Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de Minister van Buitenlandse Zaken en de hoofden van de door hem aangewezen consulaire posten in het buitenland

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 254
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

§ 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • b. aanvraag, weigering, verstrekking, uitreiking, houder, wijziging, inhouding, vervallen of vervallenverklaring en vermissing: hetgeen ingevolge artikel 1, eerste lid, van de wet daaronder wordt verstaan;
  • h. aanvraagsysteem reisdocumenten: het geheel van apparatuur, programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan door de bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag, verstrekking, uitreiking en registratie van reisdocumenten;
  • i. reisdocumentenstation: de door de leverancier beschikbaar gestelde apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten worden verwerkt en gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de bevoegde autoriteit en de leverancier plaatsvindt (reisdocumentenaanvraag- en archiefstation);
  • j. reisdocumentenadministratie: de in het reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten;
  • k. reisdocumentenmodule: de apparatuur en programmatuur, waarmee de bevoegde autoriteit bij de aanvraag en uitreiking gegevens uitwisselt met het reisdocumentenstation en de basisadministratie;
  • l. standaardclausule: een clausule, waarvan de tekst in bijlage A van deze regeling is opgenomen en die door de leverancier dan wel de bevoegde autoriteit in het reisdocument wordt aangebracht;
  • m. aanvraag-informatieformulier: een door de Minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven formulier, dat bestemd is voor het opmaken van een aanvraag voor een reisdocument;
  • n. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
  • o. aanvraagnummer: het nummer dat voorgedrukt is op het foto- en handtekeningformulier;
  • q. vervallen;
  • r. vervallen;
  • s. identificatiekaart: een document als bedoeld in artikel 88, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens;
  • t. leverancier: een bedrijf dat in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten van een of meerdere diensten die verband houden met de verstrekking van reisdocumenten;
  • u. distributeur: het bedrijf dat zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, identificatiekaarten en overige materialen die door de leverancier worden geleverd;
  • v. uitgiftelocatie: de locatie bij een bevoegde autoriteit waar de aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de documenten en overige materialen door de distributeur worden afgeleverd;
  • w. vervallen;
  • y. aanvraagstation: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten;
  • z. foto- en handtekeningenformulier: het daartoe door de leverancier beschikbaar gestelde formulier dat bestemd is voor het opnemen van de foto en de handtekening, bedoeld in artikel 51, eerste en tweede lid;
  • aa. Aanvraagstationlocatie: de locatie waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 91 één of meerdere aanvraagstations heeft geplaatst;
  • bb. mobiel vingerafdrukopname-apparaat: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen mobiele apparatuur en bijbehorende programmatuur voor het opnemen van vingerafdrukken;
2.

Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van reisdocumenten door de Minister van Buitenlandse Zaken.

§ 2. Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 2

Vervallen

§ 3. Modellen van de reisdocumenten

Artikel 3
1.

Met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder b en c, van de wet bedoelde reisdocumenten worden van de volgende documenten in deze regeling de navolgende modellen vastgesteld:

  • a. diplomatiek paspoort: model diplomatiek paspoort, dat is opgenomen in bijlage M bij deze regeling;
  • b. dienstpaspoort: model dienstpaspoort en model nationaal paspoort voorzien van standaardclausule IX, dat is opgenomen in bijlage N bij deze regeling.
2.

Met betrekking tot het in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet bedoelde nooddocument wordt in deze regeling het model laissez-passer vastgesteld, dat is opgenomen in bijlage O bij deze regeling.

3.

In de modellen, genoemd in het eerste lid, is een machineleesbare strook en een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondertekende chip opgenomen.

§ 3a. Het basisregister reisdocumenten

Artikel 4. Vestigingsplaats van het register

Vervallen

Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit het register
1.

De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.

2.

De in het eerste lid bedoelde administratie is op naam toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.

§ 5. Aangewezen autoriteiten

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7. Het hoofd van de post

Vervallen

Artikel 8. Heffing en kwijtschelding van rechten

De Minister van Buitenlandse Zaken is ten aanzien van de aanvragen die hij in ontvangst neemt, bevoegd tot heffing van rechten, dan wel tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in het Besluit paspoortgelden.

Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten en geldigheid

§ 5. Heffing en kwijtschelding van rechten

Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap

Vervallen

Artikel 10. Geldigheid

Vervallen

§ 1. Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten

§ 2.1. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in Nederland rechtmatig verblijf hebben

Artikel 11. Gebruik van het modelformulier
1.

Bij de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

2.

