorlaatste alinea van de brief van 21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, behorend bij het op 21 december 2007 te New York tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor Libanon (Trb. 2007, 228), het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt € 65 € 65
j. vreemdeling die het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aanvraagt en die om vrijstelling van leges verzoekt, daarbij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM en aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen € 0 € 0
k. vreemdeling die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, voor een verblijfsdoel verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden of met een ander verblijfsdoel dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit € 0 niet van toepassing
l. minderjarig kind dat een aanvraag indient voor ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij een vreemdeling die verblijf heeft gekregen of heeft aangevraagd voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’, tenzij die verblijfsvergunning is verleend op grond van artikel 3.48, eerste lid, onder g, of 3.48, tweede lid, onder a, van het Besluit € 0 € 0
m. de vreemdeling in aanmerking komt voor verlenging van de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel van 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid voor verblijf bij een vreemdeling aan wie in het kader van dreigend eergerelateerd geweld, slachtoffer mensenhandel of huiselijk geweld, een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden is verleend niet van toepassing € 0
n. de broer en zus die een aanvraag indienen voor ‘verblijf als familie- en gezinslid’ bij een vreemdeling die verblijf heeft gekregen of heeft aangevraagd voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’ in het kader van het beleid voor de Afghaanse vreemdeling die een verwesterde, schoolgaande en minderjarige vrouw is € 0 € 0
o. vreemdeling die een aanvraag indient in het geval, bedoeld in artikel 3.101, tweede lid, van het Besluit € 0 niet van toepassing
p. de vreemdeling waaraan een verblijfsvergunning is verleend in het kader van verblijf als gezinslid van een militair verbonden aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier (Joint Force Command-headquarters) onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ € 240 € 0
Artikel 3.34b

In aanvulling op artikel 3.34 en 3.34a kan de Minister in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken bepalen dat de vastgestelde leges niet zijn verschuldigd in het belang van de internationale betrekkingen.

Artikel 3.34c
1.

In afwijking van artikel 3.34 en 3.34a is de vreemdeling voor een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet een bedrag van € 376 verschuldigd die:

2.

In afwijking van artikel 3.34 en 3.34a is de vreemdeling voor een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, in een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, voor een verblijfsdoel verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden op grond van artikel 3.50, eerste lid, of artikel 3.51, eerste lid, aanhef en ander a, ten eerste, van het Besluit, een bedrag van € 240 verschuldigd.

Artikel 3.34d

In afwijking van artikel 3.34 is de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, indien:

Artikel 3.34e

Vervallen

Artikel 3.34f

Vervallen

Artikel 3.34g
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, is de vreemdeling een bedrag van € 161 verschuldigd.

2.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling van Turkse nationaliteit en aan wie het verrichten van arbeid is toegestaan ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, een bedrag van € 51 verschuldigd.

3.

In afwijking van het eerste lid is het toegelaten gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in het derde lid, ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, een bedrag van € 51 verschuldigd.

4.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, tweede lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder b en e, van de Wet blijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.34h
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

2.

Onverminderd artikel 3.34g, derde en vierde lid, is de vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971, 70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.34i

Vervallen

Artikel 3.34j
1.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a, van de Wet blijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 132 verschuldigd.

2.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder b, van de Wet blijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 132 verschuldigd.

3.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet blijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

4.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd ter zake van de afgifte van een vervangend document:

5.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van € 132 verschuldigd ter zake van de afgifte van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a, van de Wet blijkt, voor zover de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid.

Artikel 3.34ja

In afwijking van de tarieftabel in artikel 3.34a, rij d tot en met g, en de artikelen 3.34g, tweede tot en met het vijfde lid, 3.34h, eerste en tweede lid, en 3.34j, derde en vierde lid, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 29 verschuldigd.

Artikel 3.34jb

In afwijking van de tarieftabel in artikel 3.34, rij a, de tarieftabel in artikel 3.34a, rij a tot en met c, en de artikelen 3.34c, tweede lid, 3.34g, eerste lid, en 3.34j, tweede en vijfde lid, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.34k
1.

Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a of b, van de Wet blijkt, aan de minderjarige vreemdeling die voor de eerste keer een zelfstandig verblijfsdocument aanvraagt, is de vreemdeling een bedrag van € 106 verschuldigd.

2.

Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet blijkt, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 29 verschuldigd.

3.

In afwijking van het eerste lid is de minderjarige vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.34j, vierde lid, onderdeel c een bedrag van € 29 verschuldigd.

Artikel 3.34l
1.

Als administraties, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, onder a, van de Wet, zijn aangewezen de administraties vermeld in kolom A van bijlage 21 bij deze regeling.

2.

Als gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 24a, vierde lid, van de Wet, zijn aangewezen de gegevens en bescheiden vermeld in kolom B van bijlage 21 bij deze regeling.

Artikel 3.34m

Indien de referent de eigen verklaring, bedoeld in artikel 24a, tweede lid, van de Wet, niet kan afleggen, legt hij voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, de gegevens en bescheiden over op basis waarvan de Minister kan vaststellen of aan de voorwaarden wordt voldaan.

Afdeling 3. De verblijfsvergunning asiel

Paragraaf 1. Inhoudelijke bepalingen

Artikel 3.35

Vervallen

Artikel 3.36
1.

Daden van vervolging in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag moeten:

2.

Daden van vervolging in de zin van het eerste lid kunnen onder meer de vorm aannemen van:

3.

Er moet een verband zijn tussen enerzijds de gronden voor vervolging genoemd in artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag en anderzijds de daden, bedoeld in het eerste lid, die als vervolging worden aangemerkt of het ontbreken van bescherming tegen dergelijke daden.

Artikel 3.37
1.

Bij de beoordeling van de gronden van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag wordt rekening gehouden met de volgende elementen:

2.

Bij de beoordeling of de vrees van de vreemdeling voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag gegrond is, doet het niet ter zake of de vreemdeling in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven.

Artikel 3.37a

Actoren van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan wel van ernstige schade kunnen onder meer zijn:

Artikel 3.37b
1.

Een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade kan gegrond zijn op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nadat de vreemdeling het land van herkomst heeft verlaten.

2.

Een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade kan gegrond zijn op activiteiten van de vreemdeling sedert hij het land van herkomst heeft verlaten, met name wanneer wordt vastgesteld dat de betrokken activiteiten de uitdrukking en de voortzetting vormen van overtuigingen of strekkingen die de betrokkene in het land van herkomst aanhing.

Artikel 3.37c
1.

Bescherming tegen vervolging, dan wel tegen ernstige schade kan alleen worden geboden door:

mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig het tweede lid.

2.

Bescherming tegen vervolging of ernstige schade moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. In het algemeen wordt dergelijke bescherming geboden wanneer de actoren als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot een dergelijke bescherming heeft.

Artikel 3.37d
1.

Bij de beoordeling of een vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Wet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van die wet geldt dat een vreemdeling geen behoefte heeft aan bescherming, indien hij in een deel van het land van herkomst:

en hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang verschaffen tot dat deel van het land, en redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt.

2.

Bij de beoordeling of de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of tegen ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig het eerste lid, wordt rekening gehouden met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling in overeenstemming met artikel 31 van de Wet. Daartoe wordt ervoor gezorgd dat wordt beschikt over nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen, zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken.

Artikel 3.37e
1.

De beoordeling of een derde land een veilig derde land is, als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Wet, dient te stoelen op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.

2.

De Minister onderzoekt de situatie in derde landen die zijn aangemerkt als veilige derde landen regelmatig opnieuw.

3.

Bij de beoordeling of de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Wet, niet-ontvankelijk wordt verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Wet, worden betrokken de verklaringen van de vreemdeling inhoudende dat:

4.

Eerder verblijf, als bedoeld in artikel 3.106a, derde lid, van het Besluit wordt in ieder geval aangenomen indien uit objectieve feiten of omstandigheden blijkt dat de vreemdeling in het land van herkomst niet de intentie had om naar Nederland te reizen.

5.

Bij de uitvoering van een uitsluitend op artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Wet gebaseerde beslissing, wordt aan de vreemdeling een document verschaft waarin de autoriteiten van het derde land in de taal van dat land ervan in kennis gesteld worden dat de asielaanvraag niet inhoudelijk is onderzocht.

Artikel 3.37f
1.

Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Wet, wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging, noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict.

2.

Bij de beoordeling of een land als veilig land van herkomst wordt beschouwd, wordt onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling door middel van:

3.

Met inachtneming van het eerste en het tweede lid zijn als veilige landen van herkomst als bedoeld in artikel 3.105ba, eerste lid, van het Besluit aangewezen de landen die zijn opgenomen in bijlage 13 bij deze regeling.

Artikel 3.37g

Bij de beoordeling of een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Wet, wordt ingetrokken op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, van de Wet, of de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen op die grond, wordt in aanmerking genomen of de wijziging van de omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft om de gegronde vrees voor vervolging dan wel het reële risico op ernstige schade weg te nemen. De rechtsgrond voor verlening van de desbetreffende verblijfsvergunning heeft niet opgehouden te bestaan indien de vreemdeling dwingende redenen kan aanvoeren die voorvloeien uit vroegere vervolging dan wel uit vroegere ernstige schade, om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfsplaats had.

Paragraaf 2. Procedurele bepalingen

Artikel 3.38

Vervallen

Artikel 3.39

Vervallen

Artikel 3.40

Vervallen

Artikel 3.41

Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in de artikelen 28 en 33 van de Wet, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen het IND-informatiesysteem en de BRP worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben.

Artikel 3.42

Voor de termijnen, genoemd in artikel 3.110, eerste en tweede lid, van het Besluit, tellen mee de met algemeen erkende feestdagen gelijkgestelde dagen, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van de Algemene termijnenwet, met uitzondering van 14 april 2017.

Artikel 3.42a

Vervallen

Artikel 3.43

Vervallen

Artikel 3.43a

Vervallen

Artikel 3.43b
1.

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 33 van de Wet, is de vreemdeling een bedrag van € 161 verschuldigd.

2.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling van Turkse nationaliteit ter zake van de afdoening van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 33 van de Wet, een bedrag van € 51 verschuldigd.

3.

De leges, bedoeld in het eerste lid, worden door de vreemdeling door middel van een in opdracht van de IND toegezonden acceptgirokaart voldaan.

4.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, tweede lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder c en d, van de Wet blijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.43c
1.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder c, van de Wet blijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 161 verschuldigd.

2.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder d, van de Wet blijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 161 verschuldigd.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid is de vreemdeling van Turkse nationaliteit ter zake van de afgifte van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder c of d, van de Wet blijkt, een bedrag van € 51 verschuldigd.

4.

In afwijking van het eerste en tweede lid is de vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in het derde lid ter zake van de afgifte van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder c of d, van de Wet blijkt, een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.43d

In afwijking van de artikelen 3.43b, tweede en vierde lid en 3.43c, derde en vierde lid, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 29 verschuldigd.

Artikel 3.43e

In afwijking van de artikelen 3.43b, eerste lid, en 3.43c, eerste en tweede lid, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.44
1.

De in artikel 3.112, tweede lid, van het Besluit bedoelde vragenlijst bevat in ieder geval vragen omtrent de personalia van de vreemdeling, zijn geboorteplaats en geboortedatum, zijn nationaliteit en etnische afkomst, de datum van zijn vertrek uit het land van herkomst, de datum van zijn aankomst in Nederland, eventueel verblijf in derde landen, en het bezit van een paspoort en identiteitsdocumenten.

2.

Indien de beantwoording van de vastgestelde vragen onvoldoende duidelijkheid verschaft kunnen aanvullende vragen worden gesteld.

Artikel 3.45

De persoon die de in Hoofdstuk 3, Afdeling 5, Paragraaf 2 van het Besluit bedoelde gehoren afneemt, draagt geen militair uniform of politie-uniform.

Artikel 3.45a

De in Hoofdstuk 3, Afdeling 5, Paragraaf 2 van het Besluit bedoelde gehoren van een minderjarige worden afgenomen op een kindvriendelijke manier.

Artikel 3.45b
1.

De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, kan buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onder a, van de Wet, indien de vreemdeling twee keer heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag, bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, van de Wet.

2.

De termijn van twee weken, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b en c, van de Wet, vangt aan met ingang van de dag na die waarop bekend is geworden dat de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor onderscheidenlijk is verdwenen of zonder toestemming van de Minister is vertrokken.

Artikel 3.46

De in artikel 3.122 van het Besluit bedoelde informatie wordt verschaft door het verzenden dan wel uitreiken van een brochure aan de vreemdeling tegelijk met, dan wel zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beschikking waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Wet wordt ingewilligd.

Artikel 3.47

Indien de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33 van de Wet, wordt ingetrokken, wordt daarvan een aantekening gemaakt in het dossier van de vreemdeling.

Artikel 3.48
1.

Bij een beroep op artikel 3.107a, tweede lid, onder e, van het Besluit overlegt de aanvrager de beschikking, waarbij ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering is verleend.

2.

Bij een beroep op artikel 3.107a, derde lid, van het Besluit overlegt de aanvrager het advies, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering, dat niet ouder is dan zes maanden.

