Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 5.2 bedoelde inspectie-instelling of de in voorschrift 5.3 bedoelde certificatie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een accreditatie afgegeven door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
In deze bijlage wordt theatervuurwerk en professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4, tenzij in het voorschrift anders is bepaald, gelijkgesteld aan consumentenvuurwerk.
Paragraaf 6. Afstanden tot objecten binnen de inrichting
6.1 Indien vanuit de deuropening van de bewaarplaats de toegangsdeur van de verkoopruimte of van een andere bewaarplaats visueel kan worden waargenomen, dient, gemeten vanaf de deuropening van de bewaarplaats tot de deuropening van de andere ruimte, de volgende afstand in acht te worden genomen:
Paragraaf 1. Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.2 Bij de vaststelling van de in deze bijlage genoemde hoeveelheden vuurwerk wordt, indien meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is, 10 kg fop- en schertsvuurwerk gelijk gesteld aan 1 kg consumentenvuurwerk.
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1
C. Opslag van ten hoogste 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
1.5 Gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk opgeraapt. Beschadigd consumentenvuurwerk wordt bovendien in een bergingsverpakking bewaard in de bufferbewaarplaats, of, indien geen bufferbewaarplaats aanwezig is, in de bewaarplaats en binnen 30 dagen als onbetrouwbaar afgevoerd. De bergingsverpakking is voorzien van het identificatienummer, voorafgegaan door de letters «UN» en van alle gevaarsetiketten van het beschadigde collo dat daarin aanwezig is, alsmede van het opschrift «BERGING». Vrijgekomen ontplofbare of pyrotechnische stof wordt bevochtigd met water, zorgvuldig opgeruimd en op dezelfde wijze als gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk bewaard en binnen 30 dagen afgevoerd.
1.6 Op de toegangsdeur van alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig is, wordt een veiligheidssymbool aangebracht, waarmee het ontploffingsgevaar wordt aangeduid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen borden.
1.7 Binnen de inrichting mag niet worden gerookt en mag geen open vuur aanwezig zijn. Dit verbod is aangegeven door op een daarvoor geschikte plaats een verbodsbord overeenkomstig bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling aan te brengen waaruit blijkt dat vuur, open vlam en roken zijn verboden.
1.8 Alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, zijn op de begane grond gesitueerd. In afwijking hiervan kan het bevoegd gezag toestemming verlenen dat consumentenvuurwerk aanwezig is in een kelder of op de eerste verdieping indien deze ruimten naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn met het oog op brandbestrijding. Het bevoegd gezag stelt alvorens toestemming te verlenen de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid hierover advies uit te brengen.
A. Begripsbepalingen
A. Begripsbepalingen
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór de datum, waarop dit besluit in het Staatsblad is geplaatst, uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub d, e en j, bedoelde normen en de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub l, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór 1 juli 2012 uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, onder c, d en i, bedoelde normen en de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, onder k, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 5.2 bedoelde inspectie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een inspectie-instelling die is geaccrediteerd door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
In deze bijlage wordt theatervuurwerk, tenzij in het voorschrift anders is bepaald, gelijkgesteld aan consumentenvuurwerk.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke versie van het memorandum nr. 60 moet worden toegepast of wordt een document aangewezen dat in de plaats van het memorandum moet worden toegepast.
In de begripsomschrijvingen van brandwerendheid van bouwdelen en van deur-, luik- en raamconstructies wordt in plaats van «NEN 6069, uitgave 2005» gelezen «NEN 6069, uitgave 1991» voor zover de bepalingen in deze bijlage betrekking hebben op bouwdelen of deur-, luik- en raamconstructies die voor 1 juli 2012 tot stand zijn gebracht.
1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Aangeboden consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.2 Bij de vaststelling van de in deze bijlage genoemde hoeveelheden vuurwerk wordt, indien meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is, 10 kg fop- en schertsvuurwerk gelijk gesteld aan 1 kg consumentenvuurwerk.
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte bestemd voor het opslaan of bewerken van vuurwerk
1.4 Degene die de inrichting drijft heeft de in zijn inrichting werkzame personen die belast zijn met de verkoop van consumentenvuurwerk, het gereedmaken van vuurwerkpakketten en het de bewaarplaats inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk, een schriftelijke instructie verstrekt, die erop gericht is gedragingen hunnerzijds, die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of maatwerkvoorschrift wordt overtreden, uit te sluiten en die erop gericht is dat voornoemde personen zijn geïnstrueerd over het gevaar van consumentenvuurwerk en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten.
1.5 Gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk opgeraapt. Beschadigd consumentenvuurwerk wordt bewaard in een verpakking die antistatisch is en zo stevig en sterk is dat de verpakking afdoende tegen elke normale behandeling bestand is. Beschadigd vuurwerk wordt bewaard in de bufferbewaarplaats, of, indien geen bufferbewaarplaats aanwezig is, in de bewaarplaats. De verpakking is voorzien van het opschrift «BERGING». Een vrijgekomen ontplofbare of pyrotechnische stof wordt bevochtigd met water, tenzij dit leidt tot ongewenste reacties, zorgvuldig opgeruimd en op dezelfde wijze als gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk bewaard.
1.6 Op de toegangsdeur van alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig is, wordt een veiligheidssymbool aangebracht, waarmee het ontploffingsgevaar wordt aangeduid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen borden.
1.7 Binnen de inrichting mag niet worden gerookt en mag geen vuur of open vlam aanwezig zijn. Bij iedere ingang van de inrichting is een verbodsbord aanwezig dat voldoet aan de intrinsieke kenmerken van het in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen verbodsbord waaruit blijkt dat vuur, open vlam en roken verboden zijn.
