Besluit van 6 februari 2001, houdende vaststelling van de regels rond het recht op militair arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitspensioen voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar (Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen)

Type AMvB
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 19 februari 1999, nr. P/99000777;

Gelet op artikel 2, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen;

De Raad van State gehoord (advies van 27 april 1999, No. W07.99.0082/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 1 februari 2001, nr. P/2001000559;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit
1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder arbeidsongeschiktheid met dienstverband verstaan: een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekten of gebreken, die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan de militair opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder zij moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten.

2.

Indien ingevolge het eerste lid voor een bepaalde ziekte of gebrek arbeidsongeschiktheid met dienstverband is aangenomen, dan geldt dit eveneens voor een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een andere ziekte of gebrek waarvoor dat verband niet kan worden aangenomen.

3.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder invaliditeit met dienstverband verstaan: een invaliditeit van tenminste 10% tengevolge van:

4.

Onder uitoefening van de militaire dienst wordt verstaan:

5.

Onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt verstaan:

6.

Tot de buitengewone omstandigheden in de zin van het vijfde lid worden mede gerekend:

een en ander voor zover de gebruikelijke veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gezondheid geheel of gedeeltelijk buiten werking zijn gesteld.

7.

Tot de buitengewone omstandigheden in de zin van het vijfde lid worden eveneens de gevaarzettende situaties gerekend die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van zijn taak waaraan de militair zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken.

7.

Voor elke verwonding, ziekte of gebrek wordt afzonderlijk vastgesteld of sprake is van invaliditeit met dienstverband.

8.

Indien voor een bepaalde verwonding, ziekte of gebrek invaliditeit met dienstverband is vastgesteld betekent dit dat voor die aandoening, indien die aandoening leidt tot arbeidsongeschiktheid en die arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de invaliditeit met dienstverband, eveneens sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband.

9.

Op het onderzoek naar de toepasselijkheid van dit besluit is het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen van toepassing.

10.

Onze Minister kan met betrekking tot dit artikel nadere en, zo nodig, afwijkende regels stellen.

Paragraaf 2. Aanspraken voor de beroepsmilitair

Artikel 3. Het arbeidsongeschiktheidspensioen
1.

De beroepsmilitair die ter zake van ziekten of gebreken uit zijn militaire betrekking is ontslagen heeft, zolang vanwege die betrekking recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.

2.

Eveneens recht op arbeidsongeschiktheidspensioen heeft de op andere gronden ontslagen beroepsmilitair die binnen een maand na zijn ontslag of in de periode waarin hij recht heeft op een ontslaguitkering alsnog arbeidsongeschikt wordt en aan die arbeidsongeschiktheid recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent.

3.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt vastgesteld op het bij de mate van arbeidsongeschiktheid behorende percentage van de berekeningsgrondslag. Dat percentage is:

4.

Een krachtens het derde lid toepasselijk berekeningspercentage van 70 wordt vervangen door een percentage van 75 indien de militair op het tijdstip van ingang van zijn arbeidsongeschiktheidspensioen 55 jaar of ouder is.

5.

Waar sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband worden de in het derde en vierde lid bedoelde percentages vervangen door:

bij een arbeidsongeschiktheid van:

80% of meer: 90,02%

65 tot 80%: 73,31%

55 tot 65%: 56,59%

45 tot 55%: 45,01%

35 tot 45%: 34,08%

25 tot 35%: 22,50%

15 tot 25%: 15%

6.

In afwijking van het derde, vierde en vijfde lid en met inachtneming van het zevende lid, wordt het arbeidsongeschiktheidspensioen van de rechthebbende die in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, waardoor hij geregeld oppassing en verzorging nodig heeft, bepaald op het bedrag dat nodig is om de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan te vullen tot ten hoogste 100% van de, zo nodig op 261 maal het in het eerste lid van artikel 17 van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag, berekeningsgrondslag.

7.

Het zesde lid vindt geen toepassing indien de rechthebbende in een inrichting is opgenomen en de kosten van verblijf ten laste van een verzekering inzake ziektekosten komen.

8.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald voor zover het de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de rechthebbende, verhoogd met diens eventuele suppletie krachtens de suppletieregeling, overschrijdt.

9.

Indien ingevolge de WAO recht bestaat op een zowel aan de militaire als een andere dienstbetrekking te ontlenen uitkering of op een niet rechtstreeks uit de militaire dienstbetrekking voortkomende uitkering waarin de ziekten of gebreken die tot het ontslag als militair hebben geleid een rol of mede een rol spelen, wordt bij de toepassing van de voorgaande leden gerekend met de bij die ziekten of gebreken passende mate van arbeidsongeschiktheid en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat daar ingevolge die wet aan wordt verbonden.