3.

Het derde en vierde lid van artikel 3.16 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.49

Duidelijke aanwijzingen dat de vreemdeling de eerste opvolgende asielaanvraag heeft ingediend louter teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder e, van het Besluit, zijn in ieder geval dat:

Artikel 3.50

Artikel 3.118b van het Besluit is niet van toepassing op de vreemdeling:

Afdeling 4. De status van EU-langdurig ingezetene

Paragraaf 1. Procedurele bepalingen

Artikel 3.51
1.

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder b en d, van de Wet blijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 132 verschuldigd.

2.

In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd ter zake van de afgifte van een vervangend document:

Artikel 3.52

Ter zake van de afgifte ter uitvoering van artikel 4.22, tweede lid, van het Besluit, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder b en d, van de Wet blijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.52a

In afwijking van de artikelen 3.51, tweede lid en 3.52, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 29 verschuldigd.

Artikel 3.52b

In afwijking van artikel 3.51, eerste lid, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 51 verschuldigd.

Artikel 3.53

Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 45a van de Wet, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen het IND-informatiesysteem en de BRP worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben.

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Afdeling 1. Grensbewaking

Artikel 4.1
1.

Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast:

2.

De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder b, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in artikel 106a, derde lid, van de Wet.

3.

De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder c, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, en de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 50, en 52 van de Wet en de artikelen 4.23 en 4.45 van het Besluit.

4.

De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder d, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, en de bevoegdheden, genoemd in artikel 50 en 106a, derde lid, van de Wet.

Artikel 4.1a
1.

Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten zijn belast:

2.

Bij de uitoefening van zijn taak draagt de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een legitimatiebewijs als opgenomen in bijlage 12a, bij zich.

Artikel 4.2
1.

Als de plaatsen waar grensdoorlaatposten zijn gevestigd, zijn aangewezen de plaatsen vermeld in kolom A van bijlage 4 bij deze regeling. Personencontrole in het kader van de grensbewaking kan worden uitgevoerd op de locaties, vermeld in kolom B van bijlage 4 bij deze regeling.

2.

De grensdoorlaatposten, bedoeld in het eerste lid, zijn voor het inreizen en uitreizen van personen opengesteld gedurende de tijden, vermeld in kolom C van bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 4.3

Het teken, bedoeld in artikel 4.9, onder a, van het Besluit, is een blauw flikkerlicht.

Artikel 4.4. Modellen bemanningslijst/passagierslijst zeeschip
1.

Het model van de bemanningslijst, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid onder a, van het Besluit is opgenomen in bijlage 14a en 14b bij deze regeling. Op de bemanningslijst worden de gegevens verstrekt omtrent de familienaam, voornamen, rang, nationaliteit, geboortedatum en geboorteplaats, van zowel de gezagvoerder als van alle bij het binnenvaren van Nederland aan boord aanwezige personen die deel uitmaken van de bemanning en als zodanig op de monsterrol voorkomen.

2.

Voor schepen die zijn gecertificeerd voor het vervoer van ten hoogste twaalf passagiers wordt de schriftelijke opgave, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid onder b, van het Besluit, verstrekt met het model van de passagierslijst, opgenomen in bijlage 14c en 14d bij deze regeling.

Artikel 4.5
1.

Het model van de bemanningslijst, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, onder a, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 15 bij deze regeling.

2.

Het model van de passagierslijst, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, onder a, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 16 bij deze regeling.

Artikel 4.6
1.

De aantekening, bedoeld in de artikelen 4.24, eerste lid, onder d, en 4.26 van het Besluit, luidt: 'aanmelden binnen drie dagen bij de korpschef te (plaats), (datum waarop de aantekening wordt gesteld, handtekening en stempel)'.

2.

Het opleggen van een verplichting tot aanmelding bij de korpschef aan een vreemdeling, aan wie een bijzonder doorlaatbewijs als bedoeld in bijlage 3 onder I bij deze regeling is afgegeven, geschiedt door in dat document achter de woorden 'zich melden binnen drie dagen na afgifte van dit doorlaatbewijs bij' aan te tekenen: 'de korpschef te (plaats)'.

Artikel 4.7
1.

De aantekening, bedoeld in de artikelen 4.24, eerste lid, onder f, en 4.27 van het Besluit, luidt: 'toegang geweigerd (datum) (handtekening en stempel)'.

2.

De aantekening, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangevuld met een aantekening omtrent de grond waarop de weigering van toegang tot Nederland berust.

Artikel 4.8
1.

De aantekening, bedoeld in de artikelen 4.24, eerste lid, onder g, en 4.28 van het Besluit, luidt: 'vertrokken/uitgezet verwijderd op (datum) (handtekening en stempel)'.

2.

De aantekening, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangevuld met een aantekening omtrent de reden van de verwijdering uit Nederland.

Artikel 4.9

Voor het stellen van aantekeningen in de reis- en identiteitspapieren van de vreemdeling, bedoeld in artikel 4.29 van het Besluit, wordt gebruik gemaakt van het model dat als bijlage 7j bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 4.10

De aantekening, bedoeld in artikel 4.29 van het Besluit, omtrent het voldoen aan een verplichting tot aanmelding of vervoeging bij een korpschef ingevolge de artikelen 4.39, 4.47 tot en met 4.51 van het Besluit luidt: 'Aangemeld op (datum)'. Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, wordt de aantekening aangevuld met de zinsnede 'voor verblijf als zeeman tot (datum)'.

Artikel 4.11
1.

In de reis- en identiteitspapieren van een vreemdeling wiens uitzetting gedurende enige tijd achterwege blijft, wordt een aantekening gesteld, luidende: 'vertrek voor (datum)'.

2.

In de reis- en identiteitspapieren van een vreemdeling wiens uitzetting achterwege blijft hangende de beslissing op een door hem ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wordt de aantekening: 'verzoek voorlopige voorziening ingediend (datum). Arbeid is wel/niet toegestaan. Een tewerkstellingsvergunning is wel/niet verplicht. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormeld verzoek is beslist' gesteld. Tevens worden aangetekend het V-nummer en het paspoortnummer.

3.

De aantekening, bedoeld in het tweede lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening is verstreken voordat een beslissing is genomen op het verzoek om een voorlopige voorziening, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening 'vervallen' geplaatst.

4.

Voor de aantekeningen, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de Sticker Aantekening Voorlopige Voorziening, waarvan het model als bijlage 7k bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 4.12

De aantekening omtrent verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder b, van het Besluit, luidt: 'verhuisd op (datum)'.

Artikel 4.13

De korpschef is bevoegd om met toepassing van artikel 4.51 van het Besluit:

Artikel 4.14
1.

De aantekening omtrent de ontheffing met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit van de verplichting tot wekelijkse aanmelding, luidt: 'ontheffing verleend van de verplichting tot wekelijkse aanmelding onder de volgende beperking(en) en/of voorschrift(en) (beperkingen/voorschriften) (datum)'.

2.

Indien met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit een andere dan een wekelijkse termijn voor periodieke aanmelding is gesteld, wordt de aantekening gesteld 'Verplichting tot periodieke aanmelding krachtens artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit 2000', aangevuld met de periode van aanmelding en eventuele bijzonderheden.

Artikel 4.15
1.

Indien met toepassing van artikel 54, derde lid, van de Wet een individuele verplichting tot periodieke aanmelding is opgelegd, wordt de aantekening gesteld 'Verplichting tot periodieke aanmelding krachtens artikel 54, derde lid, Vreemdelingenwet 2000', aangevuld met de periode van aanmelding en eventuele bijzonderheden.

2.

Indien de verplichting, bedoeld in artikel 54, derde lid, van de Wet, wordt opgeheven, wordt de aantekening gesteld: 'Verplichting tot periodieke aanmelding opgeheven op (datum)'.

Artikel 4.15a
1.

Aan de verplichting op grond van artikel 4.52 van het Besluit, om het verblijfsdocument in te leveren, wordt voldaan door inlevering in persoon door de vreemdeling, diens referent of gemachtigde bij een loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst of door verzending per post naar een door de Immigratie- en Naturalisatiedienst bepaald postadres.

2.

Indien de vreemdeling een nieuw verblijfsdocument in persoon komt afhalen bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, kan aan de verplichting om het verblijfsdocument in te leveren uitsluitend worden voldaan door inlevering in persoon door de vreemdeling, bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

3.

Indien de vreemdeling gebruikmaakt van terugkeerfaciliteiten, kan aan de verplichting om het verblijfsdocument in te leveren uitsluitend worden voldaan door inlevering in persoon door de vreemdeling, bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Artikel 4.16
1.

De korpschef, de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee, alsmede de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn bevoegd om

2.

De korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee is bevoegd om de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 4.38 van het Besluit, te vorderen.

3.

Een vordering als bedoeld in het tweede lid wordt niet bij algemene bekendmaking gedaan dan na goedkeuring van, en volgens voorschrift te geven door, de Minister.

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Artikel 4.17
1.

De inlichtingen, bedoeld in deze paragraaf, worden binnen vier weken door de vreemdeling, diens wettelijk vertegenwoordiger, diens referent of diens gewezen referent verstrekt, voor zover hij daarvan kennis heeft of kan hebben, in een door de Minister ter beschikking gesteld formulier.

2.

In de verklaring wordt in ieder geval melding gemaakt van:

Artikel 4.18
1.

De referent verstrekt inlichtingen over de vreemdeling wiens referent hij is indien:

2.

De erkende referent geeft kennis van het feit dat:

Artikel 4.19
1.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling verstrekt inlichtingen over de vreemdeling wiens referent hij is indien:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over de nakoming van zijn verplichtingen als referent indien hij:

3.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent indien hij voornemens is het uitwisselingsprogramma te wijzigen.

4.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent, indien en voor zover van toepassing, een wijziging optreedt in de accreditatie door het Nederlands Jeugdinstituut.

Artikel 4.20
1.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het hoger onderwijs verstrekt inlichtingen over de vreemdeling wiens referent hij is indien:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over de nakoming van zijn verplichtingen als referent indien de zorgplicht niet wordt nagekomen.

3.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over zijn positie als referent indien:

4.

Indien de vreemdeling naar Nederland is gekomen voor een verblijf op grond van artikel 3.3, vijfde lid, van het Besluit doet de erkend referent, na machtiging daartoe door de vreemdeling, schriftelijk de aanmelding als bedoeld in artikel 4.47, vierde lid, van het Besluit.

De erkend referent verstrekt dezelfde bescheiden en gegevens als bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met studie. Tevens meldt de referent in het kader van welk uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen, of welke overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor het hoger onderwijs, de mobiliteit plaatsvindt.

Artikel 4.21
1.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het voortgezet of beroepsonderwijs, verstrekt inlichtingen indien:

2.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van het Internationaal Baccalaureaat diplomaprogramma, verstrekt inlichtingen over zijn positie als referent indien hij:

3.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van een studie aan het middelbaar beroepsonderwijs niveau 4, verstrekt inlichtingen over zijn positie als referent indien:

Artikel 4.22

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst verstrekt inlichtingen indien:

Artikel 4.23
1.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid als kennismigrant of als houder van de Europese blauwe kaart, verstrekt inlichtingen indien:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over de nakoming van zijn verplichtingen als referent indien hij niet meer kan voldoen aan een zorgvuldige werving en selectie van de vreemdeling.

Artikel 4.24
1.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, verstrekt inlichtingen indien:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent indien:

3.

Indien de vreemdeling naar Nederland is gekomen voor een verblijf op grond van artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit doet de erkend referent, na machtiging daartoe door de vreemdeling, schriftelijk de aanmelding als bedoeld in artikel 4.47, vierde lid, van het Besluit. De erkend referent verstrekt dezelfde bescheiden en gegevens als bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.

Artikel 4.25

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven als familie- of gezinslid, verstrekt inlichtingen indien:

Artikel 4.26

De vreemdeling die in Nederland verblijft in het kader van uitwisseling, studie, seizoenarbeid, lerend werken, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, als houder van de Europese blauwe kaart of in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, verstrekt inlichtingen indien hij van uitwisselings- of au pairorganisatie, onderwijsinstelling of werkgever wijzigt.

Paragraaf 2. Administratieplichten

Artikel 4.27

De referent, met uitzondering van de referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is, het woonadres van de vreemdeling in de administratie op.

Artikel 4.28
1.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent in de administratie op:

3.

De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot zijn positie als referent in de administratie het door de Minister goedgekeurde uitwisselingsprogramma op.

Artikel 4.29
1.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het hoger onderwijs, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent bewijsstukken waaruit voldoende blijkt dat de student toelaatbaar tot de opleiding is gebleken, in de administratie op.

Artikel 4.30
1.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

2.

In afwijking van het eerste lid neemt de referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van het Internationaal Baccalaureaat diplomaprogramma, met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

3.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het middelbaar beroepsonderwijs niveau 4, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

4.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van het Internationaal Baccalaureaat diplomaprogramma neemt met betrekking tot zijn positie als referent in de administratie op:

Artikel 4.31

Bewijsstukken als bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder d en 4.30, eerste lid, onder e, zijn:

Artikel 4.32

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van seizoenarbeid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

Artikel 4.33

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van lerend werken, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

Artikel 4.34

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid in loondienst, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

Artikel 4.35
1.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid als kennismigrant of als houder van de Europese blauwe kaart, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent in de administratie op de stukken omtrent de wijze waarop hij invulling heeft gegeven aan de zorgplicht.

