Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de Minister van Buitenlandse Zaken en de hoofden van de door hem aangewezen consulaire posten in het buitenland

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

§ 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van reisdocumenten door de Minister van Buitenlandse Zaken.

§ 2. Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 2

Vervallen

§ 3. Modellen van de reisdocumenten

Artikel 3
1.

Met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van de wet bedoelde reisdocumenten worden van de volgende documenten in deze regeling de navolgende modellen vastgesteld:

2.

Met betrekking tot het in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet bedoelde nooddocument wordt in deze regeling het model laissez-passer vastgesteld, dat is opgenomen in bijlage O bij deze regeling.

3.

In de modellen, genoemd in het eerste lid, is een machineleesbare strook en een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondertekende chip opgenomen.

§ 3a. Het basisregister reisdocumenten

Artikel 4. Vestigingsplaats van het register

Vervallen

Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit het register
1.

De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.

2.

De in het eerste lid bedoelde administratie is op naam toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.

§ 5. Aangewezen autoriteiten

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7. Het hoofd van de post

Vervallen

Artikel 8. Heffing en kwijtschelding van rechten

De Minister van Buitenlandse Zaken is ten aanzien van de aanvragen die hij in ontvangst neemt, bevoegd tot heffing van rechten, dan wel tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in het Besluit paspoortgelden.

Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten en geldigheid

§ 5. Heffing en kwijtschelding van rechten

Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap

Vervallen

Artikel 10. Geldigheid

Vervallen

§ 1. Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten

§ 2.1. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in Nederland rechtmatig verblijf hebben

Artikel 11. Gebruik van het modelformulier
1.

Bij de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

2.

Een in het eerste lid bedoeld formulier kan worden verstrekt nadat daartoe een verzoek is gedaan door de Minister van Buitenlandse Zaken, onder vermelding van de personalia van de aanvrager en de reden van de aanvraag.

3.

In het formulier worden naast de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats van de aanvrager de navolgende gegevens vermeld:

4.

De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening en zendt het, vergezeld van (foto)kopieën van de in het bezit van de aanvrager zijnde reisdocumenten, dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven (met alle bestempelde visumbladzijden), alsmede van het verblijfsdocument aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel 12. Opmerkingen van de Nederlandse Minister van Justitie
1.

Het formulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden door de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden aan de Nederlandse Minister van Justitie in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager ten tijde van de aanvraag is opgenomen.

2.

In het formulier worden de navolgende gegevens die over de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, vermeld:

3.

In het formulier wordt tevens vermeld of en zo ja, op welke punten de ingevolge artikel 11 vermelde gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen.

4.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet en tegen het verlenen daarvan op verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan, vermeldt de Nederlandse Minister van Justitie als bedenkingen:

5.

De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.