Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op richtlijn nr. 1999/31/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999, betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182), en op de artikelen 8.5, eerste lid, 8.15, eerste lid, 8.44, eerste lid, 8.45, eerste lid, 8.49, vijfde lid, 21.2, tweede lid, en 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Hoofdstuk II. De aanvraag om het verlenen of wijzigen van een vergunning
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Hoofdstuk III. De exploitatiefase
§ 1. Algemeen
Artikel 8
Vervallen
§ 2. De aanvang van de exploitatie van de stortplaats
Artikel 9
Vervallen
§ 3. De voorzieningen en de exploitatie van de stortplaats
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
§ 4. Toezicht en controle
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
§ 5. Registratie en verslaglegging
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
§ 6. Financiële zekerheid
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
§ 7. Het einde van de exploitatie van de stortplaats
Artikel 30
Vervallen
Hoofdstuk IV. De nazorgfase
Artikel 31
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op stortplaatsen die op grond van artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer gesloten zijn verklaard op het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt.
Artikel 32
Ten aanzien van een gesloten stortplaats zijn de artikelen 8.62g, eerste, tweede en derde lid, onder a, 8.62h, 8.62i, 8.62k, 8.62l, 8.62m, 8.62n, eerste en tweede lid, onder h, en 8.62o van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 10.47a van het Omgevingsbesluit en de artikelen 9.28 tot en met 9.32 van de Omgevingsregeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a. in artikel 9.28, tweede lid, van de Omgevingsregeling, in plaats van `drie maanden' wordt gelezen: zes maanden;
- b. in het uitgewerkte urgentieplan, bedoeld in artikel 8.62m, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, mede wordt aangegeven of het noodzakelijk is dat alsnog een afdeklaag wordt aangebracht.
Indien de stortplaats niet langer zodanig gevaar voor het milieu kan opleveren dat de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, ongewijzigd moeten worden voorgezet, kan het bevoegd gezag besluiten dat deze verplichtingen geheel of ten dele worden beëindigd of aangepast, dan wel worden vervangen door andere verplichtingen.
Hoofdstuk V. Bepalingen voor bestaande stortplaatsen voor baggerspecie op land
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
Vervallen
Artikel 35
Vervallen
Artikel 36
Vervallen
Hoofdstuk VI. Verdere bepaling
Artikel 37
Vervallen
Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Artikel 38
Vervallen
Artikel 39
Vervallen
Artikel 40
Vervallen
Bijlage 1. Behorende bij artikel 1 onder g en h
| Stof | Streefwaarde grondwater | Maximaal toelaatbare flux |
|---|---|---|
| (in µg/l (opgelost)) | (in g/ha/j) | |
| I Metalen | I Metalen | |
| Antimoon | 0,15 | 0,39 |
| Arseen | 7,2 | 4,35 |
| Barium | 200 | 63 |
| Cadmium | 0,06 | 0,12 |
| Chroom | 2,5 | 15 |
| Kobalt | 0,7 | 3 |
| Koper | 1,3 | 5,4 |
| Kwik | 0,01 | 0,045 |
| Lood | 1,7 | 12,75 |
| Molybdeen | 3,6 | 1,5 |
| Nikkel | 2,1 | 5,25 |
| Zink | 24 | 21 |
| II Anorganische verbindingen | II Anorganische verbindingen | |
| Cyaniden-vrij | 5 | 0,15 |
| Cyaniden-complex (pH<5)1Zuurgraad: pH (0.01 M CaCl2). Voor de bepaling pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden. | 10 | 0,75 |
| Cyaniden-complex (pH >5)1Zuurgraad: pH (0.01 M CaCl2). Voor de bepaling pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden. | 10 | 0,75 |
| Bromide | 0,3 mg Br/l | 3 |
| Chloride | 100 mg Cl/l | 300 |
| Fluoride | 0,5 mg F/l | 140 |
| III Aromatische verbindingen | III Aromatische verbindingen | |
| Benzeen | 0,2 | 0,4 |
| Ethylbenzeen | 4 | 8 |
| Tolueen | 7 | 14 |
| Xylenen | 0,2 | 0,4 |
