Wet van 29 november 2001 tot vaststelling van het Nederlandse muntstelsel in verband met de invoering van de chartale euro (Muntwet 2002)

Type Wet
Publication 2023-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, in verband met de invoering van de chartale euro met ingang van 1 januari 2002 en ter uitvoering van artikel 106 van de Grondwet, wenselijk is de Muntwet 1987 te vervangen door een nieuwe wettelijke regeling van het Nederlandse muntstelsel;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

De munten die door de Staat der Nederlanden worden uitgegeven zijn gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten, munten voor verzamelaars en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel.

Artikel 3
1.

De bestanddelen van de beeldenaars van de nationale zijde van gewone circulatiemunten en herdenkingsmunten worden bij koninklijk besluit vastgesteld.

2.

De in het eerste lid bedoelde munten dragen in ieder geval de beeltenis en de naam van de Koning (Koningin) en de woorden: Koning (Koningin) der Nederlanden.

3.

In het kader van een Europees herdenkingsthema kan ten aanzien van gewone circulatiemunten en herdenkingsmunten van twee euro worden afgeweken van het tweede lid.

Artikel 4
1.

De denominaties van munten voor verzamelaars, de materialen waaruit deze munten zijn vervaardigd, de gewichten en de afmetingen, alsmede de bedragen tot welke zij de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben, worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

2.

De bestanddelen van de beeldenaars van de in het eerste lid genoemde munten worden bij koninklijk besluit vastgesteld. Deze munten dragen in ieder geval op de voorzijde de beeltenis en de naam van de Koning met de woorden: Koning (Koningin) der Nederlanden, en op de keerzijde de waardeaanduiding.

Artikel 5
1.

Munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel zijn:

2.

De gouden dukaat heeft een goudgehalte van 983 duizendste, een gewicht van 3,494 gram met een afwijking van ten hoogste vier duizendste en een middellijn van 21 millimeter.

3.

De dubbele gouden dukaat heeft een goudgehalte van 983 duizendste, een gewicht van 6,988 gram met een afwijking van ten hoogste vier duizendste en een middellijn van 26 millimeter.

4.

De beeldenaar van de gouden dukaat en de dubbele gouden dukaat is op de voorzijde een geharnaste man tussen de cijfers van het jaartal, met het omschrift: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT: de beeldenaar is op de keerzijde binnen een versierd vierkant: MO. AUR REG. BELGII AD LEGEM IMPERII. De munten zijn voorzien van een kabelrand.

5.

De zilveren dukaat heeft een zilvergehalte van 873 duizendste, een gewicht van 28,25 gram met een afwijking van ten hoogste vijf duizendste en een middellijn van 40 millimeter.

6.

De beeldenaar van de zilveren dukaat is op de voorzijde hetzij een geharnaste man met het Klein Rijkswapen voor het linkerbeen en met het opschrift: MO.NO.ARG.REG.BELGII, hetzij een geharnaste man met het wapen van een Nederlandse provincie voor het linkerbeen en met het opschrift: MO.NO.ARG.REG.BELGII en de naam van de provincie; is op de keerzijde het Klein Rijkswapen met de Koninklijke Kroon tussen de cijfers van het jaartal, met het opschrift: CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT.

Artikel 6
1.

De munten, bedoeld in artikel 2, worden uitsluitend in opdracht van de Staat der Nederlanden vervaardigd en uitsluitend door de Staat der Nederlanden uitgegeven.

2.

De in het eerste lid bedoelde opdracht wordt verleend onder het beding dat de naar het oordeel van Onze minister in verband met het vervaardigen van munten noodzakelijke veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen.

3.

De in het eerste lid bedoelde opdracht wordt verleend met inachtneming van artikel 128, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 7

Bij ministeriële regeling worden de buitenomloopstelling en de inwisseling van buitenomloopgestelde munten voor verzamelaars geregeld.

Artikel 8
1.

Niemand is gehouden valse of vervalste munten aan te nemen.

2.

Gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten, munten voor verzamelaars en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel die vermoed worden vals of vervalst te zijn, kunnen aan een door Onze minister aan te wijzen instantie ter beoordeling worden voorgelegd.

3.

Indien de munten naar het oordeel van de in het tweede lid bedoelde instantie vals of vervalst zijn, worden ze in beslag genomen. Indien de munten naar het oordeel van die instantie niet vals of vervalst zijn:

4.

Onze minister kan regels stellen betreffende de beoordeling, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 9
1.

Gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten en munten voor verzamelaars die ongeschikt zijn voor de circulatie, kunnen worden ingeleverd bij de op grond van artikel 8, tweede lid, aangewezen instantie.

2.

De in het eerste lid bedoelde instantie weigert munten in ontvangst te nemen, indien de ontvangst of behandeling daarvan gevaar voor de gezondheid van het behandelend personeel inhoudt.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verpakking en wijze van aanlevering van de in het eerste lid bedoelde munten.

4.

De in het eerste lid bedoelde instantie vergoedt de nominale waarde van de op grond van het eerste lid ingeleverde munten.

5.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de behandelingsvergoeding, bedoeld in artikel 9 van de verordening echtheids- en geschiktheidscontrole euromunten, die op de te vergoeden nominale waarde van de ingeleverde munten in mindering wordt gebracht.

6.

De waarde van munten die opzettelijk zijn veranderd of een bewerking hebben ondergaan waarvan redelijkerwijs is te verwachten dat ze de munt verandert, wordt niet vergoed.

Artikel 10
1.

Met het toezicht op de naleving van artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij, voor zover dat artikel betrekking heeft op euromunten, en de artikelen 3, eerste en tweede lid, en 4, eerste lid, van de verordening echtheids- en geschiktheidscontrole euromunten zijn belast de bij besluit van De Nederlandsche Bank N.V. aangewezen personen.

2.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 11
1.

De Nederlandsche Bank N.V. is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van:

2.

De Nederlandsche Bank N.V. is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen en artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld.

4.

Indien tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete bezwaar of beroep wordt aangetekend, schorst dit de verplichting tot betaling van de boete totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De schorsing van de verplichting tot betaling schorst niet de berekening van de wettelijke rente.

Artikel 12

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 13

Deze wet wordt aangehaald als: Muntwet 2002.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige invoering de hand zullen houden.

Artikel 4a

Vervallen

Artikel 6a

Vervallen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige invoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.