Regels op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 6, tweede lid, 13, vierde lid, 16, eerste en derde lid, 19, tweede lid, 26, tweede lid, 28, tweede en vierde lid, 33, zesde lid, 45, vierde lid, 46, eerste, tweede en derde lid, 50, zesde lid, 52, tweede lid, 54, zevende lid, 62, vierde lid, 64, tweede lid, 66, eerste lid, 67, eerste en tweede lid, 68, tweede lid, en 77, eerste en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 127 en 128 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 93b, derde lid, 97g, derde lid, 130, tweede lid, 130c, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel XV van de Wet verbetering poortwachter, de artikelen 3.1, tweede lid, 4.13, eerste lid, en 4.19, eerste lid, van het Besluit SUWI en de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, eerste lid, 9, tweede en vijfde lid, 10 en 11 van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten;
Besluiten:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- basisgegevens: gegevens die in een al dan niet door de minister gedefinieerde vorm beschikbaar zijn bij het UWV en de SVB;
- BIDN: het Bureau Informatiediensten Nederland, genoemd in artikel 1, onderdeel m, van de Wet SUWI;
- melding: de melding, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Participatiewet, artikel 16a, tweede lid, van de IOAW of artikel 16a, tweede lid, van de IOAZ;
- minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- TW: de Toeslagenwet;
Artikel 1.2. Vaststelling zetels
De SVB heeft haar zetel te Amstelveen.
Het UWV heeft zijn zetel te Amsterdam.
Artikel 1.3. Aanwijzing van een de gemeenten vertegenwoordigende rechtspersoon
Vervallen
Artikel 1.4. Voorafgaande instemming besluiten UWV en SVB
Besluiten van het UWV en de SVB,
- a. tot het verwerven en vervreemden van eigendom van registergoederen die afzonderlijk een bedrag van € 250.000,– niet te boven gaan;
- b. tot het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot huur of verhuur van registergoederen die afzonderlijk een bedrag op jaarbasis van € 1.000.000,– niet te boven gaan;
behoeven niet de voorafgaande instemming van de minister, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet SUWI.
Artikel 1.5. Gegevensverwerking in verband met verrichten andere werkzaamheden
De verwerking van gegevens door het UWV en de SVB bij de uitvoering van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, van de Wet SUWI, vindt uitsluitend plaats indien:
- a. de gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die andere dan wettelijke taken;
- b. de gegevens systematisch worden verwerkt; en
- c. de gegevens, en de wijze van verwerking daarvan, zijn omschreven in de overeenkomst op grond waarvan de andere dan wettelijke taken worden verricht.
De gegevensverstrekking door het UWV en de SVB aan derden, bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, geschiedt slechts indien de gegevens systematisch worden verstrekt.
Bij het verstrekken van gegevens op verzoek aan een derde, bedoeld in artikel 73a, tweede lid, van de Wet SUWI, brengen het UWV en de SVB de kosten van die verstrekking in rekening aan die derde.
Artikel 1.6. Kostentoerekening in verband met verrichten andere werkzaamheden
Het UWV en de SVB brengen voor het verrichten van andere werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet SUWI, zodanige prijzen in rekening aan de opdrachtgever dat valt aan te nemen dat, gerekend over het desbetreffende jaar, alle directe en indirecte aan die andere taken toe te rekenen lasten door de te verwachten baten zijn gedekt.
Hoofdstuk 2. Centrale organisatie voor werk en inkomen
§ 2.1. Methodiek indeling werkzoekenden
Artikel 2.1. Middelen landelijke cliëntenraad
De minister stelt jaarlijks voor 1 december de omvang van de middelen van de landelijke cliëntenraad als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet SUWI, vast aan de hand van een jaarplan met begroting.
Deze middelen zijn bestemd voor:
- a. de kosten van het secretariaat en ondersteuning van de landelijke cliëntenraad;
- b. de kosten ten behoeve van leden van de landelijke cliëntenraad en in verband met de taakuitoefening door de raad;
- c. kosten in verband met in het jaarplan opgenomen onderzoeken naar cliëntenparticipatie in het domein van werk en inkomen en activiteiten ter bevordering van deze cliëntenparticipatie.
De minister kan toestaan, dat de middelen worden aangewend voor meer activiteiten dan in het jaarplan met begroting zijn opgenomen.
De minister kan besluiten de omvang van de middelen te wijzigen.
Ten behoeve van de landelijke cliëntenraad worden geen verplichtingen aangegaan en geen uitgaven gedaan die leiden tot overschrijding van de vastgestelde middelen.
