Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Rijkswet op het Nederlanderschap te wijzigen, in het bijzonder op het punt van de bepalingen betreffende de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel IA
Wijzigt de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Artikel IB
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel IC
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel II
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel III
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel IV
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel V
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Hij die op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze Rijkswet, zijn Nederlanderschap heeft verloren en aan wie na 1 januari 1990 een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel een reisdocument in de zin van de Paspoortwet is verstrekt, wordt geacht het Nederlanderschap niet te hebben verloren. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, genoemde periode vangt voor deze persoon aan op de dag van verstrekking van die verklaring of dat document, doch niet eerder dan 1 januari 1992.
Artikel VI
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel VII
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.