Artikel 4.36

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

Artikel 4.37

Bewijsstukken als bedoeld in artikel 4.36, onder c, zijn:

Artikel 4.38
1.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

2.

De referent van een minderjarige vreemdeling die ter adoptie in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is of was in de administratie op:

3.

De referent van een minderjarige vreemdeling die in afwachting van het onderzoek naar de geschiktheid van de referent als adoptieouder in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is of was in de administratie op:

4.

De referent van een minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is of was in de administratie op:

5.

Van het vereiste van legalisatie zijn vrijgesteld:

Artikel 4.39

Bewijsstukken als bedoeld in 4.38, eerste lid, onder e en vierde lid, onder c, zijn:

Artikel 4.40

De referent van een vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht of wil verrichten neemt een afschrift van het schriftelijke bericht, bedoeld in artikel 1.7, in de administratie op.

Artikel 4.41
1.

De referent of de gewezen referent houdt de administratie ter plaatse waar hij in Nederland kantoor houdt, dan wel ter plaatse waar hij in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep heeft, of ter plaatse waar hij woont of gevestigd is. Bij gebreke aan een van vorenstaande plaatsen houdt hij de administratie onder zijn berusting. De referent doet bij het model, bedoeld in artikel 2a, derde lid, van de Wet, opgave van de plaats waar de administratie wordt gehouden.

2.

Indien het adres ter plaatse waar de administratie wordt gevoerd, wijzigt, doet de referent binnen twee weken melding van het nieuwe adres aan de Minister.

3.

De referent of gewezen referent verstrekt schriftelijk op verzoek van de Minister de gegevens of bescheiden binnen een periode van vier weken na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek, of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, binnen een door de Minister te bepalen termijn.

4.

In bijzondere gevallen kan de Minister de in het derde lid bedoelde termijn verkorten.

Artikel 4.42

Indien de referent of gewezen referent niet aan de op hem ingevolge artikel 4.53 van het Besluit rustende verplichtingen kan voldoen, stelt hij de Minister daarvan binnen vier weken op de hoogte, alsmede van de redenen daarvan.

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Artikel 5.1

Indien de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee de bevoegdheid, bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de Wet, mandateert, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef.

Artikel 5.2

De maatregel, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet, wordt opgelegd, gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is, door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef, of door de ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek en de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd zijn.

Artikel 5.3
1.

De maatregel, bedoeld in artikel 59, 59a of 59b van de Wet, wordt opgelegd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is, door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef, of door de daartoe door de Minister aangewezen ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

2.

De maatregel, bedoeld in artikel 59 of 59a van de Wet, wordt gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar van Dienst Terugkeer en Vertrek, die daartoe bevoegd is, of door de ambtenaar bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet die tevens hulpofficier van justitie is of door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef.

3.

De maatregel, bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de Wet, wordt verlengd als bedoeld in artikel 59, zesde lid, van de Wet, door de ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek die daartoe bevoegd is, of door de ambtenaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a of b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is of door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef.

Artikel 5.4

De ambtenaren genoemd in artikel 5.3, eerste lid, zijn bevoegd tot het nemen van het besluit, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, van het Besluit en tot het doen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, van het Besluit.

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Afdeling 1. Uitzetting

Artikel 6.1
1.

De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zijn bevoegd tot uitzetting of overdracht over te gaan en daartoe alle benodigde handelingen te verrichten.

2.

De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, gaan niet dan ingevolge een bijzondere aanwijzing van de Minister over tot uitzetting of overdracht van de vreemdeling die te kennen geeft dat hij asiel wenst.

Artikel 6.1a

Artikel 6.1c van het Besluit is niet van toepassing op de vreemdeling:

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Artikel 6.2

De korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee zijn bevoegd de kosten van verwijdering te verhalen op de vreemdeling of op een vervoersonderneming.

Artikel 6.2a

De hoogte van de kosten van uitzetting worden vastgesteld aan de hand van de kostensoort vermeld in kolom A van bijlage 22 bij deze regeling en de bijbehorende tarieven vermeld in kolom B van bijlage 22 bij deze regeling.

Artikel 6.3
1.

De verlenging, bedoeld in artikel 62, derde lid, van de Wet, van de vertrektermijn, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet, vindt uitsluitend plaats indien de vreemdeling ervoor zorg heeft gedragen dat de voor zijn vertrek uit eigen beweging noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn.

2.

De verlenging van de vertrektermijn bedraagt maximaal 90 dagen.

3.

In afwijking van het tweede lid, kan de vertrektermijn met ten hoogste zes maanden worden verlengd indien de duur van het aan de vreemdeling verleende visum niet kan worden verlengd en zijn aanwezigheid in Nederland noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de procedure voor het Internationale Strafhof, het Speciale Tribunaal voor Libanon, het Internationaal Joegoslavië Tribunaal, het Speciale Hof voor Sierra Leone, het Kosovo Relocated Specialist Judicial Institution, dan wel het Internationaal Residumechanisme voor Straftribunalen.

4.

Bij het besluit omtrent verlenging van de vertrektermijn worden onder meer de aanwezigheid van schoolgaande kinderen of het bestaan van andere gezinsbanden en sociale banden betrokken.

5.

Het verzoek om de vertrektermijn te verlengen, wordt in persoon ingediend bij de ambtenaar belast met het begeleiden van de terugkeer of het loket van de IND.

Artikel 6.4
1.

De kennisgeving, bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de Wet, wordt gegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de daartoe bevoegde ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, die is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar en belast is met de uitvoering van wettelijke voorschriften gesteld bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000, dan wel door de ambtenaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a of b, van de Wet.

2.

Indien de kennisgeving, bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de Wet, wordt gegeven, wordt de vreemdeling in een taal die de vreemdeling begrijpt of redelijkerwijze geacht mag worden te begrijpen mondeling of schriftelijk op de inhoud en de rechtsgevolgen daarvan gewezen, en wordt de vreemdeling gewezen op de mogelijkheid daartegen rechtsmiddelen aan te wenden.

Artikel 6.5
1.

Het inreisverbod, bedoeld in artikel 66a van de Wet, wordt uitgevaardigd, gewijzigd of opgeheven door de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de daartoe bevoegde ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de ambtenaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef.

2.

Het inreisverbod wordt uitgevaardigd, gewijzigd of opgeheven door de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd is, indien daaraan de rechtgevolgen, bedoeld in artikel 66a, zevende lid, van de Wet, zijn verbonden.

3.

Indien het inreisverbod wordt uitgevaardigd, wordt in een taal die de vreemdeling begrijpt of redelijkerwijze geacht mag worden te begrijpen mondeling of schriftelijk op de inhoud en de rechtsgevolgen daarvan gewezen, en wordt de vreemdeling gewezen op de mogelijkheid daartegen rechtsmiddelen aan te wenden.

Artikel 6.6
1.

Het inreisverbod wordt ambtshalve opgeheven indien door of namens de vreemdeling tegen wie het inreisverbod is uitgevaardigd een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet is aangevraagd en door de Immigratie- en Naturalisatiedienst is vastgesteld dat de vreemdeling voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning in aanmerking komt, indien het betreft een vergunning die verband houdt met een beperking als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder a tot en met e, g, j, m, n, q en s, van het Besluit.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd waaraan de rechtgevolgen, bedoeld in artikel 66a, zevende lid, van de Wet, zijn verbonden.

3.

Het inreisverbod wordt ambtshalve opgeheven indien uit een door Nederland aangegane verdragsrechtelijke verplichting volgt dat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning dient te worden verleend.

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Artikel 7.1
1.

Het bestuursorgaan of orgaan als bedoeld in artikel 107 van de Wet, dat de Minister met toepassing van artikel 8.1, derde lid, van het Besluit vraagt om onverwijld nadere gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling te verstrekken, maakt daarvoor gebruik van het formulier van het in bijlage 17a bij deze regeling aangeduide model. Op dit formulier wordt tevens aangegeven om welke reden onduidelijkheid bestaat over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling.

2.

De verstrekking van de nadere gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling aan de in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan, vindt plaats door gebruikmaking van het formulier van het in bijlage 17b bij deze regeling aangeduide model.

3.

Bij het vragen van gegevens omtrent de toekenning of beëindiging van een verstrekking, voorziening, uitkering, ontheffing of vergunning bij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan of orgaan op grond van artikel 8.2, eerste lid, van het Besluit, wordt gebruik gemaakt van het formulier van het in bijlage 17c van deze regeling aangeduide model.

4.

Het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan of orgaan dat de Minister desgevraagd of uit eigen beweging op grond van artikel 8.2, tweede of derde lid, van het Besluit, gegevens verstrekt omtrent de toekenning of beëindiging van een verstrekking, voorziening, uitkering, ontheffing of vergunning, maakt daarvoor gebruik van het formulier van het in bijlage 17d bij deze regeling aangeduide model.

Artikel 7.1a
1.

De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 107a, eerste lid, van de Wet is noodzakelijk:

2.

De bijzondere persoonsgegevens worden ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde doeleinden opgenomen in documenten die in een persoonsgebonden dossier en in een geautomatiseerd bestand worden neergelegd. De gegevens in het geautomatiseerde bestand worden gebruikt voor het opstellen van beschikkingen.

Artikel 7.1b
1.

Voorzover de bijzondere persoonsgegevens zijn opgeslagen in de vreemdelingenadministratie, wordt dit bestand beveiligd tegen ongeautoriseerd gebruik door:

2.

De autorisaties als bedoeld in het eerste lid worden toegekend aan medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek en de ambtenaren, bedoeld in de artikelen 46 tot en met 48 van de Wet.

3.

De Minister stelt richtlijnen op voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in het geautomatiseerde systeem.

Artikel 7.1c
1.

Bijzondere persoongegevens als bedoeld in artikel 107a, eerste lid, van de Wet kunnen worden verstrekt aan de volgende derde personen en instanties:

2.

De verstrekking van bijzondere persoonsgegevens aan de in het eerst lid genoemde personen geschiedt op geen andere wijze dan schriftelijk.

Artikel 7.1d
1.

De onverenigbare verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt op de volgende wijze tegengegaan:

2.

De vernietiging van de gezichtsopnames en vingerafdrukken na afloop van de bewaartermijn, bedoeld in artikel 8.35 van het Besluit, en de verwijdering en de vernietiging van de gezichtsopname en vingerafdrukken op verzoek van de vreemdeling, op grond dat deze de hoedanigheid heeft gekregen van gemeenschapsonderdaan anders dan door verkrijging van het Nederlanderschap, geschiedt op de wijze als voorgeschreven in artikel 8 van de Wbp-regeling Basisvoorziening vreemdelingen en paragraaf 8.2 van het Protocol Identificatie en Labeling.

Artikel 7.1e

Als wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 107, tweede lid, onder b, van de wet, zijn aangewezen:

Artikel 7.1f

Indien aan een vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie wil verrichten rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a, van de Wet, wordt verleend stelt de Minister de Dienst Uitvoering Onderwijs, in het kader van de uitvoering van de Wet inburgering, daarvan op de hoogte.

Artikel 7.1g
1.

De rijksbelastingdienst verstrekt de Minister desgevraagd gegevens over fiscale vergrijpboetes die op grond van de artikelen 67d, 67e en 67f van de Algemene wet inzake de Rijksbelastingen zijn opgelegd, ten behoeve van de beoordeling van de erkenning als referent.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet doorgeleverd.

Artikel 7.1h

Als voorschriften vastgesteld bij of krachtens de Schengengrenscode, bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet, zijn aangewezen:

Artikel 7.1i

Als bestand in de vreemdelingenadministratie, bedoeld in artikel 8.29, eerste lid, van het Besluit, is aangewezen de Basisvoorziening vreemdelingen.

Artikel 7.1j

De vreemdeling van wie is vastgesteld dat de vingers niet blijvend fysiek beschadigd zijn, wordt uitgenodigd om op een tijdstip, gelegen uiterlijk binnen een jaar na de vaststelling, opnieuw zijn vingerafdrukken te laten afnemen.

Artikel 7.1k

Als documenten, bedoeld in artikel 8.32, eerste lid, van het Besluit, zijn aangewezen de documenten, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid.

Artikel 7.1l
1.

Als gemachtigden, bedoeld in artikel 8.34, eerste lid, van het Besluit, zijn aangewezen de ambtenaren, bedoeld in artikel 9 van de Wbp-regeling Basisvoorziening vreemdelingen.

2.

Als gemachtigden, bedoeld in artikel 8.34, derde lid, van het Besluit, zijn aangewezen de ambtenaar of medewerker van de ketenpartners, bedoeld in hoofdstuk 2.2 van het Protocol Identificatie en Labeling die uit hoofde van hun functie de verificatie van persoonsgegevens uitvoeren.

3.

