Schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning per 1 augustus 2001

Type Beleidsregel
Publication 2001-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1. Inleiding

Het streven is erop gericht om te komen tot deregulering en vereenvoudiging van regelgeving voor scholen in het primair onderwijs. Als eerste stap in de richting van een vereenvoudigd bekostigingsstelsel wordt u in deze publicatie geïnformeerd over het geïntegreerd toekennen van een aantal specifieke budgetten te weten het MOA-budget en de budgetten voor nascholing en integraal personeelsbeleid. Het MOA-budget zal evenals de andere twee budgetten worden toegekend in geld. Tevens komen de bestedingsverplichtingen van deze budgetten te vervallen . Naast informatie over het aldus tot stand gebrachte ’schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning’, treft u in deze publicatie tevens informatie aan over een verhoging van het normale verzilveringstarief en de introductie van een derde verzilveringsdatum.

Deze maatregel is de eerste stap in de richting van een eenvoudiger bekostigingsstelsel. Zodra duidelijkheid bestaat over volgende stappen, zult u daarvan op de hoogte worden gesteld. De maatregelen in deze nota hebben betrekking op basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Scholen en afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs voor lom en mlk en scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging zullen in een afzonderlijke publicatie worden geïnformeerd over de wijze waarop de betrokken budgetten zullen worden toegekend.

2. Opbouw van het budget

Het schoolbudget wordt voor een deel samengesteld uit middelen die tot en met 31-07-2001 als afzonderlijke budgetten beschikbaar worden gesteld, te weten:

Tevens wordt het budget verhoogd met:

Deze laatste middelen komen beschikbaar vanwege de expiratie van de ’regeling vergoeding schoolspecifieke knelpunten in de personeelsvoorziening’ (PO/PJ-99/49497 Uitleg Gele katern nr. 4/5 van 16 februari 2000 met ingang van 1 augustus 2001). Voor het schooljaar 2001 - 2002 zal dit deel van het schoolbudget worden toegekend op basis van een verdeelsleutel die overeenkomt met die van de bovengenoemde regeling waarbij 1 oktober 2000 als teldatum wordt gehanteerd. Over de verdeelsleutel die na 1 augustus 2002 zal worden gehanteerd voor dit deel van het schoolbudget zal nog nader overleg plaatsvinden.

3. Omvang van het budget per school

De omvang van het budget wordt per school vastgesteld op basis van

Tenzij in deze publicatie anders is aangegeven wordt bij het bepalen van het aantal leerlingen uitgegaan van het aantal leerlingen dat de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar bezocht3Tenzij anders aangegeven wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen van basisscholen overeenkomstig artikel 121 van de WPO vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herrekening van de omvang van het budget plaatsvinden. Bij rijdende scholen en scholen voor ligplaatsonderwijs wordt uitgegaan van de 'gemiddelde hoogste dagtelling' als bedoeld in artikel B16L respectievelijk C15L van het Besluit trekkende bevolking WPO.5Tenzij anders aangegeven wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen van speciale scholen voor basisonderwijs overeenkomstig artikel 122 van de WPO vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herrekening van de omvang van het budget plaatsvinden.6Het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, bedoeld in artikel 11 van het formatiebesluit WPO.7Tenzij anders aangegeven wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs overeenkomstig artikel 118 van de WEC vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herrekening van de omvang van het budget plaatsvinden.8Het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, bedoeld in artikel 11 van het formatiebesluit WEC..

Bij de integratie van budgetten die in deze publicatie wordt beschreven is het uitgangspunt gehanteerd dat het nieuwe budget op schoolniveau niet lager mag zijn dan het totaal van de budgetten wanneer zij afzonderlijk zouden zijn toegekend. Om dat doel te bereiken is voor basisscholen een kleinescholentoeslag noodzakelijk. Deze toeslag compenseert de gevolgen van toekenning aan die scholen van de huidige nascholings en IPB-middelen op basis van het formatiebudget dat voor elke school een minimale omvang heeft.

Ook bij scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs zouden er negatieve effecten kunnen ontstaan als gevolg van de wijze waarop op dit moment de omvang van het nascholingsbudget wordt berekend. Om die reden is de omvang van het schoolbudget van deze scholen mede afhankelijk van het aantal ambulant begeleide leerlingen en van de schoolsoort.

