← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 18 december 2001, houdende regels voor de vergaring van nummergegevens door middel van afwijkend frequentiegebruik en bestandsanalyse met het oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie)

Geldende tekst a fecha 2013-01-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 16 mei 2001, nr. DGTP/01/2472/RJD, Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post, mede namens Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 3.10, vierde lid, onderdeel a, en 13.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet;

De Raad van State gehoord (advies van 11 september 2001, nr. W09.01.0232/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 12 december 2001, nr. DGTP/01/5617/RJD, Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Afwijkend gebruik van frequentieruimte

Artikel 2
1.

De apparatuur waarmee op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de wet een gebruik van frequentieruimte is toegestaan dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de wet voldoet aan de volgende eisen:

2.

De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, is opgeslagen bij een door de korpschef aangewezen onderdeel van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012.

Artikel 3

Met de in artikel 2 bedoelde apparatuur wordt gelijkgesteld apparatuur die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is vervaardigd in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die aan tenminste gelijkwaardige technische eisen voldoet.

Artikel 4
1.

Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 2, is de door de korpschef aangewezen opsporingsambtenaar die is tewerkgesteld bij een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 die voldoet aan de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de apparatuur.

2.

De opsporingsambtenaar maakt van het gebruik van de apparatuur proces-verbaal op. Het proces-verbaal vermeldt:

3.

De opsporingsambtenaar vermeldt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b, alsmede de tijdens het gebruik van de apparatuur gehanteerde instellingen en vermogens van de apparatuur in een daartoe aan te leggen registratie en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister.

§ 3. Bestandsanalyse

Artikel 5
1.

Op het verzoek van de bevoegde autoriteit in een geval als bedoeld in artikel 13.4, tweede lid, jo artikel 13.4, eerste lid, van de wet, achterhaalt en verstrekt de aanbieder het aan de gebruiker verleende nummer.

2.

Het verzoek is schriftelijk en vermeldt gegevens betreffende twee tijdstippen waarop en locaties waar de gebruiker kennelijk gebruik heeft gemaakt van telecommunicatie. Indien de bevoegde autoriteit, gelet op de feiten of omstandigheden meent dat volstaan kan worden met de vermelding van één tijdstip en één locatie, vermeldt het verzoek, onder aanduiding van de feiten of omstandigheden, de gegevens betreffende één tijdstip en één locatie. Deze gegevens omvatten:

3.

De feiten of omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, betreffen:

Artikel 6
1.

De aanbieder achterhaalt het nummer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, door een bewerking toe te passen op de gegevens betreffende het gebruik van het door hem aangeboden openbare telecommunicatienetwerk of de door hem aangeboden openbare telecommunicatiedienst.

2.

Nadat de aanbieder het verzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, heeft ontvangen, verstrekt hij het nummer onverwijld aan de bevoegde autoriteit. De verstrekking is schriftelijk en vermeldt het nummer, dan wel indien de bewerking meer dan één nummer heeft opgeleverd, de nummers. In geval van spoed vindt de verstrekking mondeling plaats, waarna deze schriftelijk wordt bevestigd.

3.

De aanbieder verstrekt, in afwijking van het tweede lid, het nummer zo spoedig mogelijk indien het verzoek niet ten minste de gegevens bevat, genoemd in artikel 5, tweede lid.

Artikel 7

Als gegevens, bedoeld in artikel 13.4, tweede lid, tweede volzin, van de wet, worden aangewezen:

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.