10.

Indien de ziekten of gebreken die tot het ontslag als militair hebben geleid na een periode van arbeidsgeschiktheid opnieuw tot arbeidsongeschiktheid leiden, die arbeidsongeschiktheid niet leidt tot de toekenning van een nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkering en het recht op de oude arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens het verstrijken van de daarvoor geldende termijnen niet kan herleven, wordt bij de toepassing van de voorgaande leden gerekend met het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat zou zijn toegekend indien die belemmering niet bestond.

11.

Bij de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de met inachtneming van artikel 44 van de WAO vast te stellen mate van arbeidsongeschiktheid en van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop recht bestaat voor de mogelijke vermindering daarvan met andere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en voor de eventuele toepassing van een administratieve sanctie.

Artikel 4. Het garantiepensioen

De som van het arbeidsongeschiktheidspensioen, het invaliditeitspensioen, de suppletie en de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop ingevolge de voorgaande artikelen, artikel 7, de suppletieregeling en de WAO aanspraak bestaat, is over enige betalingstermijn niet lager dan het aan dezelfde militaire betrekking te ontlenen ouderdomspensioen krachtens het pensioenreglement, zonder toepassing van de daarbij te hanteren franchise berekend naar de op het moment van ontslag uit die betrekking aan te wijzen diensttijd. Indien de betreffende som lager is dan dat ouderdomspensioen heeft de belanghebbende bij wijze van garantiepensioen recht op het verschil.

Artikel 5. Kortingen en beperkingen met betrekking tot het arbeidsongeschiktheidspensioen
1.

Indien de rechthebbende op een arbeidsongeschiktheidspensioen andere inkomsten uit of in verband met arbeid geniet, anders dan de hem op grond van dezelfde dienstbetrekking toekomende arbeidsongeschiktheidsuitkering of suppletie krachtens de suppletieregeling, zijn daaraan gekoppelde ontslaguitkering of invaliditeitspensioen, dan wel de op dat invaliditeitspensioen verstrekte bijzondere invaliditeitsverhoging, bedraagt de som van die inkomsten en zijn aan de arbeidsongeschiktheid te relateren rechten, het garantiepensioen daaronder begrepen, niet meer dan de berekeningsgrondslag. Een positief verschil tussen die som en de berekeningsgrondslag wordt voor zoveel mogelijk op zijn arbeidsongeschiktheidspensioen en zijn eventuele garantiepensioen in mindering gebracht. Inkomsten die al voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid naast de militaire werden genoten en de eventuele vervangende inkomsten in verband daarmee, blijven daarbij, voor zover zij althans niet voortkomen uit een verhoogde werkzaamheid na het ontslag als militair, buiten beschouwing.

2.

Een niet rechtstreeks uit de loonontwikkeling voortkomende algemene neerwaartse wijziging van de WAO-uitkeringen wordt niet door de arbeidsongeschiktheidspensioenen gecompenseerd dan nadat daarover tussen de sociale partners in het Sectoroverleg Defensie overeenstemming is bereikt.

3.

Onze Minister kan een arbeidsongeschiktheidspensioen weigeren of verminderen indien ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsuitkering een sanctie overeenkomstig de WAO is toegepast. Hij neemt daarbij het sanctiebeleid dat ten aanzien van die arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegepast voor zoveel mogelijk inacht.

Artikel 6. Verhoging tot minimumloon
1.

Indien de som van het krachtens de voorgaande artikelen vastgestelde arbeidsongeschiktheidspensioen en de andere inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf van de rechthebbende, met uitzondering van de in artikel 8 bedoelde bijzondere invaliditeitsverhoging, de aan zijn arbeidsongeschiktheid, invaliditeit met dienstverband of werkloosheid te relateren andere inkomsten daaronder begrepen, minder bedraagt dan het op enig moment geldend en met de daarbij behorende vakantie-uitkering verhoogde wettelijk minimumloon voor een volwassene op jaarbasis, wordt dat pensioen verhoogd met het bedrag dat nodig is om die som tot dat minimumloon te verhogen.

2.

De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt niet meer dan het verschil tussen enerzijds de voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspensioen geldende berekeningsgrondslag en anderzijds de som van dat pensioen en de aan dezelfde militaire betrekking te ontlenen arbeidsongeschiktheidsuitkering en tevens niet meer dan 30 procent van het in het eerste lid bedoelde minimumloon.

Artikel 7. Het invaliditeitspensioen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.