Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op richtlijn nr. 1999/31/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999, betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182), en op de artikelen 8.5, eerste lid, 8.15, eerste lid, 8.44, eerste lid, 8.45, eerste lid, 8.49, vijfde lid, 21.2, tweede lid, en 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

Vervallen

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk II. De aanvraag om het verlenen of wijzigen van een vergunning

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk III. De exploitatiefase

§ 1. Algemeen

Artikel 8

Vervallen

§ 2. De aanvang van de exploitatie van de stortplaats

Artikel 9

Vervallen

§ 3. De voorzieningen en de exploitatie van de stortplaats

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

§ 4. Toezicht en controle

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

§ 5. Registratie en verslaglegging

Artikel 25

Vervallen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27

Vervallen

§ 6. Financiële zekerheid

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Vervallen

§ 7. Het einde van de exploitatie van de stortplaats

Artikel 30

Vervallen

Hoofdstuk IV. De nazorgfase

Artikel 31

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op stortplaatsen die op grond van artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer gesloten zijn verklaard op het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt.

Artikel 32
2.

Indien de stortplaats niet langer zodanig gevaar voor het milieu kan opleveren dat de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, ongewijzigd moeten worden voorgezet, kan het bevoegd gezag besluiten dat deze verplichtingen geheel of ten dele worden beëindigd of aangepast, dan wel worden vervangen door andere verplichtingen.

Hoofdstuk V. Bepalingen voor bestaande stortplaatsen voor baggerspecie op land

Artikel 33

Vervallen

Artikel 34

Vervallen

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Hoofdstuk VI. Verdere bepaling

Artikel 37

Vervallen

Hoofdstuk VII. Slotbepalingen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Bijlage 1. Behorende bij artikel 1 onder g en h

