Besluit van 14 maart 2002, houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht)

Type AMvB
Publication 2023-06-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 juni 2001, nr. DGRLD/DLB/01.421019, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;

Gelet op de artikelen 6.51, 6.52, 6.53, 6.55, tweede en derde lid, van de Wet luchtvaart en op artikel 28, vijfde lid, van de Wet Raad voor de Transportveiligheid;

De Raad van State gehoord (advies van 16 juli 2001, nr. W09.01.0264/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 7 maart 2002, nr. DGL/02.421024, Directoraat-Generaal Luchtvaart, uitgebracht mede namens Onze Minister van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wijzigingswet Wet luchtvaart (vervoer van gevaarlijke stoffen en van dieren) in werking treedt.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

Artikel 3
1.

Het in artikel 6.51, eerste lid, van de wet bedoelde verbod geldt niet voor de daar bedoelde handelingen ten aanzien van de in artikel 2 aangewezen gevaarlijke stoffen, voorzover daarbij Annex 18 en de Technische Voorschriften in acht worden genomen.

2.

Onze Minister van Defensie kan bepaalde gedeelten van Annex 18 en de Technische Voorschriften aanwijzen, welke in afwijking van het eerste lid, niet door de krijgsmacht of de krijgsmacht van een buitenlandse mogendheid in acht behoeven te worden genomen. Onze Minister van Defensie kan daarbij bepalen dat in dat geval door de krijgsmacht of de krijgsmacht van een buitenlandse mogendheid internationale militaire voorschriften in acht dienen te worden genomen.

Paragraaf 2. Constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd alsmede van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen worden geladen of gelost

Artikel 4

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Artikel 5

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in verband met de veiligheid of het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen op een luchthaven worden geladen of gelost.

Artikel 6

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de keuring van de inrichtingen, voertuigen en werktuigen bedoeld in artikel 5.

Paragraaf 3. Bepalingen met het oog op de veiligheid en het milieu

Artikel 7

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in het belang van de veiligheid of het milieu regels worden gesteld over het opstellen van een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of lossen van daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen.

Artikel 8

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan in het belang van de veiligheid of het milieu luchtroutes aanwijzen waarlangs daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen vervoerd dienen te worden.

Paragraaf 4. Erkenningen

Artikel 9
1.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de navolgende erkenningen verlenen:

2.

Een erkenning wordt verleend voor onbepaalde tijd.

3.

Om in aanmerking te kunnen komen voor de verlening van een erkenning voldoet de aanvrager aan de bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde eisen die voor de verschillende erkenningen verschillend kunnen worden vastgesteld.

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

Wijzigt het Besluit Raad voor de Transportveiligheid.

Artikel 11

Wijzigt de Regeling toezicht luchtvaart.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet houdende wijziging van de Wet luchtvaart (vervoer van gevaarlijke stoffen en van dieren) (Stb. 2000, 468) in werking treedt.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 9a
1.

Op verzoek van een logistiek dienstverlener zet Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een aan die dienstverlener afgegeven E-erkenning om naar een D-erkenning.

2.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan tot 1 juli 2023 worden ingediend bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

3.

Met ingang van 1 juli 2023 wordt een D-erkenning aangevraagd overeenkomstig de krachtens het derde lid van artikel 9 vastgestelde regeling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.