Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002

Type Ministeriële regeling
Publication 2006-04-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De minister stelt ieder kalenderjaar een of meer programma's vast. Een programma bevat een beschrijving van met elkaar samenhangende doelstellingen en soorten projecten, gericht op het bevorderen van de milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer door middel van verdere ontwikkeling van logistiek, transport en technologie die tot een geringere uitstoot van CO

2.

De minister maakt ieder kalenderjaar in de Staatscourant bekend:

3.

Indien bij de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, uitsluitend de zakelijke inhoud van het programma wordt bekendgemaakt, worden plaats en tijdstip van de terinzagelegging van de tekst van het programma vermeld.

Artikel 3

Op een overeenkomstig deze regeling ingediende aanvraag wordt slechts subsidie verstrekt, indien de aanvrager in Nederland een project uitvoert, dat naar het oordeel van de programmabeheerder:

Artikel 4
1.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald met inachtneming van:

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

3.

In een programma als bedoeld in artikel 2 kan een lager of hoger maximumpercentage per project worden vastgesteld.

4.

In een programma als bedoeld in artikel 2 kan een absoluut maximum bedrag worden vastgesteld, al dan niet per categorie subsidieontvangers.

Artikel 5

De in artikel 4, tweede lid, gestelde maximumpercentages voor een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment of een demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:

Artikel 6
1.

Indien aan een aanvrager subsidie wordt verstrekt voor een combinatie van projecten die betrekking hebben op hetzelfde logistiek systeem of verkeers- vervoertechniek bedraagt die subsidie ten hoogste het gewogen gemiddelde van de voor de desbetreffende projecten geldende maximumpercentages, bedoeld in de artikelen 4 en 5.

2.

Indien door een aanvrager afzonderlijke aanvragen zijn ingediend voor projecten die betrekking hebben op hetzelfde logistiek systeem of verkeers- en vervoertechniek is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3.

Indien ter zake van de projectkosten onderscheidenlijk een deel daarvan reeds uit anderen hoofde vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen een subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanige subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan de ingevolge de artikelen 4, tweede en derde lid, en 5 en het eerste en tweede lid van dit artikel maximaal geldende percentages voor de desbetreffende projecten.

4.

Aan een aanvrager wordt per logistiek systeem of verkeers- en vervoertechniek niet meer dan € 226.860,- subsidie verstrekt.

Artikel 7
1.

Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager gemaakte en betaalde kosten:

2.

Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen.

3.

In een programma kan een nadere omschrijving van de projectkosten als omschreven in het eerste lid worden opgenomen.

§ 2. Aanvraag en subsidieverlening

Artikel 8
1.

Een aanvraag wordt ingediend bij de programmabeheerder met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van de in het aanvraagformulier aangegeven bewijsstukken.

2.

Op aanvragen wordt door de programmabeheerder beslist in volgorde van de data waarop de aanvragen voldoen aan het eerste lid en er geen andere gronden bestaan om te besluiten de aanvragen niet in behandeling te nemen.

3.

In afwijking op het tweede lid kan de programmabeheerder op aanvragen beslissen op basis van een tendersysteem indien dat is aangegeven in het programma als bedoeld in artikel 2. In dat geval worden in het programma tevens de criteria aangegeven ter beoordeling van de aanvragen in een tendersysteem.

Artikel 9
1.

De aanvrager is verplicht de programmabeheerder, of door hem aangewezen personen:

2.

De programmabeheerder kan, alvorens op een aanvraag te beslissen, advies van derden inwinnen.

Artikel 10

De programmabeheerder beschikt in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

Artikel 11

De beschikking tot subsidieverlening bevat:

Artikel 12
1.

De programmabeheerder kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2.

In ieder geval is de subsidie-ontvanger verplicht bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor benodigde vergunningen en ontheffingen.

3.

Artikel 9, eerste lid, is van toepassing.

Artikel 13
1.

De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het bepaalde in de beschikking, bedoeld in artikel 12, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de programmabeheerder voor het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van het project.

2.

Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk bij de programmabeheerder ingediend.

3.

De programmabeheerder kan bij de toestemming, bedoeld in het eerste lid, verplichtingen opleggen aan de subsidie-ontvanger.

Artikel 14
1.

De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle, in artikel 7 onderscheiden, projectkosten kunnen worden afgelezen, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een urenverantwoording per werknemer aanwezig is.

2.

De subsidie-ontvanger doet onverwijld aan de programmabeheerder schriftelijk mededeling van:

Artikel 15

In geval van een demonstratieproject is de subsidie-ontvanger in ieder geval verplicht tot:

Artikel 16

De subsidie-ontvanger is verplicht:

§ 3. Voorschotten

Artikel 17
1.

Op verzoek van de subsidie-ontvanger verleent de programmabeheerder ten hoogste eenmaal per kalendermaand een voorschot op basis van de bij het verzoek gevoegde declaraties.

2.

Het verzoek wordt schriftelijk ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens het formulier met het verzoek moeten worden meegezonden.

3.

In afwijking op het eerste en tweede lid kan in een programma als bedoeld in artikel 2 een nadere invulling van hetgeen in het eerste en tweede lid is opgenomen worden vastgesteld.

Artikel 18

Het voorschot betreft de door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde projectkosten. In totaal is het bedrag aan verleende voorschotten niet groter dan 80 procent van de subsidieverlening.

Artikel 19

De programmabeheerder weigert een voorschot indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

§ 4. Subsidievaststelling

Artikel 20
1.

De subsidie-ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 11, onder e, bij de programmabeheerder een verzoek tot vaststelling van de subsidie in dat vergezeld gaat van:

2.

Indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, stelt de programmabeheerder hem in de gelegenheid daaraan binnen een door de programmabeheerder te stellen termijn alsnog te voldoen.

3.

Indien na afloop van deze termijn geen verantwoording is ingediend, stelt de programmabeheerder de subsidie ambtshalve vast.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 21

De Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer wordt ingetrokken.

Artikel 22

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.