Wet van 25 april 2002, houdende regels voor de bewaring, het beheer en de verstrekking van gegevens van donoren bij kunstmatige donorbevruchting (Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is regels te stellen voor de bewaring, het beheer en de verstrekking van gegevens van donoren bij kunstmatige donorbevruchting;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- b. College: College donorgegevens kunstmatige bevruchting als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
- c. kunstmatige donorbevruchting: het beroeps-of bedrijfsmatig verrichten van handelingen, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand komen van een zwangerschap met gebruikmaking van:
-
- zaadcellen van een ander dan de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de vrouw of
-
- eicellen van een andere vrouw;
- d. donor: degene die zaadcellen of eicellen heeft afgestaan ten behoeve van kunstmatige donorbevruchting;
- e. de Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- f. verrichter: instelling of een natuurlijke persoon die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een instelling, kunstmatige donorbevruchting verricht;
- g. instelling: rechtspersoon die kunstmatige donorbevruchting verricht of doet verrichten, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die kunstmatige donorbevruchting verricht of doet verrichten, dan wel een natuurlijk persoon die kunstmatige donorbevruchting doet verrichten;
- h. donorcode: het als zodanig overeenkomstig deze wet aan een donor toegekend nummer;
- i. moedercode: het als zodanig overeenkomstig deze wet aan een donorcode gekoppeld nummer;
- j. wettelijk maximumaantal moedercodes: het bij algemene maatregel van bestuur bepaalde maximumaantal moedercodes dat aan een donorcode wordt gekoppeld.
§ 1a. Donorcode en moedercode
Artikel 2
De verrichter is ter zake van een kunstmatige donorbevruchting verplicht om binnen een door het College bij reglement te bepalen termijn de volgende gegevens aan het College te verstrekken:
- a. de donorcode van de donor van wiens zaadcellen of eicellen de verrichter gebruik heeft gemaakt, en
- b. de volgende gegevens van de donor: fysieke kenmerken, opleiding en beroep, alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken, een en ander zoals bij algemene maatregel van bestuur nader bepaald.
De verrichter is tevens verplicht om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens aan het College te verstrekken:
- a. de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, woonplaats van de vrouw bij wie kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden, alsmede het burgerservicenummer, tenzij aan de vrouw geen burgerservicenummer is toegekend krachtens de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of de reeds aan deze vrouw toegekende moedercode die gekoppeld is aan de donorcode van de donor, bedoeld in het eerste lid. In de situatie, bedoeld in artikel 1a, tweede lid, dient de verrichter zowel de persoonsidentificerende gegevens van de behandelde vrouw als de gebruikte reeds toegekende moedercode te verstrekken,
- b. het tijdstip waarop de donorbevruchting heeft plaatsgevonden, en
- c. de aantekening of de identiteit van de donor, bedoeld in het eerste lid, bekend is aan de vrouw.
De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, mogen afzonderlijk of in combinatie niet herleidbaar zijn tot de individuele donor.
De verplichtingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, gelden niet of vervallen, zodra komt vast te staan dat de bevruchting niet tot de geboorte van een kind heeft geleid, tenzij de terbeschikkingstelling van de betreffende gegevens voor het College noodzakelijk is ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3a.
Artikel 3
Het College verstrekt de bij hem berustende gegevens van de betrokken donor:
- a. aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, op zijn verzoek, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b;
- b. aan de ouders of een van hen van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, op hun verzoek, indien het kind de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt en voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.
De persoonsidentificerende gegevens van de donor worden aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek verstrekt, nadat de donor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Verstrekking blijft, indien de donor daarmee niet instemt, uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor de verzoeker zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden. De naar aanleiding van deze belangenafweging te nemen beslissing wordt door het College genomen na daarover advies te hebben ingewonnen van een adviescommissie, tenzij naar het oordeel van het College de noodzaak daartoe ontbreekt.
