Besluit van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Besluit SUWI)
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 19 oktober 2001, Nr SUWI/SEC/2001/71128;
Gelet op de artikelen 13, vijfde lid, 25, eerste lid, onderdeel d, 28, derde lid, en73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 125, derde lid, en 145, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 8, zevende lid, 10, vijfde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, en33a, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 72, vijfde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 8, vijfde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;
De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2001, nr. W12.01.0543/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 13 december 2001, nr. SUWI/SEC/2001/366;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- c. Wet REA: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
- d. WW: Werkloosheidswet;
- e. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- f. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
- g. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
- h. arbeidsgehandicapte: arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 2 van de Wet REA;
- i. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
- j. deskundige persoon: een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
- k. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
- l. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- n. ZW: Ziektewet;
- o. ZVW: Zorgverzekeringswet;
- p. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de ZVW;
- q. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
- r. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv;
- s. gebruikers: het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders;
- t. elektronische voorzieningen: elektronische voorzieningen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI;
- u. door verlettering vervallen;
- v. bestand: elk gestructureerd geheel van persoons- of bedrijfsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografische bepaalde wijze, dat volgens de bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende natuurlijke- of rechtspersonen;
- w. bedrijfsgegeven: een gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare rechtspersoon;
- x. indicator: een gegeven dat de aanwezigheid van een bepaalde omstandigheid aannemelijk maakt;
- y. risicomelding: de melding, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van de Wet SUWI;
- z. risicomodel: een model dat bestaat uit vooraf bepaalde indicatoren en aangeeft of er sprake is van een verhoogd risico op:
- –. onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen,
- –. belasting- en premiefraude, of
- –. het niet naleven van arbeidswetten;
- aa. samenwerkingsverband: de samenwerking tussen twee of meer van de bestuursorganen of personen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI, met het oogmerk SyRI in te zetten en waarbij ieder van de samenwerkende bestuursorganen en personen tevens partij is bij de Samenwerkingsovereenkomst voor interventieteams;
- bb. SyRI: het systeem risico indicatie, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de wet;
- cc. SyRI-project: het project dat met gebruikmaking van SyRI informatie vergaart voor de doelstelling van dat project en past binnen het doel, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI;
- dd. verzoek: een verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Wet SUWI;
- ee. arbeidsvoorwaardenbedrag: het aan de werknemer toegekende en in geld uitgedrukte toekomstige loonbestanddeel, niet zijnde een afzonderlijke opbouw van vakantiebijslag, dat is opgebouwd ingevolge afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover dit toekomstige loonbestanddeel kan leiden tot loon als bedoeld in artikel 16 van de Wfsv;
- ff. opname arbeidsvoorwaardenbedrag: het door de werkgever als loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv in een aangiftetijdvak uitbetaalde bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag, voor zover dit loon belastbaar is op grond van de Wet op de loonbelasting 1964;
- gg. opbouw arbeidsvoorwaardenbedrag: de opbouw van het arbeidsvoorwaardenbedrag die in een aangiftetijdvak heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen over uitvoering en samenwerking
Artikel 2.1. Voorwaarden voor verrichten van andere werkzaamheden door UWV en SVB
Onze Minister kan een besluit van het UWV of de SVB om andere werkzaamheden dan de in de Wet SUWI bedoelde taken uit te voeren uitsluitend goedkeuren, indien:
- a. de goede uitvoering van de in die wet bedoelde taken daardoor niet in gevaar komt;
- b. de andere werkzaamheden in opdracht en voor rekening en risico van de opdrachtgever worden uitgevoerd;
- c. de Wet op het financieel toezicht in acht wordt genomen voor zover deze van toepassing is;
- d. de uitvoering van die andere werkzaamheden gescheiden van de uitvoering van de wettelijke taken plaatsvindt, voor zover de andere werkzaamheid niet noodzaakt tot een gezamenlijke uitvoering.
Het UWV, onderscheidenlijk de SVB, meldt de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet SUWI, binnen een termijn van vier weken na aanvang van die werkzaamheden.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de prijzen die voor het verrichten van andere werkzaamheden in rekening worden gebracht.