Ten behoeve van de verstrekking van gegevens uit de vreemdelingenadministratie, bedoeld in artikel 107 van de Wet, op basis van vergelijking van vingerafdruksporen met vingerafdrukken uit het biometrieregister in de vreemdelingenadministratie, zijn slechts de ambtenaren van politie bevoegd die uit hoofde van hun functie als dactyloscopisch expert werkzaam of aangesteld zijn.

Artikel 7.2

De artikelen 3.1 en 3.2 zijn niet van toepassing op kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, die bij een van hun ouders inwonen, indien in het aan deze ouder verstrekte document, bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2, is aangetekend dat de hem verleende verblijfsvergunning mede voor deze kinderen geldt.

Artikel 7.2a
1.

Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, van het Besluit, zich aanmeldt voor inschrijving in de vreemdelingenadministratie, legt hij de volgende gegevens en bescheiden over:

2.

Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, van het Besluit, die de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, zich aanmeldt voor inschrijving in de vreemdelingenadministratie, legt hij de volgende gegevens en bescheiden over:

Artikel 7.2b

Een op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid geldige verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom A, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom B:

A B
Beschikking conform minister op grond van B20 Vc 2000 eergerelateerd geweld Tijdelijke humanitaire gronden
Beschikking conform minister op grond van B20 Vc 2000 huiselijk geweld Tijdelijke humanitaire gronden
Beschikking conform minister op grond van B9/12 Vc 2000 slachtoffer van mensenhandel Tijdelijke humanitaire gronden
Beschikking conform minister op grond van B19 Vc 2000 verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden Arbeid in loondienst
Beschikking conform minister op grond van B7/5 Europees vrijwilligerswerk Uitwisseling
Verblijf in het kader van de Zetelovereenkomst B12 Arbeid in loondienst
Overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen Niet-tijdelijke humanitaire gronden
Definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen Niet-tijdelijke humanitaire gronden
Verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling Tijdelijke humanitaire gronden
Artikel 7.2c

Op aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, waarbij de vreemdeling in het bezit dient te zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf, en de aanvraag om de machtiging tot voorlopig verblijf is ingediend voor inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid, is het processuele recht en het bijbehorende legesbedrag van toepassing zoals dat gold op de dag voor inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid.

Artikel 7.3

Het Voorschrift Vreemdelingen wordt ingetrokken.

Artikel 7.4

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet in werking treedt.

Artikel 7.5

Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel: Voorschrift Vreemdelingen 2000.

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Panama Stad-Tocumen International Airport PTY
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Panama Stad-Tocumen International Airport PTY
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA

Niet MVV-plichtig

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EER

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EER

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EER

Lidstaten van de EU

Lidstaten van de EU

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3a. , behorend bij bijlage 3, onder G, Voorschrift Vreemdelingen (Model Collectieve lijst voor in groepsverband reizende minderjarigen)

Vervallen

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3. behorend bij artikel 2.3 Voorschrift Vreemdelingen (categorieën vreemdelingen die toegang tot Nederland hebben, zonder in het bezit te zijn van een mvv)

Bijlage 3a. , behorend bij bijlage 3, onder G, Voorschrift Vreemdelingen (Model Collectieve lijst voor in groepsverband reizende minderjarigen)

Vervallen

Bijlage 3b. , behorend bij bijlage 3, onder G, onder 3, Voorschrift Vreemdelingen (Model Reizigerslijst voor schoolreizen)

Vervallen

Bijlage 3c. , behorend bij bijlage 3, onderdeel K

Vervallen

Bijlage 3d

Bijlage 4. behorend bij artikel 2.4 en 4.2, Voorschrift Vreemdelingen 2000 (vliegvelden, andere grensdoorlaatposten en hun openingstellingstijden)

A. doorlaatpost B. locatie C. openstellingstijden
Amsterdam Schiphol 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven
Amsterdam IJmond alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
De Kooy 06.00 – 23.00 uur
- luchthaven
Den Helder 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
Dordrecht alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
Eemshaven alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
Eindhoven 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven
Enschede Twente 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven
Gent-Terneuzen 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
Groningen Eelde 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven
Harlingen 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
Hoek van Holland/Europoort alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
– haven
Lelystad 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven (ambulant)
Maastricht Aachen 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven
Moerdijk alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
-–haven (ambulant)
Rotterdam 00.00 – 24.00 uur
– luchthaven
Rotterdam-Havens alle aanlegmogelijkheden, 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant) behoudens de specifiek genoemde
Scheveningen 00.00 – 24.00 uur
– haven (ambulant)
Vlissingen alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
– haven
IJmuiden alle aanlegmogelijkheden 00.00 – 24.00 uur
– haven

Bijlage 5. behorend bij artikel 2.6, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen (verklaring toegangverlening)

Bijlage 5b. , behorend bij artikel 2.6, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen (verklaring toegangverlening)

Vervallen

Bijlage 6a. behorend bij artikel 2.9 Voorschrift Vreemdelingen

Bijlage 6b. behorend bij artikel 2.9 Voorschrift Vreemdelingen

Bijlage 6c. behorend bij artikel 2.9 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000

Bijlage 7. behorend bij de artikelen 3.1 – 3.8 en 4.11 Voorschrift Vreemdelingen

Bijlage 7a. document I

Bijlage 7b. document II

Bijlage 7c. document III

Bijlage 7d. document IV

Bijlage 7d2. document V

Bijlage 7e. document EU/EER

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Bijlage 7h. sticker Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen

Bijlage 7i. sticker Verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures

Bijlage 7j

Bijlage 7k

Bijlage 7l. behorend bij artikel 3.1, zes lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Criterium ondernemingsplan (minimum score 30 punten)

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

In dit kader verklaart de ondergetekende, verder te noemen gastgezin, als volgt:

Bijlage 8b. behorende bij artikel 3.20b, eerste lid, onder b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000

1. Beoordeling van de deskundige begeleider 1. Beoordeling van de deskundige begeleider 1. Beoordeling van de deskundige begeleider
Onderwerp Toetsingscriterium Toelichting
Voortoets De begeleider krijgt opnieuw een positief advies als deze niet langer dan een jaar voor indiening van de aanvraag van de startende ondernemer een positief advies voor zijn begeleiding heeft gekregen. Een eerder positief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat niet ouder is dan een jaar leidt zonder verdere toetsing wederom tot een positief advies. De betrouwbaarheid en de deskundigheid van de begeleider worden door de RVO in dat geval aangenomen. Een eerder afgegeven positief advies ouder dan een jaar (of nog geen eerdere toets) leidt tot een (nieuwe) toets.
1.1 Inschrijving Kamer van Koophandel De begeleider staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Een uittreksel is niet vereist. De inschrijving wordt door de RVO in het Handelsregister gecontroleerd. Geen inschrijving betekent een negatief advies.
1.2 Deskundigheid a) De begeleider biedt een pakket ‘op maat’ van faciliteiten aan de startende ondernemer. b) De begeleider heeft ervaring. a) Een pakket ‘op maat’ betekent dat de begeleider in staat is om de startende ondernemer van idee tot onderneming te begeleiden. Niet iedere ondernemer heeft dezelfde begeleiding nodig. Het pakket aan faciliteiten verschilt daarom per startende ondernemer. Faciliteiten bestaan bijvoorbeeld doch niet uitputtend uit: (toegang tot) coaching, technologie, onderzoek, bescherming intellectueel eigendom, marktonderzoek en financiering. b) Ervaring betekent minimaal twee jaar ervaring met het begeleiden van innovatieve startende ondernemers bij minimaal twee personen. Aan te tonen via bijvoorbeeld een eigen ondernemingsplan, voorbeelden van begeleide startende ondernemers, referenties en CV’s. Indien de begeleiding door verschillende personen wordt gedaan, is informatie over alle personen die begeleiden nodig.
1.3 Betrouwbaarheid De begeleider is financieel gezond. De begeleider verkeert niet in surseance of faillissement en heeft een gezonde solvabiliteit en liquiditeit. Aan te tonen via bijvoorbeeld (niet uitputtend) recente jaarrekeningen en/of overeenkomsten met / garantstellingen door financiers en/of accountantsverklaringen en/of bankafschriften en/of onderbouwde financiële prognoses.
2. Beoordeling van de startende ondernemer 2. Beoordeling van de startende ondernemer 2. Beoordeling van de startende ondernemer
--- --- ---
Onderwerp Toetsingscriterium Toelichting
2.1 Inschrijving Kamer van Koophandel De startende ondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Een uittreksel is niet vereist. De inschrijving wordt door de RVO in het Handelsregister gecontroleerd. De startende ondernemer moet zeggenschap in de startende onderneming hebben. Dit is van belang omdat hij beslissingen over de toekomstige onderneming moet kunnen nemen. Geen inschrijving betekent een negatief advies.
2.2 Stappenplan a) In het stappenplan staat beschreven wat de taak en rol is van de startende ondernemer in de startende onderneming. b) In het stappenplan staat beschreven waarom het product of dienst innovatief is. c) In het stappenplan staat beschreven welke activiteiten (stappen) de startende ondernemer verricht in het eerste jaar om van idee tot onderneming te komen. a) De startende ondernemer moet een actieve rol hebben. Dit betekent dat de aanvrager niet alleen aandeelhouder of financier is. b) Er is sprake van innovativiteit bij aanwezigheid van minstens één van onderstaande drie aspecten: 1) Het product of de dienst is nieuw voor Nederland. 2) Er is sprake van nieuwe technologie bij productie, distributie, marketing. 3) Er is sprake van een innovatieve organisatorische opzet en werkwijze. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld (niet uitputtend opgesomd): – Activiteiten die in het kader van het Topsectorenbeleid worden gestimuleerd. – Zelf ontwikkelde nieuwe producten of diensten. – Originele aanpak energiebesparing. – Originele aanpak duurzaamheidsproblematiek. – Slimme en creatieve aanpassingen of combinaties ten behoeve van sector overschrijdende toepassingen. – Nieuwe product-marktcombinaties. – Creatieve of vernieuwende marktbenadering. – Sociale innovatie. – Introductie maatschappelijk verantwoord ondernemen.
2.3 Overeenkomst met begeleider a) In de overeenkomst is de aard van de begeleiding beschreven. b) De voorwaarden van de overeenkomst mogen niet nadelig of belemmerend zijn voor een gezonde ontwikkeling van de startende ondernemer. c) De begeleider mag geen meerderheidsbelang hebben in de startende onderneming. d) De overeenkomst is door beide partijen (begeleider en startende ondernemer) ondertekend. a) De begeleiding moet op maat zijn (zie 1.2. onder a). b) Er mag geen sprake zijn van ‘wurgcontracten’. c) Uit de overeenkomst wordt duidelijk welk belang de begeleider heeft in de startende onderneming. d) De begeleider moet bevoegd zijn om de overeenkomst te ondertekenen.

Bijlage 9. , behorend bij artikel 3.22 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen

Bijlage 10. , behorend bij artikel 3.23, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Vervallen

Bijlage 10a. behorend bij artikel 3.24, derde lid, onderdeel e, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Inleiding

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

In dit kader verklaart de ondergetekende, verder te noemen gastgezin, als volgt:

Het gastgezin is ermee bekend dat verblijf als au pair in Nederland slechts wordt toegestaan als:

In het kader van het toezicht op de au-pairregeling verklaart het gastgezin als volgt:

Het gastgezin is zich ervan bewust dat in het kader van het toezicht op naleving van de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) de Vreemdelingenpolitie, de Inspectie SZW of de IND de au pair en/of het gastgezin hetzij met een concrete aanleiding, hetzij steekproefsgewijs aan huis kunnen bezoeken of uitnodigen voor een gesprek. Als het gastgezin de au pair werkzaamheden laat verrichten die niet voldoen aan de voorwaarden die de wet- en regelgeving stellen, is het gastgezin in overtreding en kan een bestuurlijke boete volgen.

Albanië

Algerije

Albanië

Algerije

Albanië

Albanië

Algerije

Andorra

Australië

Bosnië-Herzegovina

Brazilië

Canada

Georgië

Ghana

India

Jamaica

Japan

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14b. IMO Crew List

Bijlage 14c. IMO Passagierslijst

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14b. IMO Crew List

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14b. IMO Crew List

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Tunesië

Vaticaanstad

Verenigde Staten

Zwitserland

Betreft:

Geslachtsnaam kandidaat: ...........

Voorna(a)m(en) kandidaat: ...........

Betreft:

Geslachtsnaam kandidaat: ...........

Betreft:

Geslachtsnaam betrokkene:.........

Betreft:

Betreft:

Geslachtsnaam betrokkene:.........

Voorna(a)m(en) betrokkene:.........

Betreft:

Betreft:

Betreft:

Geslachtsnaam betrokkene:.........

Voorna(a)m(en) betrokkene:.........

Geboortedatum betrokkene:.........

Nationaliteit betrokkene:.........

Betrokkene heeft een verzoek ingediend tot ontheffing van het basisexamen inburgering waarbij medische omstandigheden een rol spelen. Niet-medische omstandigheden die in de aanvraagprocedure worden aangevoerd, worden door de Immigratie- en Naturalisatiedienst meegewogen bij de beoordeling van het verzoek om ontheffing. U hoeft hier niks over op te merken.