1.8 Alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, zijn op de begane grond gesitueerd. In afwijking hiervan kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat onder daarbij aangegeven voorwaarden consumentenvuurwerk ook aanwezig mag zijn in een kelder of op de eerste verdieping indien deze ruimten naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn met het oog op brandbestrijding. Alvorens een zodanige beschikking te geven, stelt het bevoegd gezag het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid hierover advies uit te brengen.
1.9 De afstand van ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn tot licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, is ten minste 5 m. In de ruimte waar het afleveren van consumentenvuurwerk plaatsvindt, mogen geen licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, aanwezig zijn.
1.10 In de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats voldoet de gebruikte apparatuur en de installaties aan de in NPR 7910-2 genoemde voorschriften voor zone 22. De maximaal toegelaten oppervlaktetemperatuur is 100°C.
1.11 Opdat een brand binnen redelijke tijd kan worden geblust, heeft een inrichting één of meer brandslanghaspels, waarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift aanvullende eisen stellen aan het aantal brandslanghaspels en de situering van de brandslanghaspels.
1.12 Een brandslanghaspel is steeds voor onmiddellijk gebruik beschikbaar en kan onbelemmerd worden bereikt. Een brandslanghaspel wordt jaarlijks door een deskundige gecontroleerd op zijn deugdelijkheid.
1.13 Het lossen van een voertuig met consumentenvuurwerk mag niet geschieden gelijktijdig met het lossen van een tankwagen met motorbrandstoffen, tenzij het voertuig zich op meer dan 25 meter afstand bevindt van de tankwagen.
2.3 Van de (buffer)bewaarplaats zijn, behalve de toegangsdeur, in de wanden en de afdekking geen openingen of ramen aanwezig.
2.1 De (buffer)bewaarplaats wordt gelijkgesteld met een brandcompartiment. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 60 minuten. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats naar een andere (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 120 minuten. Bovendien zijn de wanden, vloer en afdekking van een (buffer)bewaarplaats vervaardigd van metselwerk, beton of cellenbeton. Doorvoeringen van leidingen zijn met dezelfde brandwerendheid afgewerkt. Ander materiaal dan metselwerk, beton of cellenbeton kan worden toegepast indien het bevoegd gezag heeft beslist dat daarmee ten minste dezelfde brandwerendheid en constructieve stevigheid wordt bereikt.
2.2 Indien de toegangsdeuren van bewaarplaatsen, bufferbewaarplaatsen dan wel verkoopruimten zich naast elkaar bevinden, steekt de constructieve scheiding ten minste 300 mm uit tussen de toegangsdeuren van de betreffende bewaarplaats, bufferbewaarplaats dan wel verkoopruimte.
2.3 In de (buffer)bewaarplaats zijn, behalve de toegangsdeur, in de wanden en de afdekking geen openingen of ramen aanwezig, tenzij het ventilatieopeningen betreft die zodanig zijn uitgevoerd dat de brandwerendheid van de (buffer) bewaarplaats voldoet aan voorschrift 2.1.
2.4 De toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats:
2.5 De deur van de (buffer-)bewaarplaats bevindt zich niet:
2.6 De scheidingsconstructie tussen de ruimte waarin de deur van de (buffer-)bewaarplaats zich bevindt en de verkoopruimte heeft een brandwerendheid die niet lager is dan 30 minuten en bevat naast de zelfsluitende toegangsdeur naar de verkoopruimte geen openingen of ramen die opengezet kunnen worden.
2.7 Voor de verwarming van de (buffer)bewaarplaats worden slechts toestellen gebruikt, waarbij water voor de warmteoverdracht wordt toegepast. De maximale oppervlaktetemperatuur van de verwarmingsapparatuur mag niet boven 100°C kunnen komen.
2.8 Als de toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats kan worden bereikt via een terrein dat voor derden toegankelijk is, is op een afstand van ten minste 4 m van de toegangsdeur een deugdelijke (erf)afscheiding aanwezig waardoor onbevoegden geen toegang hebben tot het terrein.
2.9 Binnen de (buffer)bewaarplaats bevindt zich geen gasleiding of brandstofleiding.
3.3 In de bewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan het inbrengen of uitnemen van verpakt consumentenvuurwerk.
3.1 In de (buffer)bewaarplaats mogen geen consumentenvuurwerk en andere goederen gelijktijdig aanwezig zijn.
3.2 In de bufferbewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan:
A. Begripsbepalingen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór 1 juli 2012 uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, onder c, d en i, bedoelde normen en de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, onder k, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 5.2 bedoelde inspectie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een inspectie-instelling die is geaccrediteerd door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór 1 juli 2012 uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, onder c, d en i, bedoelde normen en de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, onder k, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 5.2 bedoelde inspectie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een inspectie-instelling die is geaccrediteerd door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
In deze bijlage wordt theatervuurwerk, tenzij in het voorschrift anders is bepaald, gelijkgesteld aan consumentenvuurwerk.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke versie van het memorandum nr. 60 moet worden toegepast of wordt een document aangewezen dat in de plaats van het memorandum moet worden toegepast.
In de begripsomschrijvingen van brandwerendheid van bouwdelen en van deur-, luik- en raamconstructies wordt in plaats van «NEN 6069, uitgave 2005» gelezen «NEN 6069, uitgave 1991» voor zover de bepalingen in deze bijlage betrekking hebben op bouwdelen of deur-, luik- en raamconstructies die voor 1 juli 2012 tot stand zijn gebracht.
1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
1.4 Degene die de inrichting drijft heeft de in zijn inrichting werkzame personen die belast zijn met de verkoop van consumentenvuurwerk, het gereedmaken van vuurwerkpakketten en het de bewaarplaats inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk, een schriftelijke instructie verstrekt, die erop gericht is gedragingen hunnerzijds, die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of maatwerkvoorschrift wordt overtreden, uit te sluiten en die erop gericht is dat voornoemde personen zijn geïnstrueerd over het gevaar van consumentenvuurwerk en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten.
