Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 30, vierde lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor de Strafrechtstoepassing van 15 maart 2000, nr. 5014147/00TvdW/yr;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze instructie wordt verstaan onder:

§ 2. Gebruik geweld en aanwenden van vrijheidsbeperkend middelen

Artikel 2

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden draagt er zorg voor dat de personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het gebruik van geweld en het aanwenden van vrijheidsbeperkende middelen.

§ 2a. Gebruik van geweld ter voorkoming van onttrekking aan het toezicht tijdens begeleid verlof

Artikel 3
1.

Het gebruik van een geweldsmiddel is uitsluitend toegestaan aan een personeelslid of medewerker:

2.

Aan het gebruik van een geweldsmiddel gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

Artikel 4

Het gebruik van een semi-automatisch pistool is slechts geoorloofd:

Artikel 5

Een personeelslid of medewerker mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen slechts indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen.

Artikel 6
1.

Het personeelslid of de medewerker geeft onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen zal schieten een waarschuwing. De waarschuwing kan worden vervangen door een waarschuwingsschot, wanneer omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

2.

Een waarschuwingsschot moet op zodanige wijze worden afgevuurd dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.

Artikel 7
1.

Het gebruik van CS-traangas is slechts geoorloofd:

2.

Het gebruik van CS-traangas is slechts geoorloofd in opdracht van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.

3.

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden die bevel geeft tot het verspreiden van CS-traangas geeft bij dit bevel aan hoeveel CS-traangasgranaten worden gebruikt.

§ 4. De eenheid

Artikel 8
1.

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een daartoe door hem aangewezen personeelslid of medewerker kan de eenheid inzetten.

2.

Het personeelslid of de medewerker zet de eenheid slechts in na toestemming van het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.

§ 5. Het inrichtingspersoneel

Artikel 9

Vervallen

§ 4. De eenheid

Artikel 10
1.

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden maakt op basis van deze regeling een voor zijn inrichting geldende dienstinstructie voor personeelsleden of medewerkers.

2.

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geeft daarin aan onder welke omstandigheden personeelsleden of medewerkers bevoegd zijn, binnen en buiten de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, daaronder begrepen tijdens verlof als bedoeld in artikel 2a jegens een verpleegde geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden.

3.

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden zendt binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze regeling een afschrift van de voor zijn inrichting geldende dienstinstructie aan de Minister van Justitie.

Artikel 11
1.

Het personeelslid of de medewerker die geweld heeft gebruikt of vrijheidsbeperkende middelen heeft aangewend, meldt dit onverwijld schriftelijk aan het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden. De schriftelijke melding dient duidelijkheid te verschaffen over de redenen die tot het aanwenden van geweld hebben geleid, de daaruit voortvloeiende gevolgen en over degene op wiens last dit aanwenden van geweld heeft plaatsgevonden.

2.

Indien de aanwending van het geweld bij een verpleegde heeft geleid tot lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis en in alle gevallen waarin van een vuurwapen, een wapenstok of CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen gebruik is gemaakt, dient deze melding tevens ter kennis te worden gebracht van de Minister van Justitie. Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden dient in een dergelijk geval tevens zo spoedig mogelijk schriftelijk advies in te winnen bij een arts.

3.

De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt in de vorm van een rapport indien:

§ 6. Protocollering en meldplicht

Artikel 12

Deze instructie treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze instructie wordt aangehaald als: Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden.

Artikel 2a
1.

Indien een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde zich tijdens begeleid verlof dreigt te onttrekken aan het op hem uitgeoefende toezicht, trachten de personeelsleden of medewerkers die het toezicht op de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde uitoefenen, hem daarvan te weerhouden.

2.

Personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te begeleiden, kunnen geweld gebruiken, indien noodzakelijk om onttrekking van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht te voorkomen.

3.

Personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te beveiligen gebruiken geweld, indien noodzakelijk om onttrekking van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde aan het op hem uitgeoefende toezicht te voorkomen.

4.

Personeelsleden of medewerkers die het toezicht op een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde uitoefenen tijdens begeleid verlof, hebben de beschikking over adequate communicatiemiddelen om een onttrekking onmiddellijk te melden aan de politie en het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.

5.

De personeelsleden of medewerkers zullen in geval van een onttrekking tijdens begeleid verlof, trachten de vluchtroute of de verblijfplaats van de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde vast te stellen en die melden aan de politie en het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.

6.

De personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te begeleiden en de personeelsleden of medewerkers, die tot taak hebben het verlof te beveiligen, treden voordat het verlof aanvangt met elkaar in overleg. Indien de begeleider en/of de beveiliger van mening zijn dat zij de begeleidingstaak en beveiligingstaak niet op veilige wijze kunnen uitoefenen, wordt dit door hen gemeld aan het hoofd van de inrichting.

§ 3. Gebruik geweldsmiddelen

Artikel 7a
1.

Het hoofd van de inrichting kan met voorafgaande machtiging van de Minister van Justitie besluiten om proeven te houden met andere middelen, dan genoemd in artikel 1, onder e en f, met het doel onttrekkingen aan het toezicht als bedoeld in artikel 2a te voorkomen.

2.

Een ander middel, als bedoeld in het eerste lid, moet ten minste voldoen aan de eisen, die gesteld worden aan een mechanisch middel in de Regeling toepassing mechanische middelen verpleegden.

3.

Het andere middel wordt gebruikt overeenkomstig het in deze regeling bepaalde.

4.

Een proef, als bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale duur van één jaar.

5.

Iedere proef wordt geëvalueerd.

§ 4. De eenheid

§ 5. Het inrichtingspersoneel

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 4a

Het gebruik van een semi-automatisch schoudervuurwapen is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

§ 5. Het inrichtingspersoneel

§ 6. Protocollering en meldplicht

§ 7. Slotbepalingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.