Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Model M47. Garantverklaring
Vervallen
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
1.2.2. Mededeling aan derden
5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
3.8.1. Vorm van de aanvraag
10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Opmerkingen
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
1.2.1. Mededeling aan de IND
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Opmerkingen
Opmerkingen
1.4. Het lichten van vreemdelingen
2.2. Het doel
Opmerkingen
Opmerkingen
2.4. De toepassing
1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
2.6. De tenuitvoerlegging
De vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats.
Opmerkingen
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
2.5. De vorm
Opmerkingen
1. Aanvrager
Met de documenten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw en artikel 4.21 Vb kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder e, Vw, zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie Richtlijn 2004/38, alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
2. Reis- en/of identiteitsdocument
3. Verblijfadres aanvrager
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
5. Medische verklaring
6. Categorie voorzieningen
De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. Waar de termijn van vreemdelingenbewaring is gesteld in maanden, wordt analoog aan artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht een maand beschouwd als een tijdvak van 30 dagen.
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
1. Aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting.
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
2. Reis- en/of identiteitsdocument
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
12. Verklaring van onvermogen
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw, niet mogelijk is.
13. Bankrelatie van de aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie Model M111-A) opgemaakt te worden.
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee dient de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het OM over de executie van het vonnis.
Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie artikel 5.4, derde lid, Vb).
De bewaring moet worden opgeheven:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure (artikel 39 Vw) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
3. Verblijfadres aanvrager
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model M113. Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model M114) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen M113 te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in artikel 50, derde lid, Vw.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in artikel 50, derde lid, Vw.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie artikel 5.4, derde lid, Vb).
De bepalingen van hoofdstuk 8 van de Awb zijn, met uitzondering van de in artikel 93 tot en met 107 Vwgenoemde afwijkingen, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opleggen van de in artikel 93 Vw genoemde vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen op grond van deVw. Artikel 8, eerste lid, Awb stelt het opleggen van deze maatregelen gelijk met een besluit. Op grond van artikel 75 en 77 Vw kan geen bezwaar en administratief beroep worden ingediend en dient tegen het opleggen van deze maatregelen beroep ingesteld te worden bij de rechtbank. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Toelichting
De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat, indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (zie artikel 70 Vw). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het WvSv. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (zie artikel 69, derde lid, Vw).
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden.
Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
Model M84-M89. Gereserveerd
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B9 Vreemdelingencirculaire 2000
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B9 Vreemdelingencirculaire 2000
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
3.8.2. Inhoud van de aanvraag
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
2.2. Het doel
3. Verblijf
6. Rechtsmiddelen
3.3. De bevoegdheid
3.5. De vorm
3.2. Het doel
4.1. Algemeen
4.3.2. De bevoegdheid
4.3.3. De toepassing
4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
Opmerkingen
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
Ingevolge artikel 5.4, eerste lid, Vb wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid, Vw is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de Regeling Politiecellencomplex, de Penitentiaire beginselenwet en het Reglement grenslogies. In artikel 5.4, eerste lid, Vb is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/10). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen een redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van artikel 50, derde lid, Vw. Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie A3/3.5.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van artikel 50, derde lid, Vw naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van Model M122, op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan.
2. Reis- en/of identiteitsdocument
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
5. Medische verklaring
Bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure (artikel 39 Vw) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
In afwijking van artikel 8:41 van de Awb wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (zie artikel 93, derde lid, Vw).
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, eerste lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de 28e dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van 28 dagen, dan hoeft de IND evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van artikel 59, zesde lid, Vw langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, vijfde lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van artikel 59, zesde lid, Vw langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, vijfde lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
In artikel 94, lid 2 Vw is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie artikel 98, derde lid, Vw).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, eerste lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
Op grond van artikel 95, juncto artikel 69, derde lid, Vw kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid Vw (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 en artikel 59 Vw) hoger beroep instellen bij de ABRvS. Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw is van toepassing, met uitzondering van artikel 84 en 86 Vw.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van artikel 59, zesde lid, Vw langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, vijfde lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
Zie artikel 106 Vw. Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en 93 (uitbetaling door de griffier) WvSv zijn van overeenkomstige toepassing.
In artikel 94, lid 2 Vw is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie artikel 98, derde lid, Vw).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vw beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten.
