Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 3.42a, zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluit:

Artikel 1
2.

Deze regeling verstaat onder wet: Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel 2
1.

De aanmelding, bedoeld in artikel 3.42a, zevende lid, van de wet, van de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel als bedoeld in de bijlage 1 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen moet binnen een termijn van drie maanden plaats vinden. Deze termijn vangt aan:

2.

Ingeval artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet toepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid.

Artikel 3
1.

De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt uitsluitend plaats langs de daartoe door de Minister van Economische Zaken en Klimaat geopende elektronische weg.

2.

De aanmelding wordt gedaan voor aangegane verplichtingen en gemaakte voortbrengingskosten die per melding samen ten minste € 2.500 bedragen.

Artikel 3a
1.

Een advies als bedoeld in artikel 3.42a, vierde lid, van de wet (milieu-advies) omvat tenminste:

2.

Een milieu-advies wordt slechts in aanmerking genomen indien:

4.

Bij een gecombineerd milieu- en energie-advies wordt 50% van de totale advieskosten toegerekend aan het milieu-advies.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3b
1.

De verklaring van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bedoeld in artikel 3.42a, eerste lid, van de wet, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de investering.

2.

Het verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan bij de aanmelding, bedoeld in de artikelen 2 en 3.

3.

De belastingplichtige overlegt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Infrastructuur en Waterstaat daarom verzoekt, vergunningen, certificaten of andere voor de verklaring benodigde informatie.

Artikel 3c
1.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de in artikel 3b bedoelde verklaring intrekken op verzoek van de belastingplichtige, dan wel wijzigen of intrekken indien de door of namens de belastingplichtige verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kunnen geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring.

2.

De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring ingevolge het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.