Stof Streefwaarde grondwater Maximaal toelaatbare flux
(in µg/l (opgelost)) (in g/ha/j)
I Metalen I Metalen
Antimoon 0,15 0,39
Arseen 7,2 4,35
Barium 200 63
Cadmium 0,06 0,12
Chroom 2,5 15
Kobalt 0,7 3
Koper 1,3 5,4
Kwik 0,01 0,045
Lood 1,7 12,75
Molybdeen 3,6 1,5
Nikkel 2,1 5,25
Zink 24 21
II Anorganische verbindingen II Anorganische verbindingen
Cyaniden-vrij 5 0,15
Cyaniden-complex (pH<5)1Zuurgraad: pH (0.01 M CaCl2). Voor de bepaling pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden. 10 0,75
Cyaniden-complex (pH >5)1Zuurgraad: pH (0.01 M CaCl2). Voor de bepaling pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden. 10 0,75
Bromide 0,3 mg Br/l 3
Chloride 100 mg Cl/l 300
Fluoride 0,5 mg F/l 140
III Aromatische verbindingen III Aromatische verbindingen
Benzeen 0,2 0,4
Ethylbenzeen 4 8
Tolueen 7 14
Xylenen 0,2 0,4
Styreen (vinylbenzeen) 6 12
Fenol 0,2 0,4
Cresolen (som) 0,2 0,4
Catechol(o-dihydroxybenzeen) 0,2 0,4
Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) 0,2 0,4
Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) 0,2 0,4
IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)
Naftaleen 0,01 0,02
Antraceen 0,0007 0,0014
Fenantreen 0,003 0,006
Fluorantheen 0,003 0,006
Benzo(a)antraceen 0,0001 0,0002
Chryseen 0,003 0,006
Benzo(a)pyreen 0,0005 0,001
Benzo(ghi)peryleen 0,0003 0,0006
Benzo(k)fluorantheen 0,0004 0,0008
Indeno(1,2,3-cd)pyreen 0,0004 0,0008
V Gechloreerde koolwaterstoffen V Gechloreerde koolwaterstoffen
Vinylchloride 0,01 0,02
Dichloormethaan 0,01 0,02
1,1-dichloorethaan 7 14
1,2-dichloorethaan 7 14
1,1-dichlooretheen 0,01 0,02
1,2-dichlooretheen (cis en trans) 0,01 0,02
dichloorpropanen 0,8 1,6
trichloormethaan (chloroform) 6 12
1,1,1-trichloorethaan 0,01 0,02
1,1,2-trichloorethaan 0,01 0,02
trichlooretheen (Tri) 24 48
tetrachloormethaan (Tetra) 0,01 0,02
tetrachlooretheen (Per) 0,01 0,02
Stof Streefwaarde grondwater Maximaal toelaatbare flux
--- --- ---
(in µg/l (opgelost)) (in g/ha/j)
monochloorbenzeen 7 14
dichloorbenzenen 3 6
trichloorbenzenen 0,01 0,02
tetrachloorbenzenen 0,01 0,02
pentachloorbenzeen 0,003 0,006
hexachloorbenzeen 0,00009 0,00018
monochloorfenolen (som) 0,3 0,6
dichloorfenolen 0,2 0,4
trichloorfenolen 0,03 0,06
tetrachloorfenolen 0,01 0,02
pentachloorfenol 0,04 0,08
polychloorbifenylen (som)2Onder streefwaarde polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. De streefwaarde bevat niet PCB 118. 0,01 0,02
VI Bestrijdingsmiddelen VI Bestrijdingsmiddelen
DDT/DDE/DDD3Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE. 0,004 ng/l 0,000008
Aldrin 0,009 ng/l 0,000018
Dieldrin 0,1 ng/l 0,0002
Endrin 0,04 ng/l 0,00008
HCH-verbindingen4Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH. 0,05 0,1
α-HCH 33 ng/l 0,066
ß-HCH 8 ng/l 0,016
γ-HCH 9 ng/l 0,018
atrazine 29 ng/l 0,038
carbaryl 2 ng/l 0,004
carbofuran 9 ng/l 0,018
chloordaan 0,02 ng/l 0,00004
endosulfan 0,2 ng/l 0,0004
heptachloor 0,005 ng/l 0,00001
heptachloor-epoxide 0,005 ng/l 0,00001
Maneb 0,05 ng/l 0,0001
MCPA 0,02 0,02
organotinverbindingen 0,05-16 ng/l 0,0001 - 0,038
VII Overige verontreinigingen VII Overige verontreinigingen
cyclohexanon 0,5 1
Ftalaten (som)5Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan. 0,5 1
minerale olie6De definitie van minerale olie wordt beschreven in Staatscourant 39, 2000. Indien er sprake is van verontreiniging met mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan dient naast het alkaangehalte ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden. 50 100
pyridine 0,5 1
tetrahydrofuran 0,5 1
tetrahydrothiofeen 0,5 1

Bijlage 1. Behorende bij artikel 1 onder g en h

Vervallen

1. Bepaling van de kwaliteit van de poriënwaterconcentraties

Voor de bepaling van de kwaliteit van het poriënwater zijn gegevens nodig over de totaalconcentratie in het sediment, de verdelingscoëfficiënt tussen vaste stof en water en de concentratie in het poriënwater. Voor organische parameters en zware metalen is de aanpak verschillend. Er kan praktijkonderzoek worden gedaan in het gebied van herkomst of, onder voorwaarden, gebruik worden gemaakt van literatuurgegevens.

Voor de bepaling van de kwaliteit van het poriënwater zijn gegevens nodig over de totaalconcentratie in het sediment, de verdelingscoëfficiënt tussen vaste stof en water en de concentratie in het poriënwater. Voor organische parameters en zware metalen is de aanpak verschillend. Er kan praktijkonderzoek worden gedaan in het gebied van herkomst of, onder voorwaarden, gebruik worden gemaakt van literatuurgegevens.