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.2 Bij de vaststelling van de in deze bijlage genoemde hoeveelheden vuurwerk wordt, indien meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is, 10 kg fop- en schertsvuurwerk gelijk gesteld aan 1 kg consumentenvuurwerk.
1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
1.4 Degene die de inrichting drijft heeft de in zijn inrichting werkzame personen die belast zijn met de verkoop van consumentenvuurwerk, het gereedmaken van vuurwerkpakketten en het de bewaarplaats inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk, een schriftelijke instructie verstrekt, die erop gericht is gedragingen hunnerzijds, die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of maatwerkvoorschrift wordt overtreden, uit te sluiten en die erop gericht is dat voornoemde personen zijn geïnstrueerd over het gevaar van consumentenvuurwerk en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten.
D. Opslag van meer dan 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
1.6 Op de toegangsdeur van alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig is, wordt een veiligheidssymbool aangebracht, waarmee het ontploffingsgevaar wordt aangeduid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen borden.
1.7 Binnen de inrichting mag niet worden gerookt en mag geen vuur of open vlam aanwezig zijn. Bij iedere ingang van de inrichting is een verbodsbord aanwezig dat voldoet aan de intrinsieke kenmerken van het in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen verbodsbord waaruit blijkt dat vuur, open vlam en roken verboden zijn.
1.8 Alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, zijn op de begane grond gesitueerd. In afwijking hiervan kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat onder daarbij aangegeven voorwaarden consumentenvuurwerk ook aanwezig mag zijn in een kelder of op de eerste verdieping indien deze ruimten naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn met het oog op brandbestrijding. Alvorens een zodanige beschikking te geven, stelt het bevoegd gezag het bestuur van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid hierover advies uit te brengen.
1.9 De afstand van ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn tot licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, is ten minste 5 m. In de ruimte waar het afleveren van consumentenvuurwerk plaatsvindt, mogen geen licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, aanwezig zijn.
1.10 In de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats voldoet de gebruikte apparatuur en de installaties aan de in NPR 7910-2 genoemde voorschriften voor zone 22. De maximaal toegelaten oppervlaktetemperatuur is 100°C.
1.11 Opdat een brand binnen redelijke tijd kan worden geblust, heeft een inrichting één of meer brandslanghaspels, waarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift aanvullende eisen stellen aan het aantal brandslanghaspels en de situering van de brandslanghaspels.
1.12 Een brandslanghaspel is steeds voor onmiddellijk gebruik beschikbaar en kan onbelemmerd worden bereikt. Een brandslanghaspel wordt jaarlijks door een deskundige gecontroleerd op zijn deugdelijkheid.
1.13 Het lossen van een voertuig met consumentenvuurwerk mag niet geschieden gelijktijdig met het lossen van een tankwagen met motorbrandstoffen, tenzij het voertuig zich op meer dan 25 meter afstand bevindt van de tankwagen.
2.4 De toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats:
2.1 De (buffer)bewaarplaats wordt gelijkgesteld met een brandcompartiment. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 60 minuten. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats naar een andere (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 120 minuten. Bovendien zijn de wanden, vloer en afdekking van een (buffer)bewaarplaats vervaardigd van metselwerk, beton of cellenbeton. Doorvoeringen van leidingen zijn met dezelfde brandwerendheid afgewerkt. Ander materiaal dan metselwerk, beton of cellenbeton kan worden toegepast indien het bevoegd gezag heeft beslist dat daarmee ten minste dezelfde brandwerendheid en constructieve stevigheid wordt bereikt.
2.2 Indien de toegangsdeuren van bewaarplaatsen, bufferbewaarplaatsen dan wel verkoopruimten zich naast elkaar bevinden, steekt de constructieve scheiding ten minste 300 mm uit tussen de toegangsdeuren van de betreffende bewaarplaats, bufferbewaarplaats dan wel verkoopruimte.
2.3 In de (buffer)bewaarplaats zijn, behalve de toegangsdeur, in de wanden en de afdekking geen openingen of ramen aanwezig, tenzij het ventilatieopeningen betreft die zodanig zijn uitgevoerd dat de brandwerendheid van de (buffer) bewaarplaats voldoet aan voorschrift 2.1.
2.4 De toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats:
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
2.6 De scheidingsconstructie tussen de ruimte waarin de deur van de (buffer-)bewaarplaats zich bevindt en de verkoopruimte heeft een brandwerendheid die niet lager is dan 30 minuten en bevat naast de zelfsluitende toegangsdeur naar de verkoopruimte geen openingen of ramen die opengezet kunnen worden.
2.7 Voor de verwarming van de (buffer)bewaarplaats worden slechts toestellen gebruikt, waarbij water voor de warmteoverdracht wordt toegepast. De maximale oppervlaktetemperatuur van de verwarmingsapparatuur mag niet boven 100°C kunnen komen.
2.8 Als de toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats kan worden bereikt via een terrein dat voor derden toegankelijk is, is op een afstand van ten minste 4 m van de toegangsdeur een deugdelijke (erf)afscheiding aanwezig waardoor onbevoegden geen toegang hebben tot het terrein.
2.9 Binnen de (buffer)bewaarplaats bevindt zich geen gasleiding of brandstofleiding.
3.3 In de bewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan het inbrengen of uitnemen van verpakt consumentenvuurwerk. Dit voorschrift is niet van toepassing indien geen opslag van vuurwerk plaatsvindt.
3.1 In de (buffer)bewaarplaats mogen geen consumentenvuurwerk en andere goederen gelijktijdig aanwezig zijn.
3.2 In de bufferbewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan:
Dit voorschrift is niet van toepassing indien geen opslag van vuurwerk plaatsvindt.
3.3 In de bewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan het inbrengen of uitnemen van verpakt consumentenvuurwerk. Dit voorschrift is niet van toepassing indien geen opslag van vuurwerk plaatsvindt.
