Verbeteringen beloning schoolleiding per 1 maart 2001

Type Beleidsregel
Publication 2001-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleiding

In de CAO sector onderwijs 2000 – 2002 is afgesproken het salaris van de schoolleiding in het basisonderwijs (basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs) en het ( voortgezet) speciaal onderwijs te versterken. Onlangs is in het georganiseerd overleg overeenstemming bereikt over de uitwerking van die CAO-afspraak. In deze publicatie wordt voorlichting verstrekt over de nieuwe structuur voor de beloning van de schoolleiding zoals die met ingang van 1 maart 2001 is overeengekomen. De maatregelen die in deze publicatie worden besproken treden in werking met ingang van 1 maart 2001. De bedragen die in deze publicatie of in de bijlagen worden genoemd zijn gebaseerd op het loonpeil van 1 maart 2001.

De in deze publicatie genoemde maatregelen zullen in de maand april 2001 in het CASO systeem worden uitgevoerd met terugwerkende kracht tot 1 maart 2001.

De opbouw van deze publicatie is als volgt:

1. Nieuwe structuur

Eén salarisschaal

Directeuren en adjunct-directeuren worden met ingang van 1 maart 2001 direct ingepast in de salarisschaal die op grond van bijlage 1 bij de desbetreffende functie behoort. Het carrièrepatroon bevat dus één salarisschaal.

Inbouw van de toelage schoolleiding

De toelage die directeuren en adjunct-directeuren ontvangen op grond van artikel I-Q209b van het Rpbo, is in de nieuwe salarisschalen ’ingebouwd’ en derhalve vanaf 1 maart 2001 niet meer als afzonderlijke beloningcomponent zichtbaar.

Salarisschalen directeur

Op de normfunctie directeur is met ingang van 1 maart 2001 salarisschaal DA, DB of DC van toepassing. De nieuwe salarisschalen komen in de plaats van de huidige schalen 10, 11 en 12 inclusief de daarbij horende aanloopschalen. De bij de nieuwe schalen behorende carrièrepatronen zijn ten opzichte van huidige carrièrepatronen verkort en gelineariseerd.

Op niet-normfuncties waarop maximumschaal 12 (adjunct-directeur), 13 resp. 14 en hoofdstuk I-Q van het Rpbo van toepassing zijn, is met ingang van 1 maart 2001 salarisschaal AD, DD of AE resp. DE van toepassing. Voor de conversie van deze categorie personeel op 1 maart 2001 is in deze publicatie geen tabel opgenomen. De betrokkene wordt ingepast op hetzelfde schaalbedrag als voor hem op 1 maart 2001 zou gelden volgens het huidige carrièrepatroon. Indien het schaalbedrag volgens het huidige carrièrepatroon lager is dan het laagste bedrag van salarisschaal AD, DD, DE, geschiedt de inpassing op dit laagste bedrag.

Nieuwe grens voor beloning directeur basisschool vanaf 400 leerlingen

Met ingang van 1 maart 2001 geldt voor directeuren van basisscholen waarvan Y groter of gelijk is aan 400, salarisschaal DC (oud maximumschaal 12) in plaats van DB (oud maximumschaal 11).

Grotescholenuitloop

Voor directeuren van zeer grote scholen gelden twee extra salarisbedragen. Dit wordt zichtbaar gemaakt in de bijlage waar naast het carrièrepatroon van salarisschaal DC, het carrièrepatroon DC + uitloop is opgenomen. De uitloop is bestemd voor directeuren van:

Ook directeuren van scholen waar twee normfuncties directeur worden vervuld (meerhoofdige schoolleiding), krijgen recht op de grotescholenuitloop. Voor deze personeelsleden is een afzonderlijk carrièrepatroon in bijlage 1 opgenomen.

Carrièrepatronen en salarisschalen adjunct-directeur

Voor adjunct-directeuren worden de huidige carrièrepatronen bestaande uit maximumschalen en bijbehorende aanloopschalen, vervangen door nieuwe carrièrepatronen bestaande uit één salarisschaal per functie, de schalen AA, AB en AC. Daarnaast zijn voor de niet-normfunctie de schalen AD en AE opgenomen.

Het carrièrepatroon behorende bij de schalen AA, AB en AC (in het huidige systeem maximumschaal 9, 10 en 11) is met een jaar verkort.

Promotie naar een (hogere) directiefunctie

Met betrekking tot promotie van leraar naar een directiefunctie en van adjunct-directeur naar de functie van directeur is overeengekomen dat de vaststelling van het salaris in het bij de nieuwe functie behorende carrièrepatroon met ingang van 1 maart 2001 een directe verbetering van minimaal 200 gulden moet opleveren ten opzichte van het salaris dat voor betrokkene in de oude functie zou hebben gegolden. Indien dat niet het geval is wordt een extra periodieke verhoging toegekend in de directiesalarisschaal. Het bedrag van ƒ 200,- wordt telkens bij Algemene Salarismaatregel aangepast. Voor de goede orde wordt hier vermeld dat deze afspraak alleen geldt voor de gevallen waarin sprake is van benoeming of aanstelling in een andere functie; het voorgaande is dus niet van toepassing indien uitsluitend op basis van artikel I-Q106 (groei van het aantal leerlingen) een hogere maximumschaal of een gunstiger carrièrepatroon ter beschikking komt.

