Regeling betreffende aanvragen op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, vierde lid, 10, tweede lid, 11, zevende lid en 15, tweede lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanvraag van de verplichtstelling

De aanvraag van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bevat:

Artikel 3. Aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling

De aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, bevat:

Artikel 4. Aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling
1.

De aanvragen tot intrekking van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 11, tweede en derde lid, van de wet, bevatten:

2.

Onverminderd het eerste lid bevat de aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling voor een deel van de bedrijfstak, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet, tevens:

Artikel 5. Aanvraag tot ontheffing
1.

De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet wordt gedaan door de persoon voor wie ontheffing wordt gevraagd, dan wel namens die persoon door de persoon of rechtspersoon waarvoor hij werkzaam is.

2.

De aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet vermeldt:

Artikel 6. Behandeling aanvragen

De aanvraag, bedoeld in artikel 2, 3, 4 of 5 wordt eerst in behandeling genomen wanneer alle van belang zijnde gegevens en bescheiden, genoemd in die artikelen, bij de aanvraag zijn gevoegd.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 8. Citeertitel

De regeling wordt aangehaald als: Regeling betreffende aanvragen op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a. Assurancerapport

De minister kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Artikel 3a. Assurancerapport

De minister kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel d, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Artikel 4a. Assurancerapport

De minister kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Artikel 6a. Termijnen
1.

De minister beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag, bedoeld in artikel 2, 3, of 4, doch uiterlijk binnen zesentwintig weken na de datum van mededeling in de Staatscourant van de aanvraag tot verplichtstelling, de aanvraag betreffende wijziging van de verplichtstelling, dan wel de aanvraag tot intrekking van een verplichtstelling.

2.

Indien in verband met het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid informatie of advies is gevraagd aan een persoon of instantie kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste twee maal worden verlengd met een periode van maximaal dertien weken en worden verzoekende partijen van deze verlenging in kennis gesteld.

3.

Indien verzoekende partijen niet of niet volledig binnen zes weken reageren op een verzoek van de minister of de Nederlandsche Bank om aanvullende informatie dan wel binnen acht weken in geval van een verzoek van de Nederlandsche Bank om wijziging van statuten of reglementen, krijgen zij vier weken om alsnog te reageren. Indien ook na deze periode niet of niet volledig is gereageerd wordt de aanvraag, bedoeld in artikel 2, 3 of 4, niet verder behandeld. Hiervan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6b. Elektronische communicatie

De minister draagt zorg voor de noodzakelijke elektronische infrastructuur waarmee de aanvragen, bedoeld in artikel 1a, betrouwbaar en vertrouwelijk kunnen worden verzonden. Bij de verzending van de aanvragen, bedoeld in artikel 1a, wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde elektronische formulieren en de door hem erkende methode van authenticatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a. Elektronische aanvraag en communicatie

Tenzij naar het oordeel van de minister sprake is van omstandigheden die zich daartegen verzetten, geschieden uitsluitend langs elektronische weg de aanvragen en de daaropvolgende communicatie:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.