3.4 Met uitzondering van de tijd die nodig is voor het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk moet de deur van de (buffer)bewaarplaats gesloten worden gehouden.
3.4a In afwijking van voorschrift 3.4 kan het bevoegd gezag op verzoek van degene die de inrichting drijft bij maatwerkvoorschrift bepalen dat deuren onder daarbij te stellen voorwaarden geopend mogen zijn.
3.5 De bewaarplaats is zodanig ingericht dat consumentenvuurwerk of verpakkingsmateriaal niet tegen toestellen en leidingen van een installatie die warmte ontwikkelt, is geplaatst. De afstand tussen apparatuur van dergelijke installaties bedraagt ten minste 30 cm.
3.6 De (buffer)bewaarplaats is zodanig ingericht dat visuele inspectie van consumentenvuurwerk mogelijk is en het inbrengen en uitnemen van vuurwerk niet wordt belemmerd. In een betreedbare (buffer)bewaarplaats is daarom ten minste één gangpad met een breedte van ten minste 75 cm aanwezig.
3.7 Bij stapeling van verpakt consumentenvuurwerk wordt de maximale hoogte van een stapel mede bepaald door de sterkte van het verpakkingsmateriaal. De onderste lagen worden niet zodanig vervormd of beschadigd door het gewicht van de hoger gelegen lagen, dat het verpakkingsmateriaal zijn functie en beschermende werking verliest.
5.1 De bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte zijn voorzien van een automatische sprinklerinstallatie. In de directe nabijheid van de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte is een brandmeldinstallatie aanwezig.
4.1 Gedurende de openingstijden van de winkel is tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk per verkoopruimte niet meer dan 500 kg consumentenvuurwerk aanwezig. Indien meerdere verkoopruimten aanwezig zijn, mag per brandcompartiment maximaal één verkoopruimte aanwezig zijn. Buiten deze tijden is in de verkoopruimten geen ander consumentenvuurwerk dan fop- en schertsvuurwerk aanwezig en in totaal daarvan niet meer dan 200 kg.
4.2 Het in een verkoopruimte aanwezige consumentenvuurwerk wordt zodanig opgeslagen dat het zich niet onder handbereik van het publiek bevindt en dat het bereikbaar is voor het water van de automatische sprinklerinstallatie.
4.3 Het afleveren van consumentenvuurwerk vindt plaats onder bereik van het water van de automatische sprinklerinstallatie.
5.4. Iedere twaalf maanden na aanleg van de brandbeveiligingsinstallatie wordt door een inspectie-instelling als bedoeld in voorschrift 5.2 beoordeeld of de brandbeveiligingsinstallatie functioneert en is onderhouden conform het in voorschrift 5.2 bedoelde goedgekeurde uitgangspuntendocument. De inspectierapporten zijn binnen de inrichting aanwezig. Een bewaarplaats, een bufferbewaarplaats of een verkoopruimte is niet in gebruik zolang uit het laatst opgestelde inspectierapport blijkt dat een brandbeveiligingsinstallatie niet voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument.
5.1 De bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte zijn voorzien van een automatische sprinklerinstallatie. In de directe nabijheid van de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte is een brandmeldinstallatie aanwezig.
5.2. De brandbeveiligingsinstallatie is ontworpen, aangelegd, opgeleverd en onderhouden overeenkomstig een uitgangspuntendocument, opgesteld overeenkomstig memorandum nr. 60. Het uitgangspuntendocument is beoordeeld door een door de Stichting Raad voor Accreditatie geaccrediteerde NEN-EN-ISO/IEC 17020 type A inspectie-instelling wat betreft het uitvoeren van beoordelingen en inspecties ten aanzien van brandbeveiligingsinstallaties op basis van memorandum nr. 60. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in de tweede volzin. Het uitgangspuntendocument en de beoordeling door de inspectie-instelling zijn goedgekeurd door het bevoegd gezag, voordat met de aanleg van de brandbeveiligingsinstallatie wordt begonnen. Het uitgangspuntendocument en de beoordeling door de inspectie-instelling zijn binnen de inrichting aanwezig.
Paragraaf 6. Werkzaamheden aan professioneel vuurwerk
5.4. Iedere twaalf maanden na aanleg van de brandbeveiligingsinstallatie wordt door een inspectie-instelling als bedoeld in voorschrift 5.2 beoordeeld of de brandbeveiligingsinstallatie functioneert en is onderhouden conform het in voorschrift 5.2 bedoelde goedgekeurde uitgangspuntendocument. De inspectierapporten zijn binnen de inrichting aanwezig. Een bewaarplaats, een bufferbewaarplaats of een verkoopruimte is niet in gebruik zolang uit het laatst opgestelde inspectierapport blijkt dat een brandbeveiligingsinstallatie niet voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument.
5.5 Vervallen.
5.6 De wijze waarop verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk wordt opgeslagen heeft geen negatieve invloed op de functionele werking van de automatische sprinklerinstallatie. Daartoe is de wijze van opslaan tenminste in overeenstemming met de uitgangspunten die ten aanzien daarvan ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp van de automatische sprinklerinstallatie, zoals deze zijn neergelegd in het uitgangspuntendocument. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift eisen stellen aan de wijze waarop verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk wordt opgeslagen.
5.7 Iedere vijf jaar vanaf de goedkeuring van het uitgangspuntendocument door het bevoegd gezag wordt dat document beoordeeld door een inspectie-instelling als bedoeld in voorschrift 5.2. De beoordeling bestaat in ieder geval uit een beoordeling van de gehanteerde uitgangspunten en normen in het uitgangspuntendocument in relatie tot de uitgangspunten en normen die gezien de actuele stand der techniek gehanteerd worden op het moment van de beoordeling en in relatie tot de doorgevoerde wijzigingen.
