Besluit van 18 december 2000, houdende regels ter uitvoering van het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293) (Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart)
Onze Minister stelt een aanwijzing vast over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 6. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 96
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Artikel 97
In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, en van artikel 45 kan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 45 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim.
Artikel 98
In afwijking van het bepaalde in artikel 42 is tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, toegelaten dat in gevallen waarin ingevolge artikel 42 bij het nalossen de losstandaard vacuümschoon zou moeten worden bereikt, de losstandaard bezemschoon wordt bereikt.
Artikel 99
In afwijking van het bepaalde in artikel 37 is het tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, toegelaten een schip voor vervoer van vloeibare lading ter beschikking te stellen dat niet beschikt over een nalenssysteem als bedoeld in artikel 37.
In afwijking van het bepaalde in artikel 43 is het tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, verplicht de in de ladingtank en het leidingsysteem aanwezige restlading zo veel mogelijk te verwijderen met behulp van de daarvoor beschikbare voorzieningen.
Artikel 100
In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Minister te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht.
Artikel 100a
Dit besluit berust mede op de artikelen 4.3 en 4.5 van de Omgevingswet en de artikelen 9.5.2. en 10.40a, tweede lid, van de Wet milieubeheer.
Artikel 101
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 102
Dit besluit wordt aangehaald als: Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart.
Bijlage 1. behorende bij de artikelen 38 en 39 van het Scheepsafvalstoffenbesluit rijn- en binnenvaart
Vervallen
Modellen met betrekking tot het nalenssysteem
Model 1. Inrichting voor de afgifte van restlading
Raadpleeg voor de afbeelding het gedrukte Staatsblad 2001/48.
Aansluiting voor de afgifte van resthoeveelheden
Aansluiting conform CEFIC.
Aansluiting voor de walinstallatie om de resthoeveelheden door middel van gas aan land te persen.
Aansluiting conform CEFIC.
Model 2. Verklaring inzake de beproeving van het nalenssysteem
Bijlage 2. behorende bij de artikelen 40, 42, tweede lid, 47, 48, onderdelen a, b en c, 51, eerste en tweede lid, 62, eerste lid, en tweede lid, onderdeel c, en 63 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
Vervallen
Losstandaarden alsmede bijzondere behandelwijzen met betrekking tot afvalwater dat ladingrestanten bevat
De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis:
Kolom 1 vermeldt het viercijferige goederennummer per goederensoort als bedoeld in artikel 40, zoals dat is vervat in de nummering van de NSTR (goederennomenclatuur voor de vervoerstatistiek).
Kolom 2 vermeldt de naam van elke goederensoort als bedoeld in artikel 40, zoals die is vervat in de indeling van goederencategorieën van de NSTR.
Kolom 3 geeft een losstandaard aan als bedoeld in de artikelen 42, tweede lid, 48, onderdeel c, 62, eerste lid, en tweede lid, onderdeel c, en 63, te weten:
A: bezemschoon laadruim of nagelensde ladingtank
of
B: vacuümschoon laadruim.
Kolom 4 geeft een losstandaard aan als bedoeld in de artikelen 42, tweede lid, 47, 48, onderdeel b, 51, tweede lid, en 63, te weten:
A: bezemschoon laadruim of nagelensde ladingtank
of
B: vacuümschoon laadruim.
Kolom 5 geeft een bijzondere behandeling, aangeduid met S, aan als bedoeld in de artikelen 45, 46, onderdeel a, 48, onderdeel a, en 51, eerste lid. De behandelwijze van het afvalwater hangt af van de aard van de soort lading, bijvoorbeeld over de opgeslagen lading spuiten, dan wel behandeling in een zuiveringsinstallatie of verwerking in een installatie voor afvalwater. In een aantal gevallen is de behandelwijze gespecificeerd in een voetnoot.
Kolom 6 bevat verwijzingen naar opmerkingen in de voetnoten.
Opmerkingen:
14) Meel: B
16) Afval: S
Opmerking:
1) Gegarandeerd onbehandeld
2) Voor onbehandeld hout: A
Voor behandeld (geïmpregneerd) hout: B
3) Voor gebeitst zaad: S
4) S: Sproeien over opslag op de wal
5) Voor in wateroplosbare metaalzouten: S
6) Indien met minerale olie besmeurd: S
7) Indien gedenatureerd: S
8) Vast: B
Loog: A
9) I.p.v. asbest: vezelcement
10) Voor houtgranietmassa: B, voor alle overigen: A
11) Indien vacuümschoon niet mogelijk, dan S
12) Bij stukgoed zie inleidende opmerking onder c)
13) Plantaardig: A
Dierlijk: B
14) Meel: B
15) Afval en schroot A, overig B
16) Afval: S
17) Indien geneesmiddelen: S
Bijlage 3. Behorende bij artikel 76 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
Grens- en controlewaarden voor zuiveringsinstallaties aan boord van passagiersschepen
Tabel 1. Grenswaarden voor de typekeuring
Tabel 2. Controlewaarden voor een steekproef ten aanzien van het functioneren
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Bijlage 3. Behorende bij artikel 76 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
Grens- en controlewaarden voor zuiveringsinstallaties aan boord van passagiersschepen
Tabel 1. Grenswaarden voor de typekeuring
Tabel 2. Controlewaarden voor een steekproef ten aanzien van het functioneren
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Bijlage 1. behorende bij de artikelen 38 en 39 van het Scheepsafvalstoffenbesluit rijn- en binnenvaart
Vervallen
Bijlage 2. behorende bij de artikelen 40, 42, tweede lid, 47, 48, onderdelen a, b en c, 51, eerste en tweede lid, 62, eerste lid, en tweede lid, onderdeel c, en 63 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3a
Het in het oppervlaktewaterlichaam brengen van stoffen bedoeld in de artikelen 62, 76, 77 en 100 is vrijgesteld van het in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet bedoelde verbod.
Hoofdstuk 2. Olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen
§ 2.1. Reikwijdtebepalingen
§ 2.2. Verzameling en behandeling aan boord
§ 2.3. Afgifte
§ 2.4. Betaling van de afvalbeheerbijdrage
§ 2.5. Bunkerverklaring
§ 2.6. Rapportage door de leverancier
§ 2.7. Uitvoering van besluiten van de conferentie
Hoofdstuk 3. Afval van de lading
§ 3.1. Algemene bepalingen
§ 3.2. Beschikbaarstelling van een schip
§ 3.3. Vermelding goederennummer
§ 3.4. Verwijderen van overslagresten en nalossen
§ 3.5. Was- en ontgasverplichting en voorschriften ten aanzien van afvalwater en dampen
§ 3.6. Losverklaring; verlaten van de laad- of losplaats
§ 3.7. Eenheidstransporten
§ 3.8. Lozing van afvalwater of uitstoten van dampen
§ 3.9. Transport, afgifte en ontvangst van afvalwater en dampen
§ 3.10. Privaatrechtelijke bepalingen
Hoofdstuk 4. Overige scheepsafvalstoffen
§ 4.1. Verzameling aan boord, afgifte en ontvangst
§ 4.2. Uitzonderingen lozingsverbod en waarschuwingsplicht
Hoofdstuk 5. Het nationaal instituut
§ 5.1. Organisatorische taak
§ 5.2. Financiële taak
§ 5.3. Vertegenwoordiging in het internationaal orgaan
§ 5.4. Verdere bepalingen
§ 5.5. Subsidiebepalingen
Hoofdstuk 6. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 3. Behorende bij artikel 76 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)