§ 3.1. Bericht over verwerkte gegevens
Artikel 2.2. Jaarplan, begroting, voorschotten, jaarverslag, jaarrekening en controleverklaring
Elk jaar wordt ten behoeve van het beschikbaar stellen van de middelen voor de landelijke cliëntenraad voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar een beknopt concept jaarplan met een globale begroting en voor 1 oktober van dat jaar een jaarplan met begroting en een voorstel voor de hoogte van de twee voorschotten, ingediend.
De middelen worden in twee delen bij wijze van voorschot betaald: de eerste termijn op of omstreeks 10 januari van het jaar waarop de middelen betrekking hebben, en op of omstreeks 1 juli het restant.
Uiterlijk 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, wordt aan de minister een jaarverslag van de landelijke cliëntenraad voorzien van jaarrekening met controleverklaring gezonden.
De controleverklaring wordt verzorgd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
De minister stelt de definitieve middelen voor het jaar waarover verantwoording is afgelegd vast.
Artikel 2.3. Onderzoek verstrekte gegevens en bewijsstukken door de CWI
De CWI controleert of de belanghebbende alle gegevens en bewijsstukken als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, heeft verstrekt. De CWI vraagt de belanghebbende ontbrekende gegevens en bewijsstukken zo spoedig mogelijk alsnog te verstrekken.
De CWI onderzoekt de door de belanghebbende verstrekte gegevens en bewijsstukken alsmede de gegevens en bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, eerste volzin, op juistheid, volledigheid en consistentie door deze in ieder geval te vergelijken met de gegevens die over de belanghebbende zijn opgenomen:
- a. in de eigen administratie, bedoeld in artikel 21, onderdeel l, van de Wet SUWI;
- b. in de basisadministratie van de betrokken gemeente, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
- c. in de administratie van het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 64, tweede lid, van de WWB en artikel 45, tweede lid, van de IOAW;
- d. in de verzekerdenadministratie van het UWV, bedoeld in artikel 33 van de Wet SUWI.
Indien op grond van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, gegevens of bewijsstukken naar haar oordeel onjuist, onvolledig of inconsistent zijn, vraagt de CWI de belanghebbende hiervoor een verklaring te geven en stelt hem in staat deze gegevens of bewijsstukken te corrigeren of aan te vullen.
Artikel 2.4. Overdracht aanvraag door de CWI aan de gemeente of het UWV
Bij de overdracht van een aanvraag aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV geeft de CWI aan:
- a. welke gegevens en bewijsstukken als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, de belanghebbende heeft verstrekt en, voorzover er gegevens of bewijsstukken ontbreken, op welke datum zij hem heeft gevraagd deze alsnog te verstrekken;
- b. welke gegevens en bewijsstukken reeds eerder aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV zijn verstrekt als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid;
- c. op welk bewijsstuk een gegeven gebaseerd is;
- d. per gegeven en bewijsstuk, of het op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, naar haar oordeel onjuist, onvolledig of inconsistent is, de reden voor dit oordeel en op de vergelijking met welk van de administraties, genoemd in artikel 2.3, tweede lid, het oordeel is gebaseerd;
- e. welke verklaringen als bedoeld in artikel 2.3, derde lid, de belanghebbende heeft gegeven;
- f. welke andere waarnemingen zij bij de uitvoering van artikel 28 van de Wet SUWI met betrekking tot de belanghebbende heeft gedaan die relevant kunnen zijn voor de beslissing op de aanvraag door burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV;
- g. op welke datum de melding onderscheidenlijk de aangifte van werkloosheid heeft plaatsgevonden, alsmede op welke datum de aanvraag in ontvangst is genomen en is overgedragen.
De CWI draagt alle door de belanghebbende verstrekte gegevens en bewijsstukken of afschriften van de bewijsstukken over aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV.
Artikel 2.5. Directe doorverwijzing door de CWI naar de gemeente of het UWV
Indien de noodzaak daartoe naar haar oordeel aannemelijk is, verwijst de CWI de belanghebbende, nadat zij hem een lijst met de gegevens en bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, heeft overhandigd, rechtstreeks door naar burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV.
Artikel 2.6. Overeenkomsten tussen de CWI, de gemeente en het UWV
De CWI sluit overeenkomsten met burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV over de uitvoering van de artikelen 2.2 tot en met 2.5.
Hoofdstuk 3. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
§ 3.1b. Gegevensverstrekking aan uitvoerders van private aanvullingsregelingen
Artikel 3.1. Melding arbeidsongeschiktheid aan pensioenuitvoerder
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.