5.8 Op grond van de beoordeling, bedoeld in voorschrift 5.7, kan het bevoegd gezag besluiten de beschikking omtrent de goedkeuring van het uitgangspuntendocument in te trekken.
Indien in de inrichting niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk, niet zijnde theatervuurwerk, mag worden opgeslagen, dient, in afwijking van de vorige volzin, ten minste 8 meter in acht te worden genomen.
6.1 Indien vanuit de deuropening van de bewaarplaats de toegangsdeur van de verkoopruimte of van een andere bewaarplaats visueel kan worden waargenomen, dient, gemeten vanaf de deuropening van de bewaarplaats tot de deuropening van de andere ruimte, de volgende afstand in acht te worden genomen:
Indien in de inrichting niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk, niet zijnde theatervuurwerk, mag worden opgeslagen, dient, in afwijking van de vorige volzin, ten minste 8 meter in acht te worden genomen.
6.2 Indien vanuit de deuropening van de bufferbewaarplaats de toegangsdeur van de verkoopruimte, van een bewaarplaats of van een andere bufferbewaarplaats visueel kan worden waargenomen, dient, gemeten vanaf de deuropening van de bufferbewaarplaats tot de deuropening van de andere ruimte, de volgende afstand in acht te worden genomen:
Indien in de inrichting niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk, niet zijnde theatervuurwerk, mag worden opgeslagen, dient, in afwijking van de vorige volzin, ten minste 8 meter in acht te worden genomen.
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
A. Begripsbepalingen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte
In een inrichting waar meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen:
Met de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, sub c, d en i, en onder B, onderdelen 2.15 en 2.22, bedoelde normen en de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub j, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 1.5 bedoelde inspectie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een inspectie-instelling die is geaccrediteerd door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.1.2
Vervallen
Artikel 3.1.3
Vervallen
Artikel 3.1.4
Vervallen
§ 2. Opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk
§ 5. Aangewezen instantie
Artikel 3.3.4a
Vervallen
Hoofdstuk 2. Consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 5. Overige, overgangs- en slotbepalingen
§ 2. Opslaan en bewerken van consumentenvuurwerk
§ 1. Eisen aan professioneel vuurwerk
§ 3. Overgangsbepalingen
§ 4. Slotbepalingen
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2, voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk en van professioneel vuurwerk, als bedoeld in artikel 3.1.4
A. Begripsbepalingen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
In deze bijlage wordt verstaan onder:
B. Voorschriften
B. Voorschriften
1.6 Op de toegangsdeur van alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig is, wordt een veiligheidssymbool aangebracht, waarmee het ontploffingsgevaar wordt aangeduid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen borden.
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
2.3 Van de (buffer)bewaarplaats zijn, behalve de toegangsdeur, in de wanden en de afdekking geen openingen of ramen aanwezig.
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
3.1 In de (buffer)bewaarplaats mogen geen consumentenvuurwerk en andere goederen gelijktijdig aanwezig zijn.
3.4 Met uitzondering van de tijd die nodig is voor het inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk moet de deur van de (buffer)bewaarplaats gesloten worden gehouden.
Paragraaf 4. Verkoopruimte
Paragraaf 5. Automatische sprinklerinstallatie
5.1 De bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte zijn voorzien van een automatische sprinklerinstallatie. In de directe nabijheid van de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte is een brandmeldinstallatie aanwezig.
Paragraaf 6. Afstanden tot objecten binnen de inrichting
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke versie van het memorandum nr. 60 moet worden toegepast of wordt een document aangewezen dat in de plaats van het memorandum moet worden toegepast.
6.1 Indien vanuit de deuropening van de bewaarplaats de toegangsdeur van de verkoopruimte of van een andere bewaarplaats visueel kan worden waargenomen, dient, gemeten vanaf de deuropening van de bewaarplaats tot de deuropening van de andere ruimte, de volgende afstand in acht te worden genomen:
1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Aangeboden consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
C. Opslag van ten hoogste 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1
B. Voorschriften
B. Voorschriften
1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
Paragraaf 4. Verkoopruimte
In deze bijlage wordt verstaan onder:
B. Voorschriften
1.5 Gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk opgeraapt. Beschadigd consumentenvuurwerk wordt bewaard in een verpakking die antistatisch is en zo stevig en sterk is dat de verpakking afdoende tegen elke normale behandeling bestand is. Beschadigd vuurwerk wordt bewaard in de bufferbewaarplaats, of, indien geen bufferbewaarplaats aanwezig is, in de bewaarplaats. De verpakking is voorzien van het opschrift «BERGING». Een vrijgekomen ontplofbare of pyrotechnische stof wordt bevochtigd met water, tenzij dit leidt tot ongewenste reacties, zorgvuldig opgeruimd en op dezelfde wijze als gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk bewaard.
A. Begripsbepalingen
2.5 De deur van de (buffer-)bewaarplaats bevindt zich niet:
Paragraaf 5. Veiligheidsinstructies voor personen die werkzaamheden verrichten binnen de inrichting
5.3 De bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte worden niet eerder in gebruik genomen dan nadat een inspectie-instelling als bedoeld in voorschrift 5.2 een inspectierapport heeft afgegeven waaruit blijkt dat de brandbeveiligingsinstallatie voldoet aan het goedgekeurde uitgangspuntendocument. Het inspectierapport, bedoeld in de eerste volzin, is binnen de inrichting aanwezig.