1.1. Organische parameters

Onderzoek in het herkomstgebied

Uit het herkomstgebied moeten de totaalconcentraties in het sediment (mg/kg sediment) van een breed pakket aan parameters worden geanalyseerd volgens NVN 5720 (2000) Bodem - Waterbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' en de meetvoorschriften waarnaar daarin wordt verwezen. Hierbij moet ook het organisch koolstofgehalte worden gemeten. Onder de aanname dat alle verontreinigende stoffen aan het organisch koolstof gebonden is, moet per monster de concentratie van de parameters worden uitgedrukt inmg/kg organisch koolstof'.

Door centrifugeren van het sediment wordt het poriënwater verkregen. Het poriënwater wordt geanalyseerd volgens de normen die zijn opgenomen in Staatscourant 39, 2000 (tabel 4). Als de bepalingsgrens van de meetmethode hoger ligt dan de streefwaarde grondwater (dit is in de tabel aangegeven), dan geldt de bepalingsgrens als streefwaarde grondwater. Een overschrijding van de bepalingsgrens verplicht dan tot het doorlopen van stap 2. De keuze van de stoffen waarvan de concentratie in het poriënwater wordt gemeten moet worden gebaseerd op de metingen van de totaalconcentraties van de parameters in het slib en literatuurgegevens die een indicatie geven over de mobiliteit van de aanwezige parameters.

Gebruik van literatuurgegevens

Indien het uitvoeren van veldmetingen van het sediment en poriënwater om welke redenen dan ook niet opportuun is, kunnen, na goedkeuring van het bevoegd gezag, poriënwaterconcentraties voor organische parameters ook worden berekend met behulp van literatuurwaarden voor de schijnbare verdelingscoëfficiënten, vermoedelijke totaalconcentraties in het sediment en de daarin voorkomende organische koolstofgehalten. Daarbij dienen de in de berekening te gebruiken totaalconcentraties aan parameters in het sediment wel te worden gebaseerd op recente representatieve waterbodemonderzoeken.

1.2. Zware metalen

Onderzoek in het herkomstgebied

Op dezelfde manier als bij organische parameters kunnen totaalgehalten van zware metalen in slibmonsters uit het herkomstgebied worden gemeten en poriënwaterconcentraties worden bepaald. Analyses dienen te worden uitgevoerd conform volgens NVN 5720 (2000) `Bodem - Waterbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' en de meetvoorschriften waarnaar daarin wordt verwezen.

Speciatieberekeningen

Indien het uitvoeren van veldmetingen van het poriënwater voor zware metalen om welke reden dan ook niet opportuun wordt geacht, kunnen na goedkeuring van het bevoegd gezag, poriënwaterconcentraties worden berekend op basis van de sedimentconcentraties die in recent waterbodemonderzoek zijn vastgesteld op de wijze zoals hiervoor is vermeld. Bij de uit te voeren speciatieberekeningen en berekeningen van de totaalconcentraties van de opgeloste fractie moet rekening worden gehouden met de te verwachten wijziging van de slibcondities. Voor een aantal parameters (bijv. DOC-gehalte, SEM/AVS etc.) moeten aannames worden gedaan die sterk bepalend zijn voor de uitkomsten van de berekeningen.

1.3. Toetsing van de poriënwaterconcentratie aan de streefwaarde

In de vergunningaanvraag moet worden aangegeven hoe de poriënwaterconcentraties zijn verkregen. Indien gebruik is gemaakt van veldmetingen dient aangegeven te worden waar en hoe de veldmetingen zijn verricht en in hoeverre de verkregen waarden representatief zijn voor de in de stortplaats te bergen specie.

De kwaliteit van het poriënwater moet vergeleken worden met de streefwaarden zoals opgenomen in kolom 1 van bijlage 1 van deze regeling.

Indien de streefwaarden niet overschreden worden moet geconcludeerd worden dat de stortplaats de grondwaterkwaliteit niet nadelig zal beïnvloeden.

2. De uit de stortplaats tredende flux van verontreinigingen

2.1. Eisen aan de modellen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.