Een in het eerste lid bedoeld formulier kan worden verstrekt nadat daartoe een verzoek is gedaan door de Minister van Buitenlandse Zaken, onder vermelding van de personalia van de aanvrager en de reden van de aanvraag.

3.

In het formulier worden naast de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats van de aanvrager de navolgende gegevens vermeld:

  • I. met betrekking tot de nationaliteit:
  • a. welke nationaliteit de aanvrager bezit, dan wel
  • b. door welke oorzaak de aanvrager zonder of van onbekende nationaliteit is, dan wel
  • c. op grond van welke wettelijke regeling of administratieve beslissing de aanvrager zijn nationaliteit heeft verloren;
  • II. met betrekking tot de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner: de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit en burgerlijke staat van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede het bezit van een verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document indien de betrokkene niet het Nederlanderschap bezit;
  • III. met betrekking tot de binnenkomst in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:
  • a. de datum van binnenkomst van de aanvrager;
  • b. het land van waar de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken of het deel van Nederland, indien de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken uit het Europese dan wel Caribische deel van Nederland;
  • c. de gemeente dan wel het openbaar lichaam waarvan de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst ingezetene werd;
  • d. het documentnummer, de geldigheidsduur, alsmede de datum en autoriteit van vertrekking van het reisdocument waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;
  • IV. met betrekking tot het rechtmatig verblijf van de aanvrager in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:
  • a. de in de basisadministratie opgenomen gegevens over het verblijfsrecht van de aanvrager;
  • b. het door de aanvrager ter inzage overgelegde verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document, dan wel de reden waarom geen geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden overgelegd;
  • c. de datum van vertrek en de gemeente dan wel het openbaar lichaam waarvan betrokkene ingezetene is of laatstelijk ingezetene was;
  • d. de reden van het buitenlands verblijf of van het verblijf in het andere deel van Nederland, indien de aanvrager in het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland verblijft.
4.

De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening en zendt het, vergezeld van (foto)kopieën van de in het bezit van de aanvrager zijnde reisdocumenten, dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven (met alle bestempelde visumbladzijden), alsmede van het verblijfsdocument aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel 12. Opmerkingen van de Nederlandse Minister van Justitie
1.

Het formulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden door de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden aan de Nederlandse Minister van Justitie in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager ten tijde van de aanvraag is opgenomen.

2.

In het formulier worden de navolgende gegevens die over de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, vermeld:

  • a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en nationaliteit;
  • b. de datum sedert welke de aanvrager in de vreemdelingenadministratie is ingeschreven;
  • c. het verblijfsrecht van de aanvrager met de datum waarop dit eindigt;
  • d. het aan de aanvrager verstrekte verblijfsdocument met vermelding van het documentnummer en de geldigheidsduur, dan wel de reden waarom de aanvrager niet in aanmerking komt voor een verblijfsdocument.
3.

In het formulier wordt tevens vermeld of en zo ja, op welke punten de ingevolge artikel 11 vermelde gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen.

4.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet en tegen het verlenen daarvan op verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan, vermeldt de Nederlandse Minister van Justitie als bedenkingen:

  • a. de aanvrager dient in het bezit te zijn van een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de autoriteiten van een ander land, dan wel
  • b. de verblijfstitel van de aanvrager zal niet meer worden verlengd, dan wel
  • c. de verblijfstitel van de aanvrager is of zal vervallen, dan wel
  • d. andere bedenkingen.
5.

De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening.

6.

De Nederlandse Minister van Justitie zendt het formulier terug aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Artikel 13. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet

Vervallen

Artikel 14. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 14 van de wet
1.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet worden in het formulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11, nog de navolgende gegevens vermeld:

  • a. de reden waarom de aanvrager geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen, dan wel
  • b. de reden waarom van de aanvrager niet kan worden gevergd, dat hij een reisdocument van een ander land aanvraagt, dan wel
  • c. indien de aanvrager een verzoek om naturalisatie tot Nederlander heeft ingediend, op welke datum dit is geschied, in welk stadium de procedure zich bevindt en wat het daarop betrekking hebbende behandelingsnummer van het ministerie van Justitie is.
2.

De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet geschiedt aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES, en diens nationaliteit blijkt, alsmede op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen.

Artikel 15. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in de artikelen 11, 13 of 14 van de wet
1.

Indien de in de basisadministratie opgenomen gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in zijn verblijfsdocument of in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen dan wel anderszins onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.

2.

De Minister van Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier zijn beslissing met betrekking tot de aanspraak van de aanvrager op het aangevraagde reisdocument.

