Wet van 16 november 2001 tot vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg)

Type Wet
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 214
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. De werknemer en de gelijkgestelde

§ 2. De zelfstandige en de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst

§ 3. Slotbepalingen

Hoofdstuk 4. Kort verzuimverlof en geboorteverlof

§ 1. Verlofvormen

Hoofdstuk 5. Kort- en langdurend zorgverlof

Afdeling 1. Kortdurend zorgverlof

Afdeling 2. Langdurend zorgverlof

Ingang van het verlof

Afdeling 3. Nadere voorschriften

Recht met afwijkingsmogelijkheden

Hoofdstuk 6. Ouderschapsverlof

Artikel 6:3a

1.

De werknemer, bedoeld in artikel 6:3, derde lid, die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering als bedoeld in dat lid, doet de aanvraag daartoe door tussenkomst van de werkgever bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het recht op, de hoogte en de maximale duur van de uitkering naar aanleiding van de aanvraag eenmalig vast.

2.

De werknemer, bedoeld in artikel 6:3, zevende lid, die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering, bedoeld in dat lid, doet de aanvraag daartoe, door tussenkomst van de werkgever, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen door middel van een door dit instituut beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag wordt de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijk aanstelling van de werknemer aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overgelegd. De laatste zin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

3.

De aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft betrekking op gehele weken en wordt ingediend in de periode die gelegen is tussen de eerste dag waarop het verlof, waarop de uitkering betrekking heeft, is genoten en drie maanden nadat het kind de leeftijd van een jaar heeft bereikt, dan wel bij adoptie of een pleegkind een jaar en drie maanden na de dag van de feitelijke opname ter adoptie of als pleegkind. De betaling van de uitkering heeft betrekking op verlof dat op het moment van de aanvraag reeds genoten is. Voor verlof dat is genoten nadat de aanvraag is ingediend, kan de werknemer ten hoogste tweemaal verzoeken om verdere betaling van de uitkering. Een verzoek om verdere betaling van de uitkering heeft betrekking op gehele weken en wordt gedaan door tussenkomst van de werkgever binnen de in de eerste zin genoemde periode conform de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde maximale duur van de uitkering. De verdere betaling van de uitkering wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gedaan zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat.

4.

Een verzoek tot betaling als bedoeld in het derde lid, wordt gedaan door middel van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

5.

Een uitkering als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verstrekt voor zover het tijdvak, waarin er sprake is van het recht op uitkering, ligt in het jaar en drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag.

6.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan controlevoorschriften vaststellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor de juiste uitvoering van deze paragraaf.

8.

De werknemer, bedoeld in artikel 6:1, tweede lid, die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering als bedoeld in artikel 6:3 voegt, door tussenkomst van de werkgever, bij de aanvraag documenten waaruit blijkt met ingang van welke datum hij duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als zijn eigen kind op zich heeft genomen alsmede waaruit blijkt met ingang van welke datum hij het recht op verlof en het recht op uitkering wil laten ingaan.

Dwingend recht

Artikel 6:10a

1.

De percentages, bedoeld in artikel 6:3, derde en zevende lid, kunnen voor de datum van inwerkingtreding van de Wet betaald ouderschapsverlof bij koninklijk besluit worden gewijzigd in 70%.

2.

De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Hoofdstuk 7. Levensloopregeling

Recht op deelname

Mate van gebondenheid

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Evaluatiebepaling

Onderzoek College voor de rechten van de mens

Artikel 8:1a

Het College, genoemd in artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in de artikelen 1:6 of 1:7. De artikelen 10, 11, 12, 13, 22 en 23 van de Wet College voor de rechten van de mens zijn van overeenkomstige toepassing.

Inwerkingtreding

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)