Paragraaf 6. Werkzaamheden aan professioneel vuurwerk
6.3 Indien de toegangsdeur, bedoeld in de voorschriften 6.1 en 6.2, niet visueel kan worden waargenomen en niet aan de daar genoemde afstanden wordt voldaan, zijn tussen de deuropening van de bewaarplaats onderscheidenlijk de bufferbewaarplaats en die toegangsdeur voldoende bouwkundige voorzieningen aangebracht om brandoverslag te voorkomen. De bouwkundige voorzieningen, bedoeld in de eerste volzin, zijn vervaardigd door metselwerk of met beton of cellenbeton en hebben een brandwerendheid die niet lager is dan 60 minuten. Ander materiaal dan metselwerk, beton of cellenbeton kan worden toegepast indien het bevoegd gezag heeft beslist dat daarmee ten minste dezelfde brandwerendheid en constructieve stevigheid wordt bereikt.
6.4 Teneinde domino-effecten tussen ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig kan zijn en andere onderdelen van de inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig kunnen zijn te voorkomen, worden vanaf de (buffer)bewaarplaats ten opzichte van die onderdelen ten minste de in bijlage 3, onderdeel B, onder 1.2 en 1.3 gestelde veiligheidsafstanden in acht genomen. Teneinde domino-effecten als bedoeld in de eerste volzin te voorkomen, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift een grotere interne veiligheidsafstand eisen dan uit de toepassing van die volzin voortvloeit.
In een inrichting waar niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk mag worden opgeslagen:
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 en 4.2
B. Voorschriften
Met de in deze bijlage, onder A, onderdeel 1, sub c, d en i, en onder B, onderdelen 2.15 en 2.22, bedoelde normen en de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub j, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Paragraaf 1. Algemene voorschriften
In deze bijlage wordt onder vuurwerk begrepen professioneel vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik alsmede consumentenvuurwerk.
In de begripsomschrijvingen van brandwerendheid van bouwdelen en brandwerendheid van deur-, luik- en raamconstructies wordt in plaats van «NEN 6069, uitgave 2005» gelezen «NEN 6069, uitgave 1991» voor zover de bepalingen in deze bijlage betrekking hebben op bouwdelen of deur-, luik- en raamconstructies die voor 1 juli 2012 tot stand zijn gebracht.
1.3 Bij de vaststelling van de in deze bijlage genoemde hoeveelheden vuurwerk wordt, indien meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is, 10 kg fop- en schertsvuurwerk gelijk gesteld aan 1 kg consumentenvuurwerk.
1.4 In de bewaarplaats en in de bewerkingsruimte is een automatische sprinklerinstallatie met automatische doormelding naar de centrale meldkamer van de brandweer aanwezig.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
B. Voorschriften
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 4. Verkoopruimte
Paragraaf 5. Automatische sprinklerinstallatie
1.4 Degene die de inrichting drijft heeft de in zijn inrichting werkzame personen die belast zijn met de verkoop van consumentenvuurwerk, het gereedmaken van vuurwerkpakketten en het de bewaarplaats inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk, een schriftelijke instructie verstrekt, die erop gericht is gedragingen hunnerzijds, die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of nadere eis wordt overtreden, uit te sluiten en die erop gericht is dat voornoemde personen zijn geïnstrueerd over het gevaar van consumentenvuurwerk en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten.
C. Opslag van ten hoogste 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
D. Opslag van meer dan 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
1.9 De afstand van ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn tot licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, is ten minste 5 m.
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1
A. Begripsbepalingen
Paragraaf 1. Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte bestemd voor het opslaan of bewerken van vuurwerk
B. Voorschriften
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte bestemd voor het opslaan of bewerken van vuurwerk
Paragraaf 5. Veiligheidsinstructies voor personen die werkzaamheden verrichten binnen de inrichting
C. Opslag van ten hoogste 10 000 kilogram consumentenvuurwerk
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 en 4.2
B. Voorschriften
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 1.5 bedoelde inspectie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een inspectie-instelling die is geaccrediteerd door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
B. Veiligheidsafstanden
1.1 Binnen de inrichting mag de totale netto explosieve massa niet meer bedragen dan 6 000 kg. Dit voorschrift geldt niet voor het ononderbroken lossen van vuurwerk uit een vervoermiddel in de inrichting.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.4.0
Dit besluit berust mede op de artikelen 9.2.1.4, 9.2.2.1 en 9.2.3.2 van de Wet milieubeheer.
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2, voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk en van professioneel vuurwerk, als bedoeld in artikel 3.1.4
Paragraaf 1. Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 4. Verkoopruimte
B. Voorschriften
D. Opslag van meer dan 1 000 kilogram consumentenvuurwerk
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
A. Begripsbepalingen
Paragraaf 1. Algemene voorschriften
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 1. Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
C. Opslag van ten hoogste 10 000 kilogram consumentenvuurwerk
Paragraaf 5. Veiligheidsinstructies voor personen die werkzaamheden verrichten binnen de inrichting
C. Opslag van ten hoogste 10 000 kilogram consumentenvuurwerk
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór 1 juli 2012 uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 en 4.2
B. Veiligheidsafstanden
1.2 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1.1.2a
Als een persoon met gespecialiseerde kennis worden aangewezen:
- a. Een persoon die over een omgevingsvergunning beschikt voor het opslaan, herverpakken en bewerken van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of vuurwerk van categorie F4, bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- b. een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
- c. medewerkers van de politie in de uitoefening van hun functie;
- d. medewerkers van de brandweer in de uitoefening van hun functie;
- e. personen die in de uitoefening van hun functie vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding brengen bij een instelling die de genoemde producten bedrijfsmatig en uitsluitend ten behoeve van onderzoek tot ontbranding brengt;
- f. medewerkers van de krijgsmacht in de uitoefening van hun functie.
Als een persoon met gespecialiseerde kennis wordt tevens aangewezen een persoon die als zodanig met betrekking tot vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik is aangewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 1.1.7
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de praktische regelingen voor het regelmatig verzamelen en bijwerken van gegevens over ongevallen, als bedoeld in artikel 43, onder b, van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.