Artikel 16. Reisdocumenten als bedoeld in artikel 12 en 15, tweede lid, van de wet
1.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 15, tweede lid, van de wet worden in het formulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11, derde liden 14, eerste lid, de navolgende gegevens vermeld:

  • b. het doel waarvoor de aanvrager het gevraagde reisdocument nodig heeft;
  • c. het land van bestemming of het andere deel van Nederland indien de aanvrager zich naar het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland wenst te begeven.
2.

De artikelen 11, vierde en vijfde lid, 12 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 2.2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in de Nederlandse Antillen dan wel Aruba rechtmatig verblijf hebben

Artikel 17. Gebruik van een informatieformulier
1.

Bij de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van een daartoe bestemd informatieformulier. Dit kan een aanvraag-informatieformulier zijn als bedoeld in artikel 35.

2.

Het invullen van het formulier, bedoeld in het eerste lid, geschiedt zoveel mogelijk overeenkomstig de artikelen 11, derde lid, 14, eerste lid en 16, eerste lid.

3.

Artikel 11, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18. Vaststelling aanspraken op een reisdocument
1.

Het informatieformulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden aan de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2.

De Gouverneur vermeldt in het formulier of, en zo ja welke bedenkingen bestaan tegen verstrekking van het aangevraagde reisdocument.

3.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 14 van de wet gaat de Gouverneur niet over tot de in het tweede lid bedoelde vermelding in het formulier alvorens hij het advies van de Minister van Buitenlandse Zaken over de desbetreffende aanvraag heeft ingewonnen.

4.

Behoudens het bepaalde in het vijfde lid zendt de Gouverneur het formulier aan het hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend.

5.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet zendt de Gouverneur het formulier aan de Minister van Buitenlandse Zaken die daarin vermeldt of en zo ja, welke bedenkingen hij heeft tegen de verstrekking van het aangevraagde reisdocument en het formulier doorstuurt aan het hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend.

§ 2.2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten rechtmatig verblijf hebben

Artikel 19. Laissez-passer voor vreemdelingen
1.

De vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een laissez-passer ingevolge artikel 15, tweede lid, van de wet geschiedt met gebruikmaking van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens rechtmatig verblijf in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten en diens nationaliteit blijkt, alsmede aan de hand van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens.

2.

In geval van twijfel aan de gegevens die in het verblijfsdocument zijn vermeld dan wel door de aanvrager zijn verstrekt, vindt verificatie daarvan plaats in de vreemdelingenadministratie waarin de aanvrager is opgenomen.

§ 2.2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten rechtmatig verblijf hebben

Artikel 20

Vervallen

§ 3. Faciliteitenpaspoorten

Artikel 21. Aanspraken

Vervallen

Artikel 22. Geldigheid

Vervallen

§ 3. Faciliteitenpaspoorten

Artikel 23. Aanspraken

Vervallen

Artikel 24. Geldigheid

Vervallen

§ 4. Tweede paspoorten

Artikel 25. Nooddocumenten voor Nederlanders als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet
1.

Op het vaststellen van de aanspraak van een Nederlander dan wel een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, op een nooddocument zijn de artikelen 2.1 en 2.12 van het besluit zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

2.

Aan een in het eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak heeft op verstrekking van een nooddocument, wordt een noodpaspoort verstrekt.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt aan een in het eerste lid bedoelde persoon een laissez-passer verstrekt, indien bij de verstrekking geen gebruik kan worden gemaakt van het reisdocumentenstation en de reis van de betrokken aanvrager geen uitstel gedoogt.

Artikel 26. Nooddocumenten voor niet-Nederlanders als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet
1.

Op het vaststellen van de aanspraak van een vreemdeling op een nooddocument zijn artikel 2.6 van het besluit en artikel 14, tweede lid, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. De Minister van Buitenlandse Zaken verifieert de in de aanvraag vermelde gegevens bij:

  • a. de Minister van Justitie, indien de aanvrager tot het Europese of Caribische deel van Nederland is toegelaten;
  • b. de Gouverneur, indien de aanvrager in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten.
2.

Aan een in het eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak heeft op verstrekking van een nooddocument, wordt een laissez-passer verstrekt.

Artikel 27. Geldigheid

Vervallen

Artikel 28. In nooddocumenten te vermelden tijdstip en autoriteit van inlevering
1.

In een nooddocument wordt de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, vermeld.

2.

De in het eerste lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het nooddocument eindigt.

3.

