Besluit van 6 december 2001, houdende de vaststelling van de bestanddelen van de nationale zijde van de Nederlandse euromunten
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 3 december 2001, FM 2001-01947 M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Algemeen beleid en Integriteit;
Gelet op artikel 3 van de Muntwet 2002;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Treedt in werking op het moment dat de Muntwet 2002 in werking treedt.
Artikel 1
De beeldenaar van de muntstukken van twee euro en één euro is op de Nederlandse nationale zijde, overeenkomstig onderstaande afbeelding: aan de linkerkant in de kern Onze beeltenis en in de ring twaalf sterren; aan de rechterkant in drie verticale regels «BEATRIX» «KONINGIN DER» «NEDERLANDEN» iedere regel onderstreept, tussen de drie onderstrepingen aan de onderzijde in de ring het teken van de Muntmeester en het teken van de Koninklijke Nederlandse Munt en onder Onze naam horizontaal het jaartal van aanmaak.
Artikel 2
Het randschrift van het muntstuk van twee euro is GOD * ZIJ * MET * ONS *.
Artikel 3
De beeldenaar van de muntstukken van 50 eurocent, 20 eurocent, 10 eurocent, 5 eurocent, 2 eurocent en 1 eurocent is op de Nederlandse nationale zijde, overeenkomstig onderstaande afbeelding: in het midden in een bespikkeld veld omsloten door 12 sterren Onze beeltenis, aan de rand beginnend links van het midden «BEATRIX KONINGIN DER NEDERLANDEN», het teken van de Koninklijke Nederlandse Munt, het jaartal van aanmaak en het teken van de Muntmeester.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Muntwet 2002 in werking treedt.
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad en de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.