Regeling melding bijzondere voorvallen jeugdigen
Gelet op artikel 5, tweede lid van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
Gezien het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van 28 juni 2001, kenmerk 5105565/TH/mk;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. bijzondere voorvallen: de voorvallen, genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van deze regeling;
- b. ontvluchting: onttrekking van een jeugdige aan het op hem uitgeoefende toezicht vanuit een gesloten gebouw, vanaf een beveiligd terrein, tijdens transport of tijdens begeleid verblijf buiten de inrichting;
- c. DJI: Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Veiligheid en Justitie;
- d. divisiedirecteur ForZo/JJI: de directeur van de divisie Forensische Zorg en Justitiële Jeugdinrichtingen van de DJI.
Artikel 2
Bijzondere voorvallen die onmiddellijk door de directeur van de inrichting telefonisch en schriftelijk per elektronische post aan de divisiedirecteur ForZo/JJI worden gemeld, zijn de volgende:
- a. ontvluchting van een jeugdige;
- b. ernstige geweldsincidenten in of buiten de inrichting;
- c. ernstige ordeverstoring;
- d. suïcide van een jeugdige;
- e. onnatuurlijke dood van een jeugdige;
- f. elk ander incident in of buiten de inrichting van ernstige, politiek gevoelige of publiciteitsgevoelige aard.
Bijzondere voorvallen die uiterlijk de eerstvolgende werkdag schriftelijk per elektronische post aan de divisiedirecteur ForZo/JJI worden gemeld zijn de volgende:
- a. onttrekking aan, poging tot, of voorbereiding van onttrekking aan, het op hem uitgeoefende toezicht door een jeugdige uit een beperkt beveiligde inrichting of afdeling of vanaf een niet-beveiligd terrein;
- b. niet terugkeren van onbegeleid verlof door een jeugdige;
- c. geweld tegen andere jeugdigen of geweld tegen personeelsleden of medewerkers of andere in de inrichting aanwezige personen, dat lichamelijk letsel ten gevolg heeft;
- d. politiecontact naar aanleiding van een delict van de jeugdige tijdens verlof, strafonderbreking, scholings- en trainingsprogramma of tijdens ongeoorloofde afwezigheid;
- e. aantreffen van contrabande, zoals een vuurwapen, slag- of steekwapen, harddrugs, of softdrugs van meer dan 5 gram;
- f. aantreffen van medicijnen, indien verdenking bestaat van ernstig misbruik;
- g. strafbare of anderszins laakbare handelingen van personeelsleden of medewerkers jegens een of meer jeugdigen, waaronder seksueel misbruik, seksuele intimidatie of ongeoorloofde relaties;
- h. gevallen van hongerstaking, natuurlijke dood, ernstige zelfverwonding of poging tot suïcide van een jeugdige;
- i. ernstige besmettelijke ziekte van jeugdigen, personeelsleden, medewerkers of andere in de inrichting aanwezige personen;
- j. ontslag op staande voet van een personeelslid of medewerker.
Artikel 3
Bij de melding bijzondere voorvallen wordt gebruik gemaakt van het formulier melding bijzonder voorval dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.
De afloop van bijzonder voorvallen wordt schriftelijk gemeld met gebruikmaking van het formulier afhandeling bijzonder voorval dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling melding bijzondere voorvallen jeugdigen.
Bijlage 1
Bijlage 2
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.