De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:

  • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder woont of verblijft, dan wel
  • b. de door de Gouverneur aangewezen autoriteit, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonachtig is, dan wel
  • c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal aanvragen, dan wel
  • d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.
Artikel 29. Aanspraken noodverlengingen

Vervallen

Artikel 30. Geldigheid noodverlengingen

Vervallen

§ 6. Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten

Artikel 31. Aanspraken en geldigheid

Vervallen

Artikel 32. Verplicht bezit geldig identiteitsbewijs
1.

Tot de uitreiking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt slechts overgegaan indien de aanvrager beschikt over een op de aanvrager betrekking hebbend geldig document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, van de Wet op de identificatieplicht.

2.

Indien bij de aanvraag van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort blijkt dat de geldigheidsduur van het identiteitsbewijs als bedoeld in het vorige lid is verstreken, wordt de beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het identiteitsbewijs is vervangen door een nieuw identiteitsbewijs.

3.

De Minister van Buitenlandse Zaken kan een verstrekt diplomatiek paspoort of dienstpaspoort intrekken, indien de houder het diplomatiek paspoort of het dienstpaspoort in strijd met de voorwaarden waaronder het werd verstrekt heeft gebruikt.

Artikel 33. Dienstpaspoortclausule
1.

De plaatsing van de dienstpaspoortclausule geschiedt met behulp van standaardclausule IX. In de clausule worden de datum waarop deze is aangebracht, de datum waarop de geldigheidsduur ervan eindigt en het bijbehorende administratienummer ingevuld.

2.

De clausule wordt ondertekend door de Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen persoon en gewaarmerkt met het in artikel 102, eerste lid, bedoeld dienststempel.

3.

De clausule wordt aangebracht op de bladzijde bestemd voor ambtelijke aantekeningen of op een visumbladzijde.

Artikel 34. Noodverlenging diplomatiek paspoort of dienstpaspoort

Vervallen

Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure

§ 1. Algemeen

Artikel 35. Het opmaken van de aanvraag voor een reisdocument
1.

De foto, vingerafdrukken en handtekening van de aanvrager worden opgenomen met behulp van het aanvraagstation.

2.

In de aanvraag wordt de in artikel 91 bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.

3.

In de aanvraag wordt aangegeven op welk model reisdocument deze betrekking heeft.

4.

In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.

Artikel 36. Vaststelling van de identiteit van de aanvrager
1.

Ter uitvoering van artikel 2.1, eerste lid, van het besluit wordt voor de vaststelling van de identiteit geen gebruik gemaakt van de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij een eerder aan betrokkene uitgereikte nooddocument.

2.

Indien de in artikel 2.1, eerste lid, van het besluit bedoelde gegevens berusten bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.

3.

Bij een gericht onderzoek als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het besluit worden tevens nadere identificerende vragen gesteld.

4.

De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument is verstrekt, overlegt bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen, is artikel 2.1, tweede lid, van het besluit van overeenkomstige toepassing.

5.

In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.

Artikel 37. Persoonsgegevens van de aanvrager
1.

In de aanvraag voor een reisdocument worden de volgende persoonsgegevens van de aanvrager vermeld:

  • a. geslachtsnaam en voornamen;
  • b. geboortedatum en geboorteplaats;
  • c. adres en woonplaats;
  • d. geslacht;
  • e. nationaliteit;
  • f. lengte.
2.

De geslachtsnaam omvat tevens de voorvoegsels en adellijke titels, de voornaam omvat tevens de adellijke predikaten. Op verzoek van de aanvrager kan de vermelding van adellijke titels en predikaten achterwege blijven.

3.

Indien alleen een naam, voornaam of een roepnaam bekend is, wordt deze als geslachtsnaam beschouwd.

4.

Indien de naam van de geboorteplaats niet kan worden ontleend aan de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven, dient de naam te worden vermeld zoals deze is opgenomen in zijn geboorteakte. In alle andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals deze luidde ten tijde van de geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel mogelijk de Nederlandse schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de geboorteplaats niet kan worden vastgesteld, blijft de vermelding daarvan in de aanvraag achterwege. Het vermelden van het land achter de geboorteplaats is slechts toegestaan op verzoek van de aanvrager die aantoont daarbij een zwaarwegend belang te hebben en voorzover het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat.

5.

De geboortedatum omvat de dag, de maand en het jaar. Van vermelding van de dag, de maand en het jaar kan worden afgezien, voor zover deze niet bekend zijn.

6.

In de aanvraag voor een nationaal paspoort, een zakenpaspoort, een tweede paspoort, een faciliteitenpaspoort een Nederlandse identiteitskaart of een vervangende Nederlandse identiteitskaart wordt tevens het burgerservicenummer van de aanvrager vermeld, tenzij aan de aanvrager geen burgerservicenummer is toegekend en indien de aanvrager een administratienummer heeft, het administratienummer vermeld, waaronder de aanvrager is ingeschreven in de basisadministratie.