Hierbij doe ik u een kopie toestemmingsverklaring toekomen van............... (datum)

Graag ontvang ik van u de antwoorden op de volgende vragen:

Naam arts: Dr. ...............................

Adres: ..................................

Plaatsnaam, datum:..................................

Handtekening:..................................

(eventueel voorzien van stempel van arts)

Standaardbrief voor de arts betreffende zijn/haar rol in het kader van de ontheffing basisexamen inburgering buitenland.

Plaatsnaam, datum

Geachte heer/mevrouw,

U heeft aan de Nederlandse ambassade / het consulaat-generaal aangegeven personen medisch te willen keuren die aanspraak willen maken op ontheffing van het basisexamen inburgering. Dit document is bedoeld om u nadere informatie te verschaffen over het examen en de ontheffingsprocedure. Tevens verzoek ik u in te stemmen met de standaard werkwijze en een ondertekende kopie van dit document te retourneren.

Bijlage:. STAPPEN

De basiskennis die de vreemdeling reeds voor de komst naar Nederland in het buitenland moet hebben verworven, wordt in het buitenland beoordeeld aan de hand van een basisexamen inburgering. De resultaten van dat basisexamen worden betrokken bij de aanvraag die de vreemdeling met het oog op verblijf in Nederland doet.

Bijlage:. STAPPEN

Het kan voorkomen dat wegens de aanwezigheid van een ernstige lichamelijke of geestelijke handicap een persoon permanent niet in staat is om het basisexamen inburgering buitenland af te leggen. Voor wat betreft lichamelijke handicap gaat het met name om blindheid en doofheid. Onder blind of doof valt mede slechtziendheid en hardhorendheid, indien betrokkene niet door eigen hulpmiddelen (bijvoorbeeld een bril of hoorapparaat) alsnog voldoende gezichts- of hoorvermogen krijgt om de toets af te leggen. Voor wat betreft geestelijke handicap betreft het een gebrek aan cognitieve vaardigheden.

Tevens kan onder meer gedacht worden aan een ernstig spraakgebrek, dat de menselijke communicatie verhindert en het afleggen van het examen onmogelijk maakt.

Vanzelfsprekend is in de praktijk sprake van meer lichamelijke belemmeringen dan hierboven genoemd. In de bijlage treft u een lijst aan met aandoeningen die bovengenoemde handicaps kunnen betreffen.

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register
Artikel 4.12a

Als de landen, bedoeld in artikel 4.46, tweede lid, van het Besluit, zijn aangewezen de landen, bedoeld in artikel 3.18.

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Afdeling 1. Uitzetting

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA

Niet MVV-plichtig

Lidstaten van de EER

Bijlage 7f. document W

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Bijlage 8. behorend bij artikel 3.8, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen (afzonderlijk inlegblad)

model 1994

model 1997

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

Bijlage 12. , behorend bij artikel 3.25 Voorschrift Vreemdelingen

Lidstaten van de EER

Kosovo

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Het behalen van het basisexamen inburgering is één van de voorwaarden voor toelating tot Nederland. Dit toelatingsvereiste houdt in dat de vreemdeling, vóór zijn/haar komst naar Nederland, moet beschikken over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving.

Bijlage:. STAPPEN

Het basisexamen wordt middels een computer met headset afgenomen en bestaat uit drie delen: spreekvaardigheid, leesvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving. In deel 1 en 2 wordt de kennis van de Nederlandse taal getoetst. In deel 3 wordt de kennis van de Nederlandse samenleving getoetst. Ingesproken antwoorden worden beoordeeld door menselijke beoordelaars, aangeklikte antwoorden worden beoordeeld door de computer. Betrokkene hoeft voor het afleggen van het examen niet te kunnen schrijven. Het daadwerkelijk afleggen van het basisexamen inburgering duurt maximaal 95 minuten. De examenonderdelen kunnen ook los van elkaar worden afgelegd en worden behaald.

Bijlage:. STAPPEN

Personen die als gevolg van een lichamelijke of geestelijke belemmering voor een periode van drie jaarniet in staat zijn het basisexamen inburgering te doen, kunnen ontheffing krijgen van (een deel van) de toets.

Bijlage 21. behorend bij artikel 3.34l, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
de BRP Bewijs van inschrijving Bewijs van inschrijving huwelijk Bewijs van verbreking huwelijk Bewijs van de burgerlijke staat Bewijs van de adresgegevens
De polisadministratie, bedoeld in bijlage I behorend bij artikel 5.2, eerste lid, besluit SUWI Gegevens ter beoordeling van de hoogte en duurzaamheid van middelen van bestaan, verworven uit arbeid in loondienst als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder a, van het Besluit of inkomensvervangende uitkeringen als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder c, van het Besluit, waaronder: Afschrift van een arbeidsovereenkomst Afschrift van een uitzendovereenkomst Afschrift van een uitkeringsbeschikking Afschrift van een toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ, WIA of Wajong Afschrift van een loonstrook Afschrift van een uitkeringsspecifatie Afschrift van een jaaropgave
Het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Vermelding in het register
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Uittreksel uit het Handelsregister
Artikel 1.15a

De erkenning als referent kan worden ingetrokken indien:

Hoofdstuk 1a. Nationale visa

Hoofdstuk 2. Toegang

Hoofdstuk 3. Verblijf

Afdeling 1. Bescheiden rechtmatig verblijf

Afdeling 2. De verblijfsvergunning regulier

Paragraaf 1. Inburgering in het buitenland

Paragraaf 2. Verlening onder beperking en voorschriften

Paragraaf 3. Procedurele bepalingen

Afdeling 3. De verblijfsvergunning asiel

Paragraaf 1. Inhoudelijke bepalingen

Paragraaf 2. Procedurele bepalingen

Afdeling 4. De status van EU-langdurig ingezetene

Paragraaf 1. Procedurele bepalingen

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Afdeling 1. Grensbewaking

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Afdeling 1. Uitzetting

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1a. , behorend bij artikel 2.1a, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Vervallen

Niet MVV-plichtig

Australië

Bijlage 7f2. document W2

Criterium ondernemingsplan (minimum score 30 punten)

Bijlage 8a. behorend bij artikel 3.20a, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

In dit kader verklaart de ondergetekende, verder te noemen gastgezin, als volgt:

Bijlage 11. , behorend bij artikel 3.24 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen

Lidstaten van de EER

Macedonië

Bijlage 14b. IMO Crew List

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

Bij personen die hier niet aan voldoen, maar wel een lichamelijke of geestelijke belemmering hebben, zullen de overige individuele en bijzondere omstandigheden betrokken worden bij de beoordeling van het verzoek om ontheffing door de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Bijlage 22. behorend bij artikel 6.2a Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Kostensoort Kolom B Tarief
Vervoer (per vervoerde vreemdeling)
Binnen Rotterdam Van Rotterdam naar Den Haag Van Rotterdam naar Amsterdam Van Rotterdam naar Brussel Binnen Amsterdam Van Amsterdam naar Den Haag Van Amsterdam naar Rotterdam Van Amsterdam naar Brussel Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur € 149,80 € 299,60 € 299,60 € 449,40 € 149,80 € 299,60 € 299,60 € 599,20 € 74,90
Laissez passer
Kosten aanvraagproces Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) Prijs laissez passer € 597,00 € 55,00 variabel
Escortering tijdens het terugvervoer
Salariskosten (per escort per uur) Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) Ticketkosten (per escort) Vliegvergoeding (per escort per uur) Onkostenvergoeding (per escort per dag) Reisverzekering (per escort) € 63,78 variabel variabel € 17,05 € 13,50 variabel
Verblijf van de geweigerde vreemdeling
Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw 2000 (per persoon per dag) € 191,00
Overige kosten variabel
Administratiekosten (maximaal € 500 administratiekosten per vreemdeling) 8%
Artikel 3.24b

In aanvulling op artikel 3.75, eerste lid, van het Besluit, zijn in het kader van verblijf als familie- of gezinslid middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven een aaneengesloten periode van een jaar voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan nog zes maanden beschikbaar zijn.

Paragraaf 3. Procedurele bepalingen

Afdeling 3. De verblijfsvergunning asiel

Paragraaf 1. Inhoudelijke bepalingen

Paragraaf 2. Procedurele bepalingen

Afdeling 4. De status van EU-langdurig ingezetene

Paragraaf 1. Procedurele bepalingen

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Afdeling 1. Grensbewaking

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA

Niet MVV-plichtig

Canada

Bijlage 7g. sticker Verblijfsaantekening Algemeen

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Bijlage 8aa. behorend bij artikel 3.20a, vierde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Criterium Invulling Toelichting
De onderneming voorziet in een behoefte in Nederland Er is sprake van een zodanige markt voor de producten / diensten van de aanvrager, dat de onderneming levensvatbaar is. Dit betekent dat de onderneming een zodanig resultaat behaalt dat de ondernemer minimaal het bruto minimumloon aan de onderneming kan onttrekken. In het geval van een V.O.F. geldt dat iedere vennoot minimaal het bruto minimumloon kan onttrekken; bij een B.V. iedere eigenaar. In het geval van toetreding tot een bestaande onderneming, geldt bovenstaande ook en geldt dat het marginale aandeel van de zittende vennoten / eigenaren niet verslechtert. In het geval van een negatief eigen vermogen en geen aannemelijke vooruitzichten op een positieve kentering wordt uitgegaan van een gebrek aan continuïteitsperspectief en dit leidt tot een negatief advies.
De behoefte in Nederland en de levensvatbaarheid worden met de volgende bescheiden aangetoond: Ondernemingsplan, waarin minimaal de volgende onderwerpen zijn opgenomen: – persoonlijke gegevens van de ondernemer; – het product of de dienst en wat het unieke daarvan is; – een marktanalyse toegespitst op het eigen product of dienst; – de organisatie; – de (openings)balans; – de omzet- en liquiditeitsprognose inclusief berekeningen; en – een specificatie en begroting arbeidscreatie en investeringen (indien aanwezig).
Nadere toelichting bij de gevraagde bescheiden: • De marktanalyse bevat minimaal informatie over de kenmerken van de specifieke markt, de doelgroep, de concurrentie (het onderscheidend vermogen), potentieel marktaandeel, marketing, risico’s, prijsbeleid. Voor onderbouwing van de marktanalyse moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: – Branchegegevens van de specifieke markt, waarop de onderneming zich richt; – Prognoses van balansen, omzetten en resultaten; – Kopieën van concrete (omvang in tijd en geld) intentieverklaringen van toekomstige opdrachtgevers; eventuele al verkregen opdrachten; – gegevens ter onderbouwing van de competenties van de ondernemer zoals: ○ een kopie van referenties en arbeidsovereenkomst(en) van de voormalige dienstbetrekking(en); ○ kopieën van behaalde diploma’s. Betreft het een buitenlands diploma? Dan moet deze voorzien zijn van een waardering van Nuffic/stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB);
• Voor onderbouwing van eventuele al gerealiseerde omzetgegevens moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: BTW aangiftes en -beschikkingen, definitieve jaarrekeningen en tussentijdse balansen en exploitatieoverzichten, aangiftes Inkomstenbelasting en aanslagen, loonaangiften, verkoopfacturen en bankafschriften (alleen positie aan eind verslagperiode). • Als sprake is van een BV moet een kopie van het aandelenregister en de oprichtingsakte toegevoegd worden; is sprake van een VOF/CV, dan wordt een kopie van het VOF/CV contract toegevoegd waarin minimaal staat: inbreng van vennoten, verantwoordelijkheden en het aandeel in het resultaat. • Als de vreemdeling als freelancer werkt: kopieën van intentieverklaringen en/of overeenkomst(en) van (de) opdracht(en) waaruit blijkt dat deze in opdracht als freelancer werkt. • Zowel bij een overname van als toetreding tot een bestaande onderneming zijn over meerdere jaren exploitatiecijfers van de oude situatie nodig. Financiële stukken die de aanvraag onderbouwen moeten gecontroleerd zijn door een daartoe bevoegd extern onafhankelijk deskundige (register accountant, een accountant administratieconsulent, boekhouder, of een financieel adviseur).
Er mag geen negatieve invloed op de markteconomie zijn De op te richten onderneming zorgt niet voor verstoring op de markt. De actuele situatie op de specifieke markt waarop de onderneming zich begeeft, is bij de beoordeling van belang. Dit betekent dat de concurrentieverhoudingen niet verstoord worden door bijvoorbeeld prijsdumping, toetreding tot een markt met overcapaciteit, toetreding tot een markt met dalende vraag, optreden als extra schakel op al bestaand sectorkolomniveau (toelevering aan gelijksoortige ondernemingen, ook wederzijds). Bij branches die na een dip weer aantrekken, zal worden gekeken naar de mate van groeiverwachting in relatie tot eventuele bestaande overcapaciteit. Er is ook sprake van een negatief gevolg voor de markteconomie als de (verwachte) resultaten onder de norm van het bruto minimumloon liggen en de ondernemer grote kans loopt zijn onderneming te moeten staken. De ondernemer zal dan uiteindelijk in het sociale vangnet terecht kunnen komen, wat geen bijdrage aan de markteconomie betekent. Ook wanneer de onderneming al eerder is opgestart zal de beoordeling plaatsvinden alsof het bedrijf nieuw op de markt komt.
Er mag geen negatieve invloed voor de werkgelegenheid zijn Toetreding tot de markt door betrokkene mag geen verstoring betekenen van de arbeidsmarkt voor werknemers en zelfstandigen. De actuele arbeidsmarktsituatie in de branche waar betrokkene toetreedt is van belang. Toetreding tot een branche met hoge werkloosheid onder werknemers en zelfstandigen is arbeidsmarkt verstorend. Hierbij wordt ook de regio, waarin de activiteiten worden uitgevoerd mee genomen. Cijfers van UWV worden in de beoordeling betrokken. Ook toetreding tot de markt in het verleden, betekent in de toetsing nieuw op de arbeidsmarkt.
Wijziging van het werknemerschap in mede-eigendom (vennoot, aandeelhouder) kan leiden tot een negatief advies op grond van verstoring van de arbeidsmarkt indien voor en / of na omzetting geen sprake is van een geldige verblijfsvergunning.

