← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten

Geldende tekst a fecha 2001-06-15

Gelet op de artikelen 3 en 4 van het Besluit aftappen openbare Telecommunicatienetwerken en -diensten;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Aanwijzing openbare telecommunicatienetwerken en -diensten

Artikel 2

Als openbare telecommunicatienetwerken en -diensten, bedoeld in artikel 4 van het besluit, worden aangewezen:

§ 3. Algemene inrichtingseisen

Artikel 3

De aanbieder van een vast openbaar telefoonnetwerk, onderscheidenlijk een vaste openbare telefoondienst, richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd.

Artikel 4

De aanbieder van huurlijnen richt zijn netwerk zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

De aanbieder van GSM, DCS 1800 of GPRS, richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze last ten minste één van de volgende gegevens bevat:

Artikel 6

De aanbieder van ERMES richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze ten minste één van de volgende gegevens bevat:

Artikel 7

De aanbieder van TFTS richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze last ten minste één van de volgende gegevens bevat:

Artikel 8

De aanbieder van internet onderscheidenlijk de aanbieder van een dienst die toegang biedt tot internet, richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst, zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze last ten minste één van de volgende gegevens bevat:

Artikel 9

De aanbieder van IMT-2000 richt zijn netwerk, onderscheidenlijk zijn dienst zodanig in dat iedere bijzondere last onverwijld kan worden uitgevoerd, indien deze ten minste één van de volgende gegevens bevat:

§ 4. Technische eisen

Artikel 10

De afgetapte telecommunicatie die door de aanbieder van een in artikel 2 aangewezen openbaar telecommunicatienetwerk of openbare telecommunicatiedienst ter uitvoering van een bijzondere last aan de bevoegde autoriteiten wordt doorgegeven, voldoet, voorzover het een circuitgeschakeld openbaar telecommunicatienetwerk of circuitgeschakelde openbare telecommunicatiedienst betreft, aan de volgende eisen:

Artikel 11

De afgetapte telecommunicatie die door de aanbieder van een in artikel 2 aangewezen openbaar telecommunicatienetwerk of openbare telecommunicatiedienst ter uitvoering van een bijzondere last aan de bevoegde autoriteiten wordt doorgegeven, voldoet, voorzover het een pakketgeschakeld openbaar telecommunicatienetwerk of een pakketgeschakelde openbare telecommunicatiedienst betreft, aan de volgende eisen:

Artikel 12

De wijze waarop de afgetapte telecommunicatie door de aanbieder van een in artikel 2 aangewezen openbaar telecommunicatienetwerk of openbare telecommunicatiedienst ter uitvoering van een bijzondere last aan de bevoegde autoriteit wordt doorgegeven, behoeft in het belang van de veiligheid en de betrouwbaarheid van de verbindingen, alsmede in het belang van bescherming van persoonsgegevens de instemming van die autoriteit. De bevoegde autoriteit pleegt met de aanbieder overleg voorafgaand aan het verlenen van de instemming.

§ 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13
1.

De verplichting tot het voeren van overleg, bedoeld in de artikelen 10, onderdelen d en e, 11, onderdelen d en e, en 12, tweede volzin, geldt niet ten aanzien van op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in gebruik zijnde authenticatie- en versleutelingsprocedures, onderscheidenlijk in gebruik zijnde wijzen van doorgifte van afgetapte telecommunicatie, die op grond van artikel 8, onderdelen d en e, van de Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken of -diensten 2000 door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld, onderscheidenlijk waarmee de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 9, eerste volzin, van de Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken of -diensten 2000 hebben ingestemd.

2.

De verplichting tot vaststelling van een authenticatie- en een versleutelingsprocedure als bedoeld in artikel 10, onderdelen d en e, 11, onderdeken d en e, geldt niet ten aanzien van op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in gebruik zijnde authenticatie- en versleutelingsprocedures die op grond van artikel 8, onderdelen d en e, van de Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken of -diensten 2000 door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld.

3.

Het vereiste van instemming, bedoeld in artikel 12, eerste volzin, geldt niet ten aanzien van de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in gebruik zijnde wijzen van doorgifte van afgetapte telecommunicatie waarmee de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 9, eerste volzin, van de Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten 2000 hebben ingestemd.

Artikel 14

Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de technisch protocollen, bedoeld in artikel 10 van de Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten 2000.

Artikel 15

De Tijdelijke regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten 2000 wordt ingetrokken.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2001.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.