Artikel 38. Vermelding pseudoniem aanvrager

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart of vervangende Nederlandse identiteitskaart of een nooddocument, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.

Artikel 39. Gegevens van de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner
1.

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens in het aangevraagde reisdocument verzoekt.

2.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart of vervangende Nederlandse identiteitskaart wordt aan het in het eerste lid bedoelde verzoek slechts gevolg gegeven voor zover het reisdocument voldoende ruimte bevat voor vermelding van deze gegevens.

Artikel 40. Bezit van of vermelding in andere reisdocumenten
1.

Van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld, dan wel van de buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat vermeld, worden het soort reisdocument, het documentnummer, de datum waarop de geldigheid van het document eindigt en de autoriteit die het document heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld.

2.

Indien het overgelegde Nederlandse reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat, wordt op verzoek van de aanvrager in de aanvraag vermeld, dat in het aangevraagde reisdocument standaardclausule XII met het documentnummer van het in te leveren reisdocument wordt opgenomen.

Artikel 41. Aanvraag in geval van mogelijke fraude, een vermissing of inname van een uitgereikt reisdocument
1.

Indien zijn eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, kan de aanvrager een aanvraag voor een reisdocument indienen, indien hij mogelijke fraude, vermissing, onderscheidenlijke inname, overeenkomstig artikel 72 meldt of heeft gemeld.

2.

In de aanvraag worden vermeld:

  • a. mogelijke fraude, de vermissing of inname op andere gronden dan ingevolge de wet,
  • b. het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, en
  • c. de datum waarop de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 72, tweede lid, is afgelegd, dan wel de schriftelijke of elektronische verklaring, bedoeld in 72, derde en vierde lid, is overgelegd.
3.

Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onder b of c, niet voorhanden is, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.

Artikel 42
1.

Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument wordt een pasfoto overgelegd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft.

2.

De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage L bij deze regeling opgenomen fotomatrix.

3.

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.

4.

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien op grond van objectief vast te stellen fysieke of medische redenen, door de aanvrager niet kan worden voldaan aan alle in de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de medische redenen kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.

5.

In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto van een aanvrager die de leeftijd van zes jaar nog niet heeft bereikt worden geaccepteerd, indien de foto voldoet aan de in de fotomatrix voor die leeftijdscategorie opgenomen minimum vereisten.

6.

Bij het indienen van een aanvraag voor een laissez-passer op een post waar geen reisdocumentenstation aanwezig is, dan wel waar de opneming van de in de aanvraag vermelde gegevens in het reisdocumentstation plaatsvindt na de uitreiking van het laissez-passer, worden in afwijking van het eerste lid twee gelijke pasfoto’s overgelegd.

7.

In afwijking van het eerste tot en met het zesde lid kan in noodgevallen, indien de aanvrager niet over een pasfoto beschikt en er redelijkerwijs voor hem geen mogelijkheid bestaat om pasfoto’s te laten maken, bij de verstrekking van een laissez-passer worden afgezien van de overlegging van een pasfoto. Indien de houder beschikt over een ander reis- of identiteitsdocument, voorzien van een foto, wordt uitsluitend een laissez-passer verstrekt dat uitsluitend tezamen met het andere reis- of identiteitsdocument kan worden gebruikt. In het laissez-passer wordt aangetekend tezamen met welk ander reis- of identiteitsdocument het laissez-passer aldus bruikbaar is. Indien de houder niet beschikt over een ander reisdocument of identiteitsdocument, kan van deze verplichting worden afgezien.

Artikel 43. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening

Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.

Artikel 44. Verschijning van de aanvrager in persoon

Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.

§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame

Artikel 45. Overleggen verklaring van toestemming
1.

De verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 34 tot en met 37 van de wet dient schriftelijk te worden overgelegd.

2.

In de verklaring van toestemming worden tevens de naam en de handtekening vermeld van degene die de aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame indient.

3.

Indien gebruik wordt gemaakt van het aanvraag-informatieformulier, bedoeld in artikel 35, kan voor het overleggen van de verklaring van toestemming worden volstaan met het (mede) ondertekenen van dat formulier door degenen die het gezag over de minderjarige uitoefenen.

4.

In de aanvraag wordt melding gemaakt van de overlegging van de betreffende verklaring van toestemming.

Artikel 46. Vaststelling identiteit en bevoegdheid van degene die het gezag uitoefent of curator
1.

Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator zijn artikel 36 en artikel 2.1 van het besluit van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.

3.

Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken.

4.

Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.

§ 3. Aanvraag voor een bijschrijving

Artikel 47. Algemeen

Vervallen

Artikel 48. Vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van het bij to schrijven kind

Vervallen

Artikel 49. Aanvraaggegevens van het bij te schrijven kind

Vervallen

Artikel 50. Overleggen verklaring van toestemming

Vervallen

§ 4. Het opnemen van de foto en handtekening

Artikel 51
1.

De daartoe aangewezen persoon vergelijkt, behoudens in het artikel 44 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.

2.

De in het eerste lid bedoelde persoon ziet, behoudens in het in artikel 43 bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.

3.

Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde persoon met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.

4.

Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 42a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation.

5.

Indien sprake is van bijzondere omstandigheden als genoemd in artikel 28, derde lid, van de wet worden de vingerafdrukken van de aanvrager opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.

6.

Indien de aanvrager niet op de Nederlandse vertegenwoordiging zijn aanvraag indient, of bij de Nederlandse vertegenwoordiging waar het document wordt aangevraagd geen werkend aanvraagstation aanwezig is, kunnen zijn vingerafdrukken opgenomen worden met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.

§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame

Artikel 52
1.

Een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2.1 tot en met 2.17 van het besluit en de artikelen 11 tot en met 51 wordt niet in behandeling genomen.

2.

Indien de daartoe aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, worden in de aanvraag vermeld het feit van deze verstrekking, de datum van deze verstrekking en de datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken reisdocument eindigt.

3.

In de aanvraag voor een reisdocument waarbij sprake is van een weigering of vervallenverklaring wordt, afhankelijk van de genomen beslissing, vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.

4.

In de aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt, afhankelijk van de nationaliteit van de persoon aan wie het reisdocument wordt uitgereikt, aangegeven welk land van de territoriale geldigheid is uitgesloten.

5.

In de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit te reiken aan een staatloze, wordt aangegeven dat diens status van staatloze in het reisdocument moet worden vermeld.

6.

De daartoe aangewezen persoon vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit.

Artikel 53
1.

De daartoe aangewezen persoon draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 35 tot en met 41, 44 tot en met 50 en 52 in het reisdocumentenstation en de foto, vingerafdrukken en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.

2.

Indien bij de aanvraag voor het opnemen van de vingerafdrukken gebruik is gemaakt van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden de gegevens uitsluitend verwerkt in een aanvraagstation dat zich op de uitgiftelocatie bevindt. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt in het locale netwerk van de uitgiftelocatie aangesloten, waarna de daarin vastgelegde vingerafdrukken door het aanvraagstation uit het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden opgehaald en samengevoegd met de ingevolge artikel 51, derde lid, gedigitaliseerde foto en handtekening.

3.

De in het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.

§ 3. Het opnemen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening

Artikel 54
1.

Op een post waar een reisdocumentenstation aanwezig is wordt het foto- en handtekeningformulier met betrekking tot een nooddocument op de in artikel 51, derde lid, bedoelde wijze gedigitaliseerd en met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 53, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

2.

Bij de aanvraag van een nooddocument wordt tevens, overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101, en met inachtneming van het bepaalde in artikel 28, de datum waarop het desbetreffende reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, in het aanvraagbestand opgenomen.

3.

De daartoe aangewezen persoon controleert het aanvraagbestand in het reisdocumentenstation op volledigheid en autoriseert het gebruik van dit bestand voor het personaliseren van het nooddocument.

4.

Het personaliseren van een nooddocument geschiedt met behulp van het in het reisdocumentenstation opgenomen aanvraagbestand en met gebruikmaking van de daartoe bestemde reisdocumentenprinter, overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101.

5.

Na het personaliseren van het nooddocument wordt het bijbehorende laminaat over de houderpagina aangebracht.

6.

Het personaliseren van een laissez-passer geschiedt door de gegevens met de pen op onuitwisbare wijze in de daartoe bestemde rubrieken van het reisdocument in te vullen, overeenkomstig de in bijlage J opgenomen invulinstructie laissez-passer. Vervolgens wordt op de in de invulinstructie aangegeven wijze de autoriteit vermeld, die het document heeft verstrekt en het laissez-passer gewaarmerkt met het in artikel 102, eerste lid, bedoelde dienststempel. Het scannen van het aanvraagformulier en de opneming van de gegevens in het reisdocumentenstation, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan in afwijking van het derde lid ook na uitreiking van het laissez-passer plaatsvinden.

Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand en levering van gepersonaliseerde documenten

Artikel 55. Het toevoegen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening aan de aanvraag

De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 53, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

Artikel 56. Het verzenden van het aanvraagbestand

De daartoe aangewezen persoon zendt nadat is vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.

Artikel 57. In ontvangstneming van de geleverde documenten bij het ministerie
1.

De gepersonaliseerde reisdocumenten en identificatiekaarten worden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen persoon als bedoeld inartikel 89, eerste lid.

2.

De in het eerste lid genoemde persoon toont de in artikel 89, tweede lid, bedoelde machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken tot ontvangstneming en legitimeert zich, op verzoek van de distributeur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

3.

De aflevering van de zending bij het ministerie van Buitenlandse Zaken vindt plaats op de afgesproken tijdstippen.

4.

Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de distributeur de zending niet over.

Artikel 58. Controle zending bij het ministerie en verdere distributie van de documenten
1.

De tot ontvangst bevoegde persoon bij het ministerie van Buitenlandse Zaken controleert, aan de hand van de voormelding van de leverancier, in het bijzijn van de distributeur of de zending voor het ministerie onderscheidenlijk de uitgiftelocaties in het buitenland bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, vindt de overdracht plaats.

2.

Indien de zending niet voor het ministerie van Buitenlandse Zaken bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken, wordt gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

3.

De documenten die voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de in artikel 93 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de leverancier. Het overdragen van de verkeerd geleverde documenten aan de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de distributeur beschikbaar gestelde formulier.

4.

Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het bijzijn van de distributeur in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.

5.

Indien de tot ontvangst bevoegde persoon vaststelt dat er documenten zijn beschadigd of ontbreken, wordt hiervan door de distributeur een proces-verbaal opgemaakt.

6.

Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.

7.

De Minister van Buitenlandse Zaken draagt er zorg voor dat de gepersonaliseerde reisdocumenten en identificatiekaarten op een beveiligde wijze op de daartoe bestemde locatie worden afgeleverd.

Artikel 59. Nabezorgen niet ontvangen documenten
1.

Indien documenten niet op het verwachte tijdstip bij het ministerie van Buitenlandse Zaken worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor bestemd telefoonnummer bij de leverancier informatie ingewonnen over de te verwachten levertijd.

2.

In het geval de zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd.

3.

In het geval documenten op een verkeerde uitgiftelocatie in Nederland zijn afgeleverd, draagt de leverancier er zorg voor dat de desbetreffende documenten, zo mogelijk nog dezelfde dag, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken worden aangeboden.

4.

Het in ontvangst nemen van documenten als bedoeld in het derde lid geschiedt overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van het daartoe door de distributeur beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 60. Controle zending in het reisdocumentenstation
1.

De daartoe aangewezen persoon gaat na of de in de zending aanwezige documenten overeenkomen met de aanvraagnummers in het op de zending betrekking hebbende elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door de leverancier is verzonden.

2.

In het reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een document overeenkomstig de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de juiste wijze is gepersonaliseerd en geproduceerd.

3.

Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 61. Terugzenden en vernietigen van verkeerd geleverde documenten
1.

De documenten die na controle van de zending, bedoeld in artikel 60, voor een andere locatie blijken te zijn bestemd, worden teruggezonden naar het ministerie en alsnog overeenkomstig artikel 58, zesde lid, beschikbaar gesteld aan de tot uitreiking daarvan bevoegde personen.

2.

De documenten die na de in het eerste lid bedoelde controle niet voor uitgifte door de minister van Buitenlandse Zaken blijken te zijn bestemd, worden bij de post vernietigd op de in 78, eerste lid, aangegeven wijze.

Artikel 62. Herzending van de aanvraag

Indien een reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 61, eerste lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.

Artikel 63. Terugzending onjuist geproduceerde, gepersonaliseerde of beschadigde documenten

Reisdocumenten die bij de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te zijn beschadigd, worden overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, teruggestuurd aan de leverancier.

Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument en bijschrijvingssticker

Artikel 64. Algemeen

Vervallen

Artikel 65. Mogelijke fraude, vermissing of inname van een uitgereikt reisdocument bij de uitreiking van een aangevraagd reisdocument

Indien het bij de uitreiking van het aangevraagde reisdocument in te leveren reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, is artikel 72 alsnog van toepassing en worden de gegevens, bedoeld in artikel 41, tweede lid, alsnog in de aanvraag met betrekking tot het uit te reiken document opgenomen.

Artikel 66. Bijschrijving door middel van een sticker

Vervallen

Artikel 67
1.