Criterium ondernemingsplan (minimum score 30 punten)

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

Bijlage 12. , behorend bij artikel 3.25 Voorschrift Vreemdelingen

Lidstaten van de EER

Marokko

Bijlage 14c. IMO Passagierslijst

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

REGISTRATIEFORMULIER, TEVENS TOESTEMMINGSVERKLARING

In beginsel is een verklaring van u (dus beantwoording van de op het formulier aangegeven vragen), als arts, over de medische toestand van betrokkene voldoende. Dit geldt echter niet in een geval waarin sprake is van een psychische stoornis, zoals bijvoorbeeld duurzame ernstige depressies en/of duurzame ernstige trauma’s. Beoordeling daarvan dient te geschieden door een deskundige op het gebied van psychische ziektebeelden. In die gevallen dient de verklaring afkomstig te zijn van uzelf eventueel in samenwerking met een psychiater of een psycholoog. Echter, u vult zelf het ambassadeformulier in.

Bijlage 23. behorend bij artikel 7.2a, tweede lid, onder f, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Artikel 4.1b

Met het toezicht op de naleving en de uitvoering van de Schengengrenscode en de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking zijn tevens belast de daartoe door de korpschef aangewezen ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a en c, van de Politiewet 2012 die met inachtneming van artikel 16, eerste lid, van de Schengengrenscode voldoende zijn opgeleid. Deze aanwijzing geldt voor een periode van ten hoogste zes maanden en kan telkenmale worden verlengd met ten hoogste zes maanden.

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA

Niet MVV-plichtig

Japan

Criterium ondernemingsplan (minimum score 30 punten)

Bijlage 8aa. behorend bij artikel 3.20a, vierde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Criterium Invulling Toelichting
De onderneming voorziet in een behoefte in Nederland Er is sprake van een zodanige markt voor de producten / diensten van de aanvrager, dat de onderneming levensvatbaar is. Dit betekent dat de onderneming een zodanig resultaat behaalt dat de ondernemer minimaal het bruto minimumloon aan de onderneming kan onttrekken. In het geval van een V.O.F. geldt dat iedere vennoot minimaal het bruto minimumloon kan onttrekken; bij een B.V. iedere eigenaar. In het geval van toetreding tot een bestaande onderneming, geldt bovenstaande ook en geldt dat het marginale aandeel van de zittende vennoten / eigenaren niet verslechtert. In het geval van een negatief eigen vermogen en geen aannemelijke vooruitzichten op een positieve kentering wordt uitgegaan van een gebrek aan continuïteitsperspectief en dit leidt tot een negatief advies.
De behoefte in Nederland en de levensvatbaarheid worden met de volgende bescheiden aangetoond: Ondernemingsplan, waarin minimaal de volgende onderwerpen zijn opgenomen: – persoonlijke gegevens van de ondernemer; – het product of de dienst en wat het unieke daarvan is; – een marktanalyse toegespitst op het eigen product of dienst; – de organisatie; – de (openings)balans; – de omzet- en liquiditeitsprognose inclusief berekeningen; en – een specificatie en begroting arbeidscreatie en investeringen (indien aanwezig).
Nadere toelichting bij de gevraagde bescheiden: • De marktanalyse bevat minimaal informatie over de kenmerken van de specifieke markt, de doelgroep, de concurrentie (het onderscheidend vermogen), potentieel marktaandeel, marketing, risico’s, prijsbeleid. Voor onderbouwing van de marktanalyse moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: – Branchegegevens van de specifieke markt, waarop de onderneming zich richt; – Prognoses van balansen, omzetten en resultaten; – Kopieën van concrete (omvang in tijd en geld) intentieverklaringen van toekomstige opdrachtgevers; eventuele al verkregen opdrachten; – gegevens ter onderbouwing van de competenties van de ondernemer zoals: ○ een kopie van referenties en arbeidsovereenkomst(en) van de voormalige dienstbetrekking(en); ○ kopieën van behaalde diploma’s. Betreft het een buitenlands diploma? Dan moet deze voorzien zijn van een waardering van Nuffic/stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB);
• Voor onderbouwing van eventuele al gerealiseerde omzetgegevens moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: BTW aangiftes en -beschikkingen, definitieve jaarrekeningen en tussentijdse balansen en exploitatieoverzichten, aangiftes Inkomstenbelasting en aanslagen, loonaangiften, verkoopfacturen en bankafschriften (alleen positie aan eind verslagperiode). • Als sprake is van een BV moet een kopie van het aandelenregister en de oprichtingsakte toegevoegd worden; is sprake van een VOF/CV, dan wordt een kopie van het VOF/CV contract toegevoegd waarin minimaal staat: inbreng van vennoten, verantwoordelijkheden en het aandeel in het resultaat. • Als de vreemdeling als freelancer werkt: kopieën van intentieverklaringen en/of overeenkomst(en) van (de) opdracht(en) waaruit blijkt dat deze in opdracht als freelancer werkt. • Zowel bij een overname van als toetreding tot een bestaande onderneming zijn over meerdere jaren exploitatiecijfers van de oude situatie nodig. Financiële stukken die de aanvraag onderbouwen moeten gecontroleerd zijn door een daartoe bevoegd extern onafhankelijk deskundige (register accountant, een accountant administratieconsulent, boekhouder, of een financieel adviseur).
Er mag geen negatieve invloed op de markteconomie zijn De op te richten onderneming zorgt niet voor verstoring op de markt. De actuele situatie op de specifieke markt waarop de onderneming zich begeeft, is bij de beoordeling van belang. Dit betekent dat de concurrentieverhoudingen niet verstoord worden door bijvoorbeeld prijsdumping, toetreding tot een markt met overcapaciteit, toetreding tot een markt met dalende vraag, optreden als extra schakel op al bestaand sectorkolomniveau (toelevering aan gelijksoortige ondernemingen, ook wederzijds). Bij branches die na een dip weer aantrekken, zal worden gekeken naar de mate van groeiverwachting in relatie tot eventuele bestaande overcapaciteit. Er is ook sprake van een negatief gevolg voor de markteconomie als de (verwachte) resultaten onder de norm van het bruto minimumloon liggen en de ondernemer grote kans loopt zijn onderneming te moeten staken. De ondernemer zal dan uiteindelijk in het sociale vangnet terecht kunnen komen, wat geen bijdrage aan de markteconomie betekent. Ook wanneer de onderneming al eerder is opgestart zal de beoordeling plaatsvinden alsof het bedrijf nieuw op de markt komt.
Er mag geen negatieve invloed voor de werkgelegenheid zijn Toetreding tot de markt door betrokkene mag geen verstoring betekenen van de arbeidsmarkt voor werknemers en zelfstandigen. De actuele arbeidsmarktsituatie in de branche waar betrokkene toetreedt is van belang. Toetreding tot een branche met hoge werkloosheid onder werknemers en zelfstandigen is arbeidsmarkt verstorend. Hierbij wordt ook de regio, waarin de activiteiten worden uitgevoerd mee genomen. Cijfers van UWV worden in de beoordeling betrokken. Ook toetreding tot de markt in het verleden, betekent in de toetsing nieuw op de arbeidsmarkt.
Wijziging van het werknemerschap in mede-eigendom (vennoot, aandeelhouder) kan leiden tot een negatief advies op grond van verstoring van de arbeidsmarkt indien voor en / of na omzetting geen sprake is van een geldige verblijfsvergunning.

Criterium toegevoegde waarde van de economische activiteiten voor de Nederlandse economie (minimum score 30 punten)

In dit kader verklaart de ondergetekende, verder te noemen gastgezin, als volgt:

Bijlage 12. , behorend bij artikel 3.25 Voorschrift Vreemdelingen

Lidstaten van de EER

Monaco

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

REGISTRATIEFORMULIER, TEVENS TOESTEMMINGSVERKLARING

Deze ambassade/dit consulaat-generaal zal personen die menen in aanmerking te komen voor ontheffing van het basisexamen inburgering naar u doorverwijzen voor een medische keuring. Deze personen geven vooraf toestemming voor het beschikbaar stellen van uw verklaring aan deze ambassade/dit consulaat-generaal.

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Mongolië

Montenegro

Nieuw-Zeeland

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14a. IMO Bemanningslijst

Bijlage 14b. IMO Crew List

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

Bijlage:. STAPPEN

Het is de bedoeling dat u daarbij de vragen in bijgevoegde vragenformulier beantwoordt. U dient deze zelf in te vullen. Wilt u het formulier s.v.p. volledig invullen? Onvolledig ingevulde formulieren kunnen betrokkene in bewijsproblemen brengen. Wilt u het formulier na invullen zelf stempelen, paraferen en terugsturen naar de ambassade, vergezeld van het door de betrokkene overgelegde originele registratiebewijs? Tevens dient aan de betrokkene door u of door de ambassade/het consulaat-generaal (dit hangt af van de afspraak die hierover door u met de ambassade/het consulaat-generaal is gemaakt) een kopie van deze verklaring te worden gegeven.

Over uw antwoorden op de vragen zal de Nederlandse ambassade/het consulaat-generaal in beginsel geen nader contact met u opnemen. Zij accepteert uw formulier en zal deze niet inhoudelijk beoordelen. Beoordeling wordt gedaan door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie in Nederland. Uiteindelijk beslist u dus niet over de ontheffing, dit doet de IND. Een duidelijke beantwoording van de vragen is dan ook erg belangrijk.

Uw contactpersoon op de Nederlandse ambassade/het consulaat-generaal is de consul/het hoofd van de Consulaire Afdeling; de heer/mevrouw .........., ......... .., functie .................. In geval van problemen of vragen kunt u te allen tijde met hem/haar contact opnemen.

Bijlage 21. behorend bij artikel 3.34l, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
de BRP Bewijs van inschrijving Bewijs van inschrijving huwelijk Bewijs van verbreking huwelijk Bewijs van de burgerlijke staat Bewijs van de adresgegevens
De polisadministratie, bedoeld in bijlage I behorend bij artikel 5.2, eerste lid, besluit SUWI Gegevens ter beoordeling van de hoogte en duurzaamheid van middelen van bestaan, verworven uit arbeid in loondienst als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder a, van het Besluit of inkomensvervangende uitkeringen als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder c, van het Besluit, waaronder: Afschrift van een arbeidsovereenkomst Afschrift van een uitzendovereenkomst Afschrift van een uitkeringsbeschikking Afschrift van een toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ, WIA of Wajong Afschrift van een loonstrook Afschrift van een uitkeringsspecifatie Afschrift van een jaaropgave
Het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Vermelding in het register
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Uittreksel uit het Handelsregister

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Oekraïne

Bijlage 14c. IMO Passagierslijst

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

Bijlage:. STAPPEN

De ambassadeur,

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register
Artikel 4.23a
1.

De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, verstrekt inlichtingen indien:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent indien de referent niet langer behoort tot dezelfde onderneming of tot dezelfde groep van ondernemingen als de buiten het grondgebied van de Europese Unie gevestigde onderneming, als bedoeld in artikel 3, onder l, van richtlijn 2014/66/EU.

Artikel 4.35a
1.

De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op:

2.

De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent in de administratie op de stukken omtrent de wijze waarop hij invulling heeft gegeven aan de zorgplicht.

