Besluit van 4 juli 2001, houdende nadere regels inzake de ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders en de tarieven (Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 23 mei 2001, nr. 5099743/01/6;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 21 van de Gerechtsdeurwaarderswet, en de artikelen 57, vijfde lid, 57a, derde lid, en 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

De Raad van State gehoord (advies van 21 juni 2001, nr. W03.01.0251);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 2 juli 2001, nr. 5105381/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 2, 21 en 89 van de Gerechtsdeurwaarderswet in werking treden.

§ 1. Vaste schuldenaarstarieven

Artikel 1

De schuldenaarstarieven, vastgesteld bij of krachtens dit besluit dienen mede tot dekking van de rechtstreeks met de ambtshandeling samenhangende voorbereidende, uitvoerende en afrondende werkzaamheden die voor een goede verrichting van die ambtshandeling noodzakelijk zijn.

Artikel 2
1.

Onverminderd de artikelen 5 tot en met 11 en 14, bedragen de kosten, bedoeld in de artikelen 240 en 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor het exploot van:

2.

Het eerste lid, onderdelen d en i, is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de tenuitvoerlegging van een Europees bevel tot conservatoir beslag, bedoeld in artikel 11 van de Uitvoeringswet verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen.

Artikel 3

Onverminderd de artikelen 9, 10 en 11, bedragen de kosten, bedoeld in artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, van inning, verdere tenuitvoerlegging en verdeling van de opbrengst van beslag op vorderingen tot periodieke betalingen, per maand waarin de gerechtsdeurwaarder een betaling van de derde int:

Artikel 4
1.

Onverminderd de artikelen 9, 10 en 11, bedragen de kosten, bedoeld in artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor de ambtshandeling, bedoeld in artikel 2, onder b, d tot en met o, q tot en met w, en onder y die geen doorgang vindt, de helft van het bedrag, vastgesteld bij of krachtens het desbetreffende onderdeel van artikel 2, indien:

2.

Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kosten worden verhoogd met de helft van het desbetreffende bedrag.

Artikel 5

Indien de gerechtsdeurwaarder met betrekking tot dezelfde roerende zaken de ambtshandelingen, bedoeld in artikel 2, onder m en n, verricht, worden de kosten van de ambtshandeling, vastgesteld in artikel 2, onder m, verminderd met € 30,28.

Artikel 6

Indien de gerechtsdeurwaarder zich op grond van een wettelijk voorschrift voor de goede verrichting van de ambtshandeling laat bijstaan door een of meer getuigen, worden de kosten van de ambtshandeling:

Artikel 7

Indien uit het exploot blijkt dat de uitvoering ter plaatse van de ambtshandeling:

Artikel 8
1.

Voor de toepassing van artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden de kosten verhoogd met € 38,19 indien:

2.

Voor de toepassing van artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden de kosten van het exploot, bedoeld in artikel 2, onder e en w, verhoogd met € 76,86 onderscheidenlijk € 150,29, indien de gerechtsdeurwaarder:

Artikel 9
1.

De kosten worden verhoogd met de door de gerechtsdeurwaarder gedane verschotten, voor zover:

2.

De gerechtsdeurwaarder verklaart in het exploot dat het doen en het beloop van de verschotten voor de goede verrichting van de ambtshandeling noodzakelijk waren en dat hij geen rechtstreeks of middellijk belang heeft in de onderneming of derde die de kosten factureerde.

3.

De gerechtsdeurwaarder hecht een afschrift van de factuur van de verschotten aan het exploot. Indien de factuur later wordt ontvangen, wordt deze uiterlijk op de vijftiende dag na de maand waarin de desbetreffende levering of de dienst is verricht in afschrift aan het exploot gehecht en aan de schuldenaar toegezonden. De gerechtsdeurwaarder maakt van de toezending aantekening aan de voet van het exploot en voorziet de aantekening van een dag- en handtekening.

Artikel 10

De kosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968, indien de opdrachtgever de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet op grond van genoemde wet kan verrekenen en zulks nadrukkelijk verklaart, en de gerechtsdeurwaarder aan de voet van het exploot verklaart dat de kosten in verband daarmee zijn verhoogd.

Artikel 11

Deze paragraaf blijft buiten toepassing ten aanzien van:

§ 2. Voorschotten

Artikel 12
1.

De gerechtsdeurwaarder vraagt de opdrachtgever bij wijze van voorschot geen hoger bedrag dan het bedrag dat op grond van paragraaf 1, met uitzondering van de artikelen 4 en 11, onder a, wordt vastgesteld. De verhogingen, bedoeld in de artikelen 6, 7 en 9, worden gebaseerd op de kosten die naar zijn oordeel voor de goede verrichting van de ambtshandeling noodzakelijk zullen zijn.

2.

Voor andere ambtshandelingen dan die bedoeld in de artikelen 2 en 3 kan de gerechtsdeurwaarder bij wijze van voorschot een redelijk bedrag vragen.

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.