Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Type Circulaire
Publication 2026-08-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-29
State In force
Source BWB
artikelen 17
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren

Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet (deels) onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.

Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied (deels) controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.

30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen

Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.

Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:

De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.

30.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

30.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.

Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf C9/30.5.2 Vc).

30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:

30.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.

30.5. Bescherming

30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:

30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:

In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C3/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:

Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:

30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:

Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

30.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

31. Gereserveerd

32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan

32.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:

32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:

32.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:

32.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de staten Khartoum, Noord-, Zuid-, West- en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.

De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de staten Oost-Darfur, Blauwe Nijl, Witte Nijl en Sennar.

De IND neemt voor Sudan aan dat in de staten Abyei, Noordelijke Staat, Nijl, Rode Zee, Gedaref en Kassala sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.

32.5. Bescherming

32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.

32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.

32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

32.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië

33.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

33.3. De (staatloze) Palestijn uit Syrië die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA

Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C3/3.2.2.1 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.

Voor Syrië neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in Syrië niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C3/3.2.2.1 Vc.

33.4. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

33.4.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

33.4.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:

33.5. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

33.5.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

33.5.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

33.5.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

33.5.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.

33.6. Bescherming

33.6.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.

33.6.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

Geen bijzonderheden.

33.7. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Syrië geldt in zijn algemeenheid dat:

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

33.8. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije

34.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:

34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie

Het algemene beleid in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc is van toepassing.

De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.

34.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

34.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

34.5. Bescherming

34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.

34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

Geen bijzonderheden.

34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

34.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda

35.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:

35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+

De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.

De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C3/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.

Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel in de weg staan.

35.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

35.5. Bescherming

35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.

35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.

35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Uganda geldt in ieder geval dat:

35.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela

36.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:

36.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

36.5. Bescherming

36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.

36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.

36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:

36.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

37. Het asielbeleid ten aanzien van Gambia

37.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

37.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

37.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

37.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

Geen bijzonderheden.

37.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

37.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

37.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

37.5. Bescherming

37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

Geen bijzonderheden.

37.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

Geen bijzonderheden.

37.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

In Gambia is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.

37.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)