Artikel 1.1.8
Vervallen
§ 2. Algemene bepalingen
Artikel 1.2.2a
Vervallen
§ 3. Binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen
§ 4. Ter beschikking stellen en registreren
Hoofdstuk 1a. In de handel brengen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1A.1.1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aangemelde instanties: aangemelde instanties als bedoeld in artikel 21 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;
- aangewezen instantie: een instantie, aangewezen door Onze Minister, die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer het ijken, testen, certificeren en inspecteren;
- accreditatie: accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, tiende lid, van de Verordening;
- bevoegde autoriteit: Onze Minister;
- bijlage I bij de EU-richtlijn: bijlage I bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
- bijlage II bij de EU-richtlijn: bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, voor zover het betreft de in het tweede lid genoemde onderdelen van de bijlage, en bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen voor de overige onderdelen van de bijlage;
- conformiteitsbeoordeling: proces waarin wordt beoordeeld of voldaan is aan de essentiële veiligheidseisen;
- conformiteitsbeoordelingsprocedure: procedure als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn;
- essentiële veiligheidseisen: essentiële veiligheidseisen als bedoeld in bijlage I bij de EU-richtlijn;
- EU-conformiteitsverklaring: verklaring dat een product voldoet aan de eisen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen als bedoeld in artikel 18, eerste tot en met derde lid, van die richtlijn;
- geharmoniseerde norm: geharmoniseerde norm als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van beschikking 87/95/EEG van de raad en besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad;
- harmonisatiewetgeving van de Europese Unie: alle wetgeving van de Europese Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;
- markttoezicht: hetgeen daaronder in hoofdstuk 5 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen wordt verstaan;
- markttoezichthouder: persoon als bedoeld in artikel 18.6, eerste lid, van de Omgevingswet die door Onze Minister is aangewezen en die handelt in het kader van markttoezicht;
- module B, C2, D, E, G en H: module B, C2, D, E, G en H als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;
- nationale accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, elfde lid, van de Verordening;
- technische specificatie: document dat de technische vereisten voorschrijft waaraan vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik moet voldoen;
- terugroepen: maatregel waarmee wordt beoogd vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;
- uit de handel nemen: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;
- Verordening: Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93;
De in het eerste lid, in de begripsomschrijving van bijlage II bij de EU-richtlijn, bedoelde onderdelen van die bijlage zijn:
- a. Module B, de onderdelen 7, tweede alinea, tot en met 9;
- b. Module C2, de onderdelen 2 tot en met 4.2, voor zover het betreft het ter beschikking houden van de EU-conformiteitsverklaring;
- c. Module D, de onderdelen 3.4, 3.5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7;
- d. Module E, de onderdelen 3.4, 3.5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7;
- e. Module H, de onderdelen 3.4, 3,5, 4.2 tot en met 4.4, 6 en 7.
Artikel 1A.1.2
Een wijziging van artikel 10 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, met uitzondering van de onderdelen, genoemd in artikel 1A.1.1, tweede lid, en van bijlage III of IV bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen gaat voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn of het betrokken wijzigingsbesluit uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Onze Minister doet meteen na het van kracht worden van een wijziging als bedoeld in het eerste lid daarvan mededeling in de Staatscourant.
Artikel 1A.1.3
De fabrikant brengt het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik in een bepaalde categorie onder op grond van toepassing, doel en gevaar, met inbegrip van hun geluidniveau.
Een aangemelde instantie bevestigt de categorisering als onderdeel van de conformiteitsbeoordelingsprocedure.
De categorieën luiden als volgt:
- a. vuurwerk Categorie F1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis; Categorie F2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een afgebakende plaats; Categorie F3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid; Categorie F4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid.
- b. pyrotechnische artikelen voor theatergebruik Categorie T1: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik met gering gevaar; Categorie T2: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gebruikt.
Artikel 1A.1.4
Vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de essentiële veiligheidseisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.
Artikel 1A.1.5
De importeur van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zorgt ervoor dat de fabrikant aan zijn verplichtingen uit hoofde van dit besluit heeft voldaan of neemt deze verplichtingen op zich.
Het eerste lid is van toepassing wanneer de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie.
Artikel 1A.1.6
Distributeurs nemen de nodige zorgvuldigheid in acht. Met name vergewissen zij zich ervan dat het pyrotechnische artikel is voorzien van de vereiste CE-markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten.
Artikel 1A.1.7
Bij regeling van Onze Minister worden de geharmoniseerde normen aangewezen die in Nederland worden erkend en overgenomen.
Bij de regeling stelt Onze Minister voor elke erkende en overgenomen geharmoniseerde norm een referentienummer vast.
Vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die voldoen aan de in Nederland erkende en overgenomen geharmoniseerde normen, worden geacht in overeenstemming te zijn met de fundamentele veiligheidseisen.
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 2. Verbodsbepalingen
Artikel 1A.3.1
Vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden onderworpen aan een conformiteitsbeoordelingsprocedure overeenkomstig bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen.
De fabrikant voldoet aan de verplichtingen die uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan hem worden gesteld.
De aangewezen instantie voldoet aan de verplichtingen die uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.
Artikel 1A.3.2
De fabrikant kiest een van de navolgende conformiteitsbeoordelingsprocedures, volgens welke de door hem gekozen aangemelde instantie de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert:
- a. het EU-typeonderzoek (module B), en naar keuze van de fabrikant een van de volgende procedures:
- 1°. conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole plus productcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen (module C2);
- 2°. conformiteit met het type op basis van de kwaliteitsborging van het productieproces (module D); of
- 3°. conformiteit met het type op basis van productkwaliteitsborging (module E);
- b. conformiteit op basis van eenheidskeuring (module G);
- c. conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging (module H), voor zover het gaat om vuurwerk van categorie F4.