Artikel 2.2. Prestatie-indicatoren
De resultaten van werkzaamheden in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 9 van de Wet SUWI, worden beoordeeld aan de hand van:
- a. voorkoming van uitkeringsinstroom, bij het UWV;
- b. juiste en tijdige uitkeringsverstrekking, bij het UWV en de SVB;
- c. bevordering uitstroom in relatie tot bemiddeling en re-integratie, bij het UWV;
- d. klantgerichtheid, bij het UWV en de SVB;
- e. efficiency, bij het UWV en de SVB;
- f. ketenprestaties, bij het UWV en colleges van burgemeester en wethouders.
Artikel 2.3. Samenwerking met werknemers- en werkgeversverenigingen
De bestuursorganen en organisaties, genoemd in artikel 10a van de Wet SUWI, maken afspraken over de wijze van betrokkenheid van die organisaties bij de samenwerking van de bestuursorganen, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de Wet SUWI.
De afspraken, bedoeld in het eerste lid, voor zover daarover geen regels zijn gesteld bij ministeriële regeling als bedoeld in het vijfde lid, zien in ieder geval op:
- a. de samenwerkingsvorm en inrichting van het samenwerkingsverband, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de inrichting van het bestuur, de regeling van het voorzitterschap, en de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen;
- b. de wijze waarop de betrokken colleges van burgemeester en wethouders het voorzitterschap van het bestuur verzorgen;
- c. de wijze waarop de regionale uitvoering van de gemaakte afspraken wordt geregeld en de wijze waarop wordt aangesloten bij de bestaande regionale samenwerking;
- d. de wijze waarop wordt omgegaan met de afzonderlijke van toepassing zijnde verordeningen die door de afzonderlijke gemeenteraden zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6, tweede lid, 8a en 47 van de Participatiewet;
- e. de wijze waarop inzicht wordt geboden in de registratie van werkzoekenden met behulp van de elektronische voorzieningen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet SUWI;
- f. de wijze waarop namens de colleges van burgemeester en wethouders taken op grond van artikel 7 en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet worden uitgevoerd in het samenwerkingsverband in relatie tot de uitvoering van de andere taken op grond van artikel 7 en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de verantwoording aan de afzonderlijke gemeenteraden;
- g. de wijze waarop de werkgeversdienstverlening wordt ingericht; in relatie tot de bestaande structuur op grond van de Wet SUWI, waaronder tenminste wordt verstaan de werkgeversdienstverlening in het werkgeversservicepunt;
- h. de wijze waarop de financiële betrokkenheid van werkgevers wordt geregeld.
Het samenwerkingsverband stelt een marktbewerkingsplan op, waarin een beschrijving wordt gegeven van de kenmerken van de personen die behoren tot de doelgroep van arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, in de regio, de mogelijkheden van die personen, waarin een analyse is opgenomen van de sectoren en bedrijven waar vacatures voor deze personen bestaan of kunnen worden gecreëerd en waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze van aanlevering en bemiddeling van die personen.
Het samenwerkingsverband draagt iedere twee jaar, te beginnen in 2016, zorg voor een evaluatie van de samenwerking.
Bij ministeriële regeling kunnen tijdelijk nadere regels worden gesteld over de samenwerking, bedoeld in artikel 10a van de Wet SUWI, waaronder in ieder geval over de wijze van samenwerking, gegevensuitwisseling en vergoeding van kosten.
Hoofdstuk 3. Verrichten andere taken CWI, UWV en SVB
Artikel 3.1. Registratie van vreemdelingen als werkzoekende
Het UWV registreert op diens verzoek als werkzoekende:
- a. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onderdeel b of l, van de Vreemdelingenwet 2000;
- b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000, die onvrijwillig werkloos is terwijl het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen nog van toepassing is, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsluit;
- c. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsloot, indien de vreemdeling onvrijwillig werkloos is, en mits hij:
- 1°. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.