Voor basisscholen geldt zodoende het volgende.

Het schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning van basisscholen wordt gevormd door de som van:

Voor speciale scholen voor basisonderwijs geldt het volgende.

Het schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning van speciale scholen voor basisonderwijs wordt gevormd door de som van:

Voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geldt het volgende.

Het schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de aan speciale scholen voor basisonderwijs verbonden afdelingen voor speciaal onderwijs wordt gevormd door de som van:

A en B zijn volgens de bijlage afhankelijk van de onderwijssoort.

4. Besteding

Een belangrijk doel dat met het schoolbudget wordt nagestreefd is om scholen op korte termijn meer beleidsruimte te geven. Om dit doel te bereiken komen zoals gezegd de bestedingsverplichtingen die tot nu toe op de afzonderlijke budgetten van toepassing waren te vervallen. Het budget mag vrij besteed worden aan het personeel. Besturen kunnen daardoor zelfstandig afwegingen maken ten aanzien van de besteding van het budget, waarbij optimaal rekening kan worden gehouden met de specifieke situatie waarin individuele scholen zich bevinden.

Door het schoolbudget toe te kennen in geld ontstaat voor besturen bovendien meer ruimte om op schoolniveau afwegingen te maken ten aanzien van de verdeling van het budget over verschillende doelen. Die verdeling kan van school tot school en van jaar tot jaar verschillen en is afhankelijk van de specifieke omstandigheden waarin de school op een bepaald moment verkeert.

De doelstellingen van het nieuwe schoolbudget zijn:

5. Betaalritme

Het schoolbudget wordt in twee termijnen beschikbaar gesteld. In oktober 2001 ontvangen scholen de eerste termijn en in januari 2002 het restant.

6. Verantwoording

Zoals in de onderwijsbeleidsbrief is aangegeven wordt van scholen met meer beleidsruimte verwacht dat zij verantwoording afleggen aan ouders, personeel en andere belanghebbenden over de wijze waarop zij publieke middelen besteden. Om deze reden heeft het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad instemmingsbevoegdheid ten aanzien van de vaststelling of wijziging van de inzet van het nieuwe schoolbudget. Het ouder/leerlingendeel van de medezeggenschapsraad heeft een adviesbevoegdheid. Uiteraard dient het schoolbestuur de medezeggenschapsraad te voorzien van de juiste informatie over de omvang van het budget .

De wijze waarop het schoolbudget wordt besteed zal voorts worden gemonitord. Nadere informatie over de wijze waarop die monitoring zal worden uitgevoerd zal zo spoedig mogelijk worden verstrekt. Scholen zullen worden verplicht om medewerking te verlenen aan de monitoring. De wijze waarop de verantwoording zal plaatsvinden wordt eveneens zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

7. Maatregelen met betrekking tot de verzilvering van niet-gebruikte formatierekeneenheden

Tegelijkertijd met de in deze notitie beschreven integratie van budgetten vinden er twee wijzigingen plaats in verband met de verzilvering van niet-gebruikte formatierekeneenheden (fre’s).

De eerste maatregel betreft een verhoging van het normale (lage) verzilveringstarief van € 145,66 (ƒ321, --) naar € 175,61 (F 387, --). Deze wijziging zal worden geformaliseerd door middel van een wijziging van de hierboven aangehaalde regeling.

Het hoge tarief, inhuur van extern personeel, alsmede de tarieven voor symbiose en spaarverlof blijven ongewijzigd.

Ten tweede zal per 1 februari 2002 een extra verzilveringsdatum worden geïntroduceerd Uiterlijk die datum kan het bevoegd gezag melden meer formatierekeneenheden te verzilveren dan op 15 mei of 1 oktober is gemeld. Deze extra datum geldt alleen voor de verzilvering van extra formatierekeneenheden. Momenteel wordt bezien of ook voor de overdracht van formatierekeneenheden een extra datum kan worden geïntroduceerd

Vanwege de afrekening van de rijksvergoeding (AVR) per kalenderjaar en het feit dat op dit moment tot de indiening van de AVR door scholen gewisseld wordt tussen de verschillende verzilveringstarieven (vanwege gewijzigde bestemmingen van reeds verzilverde formatierekeneenheden), kan deze derde melding slechts betrekking hebben op 7/12 deel van het aantal beschikbare formatierekeneenheden. Dit betekent derhalve dat scholen 7/12 deel ontvangen van het verzilveringsbedrag. Teneinde deze maatregel te formaliseren zal een wijziging van de Formatiebesluiten worden bevorderd.