Indien de aanvrager bij de aanvraag aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt het reisdocument per aangetekende post dan wel op een andere veilige wijze aan hem toegezonden.

2.

De inlevering van de Nederlandse reisdocumenten als bedoeld in artikel 32 van de wet geschiedt in dat geval door deze reisdocumenten toe te sturen op een door de Minister van Buitenlandse Zaken daartoe voorgeschreven wijze.

3.

Tot toezending van het uit te reiken reisdocument wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde reisdocumenten.

Artikel 68. Registratie in het reisdocumentenstation
1.

De daartoe aangewezen persoon registreert de uitreiking van een reisdocument, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument, in het reisdocumentenstation.

2.

Indien bij de uitreiking blijkt dat het reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in het reisdocumentenstation geregistreerd.

3.

Indien binnen drie maanden na ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverd reisdocument heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in het reisdocumentenstation.

Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring

Artikel 69. Uitsluiting Nederlandse identiteitskaart

Vervallen

Artikel 70. Informatie over de gesignaleerde persoon
1.

Indien de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een persoon, die blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie, in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt hij terstond de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hem mede te delen of de desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen is opgenomen.

2.

Indien de Minister van Buitenlandse Zaken ingevolge artikel 44, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet hij daartoe een verzoek aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.

Artikel 71. Kennisgeving van de beslissing op grond van artikel 45, tweede lid, van de wet

De Minister van Buitenlandse Zaken geeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.

Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument

§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten

Artikel 72. Melding van mogelijke fraude, vermissing of inname van een uitgereikt reisdocument
1.

Indien een eerder uitgereikt reisdocument mogelijk voorwerp is van fraude, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, meldt de houder dit gegeven overeenkomstig het tweede, derde onderscheidenlijk vijfde lid, aan de Minister van Buitenlandse Zaken, of, overeenkomstig het vierde lid, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2.

De melding van mogelijke fraude vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in. Indien het reisdocument is vermist wordt een melding van vermissing gedaan, bedoeld in het derde lid.

3.

De melding van een vermissing vindt plaats door middel van een door de houder ten overstaan van de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon af te leggen schriftelijke verklaring, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier. Indien een proces-verbaal van de politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd. De melding van een vermissing kan tevens elektronisch geschieden, overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier, indien de Minister van Buitenlandse Zaken deze weg beschikbaar heeft gesteld. In het geval van een elektronische melding geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder door middel van Digid op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een ander en minstens even betrouwbare authenticatiemethode.

4.

De melding van mogelijke fraude of van een vermissing kan tevens elektronisch geschieden overeenkomstig het daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde formulier indien de houder op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken heeft ingestemd met het doen van een elektronische melding en de houder bij de aanvraag van het in het eerste lid bedoelde document beschikte over een burgerservicenummer. De vaststelling van de juistheid van de identiteit van de houder geschiedt door middel van DigiD op basis van ten minste een twee-factoren-authenticatie, dan wel een andere en minstens even betrouwbare authenticatiemethode. Bij de melding van mogelijke fraude levert de houder zijn reisdocument in.

5.

De melding van de inname van een uitgereikt reisdocument op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit vindt plaats door middel van het overleggen van een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring omtrent de inname, aan de daartoe door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen persoon. De daartoe aangewezen persoon maakt een kopie van deze verklaring.

6.

De schriftelijke verklaring omtrent de mogelijke fraude, bedoeld in het tweede lid, de schriftelijke of elektronische verklaring omtrent fraude of vermissing bedoeld in het derde of vierde lid, dan wel de kopie van de overgelegde schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, bedoeld in het vijfde lid, wordt bewaard in de reisdocumentenadministratie.

Artikel 73. Melding mogelijke fraude of vermissing ten behoeve van register vermiste of vervallen reisdocumenten

Met het oog op vermelding daarvan in het register vermiste of vervallen reisdocumenten, wordt van mogelijke fraude of vermissing terstond melding gedaan aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met gebruikmaking van de daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gestelde dienst.

§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten

Artikel 74. Reisdocumenten van gesignaleerde personen
1.

Indien de Minister van Buitenlandse Zaken een reisdocument heeft ingehouden, dan wel indien bij hem een reisdocument is ingeleverd van een houder, die in verband met het bepaalde in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, houdt deze dit reisdocument onder zich totdat hij heeft beslist over de vervallenverklaring daarvan.

2.

Zodra is beslist dat het reisdocument niet vervallen moet worden verklaard, wordt dit aan de houder teruggegeven, dan wel op de meest beveiligde wijze naar het door de houder opgegeven adres gezonden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)