| Styreen (vinylbenzeen) | 6 | 12 |
| Fenol | 0,2 | 0,4 |
| Cresolen (som) | 0,2 | 0,4 |
| Catechol(o-dihydroxybenzeen) | 0,2 | 0,4 |
| Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) | 0,2 | 0,4 |
| Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) | 0,2 | 0,4 |
| IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) | IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) | |
| Naftaleen | 0,01 | 0,02 |
| Antraceen | 0,0007 | 0,0014 |
| Fenantreen | 0,003 | 0,006 |
| Fluorantheen | 0,003 | 0,006 |
| Benzo(a)antraceen | 0,0001 | 0,0002 |
| Chryseen | 0,003 | 0,006 |
| Benzo(a)pyreen | 0,0005 | 0,001 |
| Benzo(ghi)peryleen | 0,0003 | 0,0006 |
| Benzo(k)fluorantheen | 0,0004 | 0,0008 |
| Indeno(1,2,3-cd)pyreen | 0,0004 | 0,0008 |
| V Gechloreerde koolwaterstoffen | V Gechloreerde koolwaterstoffen | |
| Vinylchloride | 0,01 | 0,02 |
| Dichloormethaan | 0,01 | 0,02 |
| 1,1-dichloorethaan | 7 | 14 |
| 1,2-dichloorethaan | 7 | 14 |
| 1,1-dichlooretheen | 0,01 | 0,02 |
| 1,2-dichlooretheen (cis en trans) | 0,01 | 0,02 |
| dichloorpropanen | 0,8 | 1,6 |
| trichloormethaan (chloroform) | 6 | 12 |
| 1,1,1-trichloorethaan | 0,01 | 0,02 |
| 1,1,2-trichloorethaan | 0,01 | 0,02 |
| trichlooretheen (Tri) | 24 | 48 |
| tetrachloormethaan (Tetra) | 0,01 | 0,02 |
| tetrachlooretheen (Per) | 0,01 | 0,02 |
| Stof | Streefwaarde grondwater | Maximaal toelaatbare flux |
| --- | --- | --- |
| (in µg/l (opgelost)) | (in g/ha/j) | |
| monochloorbenzeen | 7 | 14 |
| dichloorbenzenen | 3 | 6 |
| trichloorbenzenen | 0,01 | 0,02 |
| tetrachloorbenzenen | 0,01 | 0,02 |
| pentachloorbenzeen | 0,003 | 0,006 |
| hexachloorbenzeen | 0,00009 | 0,00018 |
| monochloorfenolen (som) | 0,3 | 0,6 |
| dichloorfenolen | 0,2 | 0,4 |
| trichloorfenolen | 0,03 | 0,06 |
| tetrachloorfenolen | 0,01 | 0,02 |
| pentachloorfenol | 0,04 | 0,08 |
| polychloorbifenylen (som)2Onder streefwaarde polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. De streefwaarde bevat niet PCB 118. | 0,01 | 0,02 |
| VI Bestrijdingsmiddelen | VI Bestrijdingsmiddelen | |
| DDT/DDE/DDD3Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE. | 0,004 ng/l | 0,000008 |
| Aldrin | 0,009 ng/l | 0,000018 |
| Dieldrin | 0,1 ng/l | 0,0002 |
| Endrin | 0,04 ng/l | 0,00008 |
| HCH-verbindingen4Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH. | 0,05 | 0,1 |
| α-HCH | 33 ng/l | 0,066 |
| ß-HCH | 8 ng/l | 0,016 |
| γ-HCH | 9 ng/l | 0,018 |
| atrazine | 29 ng/l | 0,038 |
| carbaryl | 2 ng/l | 0,004 |
| carbofuran | 9 ng/l | 0,018 |
| chloordaan | 0,02 ng/l | 0,00004 |
| endosulfan | 0,2 ng/l | 0,0004 |
| heptachloor | 0,005 ng/l | 0,00001 |
| heptachloor-epoxide | 0,005 ng/l | 0,00001 |
| Maneb | 0,05 ng/l | 0,0001 |
| MCPA | 0,02 | 0,02 |
| organotinverbindingen | 0,05-16 ng/l | 0,0001 - 0,038 |
| VII Overige verontreinigingen | VII Overige verontreinigingen | |
| cyclohexanon | 0,5 | 1 |
| Ftalaten (som)5Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan. | 0,5 | 1 |
| minerale olie6De definitie van minerale olie wordt beschreven in Staatscourant 39, 2000. Indien er sprake is van verontreiniging met mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan dient naast het alkaangehalte ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden. | 50 | 100 |
| pyridine | 0,5 | 1 |
| tetrahydrofuran | 0,5 | 1 |
| tetrahydrothiofeen | 0,5 | 1 |
Bijlage 1. Behorende bij artikel 1 onder g en h
Vervallen
1. Bepaling van de kwaliteit van de poriënwaterconcentraties
Voor de bepaling van de kwaliteit van het poriënwater zijn gegevens nodig over de totaalconcentratie in het sediment, de verdelingscoëfficiënt tussen vaste stof en water en de concentratie in het poriënwater. Voor organische parameters en zware metalen is de aanpak verschillend. Er kan praktijkonderzoek worden gedaan in het gebied van herkomst of, onder voorwaarden, gebruik worden gemaakt van literatuurgegevens.