Artikel 1A.3.3
Indien module B is toegepast, brengt de fabrikant de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende de verklaring van EG-typeonderzoek in haar bezit heeft, op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde artikel die aanvullend moeten worden goedgekeurd als die wijzigingen invloed hebben op de overeenstemming met de fundamentele voorschriften of de voorgeschreven gebruiksvoorwaarden van het artikel. Deze aanvullende goedkeuring wordt gegeven in de vorm van een bijvoegsel bij de oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek.
Samen met de technische documentatie houdt de fabrikant kopieën van de verklaringen van EG-typeonderzoek en de bijvoegsels bij gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet op het grondgebied van de Europese Unie is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de importeur of een andere persoon die het product in de handel brengt.
Artikel 1A.3.4
Indien module B is toegepast, brengt de aangemelde instantie de andere aangemelde instanties op de hoogte van de relevante informatie betreffende de verklaringen van EG-typeonderzoek en de bijvoegsels die zijn afgegeven of ingetrokken.
De andere aangemelde instanties kunnen een kopie van de verklaringen van EG-typeonderzoek of de bijvoegsels krijgen. De bijlagen bij de verklaringen worden ter beschikking van de andere aangemelde instanties gehouden.
Artikel 1A.3.5
Indien module C is toegepast, neemt de fabrikant de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces garandeert dat het gefabriceerde artikel overeenstemt met het type dat is beschreven in de verklaring van EG-typeonderzoek en met de fundamentele veiligheidseisen van de richtlijn.
De fabrikant houdt een kopie van de verklaring van overeenstemming bij gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet op het grondgebied van de Europese Unie is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de persoon die het artikel in de handel brengt.
Artikel 1A.3.6
Indien module C is toegepast, onderzoekt de door de fabrikant gekozen aangemelde instantie het artikel met willekeurige intervallen, of laat deze instantie het artikel onderzoeken.
De aangemelde instantie neemt ter plekke een geschikt monster van de gefabriceerde artikelen, en onderzoekt dit of laat dit onderzoeken. Aan de hand van passende tests zoals gedefinieerd in de toepasselijke geharmoniseerde norm of een gelijkwaardige norm, wordt gecontroleerd of het artikel met de voorschriften van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen overeenstemt. Wanneer een of meer stalen van de onderzochte artikelen niet in overeenstemming blijken te zijn, neemt de aangemelde instantie passende maatregelen.
Onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie brengt de fabrikant tijdens het fabricageproces het identificatienummer van die instantie aan.
Artikel 1A.3.7
Indien module D, E of H is toegepast, verbindt de fabrikant zich ertoe de verplichtingen die uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien, na te komen en ervoor te zorgen dat het goed en efficiënt blijft werken.
Indien module D of E is toegepast, informeert de fabrikant de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd over voorgenomen wijzigingen van het kwaliteitssysteem.
Indien module H is toegepast, houdt de fabrikant de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd voortdurend op de hoogte van elke beoogde bijwerking van het kwaliteitssysteem.
De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem aan de in bijlage II van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen, punt 3.2 van module D, E onderscheidenlijk H, bedoelde voorschriften zal blijven voldoen dan wel of het systeem opnieuw moet worden beoordeeld.
De fabrikant wordt in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit. De kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek.
Artikel 1A.3.8
Indien module D of E is toegepast, verleent de fabrikant de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de fabricage-, inspectie-, test- en opslagruimten en verstrekt haar de voor die doeleinden nodige informatie, met name:
- a. de documentatie met betrekking tot het kwaliteitssysteem;
- b. de kwaliteitsgegevens, zoals inspectieverslagen en testgegevens, ijkgegevens, en kwalificatierapporten van het betrokken personeel.
Indien module D of E is toegepast, houdt de fabrikant de volgende elementen gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten:
- a. het in bijlage II van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen, punt 3.1, onder b, van module D en module E, bedoelde document;
- b. de documenten betreffende de wijzigingen als bedoeld in artikel 1A.3.7, tweede en derde lid;
- c. de in artikel 1A.3.7, vijfde lid, en in artikel 1A.3.10 bedoelde besluiten en verslagen van de aangemelde instantie.
Artikel 1A.3.9
Indien module H is toegepast, verleent de fabrikant de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de fabricage-, inspectie-, test- en opslagruimten en verstrekt haar de voor die doeleinden nodige informatie, met name:
- a. de documentatie met betrekking tot het kwaliteitssysteem;
- b. de door het kwaliteitssysteem voor de ontwikkeling verlangde kwaliteitsrapporten, zoals de resultaten van analyses, berekeningen, testgegevens;
- c. de door het kwaliteitssysteem voor de fabricage verlangde kwaliteitsrapporten, zoals inspectieverslagen en testgegevens, ijkgegevens, en kwalificatierapporten van het betrokken personeel.
Indien module H is toegepast, houdt de fabrikant de volgende elementen gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten:
- a. het in bijlage II van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen, punt 3.1, onder b, van module H bedoelde document;
- b. de documenten betreffende de bijwerking als bedoeld in artikel 1A.3.7, derde lid;
- c. de in artikel 1A.3.7, vijfde lid en in artikel 1A.3.10 bedoelde besluiten en verslagen van de aangemelde instantie.
Artikel 1A.3.10
Indien module D, E of H is toegepast, voert de aangemelde instantie periodiek controles uit om ervoor te zorgen dat de fabrikant het kwaliteitssysteem handhaaft en toepast en verstrekt de fabrikant een controleverslag.
De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Tijdens dergelijke bezoeken kan de aangemelde instantie, indien noodzakelijk, tests (laten) uitvoeren om na te gaan of het kwaliteitssysteem naar behoren functioneert; de aangemelde instantie verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn uitgevoerd, een testverslag.
De aangemelde instantie verstrekt de andere aangemelde instanties de relevante informatie betreffende de goedkeuringen van het kwaliteitssysteem die zijn afgegeven of ingetrokken.
§ 4. CE-markering
Artikel 1A.4.1
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)