Regeling erkenning scholings- en trainingsprogramma

Type Ministeriële regeling
Publication 2015-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en artikel 2, vierde lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen;

Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 1 februari 2001 nr. 5078699/01/TH/rb;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De Minister kan een scholings- en trainingsprogramma erkennen.

2.

De directeur, de reclassering, de gezinsvoogdij-instelling of een derde-organisatie kan een voordracht voor erkenning van een scholings- en trainingsprogramma doen aan de Minister.

Artikel 3

Voor erkenning kan worden voorgedragen:

Artikel 4
1.

De erkenning geschiedt voor de periode van maximaal drie jaren.

2.

De erkenning kan door de Minister worden ingetrokken indien:

3.

Indien de erkenning niet is ingetrokken wordt deze geacht, na ommekomst van drie jaar, stilzwijgend verlengd te zijn voor de periode van drie jaar.

Artikel 5
1.

Het standaard programma of de module van een scholings- en trainingsprogramma dient een beschrijving te bevatten van de wijze waarop het programma een bijdrage levert aan een geslaagde terugkeer van de jeugdige in de samenleving.

2.

Het standaard programma of de module van een scholings- en trainingsprogramma kan activiteiten bevatten die zich richten op de gebieden:

3.

De voordracht voor erkenning van een standaardprogramma of module bevat tenminste:

Artikel 6
1.

De activiteiten in het kader van een scholing- en trainingsprogramma kunnen aangeboden worden door de reclassering, de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, een werkgever of een derde organisatie.

2.

Bij de aanvraag om erkenning van het scholings- en trainingsprogramma vermeldt de organisatie de erkenning of toelating, indien het scholings- en trainingsprogramma of een substantieel gedeelte daarvan uitgevoerd wordt door een derde-organisatie die:

3.

Indien het scholing- en trainingsprogramma of een substantieel gedeelte daarvan uitgevoerd wordt door een derde-organisatie, die niet door een in het tweede lid genoemd Ministerie of krachtens een daar genoemde wet erkend of toegelaten is, wordt bij de aanvraag om erkenning van het scholings- en trainingsprogramma de betrouwbaarheid van de derde-organisatie getoetst.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning scholings- en trainingsprogramma.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.