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
12. Verklaring van onvermogen
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
13. Bankrelatie van de aanvrager
In artikel 117 Vw is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling waren. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vw.
13. Bankrelatie van de aanvrager
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van artikel 9 Vw (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw.
Zie artikel 106 Vw. Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en 93 (uitbetaling door de griffier) WvSv zijn van overeenkomstige toepassing.
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in artikel 20 Vw.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Een aanvraag tot verlening of verlenging die is ingediend vóór 1 april 2001 wordt op grond van artikel 117, tweede lid, Vw behandeld op grond van de Vw (oud). Op deze aanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw.
Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van de Vw (oud) van toepassing zijn. Ook de bepalingen omtrent het betalen van leges (artikel 16, tweede lid, Vw (oud)) blijven van toepassing. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in artikel 118, eerste lid, Vw.
Toelichting
4.1. Algemeen
4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
6.4. Schadevergoeding
4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van 5.1b, eerste lid onder c Vb 2000 de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
Opmerkingen
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie artikel 94 en 96 Vw) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen M113 te worden verzonden.
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
6. Categorie voorzieningen
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het Model M113. De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
13. Bankrelatie van de aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Sinds de datum van inwerkingtreding van de Vw, op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet (artikel 115, eerste lid, Vw), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de Vw, op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet (artikel 115, eerste lid, Vw), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
Op grond van artikel 95, juncto artikel 69, derde lid, Vw kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid Vw (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 en artikel 59 Vw) hoger beroep instellen bij de ABRvS. Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw is van toepassing, met uitzondering van artikel 84 en 86 Vw.
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
12. Verklaring van onvermogen
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
3.5. De vorm
4.3.4. De beëindiging
3.5. Wijze van behandeling
Opmerkingen
1. Aanvrager
5. Medische verklaring
3. Verblijfadres aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
5. Medische verklaring
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in artikel 20 Vw.
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Toelichting
4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
4.7. Garantstelling door derde
2.8. De beëindiging
4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw
4.1. Algemeen
5.2.1. De bevoegdheid
4.4. Hoger beroep
2. Reis- en/of identiteitsdocument
5. Medische verklaring
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
6. Categorie voorzieningen
12. Verklaring van onvermogen
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
4.3.3. De toepassing
4.3.3. De toepassing
3.5. Wijze van behandeling
4. Rechtsmiddelen
5. Uitzetting
Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming.
1. Aanvrager
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
3. Verblijfadres aanvrager
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
14. Verwerking persoonsgegevens
3.2. Het doel
4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
1. Aanvrager
3. Verblijfadres aanvrager
5. Medische verklaring
6. Categorie voorzieningen
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
12. Verklaring van onvermogen
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
5.2. Het zich ophouden op grond van artikel 57 en 58 Vw
5.3.1. Het doel
5.3.3. De toepassing
5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
5.2.6. De beëindiging
5.3.1. Het doel
5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst, dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt.
5.3.4.1. Het gehoor
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
5.3.8. De beëindiging
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
5.3.8. De beëindiging
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
6.1. Algemeen
6.1. Algemeen
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
6.3. Hoger Beroep
2. Omzetting van verblijfsvergunningen
3. Behandeling van de aanvraag
6.3. Hoger Beroep
6.4. Schadevergoeding
3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
3.5. Wijze van behandeling
3.5. Wijze van behandeling
3.1. Inleiding
4. Rechtsmiddelen
3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
4.3. Beroep
4.3. Beroep
4.1. Inleiding
4.3. Beroep
4.4. Hoger beroep
1. Aanvrager
Datum verblijfsaanvraag.....Doel verblijfsaanvraag.....
Stand procedure verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Soort.....
Documentnummer.....
Achternaam.....
Straat en huisnummer.....
Postcode.....Woonplaats.....
Telefoonnummer.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Straat en huisnummer.....
2. Reis- en/of identiteitsdocument
Telefoonnummer.....
Telefoonnummer.....
5. Medische verklaring
Ter staving wordt daarbij overgelegd:
Dit aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een medische verklaring en ondertekend te zijn door een arts/ medisch specialist. Zonder deze bijgevoegde verklaring wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Telefoonnummer.....
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Straat en huisnummer.....
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
.....
.....
.....
.....
.....
6. Categorie voorzieningen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Achternaam.....Geslacht .....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....
Geboortedatum......-plaats......-land.....