Voorbeeld:

Leraar salarisschaal A wordt op 1 augustus 2001 benoemd als adjunct-directeur in salarisschaal AB.

Bezoldiging als leraar op 31 juli 2001: salarisschaal A, nummer 10 (ƒ 5059,-).

Bezoldiging als leraar op 1 augustus 2001: salarisschaal A, nummer 11 (ƒ 5124,-).

Op grond van artikel I-P8, vierde lid, wordt betrokkene gerekend vanaf deze positie (ƒ 5124,-) ingepast op het naasthogere bedrag in salarisschaal AB op nummer 4 (ƒ 5216,-). Het verschil ten opzichte van ƒ 5124,- (dit betreft dus de bevorderingsperiodiek) is kleiner dan ƒ200,-. Betrokkene heeft dus recht op een extra periodieke verhoging in salarisschaal AB. Dit betekent dat betrokkene vanaf 1 augustus 2001 bezoldigd wordt volgens nummer 5 van salarisschaal AB (ƒ 5433,-).

Overhevelingstoeslag adjunct-directeuren

In aanvulling op hetgeen in verband met het vervallen van de overhevelingstoeslag in de CAO is afgesproken, zal ook de toelage schoolleiding (IQ-209b Rbpo) voor adjunct-directeuren per 1 janurai 2001 met 1,9% worden verhoogd (deze bedragen waren ƒ 103,- resp. ƒ 206,- en worden ƒ 105,- resp. ƒ 210,-). Met deze verhoging is al rekening gehouden bij het vaststellen van de nieuwe salarisschalen voor adjunct-directeuren per 1 maart 2001. De verhoging over de maanden januari en februari 2001 zal bij de salarisbetaling over maart worden verrekend.

Overzicht

De salarisschaal die bij een bepaalde directiefunctie behoort kan aan de hand van onderstaand overzicht worden bepaald. In bijlage 1 zijn de genoemde carrièrepatronen volledig uitgeschreven.

2. Maatregelen in verband met de overgang naar de nieuwe structuur per 1 maart 2001

Vervallen van de toelage schoolleiding

Als gevolg van de uitwerking van de CAO-afspraak om de toelagen voor de schoolleiding op te nemen in de reguliere salarisschalen, komen de afzonderlijke toelagen voor de schoolleiding (thans geregeld in artikel I-Q209b van het Rpbo) met ingang van 1 maart 2001 te vervallen.

Nieuwe grens bij 400 leerlingen

Met ingang van 1 maart 2001 krijgen directeuren van basisscholen waarvan Y gelijk is aan of groter is dan 400 leerlingen recht op bezoldiging volgens het carrièrepatroon behorende bij salarisschaal DC.

Directeuren die op 28 februari werkzaam zijn aan een basisschool waarvan Y gelijk is aan of groter is dan 400 en die op dat moment worden bezoldigd volgens het hoogste bedrag in salarisschaal 11, ontvangen een extra periodieke verhoging indien zij met ingang van 1 maart 2001 overgaan naar het carrièrepatroon behorende bij salarisschaal DC . Deze extra verhoging is verwerkt in de conversietabellen in bijlage 2.

Vaststelling van Y bij de omzetting naar de nieuwe structuur

Om op een eenduidige wijze te kunnen vaststellen welke nieuwe salarisschaal op een functie van toepassing is, wordt bij de conversie eenmalig afgeweken van de ’wachtjarensystematiek’ van artikel I-Q106 van het Rpbo. Uitsluitend het aantal leerlingen dat op de teldatum 1 oktober 1999 stond ingeschreven is bepalend voor de salarisschaal die met ingang van 1 maart bij een directiefunctie behoort. In voorkomende gevallen wordt het salaris eerst met behulp van de conversietabellen in bijlage 2 omgezet naar een salarisbedrag per 1 maart 2001. Vervolgens vindt inpassing plaats in de salarisschaal die op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 1999 op de functie van toepassing is.

Op personeelsleden die op of na 1 maart 2001 in dienst treden blijft wachtjarensystematiek van artikel I-Q106 normaal van toepassing.

Niet-normfuncties

Het vaststellen van de salarisschaal die van toepassing is op een niet-normfunctie behoort tot de taken en verantwoordelijkheden van het bevoegd gezag. Omdat de huidige salarisstructuur van hoofdstuk I-Q met ingang van 1 maart 2001 zal worden ingetrokken wordt er met nadruk op gewezen dat bevoegde gezagsorganen vóór 1 maart dienen te beslissen welke nieuwe salarisschaal per 1 maart van toepassing is op niet-norm functies die zijn ingedeeld in dat hoofdstuk. Zonder een uitdrukkelijke beslissing van het bevoegd gezag kan, als gevolg van het vervallen van het oude systeem, officieel vanaf 1 maart immers geen bezoldiging van betrokkenen meer plaatsvinden.