Hoofdstuk 6. Vertrek en uitzetting

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Beijing Capital International Airport PEK
Boryspil International Airport KBP
Kigali International Airport KGL
Cairo International Airport CAI
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johannesburg International Airport JNB
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA

Niet MVV-plichtig

Monaco

Criterium persoonlijke ervaring (minimum score 30 punten)

Bijlage 8aa. behorend bij artikel 3.20a, vierde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Criterium Invulling Toelichting
De onderneming voorziet in een behoefte in Nederland Er is sprake van een zodanige markt voor de producten / diensten van de aanvrager, dat de onderneming levensvatbaar is. Dit betekent dat de onderneming een zodanig resultaat behaalt dat de ondernemer minimaal het bruto minimumloon aan de onderneming kan onttrekken. In het geval van een V.O.F. geldt dat iedere vennoot minimaal het bruto minimumloon kan onttrekken; bij een B.V. iedere eigenaar. In het geval van toetreding tot een bestaande onderneming, geldt bovenstaande ook en geldt dat het marginale aandeel van de zittende vennoten / eigenaren niet verslechtert. In het geval van een negatief eigen vermogen en geen aannemelijke vooruitzichten op een positieve kentering wordt uitgegaan van een gebrek aan continuïteitsperspectief en dit leidt tot een negatief advies.
De behoefte in Nederland en de levensvatbaarheid worden met de volgende bescheiden aangetoond: Ondernemingsplan, waarin minimaal de volgende onderwerpen zijn opgenomen: – persoonlijke gegevens van de ondernemer; – het product of de dienst en wat het unieke daarvan is; – een marktanalyse toegespitst op het eigen product of dienst; – de organisatie; – de (openings)balans; – de omzet- en liquiditeitsprognose inclusief berekeningen; en – een specificatie en begroting arbeidscreatie en investeringen (indien aanwezig).
Nadere toelichting bij de gevraagde bescheiden: • De marktanalyse bevat minimaal informatie over de kenmerken van de specifieke markt, de doelgroep, de concurrentie (het onderscheidend vermogen), potentieel marktaandeel, marketing, risico’s, prijsbeleid. Voor onderbouwing van de marktanalyse moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: – Branchegegevens van de specifieke markt, waarop de onderneming zich richt; – Prognoses van balansen, omzetten en resultaten; – Kopieën van concrete (omvang in tijd en geld) intentieverklaringen van toekomstige opdrachtgevers; eventuele al verkregen opdrachten; – gegevens ter onderbouwing van de competenties van de ondernemer zoals: ○ een kopie van referenties en arbeidsovereenkomst(en) van de voormalige dienstbetrekking(en); ○ kopieën van behaalde diploma’s. Betreft het een buitenlands diploma? Dan moet deze voorzien zijn van een waardering van Nuffic/stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB);
• Voor onderbouwing van eventuele al gerealiseerde omzetgegevens moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: BTW aangiftes en -beschikkingen, definitieve jaarrekeningen en tussentijdse balansen en exploitatieoverzichten, aangiftes Inkomstenbelasting en aanslagen, loonaangiften, verkoopfacturen en bankafschriften (alleen positie aan eind verslagperiode). • Als sprake is van een BV moet een kopie van het aandelenregister en de oprichtingsakte toegevoegd worden; is sprake van een VOF/CV, dan wordt een kopie van het VOF/CV contract toegevoegd waarin minimaal staat: inbreng van vennoten, verantwoordelijkheden en het aandeel in het resultaat. • Als de vreemdeling als freelancer werkt: kopieën van intentieverklaringen en/of overeenkomst(en) van (de) opdracht(en) waaruit blijkt dat deze in opdracht als freelancer werkt. • Zowel bij een overname van als toetreding tot een bestaande onderneming zijn over meerdere jaren exploitatiecijfers van de oude situatie nodig. Financiële stukken die de aanvraag onderbouwen moeten gecontroleerd zijn door een daartoe bevoegd extern onafhankelijk deskundige (register accountant, een accountant administratieconsulent, boekhouder, of een financieel adviseur).
Er mag geen negatieve invloed op de markteconomie zijn De op te richten onderneming zorgt niet voor verstoring op de markt. De actuele situatie op de specifieke markt waarop de onderneming zich begeeft, is bij de beoordeling van belang. Dit betekent dat de concurrentieverhoudingen niet verstoord worden door bijvoorbeeld prijsdumping, toetreding tot een markt met overcapaciteit, toetreding tot een markt met dalende vraag, optreden als extra schakel op al bestaand sectorkolomniveau (toelevering aan gelijksoortige ondernemingen, ook wederzijds). Bij branches die na een dip weer aantrekken, zal worden gekeken naar de mate van groeiverwachting in relatie tot eventuele bestaande overcapaciteit. Er is ook sprake van een negatief gevolg voor de markteconomie als de (verwachte) resultaten onder de norm van het bruto minimumloon liggen en de ondernemer grote kans loopt zijn onderneming te moeten staken. De ondernemer zal dan uiteindelijk in het sociale vangnet terecht kunnen komen, wat geen bijdrage aan de markteconomie betekent. Ook wanneer de onderneming al eerder is opgestart zal de beoordeling plaatsvinden alsof het bedrijf nieuw op de markt komt.
Er mag geen negatieve invloed voor de werkgelegenheid zijn Toetreding tot de markt door betrokkene mag geen verstoring betekenen van de arbeidsmarkt voor werknemers en zelfstandigen. De actuele arbeidsmarktsituatie in de branche waar betrokkene toetreedt is van belang. Toetreding tot een branche met hoge werkloosheid onder werknemers en zelfstandigen is arbeidsmarkt verstorend. Hierbij wordt ook de regio, waarin de activiteiten worden uitgevoerd mee genomen. Cijfers van UWV worden in de beoordeling betrokken. Ook toetreding tot de markt in het verleden, betekent in de toetsing nieuw op de arbeidsmarkt.
Wijziging van het werknemerschap in mede-eigendom (vennoot, aandeelhouder) kan leiden tot een negatief advies op grond van verstoring van de arbeidsmarkt indien voor en / of na omzetting geen sprake is van een geldige verblijfsvergunning.

Inleiding

Het doel van de au-pairregeling is dat de au pair in Nederland verblijft om kennis te maken met de Nederlandse cultuur en samenleving. Het gastgezin biedt de au pair kost en inwoning en een maandelijks onderling overeen te komen bedrag aan zakgeld. In ruil voor de faciliteiten die het gastgezin biedt, verleent de au pair hulp in de huishouding van alleen het gastgezin, en/of bij het opvangen en verzorgen van eventuele kinderen van dit gezin. Het gaat dan om lichte werkzaamheden in de huishouding en/of de opvang en verzorging van eventuele kinderen, niet om werk waarvoor een tewerkstellingsvergunning (twv) of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid vereist is. Dit betekent dat de au pair alleen die werkzaamheden mag verrichten waarvoor in zijn/haar aanwezigheid steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is. Dat betekent dus dat een au pair niet alleen verantwoordelijk mag zijn voor de opvang van kinderen maar dat er bijvoorbeeld een ouder of grootouder aanwezig (of direct beschikbaar) is die verantwoordelijk is. Het ondersteunende karakter van het werk houdt tevens in dat de au pair niet volledig verantwoordelijk is voor de huishoudelijke taken. De au pair verblijft immers op basis van gelijkheid (met de gezinsleden) in het gastgezin.

Bijlage 12. , behorend bij artikel 3.25 Voorschrift Vreemdelingen

Lidstaten van de EER

San Marino

Bijlage 14d. IMO Passenger List

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

voor deze

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 6. Vertrek en uitzetting

Afdeling 1. Uitzetting en overdracht

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Boryspil International Airport KBP
Ezeiza International Airport EZE
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Dubai Al Maktoum International Airport DWC
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Johan Adolf Pengel International Airport PBM
Johannesburg International Airport JNB
Kigali International Airport KGL
Kilimanjaro International Airport JRO
Kuala Lumpur International Airport KUL
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Lungi International Airport FNA
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Rafael Núnez International Airport CTG
Roberts International Airport RBO
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA
Tirana Nene Tereza International Airport TIA

Niet MVV-plichtig

Nieuw-Zeeland

Bijlage 8aa. behorend bij artikel 3.20a, vierde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Criterium Invulling Toelichting
De onderneming voorziet in een behoefte in Nederland Er is sprake van een zodanige markt voor de producten / diensten van de aanvrager, dat de onderneming levensvatbaar is. Dit betekent dat de onderneming een zodanig resultaat behaalt dat de ondernemer minimaal het bruto minimumloon aan de onderneming kan onttrekken. In het geval van een V.O.F. geldt dat iedere vennoot minimaal het bruto minimumloon kan onttrekken; bij een B.V. iedere eigenaar. In het geval van toetreding tot een bestaande onderneming, geldt bovenstaande ook en geldt dat het marginale aandeel van de zittende vennoten / eigenaren niet verslechtert. In het geval van een negatief eigen vermogen en geen aannemelijke vooruitzichten op een positieve kentering wordt uitgegaan van een gebrek aan continuïteitsperspectief en dit leidt tot een negatief advies.
De behoefte in Nederland en de levensvatbaarheid worden met de volgende bescheiden aangetoond: Ondernemingsplan, waarin minimaal de volgende onderwerpen zijn opgenomen: – persoonlijke gegevens van de ondernemer; – het product of de dienst en wat het unieke daarvan is; – een marktanalyse toegespitst op het eigen product of dienst; – de organisatie; – de (openings)balans; – de omzet- en liquiditeitsprognose inclusief berekeningen; en – een specificatie en begroting arbeidscreatie en investeringen (indien aanwezig).
Nadere toelichting bij de gevraagde bescheiden: • De marktanalyse bevat minimaal informatie over de kenmerken van de specifieke markt, de doelgroep, de concurrentie (het onderscheidend vermogen), potentieel marktaandeel, marketing, risico’s, prijsbeleid. Voor onderbouwing van de marktanalyse moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: – Branchegegevens van de specifieke markt, waarop de onderneming zich richt; – Prognoses van balansen, omzetten en resultaten; – Kopieën van concrete (omvang in tijd en geld) intentieverklaringen van toekomstige opdrachtgevers; eventuele al verkregen opdrachten; – gegevens ter onderbouwing van de competenties van de ondernemer zoals: ○ een kopie van referenties en arbeidsovereenkomst(en) van de voormalige dienstbetrekking(en); ○ kopieën van behaalde diploma’s. Betreft het een buitenlands diploma? Dan moet deze voorzien zijn van een waardering van Nuffic/stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB);
• Voor onderbouwing van eventuele al gerealiseerde omzetgegevens moeten de volgende bewijsmiddelen toegevoegd worden: BTW aangiftes en -beschikkingen, definitieve jaarrekeningen en tussentijdse balansen en exploitatieoverzichten, aangiftes Inkomstenbelasting en aanslagen, loonaangiften, verkoopfacturen en bankafschriften (alleen positie aan eind verslagperiode). • Als sprake is van een BV moet een kopie van het aandelenregister en de oprichtingsakte toegevoegd worden; is sprake van een VOF/CV, dan wordt een kopie van het VOF/CV contract toegevoegd waarin minimaal staat: inbreng van vennoten, verantwoordelijkheden en het aandeel in het resultaat. • Als de vreemdeling als freelancer werkt: kopieën van intentieverklaringen en/of overeenkomst(en) van (de) opdracht(en) waaruit blijkt dat deze in opdracht als freelancer werkt. • Zowel bij een overname van als toetreding tot een bestaande onderneming zijn over meerdere jaren exploitatiecijfers van de oude situatie nodig. Financiële stukken die de aanvraag onderbouwen moeten gecontroleerd zijn door een daartoe bevoegd extern onafhankelijk deskundige (register accountant, een accountant administratieconsulent, boekhouder, of een financieel adviseur).
Er mag geen negatieve invloed op de markteconomie zijn De op te richten onderneming zorgt niet voor verstoring op de markt. De actuele situatie op de specifieke markt waarop de onderneming zich begeeft, is bij de beoordeling van belang. Dit betekent dat de concurrentieverhoudingen niet verstoord worden door bijvoorbeeld prijsdumping, toetreding tot een markt met overcapaciteit, toetreding tot een markt met dalende vraag, optreden als extra schakel op al bestaand sectorkolomniveau (toelevering aan gelijksoortige ondernemingen, ook wederzijds). Bij branches die na een dip weer aantrekken, zal worden gekeken naar de mate van groeiverwachting in relatie tot eventuele bestaande overcapaciteit. Er is ook sprake van een negatief gevolg voor de markteconomie als de (verwachte) resultaten onder de norm van het bruto minimumloon liggen en de ondernemer grote kans loopt zijn onderneming te moeten staken. De ondernemer zal dan uiteindelijk in het sociale vangnet terecht kunnen komen, wat geen bijdrage aan de markteconomie betekent. Ook wanneer de onderneming al eerder is opgestart zal de beoordeling plaatsvinden alsof het bedrijf nieuw op de markt komt.
Er mag geen negatieve invloed voor de werkgelegenheid zijn Toetreding tot de markt door betrokkene mag geen verstoring betekenen van de arbeidsmarkt voor werknemers en zelfstandigen. De actuele arbeidsmarktsituatie in de branche waar betrokkene toetreedt is van belang. Toetreding tot een branche met hoge werkloosheid onder werknemers en zelfstandigen is arbeidsmarkt verstorend. Hierbij wordt ook de regio, waarin de activiteiten worden uitgevoerd mee genomen. Cijfers van UWV worden in de beoordeling betrokken. Ook toetreding tot de markt in het verleden, betekent in de toetsing nieuw op de arbeidsmarkt.
Wijziging van het werknemerschap in mede-eigendom (vennoot, aandeelhouder) kan leiden tot een negatief advies op grond van verstoring van de arbeidsmarkt indien voor en / of na omzetting geen sprake is van een geldige verblijfsvergunning.