Voor de bepaling van de kwaliteit van het poriënwater zijn gegevens nodig over de totaalconcentratie in het sediment, de verdelingscoëfficiënt tussen vaste stof en water en de concentratie in het poriënwater. Voor organische parameters en zware metalen is de aanpak verschillend. Er kan praktijkonderzoek worden gedaan in het gebied van herkomst of, onder voorwaarden, gebruik worden gemaakt van literatuurgegevens.
1.1. Organische parameters
Onderzoek in het herkomstgebied
Uit het herkomstgebied moeten de totaalconcentraties in het sediment (mg/kg sediment) van een breed pakket aan parameters worden geanalyseerd volgens NVN 5720 (2000) Bodem - Waterbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' en de meetvoorschriften waarnaar daarin wordt verwezen. Hierbij moet ook het organisch koolstofgehalte worden gemeten. Onder de aanname dat alle verontreinigende stoffen aan het organisch koolstof gebonden is, moet per monster de concentratie van de parameters worden uitgedrukt inmg/kg organisch koolstof'.
Door centrifugeren van het sediment wordt het poriënwater verkregen. Het poriënwater wordt geanalyseerd volgens de normen die zijn opgenomen in Staatscourant 39, 2000 (tabel 4). Als de bepalingsgrens van de meetmethode hoger ligt dan de streefwaarde grondwater (dit is in de tabel aangegeven), dan geldt de bepalingsgrens als streefwaarde grondwater. Een overschrijding van de bepalingsgrens verplicht dan tot het doorlopen van stap 2. De keuze van de stoffen waarvan de concentratie in het poriënwater wordt gemeten moet worden gebaseerd op de metingen van de totaalconcentraties van de parameters in het slib en literatuurgegevens die een indicatie geven over de mobiliteit van de aanwezige parameters.
Gebruik van literatuurgegevens
Indien het uitvoeren van veldmetingen van het sediment en poriënwater om welke redenen dan ook niet opportuun is, kunnen, na goedkeuring van het bevoegd gezag, poriënwaterconcentraties voor organische parameters ook worden berekend met behulp van literatuurwaarden voor de schijnbare verdelingscoëfficiënten, vermoedelijke totaalconcentraties in het sediment en de daarin voorkomende organische koolstofgehalten. Daarbij dienen de in de berekening te gebruiken totaalconcentraties aan parameters in het sediment wel te worden gebaseerd op recente representatieve waterbodemonderzoeken.
1.2. Zware metalen
Onderzoek in het herkomstgebied
Op dezelfde manier als bij organische parameters kunnen totaalgehalten van zware metalen in slibmonsters uit het herkomstgebied worden gemeten en poriënwaterconcentraties worden bepaald. Analyses dienen te worden uitgevoerd conform volgens NVN 5720 (2000) `Bodem - Waterbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek' en de meetvoorschriften waarnaar daarin wordt verwezen.
Speciatieberekeningen
Indien het uitvoeren van veldmetingen van het poriënwater voor zware metalen om welke reden dan ook niet opportuun wordt geacht, kunnen na goedkeuring van het bevoegd gezag, poriënwaterconcentraties worden berekend op basis van de sedimentconcentraties die in recent waterbodemonderzoek zijn vastgesteld op de wijze zoals hiervoor is vermeld. Bij de uit te voeren speciatieberekeningen en berekeningen van de totaalconcentraties van de opgeloste fractie moet rekening worden gehouden met de te verwachten wijziging van de slibcondities. Voor een aantal parameters (bijv. DOC-gehalte, SEM/AVS etc.) moeten aannames worden gedaan die sterk bepalend zijn voor de uitkomsten van de berekeningen.
1.3. Toetsing van de poriënwaterconcentratie aan de streefwaarde
In de vergunningaanvraag moet worden aangegeven hoe de poriënwaterconcentraties zijn verkregen. Indien gebruik is gemaakt van veldmetingen dient aangegeven te worden waar en hoe de veldmetingen zijn verricht en in hoeverre de verkregen waarden representatief zijn voor de in de stortplaats te bergen specie.
De kwaliteit van het poriënwater moet vergeleken worden met de streefwaarden zoals opgenomen in kolom 1 van bijlage 1 van deze regeling.
Indien de streefwaarden niet overschreden worden moet geconcludeerd worden dat de stortplaats de grondwaterkwaliteit niet nadelig zal beïnvloeden.
2. De uit de stortplaats tredende flux van verontreinigingen
2.1. Eisen aan de modellen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.