In verband met het late uitkomen van de publicatie kan de beslissing ook na 1 maart 2001 worden genomen. De beslissing werkt in dat geval altijd terug tot en met 1 maart 2001.

Bekostiging

Bovenstaande maatregelen kunnen tot gevolg hebben dat directieleden worden ingepast in een salarisschaal die hoger is dan de overeenkomstige maximumschaal in de huidige salarisstructuur terwijl bij de formatietoekenning is uitgegaan van die lagere huidige maximumschaal. Om te voorkomen dat de bevoegde gezagsorganen als gevolg daarvan meer formatierekeneenheden moeten verbruiken mogen zij het fre-verbruik van die functie tot 1 augustus 2001 handhaven op het niveau van 28 februari 2001. Als gevolg van de herziening van de fre-tabel per 1 augustus 2001 is de toekenning van de fre’s per die datum weer in overeenstemming met het daadwerkelijke verbruik.

3. Bestaande garanties die voortvloeien uit een directiefunctie

Bestaande salarisgaranties voor directieleden worden op 1 maart 2001 zodanig omgezet dat zij passen in de nieuwe salarisstructuur voor directieleden. In een aantal gevallen kan de omzetting een financieel voordeel opleveren voor personeelsleden met een salarisgarantie. Voor de goede orde wordt vermeld dat die voordelen niet zijn overeengekomen tijdens de uitwerking van de CAO-afspraken. In enkele gevallen zijn ze echter onvermijdelijk gezien het feit dat in verband met het vervallen van de oude salarisstructuur voor directieleden, een regeling dient te worden getroffen met als uitgangspunt dat personeel met een salarisgarantie tenminste het huidige salaris(uitzicht) dient te behouden.

Toelage schoolleiding.

In de CAO is afgesproken dat bij de vaststelling van de nieuwe salarisschalen voor adjunct-directeuren de toelage schoolleiding van artikel I-Q209b Rbpo zal worden ingebouwd. Daarbij is tevens afgesproken dat bij de vaststelling van de nieuwe salarisschalen voor adjunct-directeuren met maximumschaal 10 van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs wordt uitgegaan van een toelage van 108 gulden (per 1 maart 2001). Voor alle adjunct-directeuren van basisscholen met maximumschaal 9 wordt bij de inbouw uitgegaan van een toelage van 216 gulden (per 1 maart 2001). Bij het vaststellen van de garanties kan zich daardoor de situatie voordoen dat er een garantie wordt vastgesteld inclusief toelage, terwijl feitelijk nooit recht heeft bestaan op die toelage.

In tabel 2 wordt de hoogte van de toelage schoolleiding weergegeven waarop per 1 maart 2001 recht zou hebben bestaan indien deze toelagen niet zouden zijn ingebouwd in de salarisbedragen.

Wat betreft de conversie zijn salarisgaranties in te delen twee categorieën; daarom is deze paragraaf eveneens in twee delen gesplitst:

Deel a: garanties met uitzondering van HOS-garanties

De aldus gevonden salarisnummers geven het gegarandeerde maximumsalaris en het nieuwe salaris per 1 maart 2001 weer.

Betrokkene is benoemd als directeur met maximumschaal 10 en heeft op grond van een eerder vervulde directiefunctie een garantie op het maximumsalaris van salarisschaal 11 verkregen. Hij wordt bezoldigd volgens nummer 7 van salarisschaal 11.

Deel b: HOS-garanties

Betrokkene is directeur salarisschaal 10 aan een basisschool, wordt op 28 februari 2001 bezoldigd naar 11.7 van zijn HOS-garantie en heeft aanspraak op een toelage schoolleiding (gebaseerd op maximumschaal 11).

Dit betekent dat hij totaal gerekend naar het loonpeil 1 maart 2001 een bezoldiging geniet van: ƒ 7554,- (11.7 volgens HOS-garantie: ƒ 7448,-- en toelage: ƒ 106). Dit bedrag is hoger dan het maximale bedrag van salarisschaal DA: ƒ 7475,--. De salarisgarantie wordt derhalve vastgesteld in salarisschaal DB op nummer 11: ƒ 7675,--

Bijlage 1

Betreft de carrièrepatronen van directeuren, meerhoofdige schoolleiding, adjunct-directeuren en de niet-normfuncties in hoofdstuk I-Q van het Rpbo. Alle in deze bijlage opgenomen bedragen zijn gebaseerd op het loonpeil per 1 maart 2001.

BO = basisschool

SBO = speciale school voor basisonderwijs

SO = (voortgezet) speciaal onderwijs (WEC en WVO deel II)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.