Inleiding

Bijlage 11. , behorend bij artikel 3.24 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen

Lidstaten van de EER

Senegal

Bijlage 15. behorend bij artikel 4.5, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

Verzoeke u akkoord te gaan met bovenstaande procedure en ter bevestiging onderstaand uw handtekening te plaatsen en een exemplaar te retourneren aan de Nederlandse ambassade/het Nederlandse consulaat-generaal.

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register
Artikel 3.20c

Middelen van bestaan zijn duurzaam, indien deze op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als het voorgenomen verblijf in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming zal duren, beschikbaar zijn.

Paragraaf 3. Procedurele bepalingen

Afdeling 3. De verblijfsvergunning asiel

Paragraaf 1. Inhoudelijke bepalingen

Paragraaf 2. Procedurele bepalingen

Afdeling 4. De status van EU-langdurig ingezetene

Paragraaf 1. Procedurele bepalingen

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Afdeling 1. Grensbewaking en toezicht

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 6. Vertrek en uitzetting

Afdeling 2. Verhaal kosten van uitzetting

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Boryspil International Airport KBP
Ezeiza International Airport EZE
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Dubai Al Maktoum International Airport DWC
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Izmir International Airport ADB
Johan Adolf Pengel International Airport PBM
Johannesburg International Airport JNB
Kigali International Airport KGL
Kuala Lumpur International Airport KUL
Konya Airport KYA
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Lungi International Airport FNA
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Rafael Núnez International Airport CTG
Roberts International Airport RBO
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA
Tirana Nene Tereza International Airport TIA

Niet MVV-plichtig

Vaticaanstad

Inleiding

Bijlage 11. , behorend bij artikel 3.24 Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen

Lidstaten van de EER

Servië

Bijlage 16. behorend bij artikel 4.5, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

In de bijlage treft u in chronologische volgorde de te volgen stappen.

Bijlage 21. behorend bij artikel 3.34l, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
de BRP Bewijs van inschrijving Bewijs van inschrijving huwelijk Bewijs van verbreking huwelijk Bewijs van de burgerlijke staat Bewijs van de adresgegevens
De polisadministratie, bedoeld in bijlage I behorend bij artikel 5.2, eerste lid, besluit SUWI Gegevens ter beoordeling van de hoogte en duurzaamheid van middelen van bestaan, verworven uit arbeid in loondienst als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder a, van het Besluit of inkomensvervangende uitkeringen als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder c, van het Besluit, waaronder: Afschrift van een arbeidsovereenkomst Afschrift van een uitzendovereenkomst Afschrift van een uitkeringsbeschikking Afschrift van een toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ, WIA of Wajong Afschrift van een loonstrook Afschrift van een uitkeringsspecifatie Afschrift van een jaaropgave
Het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Vermelding in het register
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Uittreksel uit het Handelsregister
Artikel 4.4a
1.

De gezagvoerder, scheepsagent, of een ander door de gezagvoerder naar behoren gemachtigd persoon van een zeeschip of ander schip, daaronder begrepen schepen die vanuit Nederlandse havens veerverbindingen met havens in derde landen verzorgen, zendt de in artikel 4.11 van het Besluit en artikel 4.4 bedoelde gegevens elektronisch aan het hoofd van de grensdoorlaatpost via een elektronisch platform waarvoor de autoriteit belast met grenstoezicht het Nederlandse Maritiem Single Window heeft aangewezen.

2.

De gegevens worden, onverminderd specifieke bepalingen betreffende aanmelding opgenomen in andere toepasselijke wet- en regelgeving, door de gezagvoerder, scheepsagent of een andere, door de gezagvoerder naar behoren gemachtigd persoon, verstuurd aan het hoofd van de grensdoorlaatpost:

3.

De gegevens worden verzonden in een bericht met de structuur Extensible Markup Language (XML).

4.

De gezagvoerder, scheepsagent, of een ander door de gezagvoerder naar behoren gemachtigd persoon ontvangt van het hoofd van de grensdoorlaatpost via een elektronisch platform, waarvoor de autoriteit belast met grenstoezicht het Nederlandse Maritiem Single Window heeft aangewezen, een automatische elektronische ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 4.12 van het Besluit, van de informatie die hij verstrekt heeft.

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 6. Vertrek en uitzetting

Afdeling 2. Verhaal kosten van uitzetting

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Luchthaven Luchthavencode
Accra International Airport ACC
Abu Dhabi International Airport AUH
Bahrein International Airport BAH
Boryspil International Airport KBP
Ezeiza International Airport EZE
Damman- King Fahd International Airport DMM
Dar Es Salaam International Airport DAR
Dubai International Airport DXB
Dubai Al Maktoum International Airport DWC
Entebbe International Airport EBB
Guangzhou Baiyun International Airport CAN
Hong Kong International Airport HKG
Hamad International Airport DOH
Istanboel International Atatürk Airport IST
Istanboel Sabiha Gökçen International Airport SAW
Izmir International Airport ADB
Johan Adolf Pengel International Airport PBM
Johannesburg International Airport JNB
Kigali International Airport KGL
Kuala Lumpur International Airport KUL
Konya Airport KYA
Kuwait International Airport KWI
Lagos International Airport LOS
Lungi International Airport FNA
Moskou Sheremetjevo International Airport SVO
Muscat International Airport MCT
Nairobi Jomo Kenyatta International Airport NBO
New Delhi Indira Gandhi International Airport DEL
Rafael Núnez International Airport CTG
Roberts International Airport RBO
Sao Paulo International Airport GRU
Singapore Changi International Airport SIN
Teheran Imam Khomeini International Airport IKA
Tirana Nene Tereza International Airport TIA

Niet MVV-plichtig

Verenigde Staten

Inleiding

Bijlage 12. , behorend bij artikel 3.25 Voorschrift Vreemdelingen

Lidstaten van de EER

Togo

Bijlage 17a. behorend bij artikel 7.1, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

REGISTRATIEFORMULIER, TEVENS TOESTEMMINGSVERKLARING

Alvorens het hele proces van start gaat is het van belang dat de hele procedure voor u helder is en dat goede afspraken worden gemaakt met de ambassade/het consulaat omtrent de te volgen procedure, betaling, vertrouwelijkheid, kopieverlening van uw verklaring aan betrokkene, alsmede het zelf archiveren van stukken van cliënten.

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Trinidad en Tobago

Bijlage 17b. behorend bij artikel 7.1, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

Alvorens het hele proces van start gaat is het van belang dat de hele procedure voor u helder is en dat goede afspraken worden gemaakt met de ambassade/het consulaat omtrent de te volgen procedure, betaling, vertrouwelijkheid, kopieverlening van uw verklaring aan betrokkene, alsmede het zelf archiveren van stukken van cliënten.

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Bijlage 17c. behorend bij artikel 7.1, derde lid, Voorschrift Vreemdelingen

Bijlage 17d. behorend bij artikel 7.1, vierde lid, Voorschrift Vreemdelingen

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

ten behoeve van arts /deskundige in het kader van een verzoek tot ontheffing basisexamen inburgering buitenland. In te vullen door verzoeker van ontheffing (mede) vanwege medische indicatie.

ten behoeve van arts /deskundige in het kader van een verzoek tot ontheffing basisexamen inburgering buitenland. In te vullen door verzoeker van ontheffing (mede) vanwege medische indicatie.

Bijlage 20. behorend bij artikel 1.16, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Inschrijving in het Handelsregister Gegevens over surseance van betaling of faillissement Gegevens over de doelstelling van een uitwisselingsreferent Statuten van levensbeschouwelijke of religieuze organisaties Het gehele bedrijfsprofiel
Centraal Insolventieregister Gegevens over surséance van betaling of faillissement
Het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs Vermelding van de opleiding in het register
Het openbare register van onderwijsinstellingen die de gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs hebben ondertekend Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen voor het verzorgen van opleidingen in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het openbare register van toegelaten onderwijsinstellingen die opleidingen faciliteren in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid Vermelding van de onderwijsinstelling in het register
Het National Academic Research and Collaborations Information System Vermelding van de onderzoeksinstelling in het informatiesysteem
Register Normering Arbeid Vermelding van het uitzendbureau in het register

Bijlage 21. behorend bij artikel 3.34l, eerste en tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Administratie Kolom B Gegeven(s) of bescheid
de BRP Bewijs van inschrijving Bewijs van inschrijving huwelijk Bewijs van verbreking huwelijk Bewijs van de burgerlijke staat Bewijs van de adresgegevens
De polisadministratie, bedoeld in bijlage I behorend bij artikel 5.2, eerste lid, besluit SUWI Gegevens ter beoordeling van de hoogte en duurzaamheid van middelen van bestaan, verworven uit arbeid in loondienst als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder a, van het Besluit of inkomensvervangende uitkeringen als bedoeld in artikel 3.73, eerste lid, onder c, van het Besluit, waaronder: Afschrift van een arbeidsovereenkomst Afschrift van een uitzendovereenkomst Afschrift van een uitkeringsbeschikking Afschrift van een toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ, WIA of Wajong Afschrift van een loonstrook Afschrift van een uitkeringsspecifatie Afschrift van een jaaropgave
Het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Vermelding in het register
Het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 Uittreksel uit het Handelsregister
Artikel 7.2d

Een op 1 oktober 2017 geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier, verleend onder de beperking ‘tijdsverloop asiel’, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier, verleend onder de beperking verband houdend met niet-tijdelijk humanitaire gronden.

Bijlage 1a. , behorend bij artikel 2.1a, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Vervallen

Niet MVV-plichtig

Zuid-Korea

Inleiding

Bijlage 12a. behorend bij artikel 4.1a, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Lidstaten van de EER

Bijlage 18. , behorend bij artikel 3.33a Voorschrift Vreemdelingen

Vervallen

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

Bijlage:. STAPPEN

REGISTRATIEFORMULIER, TEVENS TOESTEMMINGSVERKLARING

Gelieve onderstaand uw persoonlijke gegevens in te vullen en te retourneren met 2 gelijkende pasfoto’s.

Bijlage 22. behorend bij artikel 6.2a Voorschrift Vreemdelingen 2000

Kolom A Kostensoort Kolom B Tarief
Vervoer (per vervoerde vreemdeling)
Binnen Rotterdam Van Rotterdam naar Den Haag Van Rotterdam naar Amsterdam Van Rotterdam naar Brussel Binnen Amsterdam Van Amsterdam naar Den Haag Van Amsterdam naar Rotterdam Van Amsterdam naar Brussel Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur € 149,80 € 299,60 € 299,60 € 449,40 € 149,80 € 299,60 € 299,60 € 599,20 € 74,90
Laissez passer
Kosten aanvraagproces Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) Prijs laissez passer € 597,00 € 55,00 variabel
Escortering tijdens het terugvervoer
Salariskosten (per escort per uur) Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) Ticketkosten (per escort) Vliegvergoeding (per escort per uur) Onkostenvergoeding (per escort per dag) Reisverzekering (per escort) € 63,78 variabel variabel € 17,05 € 13,50 variabel
Verblijf van de geweigerde vreemdeling
Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw 2000 (per persoon per dag) € 191,00
Overige kosten variabel
Administratiekosten (maximaal € 500 administratiekosten per vreemdeling) 8%
Artikel 3.20d

Een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 kan worden verleend indien de vreemdeling een gastovereenkomst heeft gesloten met de referent, en daarin is opgenomen:

Paragraaf 3. Procedurele bepalingen

Afdeling 3. De verblijfsvergunning asiel

Paragraaf 1. Inhoudelijke bepalingen

Paragraaf 2. Procedurele bepalingen

Afdeling 4. De status van EU-langdurig ingezetene

Paragraaf 1. Procedurele bepalingen

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Afdeling 1. Grensbewaking en toezicht

Afdeling 2. Verplichtingen van de referent

Paragraaf 1. Informatieplichten

Paragraaf 2. Administratieplichten

Hoofdstuk 6. Vertrek en uitzetting

Afdeling 2. Verhaal kosten van uitzetting

Hoofdstuk 7. Algemene en slotbepalingen

Bijlage 2. behorend bij artikel 2.2 Voorschrift Vreemdelingen (landen van welke de onderdanen zijn vrijgesteld van de MVV-plicht)

Niet MVV-plichtig

Zwitserland

Bijlage 13. behorend bij artikel 3.37f, derde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000 (veilige landen van herkomst)

Lidstaten van de EER

Bijlage 19. behorende bij artikel 3.10, eerste en derde lid

STANDAARD VRAGENFORMULIER (t.b.v. opstellen medisch advies) AAN ARTS

REGISTRATIEFORMULIER, TEVENS TOESTEMMINGSVERKLARING

Met de ondertekening van dit formulier verklaar ik mijn toestemming en medewerking te verlenen aan een medische consultatie door een door de ambassade/het consulaat-generaal aangewezen arts over mijn lichamelijke gesteldheid, en dat hierover – door tussenkomst van de ambassade/het consulaat-generaal – een medisch rapport ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Nederland zal worden uitgebracht.

Bijlage 23. behorend bij artikel 7.2a, tweede lid, onder f, Voorschrift Vreemdelingen 2000