8. Overgangsregeling

Om in alle gevallen aan het uitgangspunt tegemoet te kunnen komen dat geen rechtspositionele problemen ontstaan is de overgangsregeling die is afgesproken in het kader van de herziening van de fre-tabel (zie publicatie nr. PO/F/2001/6950 in Uitleg OCenW-regelingen nr. 7 van 14 maart 2001) eveneens van toepassing op de onderhavige geïntegreerde toekenning van budgetten. Daartoe wordt de overgangsregeling die in het kader van de herziening van de fre-tabel is gepubliceerd als volgt gewijzigd.

9. Kleinescholentoeslag MOA voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen

De kleinescholentoeslag zoals die voor basisscholen in de MOA-regelingen voor het schooljaar 2000-2001 is opgenomen biedt, in combinatie met het formatieve deel van de voor scholen beschikbare toeslag voor de schoolleiding van het Formatiebesluit, elke basisschool de mogelijkheid om het management minimaal 17 uur vrij te roosteren. Gezien het formatieve karakter van deze garantie zal een wijziging van het Formatiebesluit worden bevorderd waarbij de kleinescholentoeslag-MOA wordt opgenomen in dat besluit. De kleinescholentoeslag waarop momenteel aanspraak bestaat op grond van het Formatiebesluit WPO zal daarbij worden gecombineerd met de kleinescholentoeslag-MOA. De formule voor de berekening van de omvang van de kleinescholentoeslag (regulier + MOA) komt er zodoende als volgt uit te zien:

Kleinescholentoeslag = 385 - (2,67 * het aantal leerlingen).

Bijlage

wec naar onderwijssoort bedrag per leerling bedrag per leerling bedrag per leerling bedrag per leerling
Onderdeel A Onderdeel A Onderdeel B Onderdeel B
Euro’s Guldens Euro’s Guldens
DOVN 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
SH 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
ESM 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
LG 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
LZ 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
ZMLK 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
ZMOK 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
PI 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
IOBK 131.81 (290,47) 151.68 (334,26)
MGA01 (DO + ZMLK/MLK) 235.19 (518,29) 424.71 (935,94)
MGA02 (DO + LOM) 235.19 (518,29) 424.71 (935,94)
MGA03 (DO + ZMLK) 235.19 (518,29) 424.71 (935,94)
MGA04 (DO + LOM/ZMLK/MLK) 235.19 (518,29) 424.71 (935,94)
MGA06 (DO + VSG) 292.63 (644,87) 576.39 (1270,20)
MGA07 (DO + LOM/MLK) 235.19 (518,29) 424.71 (935,94)
MGB01 (SH/ESM + ZMLK/MLK) 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
MGB02 (SH/ESM + MLK) 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
MGB03 (SH/ESM + MLK/LOM) 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
MGB05 (SH + LOM/MLK) 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
MGB06 (SH/ESM + LOM) 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
MGF01 (LG + ZMLK/MLK) 212.22 (467,67) 364.03 (802,22)
MGF02 (LG + MLK) 212.22 (467,67) 364.03 (802,22)
MGF03 (LG + ZMLK) 212.22 (467,67) 364.03 (802,22)
MGF04 (LG + SH/ESM) 212.22 (467,67) 364.03 (802,22)
MGH01 (LZ + ZMLK/MLK) 172.01 (379,06) 257.86 (568,25)
MGH02 (LZ + LG + ESM + LOM/ZMLK/MLK 172,01 (379,06) 257,86 (568,25)
MGF05 (LG + DO/SH/VSG + ZMLK/MLK) 212,22 (467,67) 364,03 (802,22)
MGJ01 (ZMLK + LG) 212.22 (467,67) 364,03 (802,22)
MGF07 (LG + DO/SH/ESM + ZMLK/MLK) 212,22 (467,67) 364,03 (802,22)
VGK instellingen 154.78 (341,09) 212,35 (467,96)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.