Nationaliteit....
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Doel verblijfsaanvraag.....
Doel verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
Door huwelijk verkregen naam.....
Als een toelage wordt toegekend, dan moet deze worden toegekend via de volgende bank- of girorekening:
Rekeningnummer.....Ten name van:.....
Nationaliteit....
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
De aanvrager verklaart alle gegevens in dit formulier naar waarheid te hebben verstrekt, en verklaart tevens dat hij/zij niet op grond van artikel 67 Vw ongewenst is verklaard:
12. Verklaring van onvermogen
Handtekening aanvrager:....
Handtekening aanvrager:....
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000 en kan analoog aan de situatie als bedoeld in artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Naam behandelend ambtenaar.....
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Handtekening aanvrager:....
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000 en kan analoog aan de situatie als bedoeld in artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Toelichting
Telefoonnummer.....
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
Model M69-M74. Gereserveerd
Model M75-A. Document I
Vervallen
Model M75-B. Document II
Vervallen
Model M75-C. Document III
Vervallen
Model M75-D. Document IV
Vervallen
Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
Model M75-F. Document W
Vervallen
Model M75-G. Document W2
Vervallen
Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
Model M77-D
Vervallen
Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
Model M80. EU-staat
Model M81. Geprivilegieerdendocument
Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
Model M84-M89. Gereserveerd
Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
Model M93. Bericht omtrent signalering
Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
Model M95-M99. Gereserveerd
Model M100. Bericht van vertrek
Model M100-A. Bericht van ontruiming
Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
Model M102. Maatregel ex artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000
Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
Model M103-M109
Model M110-A. Maatregel van bewaring
Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor (artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000
Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in artikel 6/ 50/ 55/ 56/ 57/ 58 of 59 Vreemdelingenwet 2000
Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
Model M115. Lichtingsverzoek
Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
Model M117-A. Aanwijzing ingevolge artikel 55 en/ of meldplicht ingevolge artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000
Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
Model M117-C. Aanwijzingingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000
Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
Model M122. Mededeling toepassing artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet
Model M123-M129. Gereserveerd
Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
5.2.1. De bevoegdheid
5.2.2. De toepassing
5.2.3. De tenuitvoerlegging
5.2.4. Bijstand van een raadsman
5.3.3. De toepassing
5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
5.3.6. De tenuitvoerlegging
5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
5.3.7. Het strafrecht en bewaring
6.1. Algemeen
6.1. Algemeen
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
1. Inleiding
1. Inleiding
2. Omzetting van verblijfsvergunningen
3.1. Inleiding
7. Overgangsrecht
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
4.1. Inleiding
4.4. Hoger beroep
1. Aanvrager
.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Burgerlijke staat....
2. Reis- en/of identiteitsdocument
3. Verblijfadres aanvrager
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Postcode.....Woonplaats....
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
.....
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Burgerlijke staat.....
Datum binnenkomst in Nederland.....Datum verblijfsaanvraag.....
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
12. Verklaring van onvermogen
12. Verklaring van onvermogen
13. Bankrelatie van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
De persoonsgegevens die over de aanvrager worden verwerkt, zijn bestemd voor de navolgende doeleinden: het beschikbaar hebben van de meeste recente gegevens in verband met de opvang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om een adequaat opvangbeleid te kunnen ontwikkelen, bepalen en uitvoeren.
Het is mogelijk dat uw gegevens betreffende de opvangrechtelijke positie worden verstrekt aan andere bestuursorganen, indien zij deze behoeven ter uitvoering van hun taak. Andere bestuursorganen kunnen tevens aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers persoonsgegevens over u verstrekken, indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Verantwoordelijk voor deze gegevensverstrekking is het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In het geval u vragen heeft over deze gegevensverwerking, kunt u schriftelijk contact opnemen met: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, Directie Beleid en Juridische Zaken onder vermelding van Wet bescherming persoonsgegevens, Postbus 3002, 2280 ME Rijswijk.
Dit is tevens het adres waar u een schriftelijk verzoek kunt indienen voor een volledig overzicht van de over u verwerkte gegevens. Naar aanleiding van dat verzoek kunt u onder omstandigheden verzoeken uw persoonsgegevens te wijzigen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen.
Datum:.....
Telefoonnummer.....
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
5.1. Het doel van de maatregelen van artikel 57, 58 en 59 Vw
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)