Indien de donor is overleden dan wel onvindbaar is, wordt de instemming, bedoeld in het tweede lid, geacht te zijn geweigerd, tenzij de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij het ontbreken van een van hen, een bloedverwant in de eerste of tweede graad, schriftelijk instemt met de verstrekking van de persoonsidentificerende gegevens. Na een weigering in te stemmen worden de in de eerste volzin bedoelde personen in de gelegenheid gesteld de belangen van de donor bij niet-verstrekking naar voren te brengen.
Het bestuur van het College stelt de donor onverwijld schriftelijk in kennis van een voorgenomen verstrekking van zijn persoonsgegevens, alsmede van de gronden waarop dit voornemen berust. Tegen de voorgenomen verstrekking kan de donor bezwaar maken bij het College. Verstrekking geschiedt, indien deze niet berust op instemming van de donor, niet dan nadat de beslissing op het bezwaar onherroepelijk is geworden. Indien verstrekking van de persoonsgegevens achterwege blijft op de grond, bedoeld in het slot van het tweede lid, kan de aanvrager tegen het daartoe strekkende besluit bezwaar maken bij het College.
Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de donor.
Van een verstrekking van gegevens van de donor aan een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, worden de ouders op de hoogte gesteld. Aan de minderjarige wordt hiervan mededeling gedaan. Op verzoek van beide ouders of van een van hen worden deze gegevens eveneens aan hen verstrekt.
Het College draagt zorg voor deskundige begeleiding bij de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bescheiden een verzoek tot verstrekking van gegevens van de donor moeten vergezellen.
Het College stelt bij reglement in ieder geval regels vast omtrent de samenstelling van de adviescommissie, die tot taak heeft te adviseren over de beoordeling van door de donor aangevoerde zwaarwegende belangen als bedoeld in het tweede lid.
§ 3. De Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting
Artikel 4
Er is een College donorgegevens kunstmatige bevruchting.
Het College heeft tot taak:
- a. de gegevens, bedoeld in paragraaf 1a en de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3c, eerste lid, te bewaren, te beheren en te verstrekken overeenkomstig de bepalingen bij of krachtens de wet gesteld. Het College stelt ter uitvoering van deze taak bij reglement regels;
- b. bij reglement te bepalen op welke wijze en op welk moment de gegevens bedoeld in de artikel 2, eerste en tweede lid, aan het College worden verstrekt en op welke wijze deze gegevens door het College aan een persoon als bedoeld in de artikelen 3 en 3c worden verstrekt;
- c. bij reglement te bepalen op welke wijze de gegevens, bedoeld in artikel 3b, aan een persoon als bedoeld in dat artikel worden verstrekt;
- d. voorlichting te verschaffen, voor zover de onder a, b en c omschreven taken van het College dat vereisen, alsmede zorg te dragen voor de begeleiding bij de verstrekking van deze gegevens;
- e. andere bij regeling van Onze Minister opgedragen taken die verband houden met het door deze wet bestreken terrein.
Degenen op wie de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 1a of artikel 2, rusten, zijn verplicht het reglement van het College na te leven.
De Kaderwet is van toepassing op het College. Artikel 22 van de Kaderwet is niet van toepassing op besluiten van het College inzake bewaring, beheer of verstrekking van de gegevens, bedoeld in paragraaf 1a of de artikelen 2 en 3c, eerste lid.
Artikel 5
Het College bestaat uit zeven leden, onder wie een voorzitter.
Het College bestaat in elk geval uit:
- a. een persoon die door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt,
- b. een persoon die kunstmatige bevruchting beroepsmatig toepast of nauw daarbij betrokken is,
- c. een persoon die deskundig is op psychosociaal terrein op het gebied van kunstmatige bevruchting,
- d. een persoon die deskundig is op pedagogisch terrein,
- e. een persoon die deskundig is op juridische terrein, en
- f. een persoon die deskundig is op ethisch terrein.
De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan eenmaal voor ten hoogste eenzelfde periode plaatsvinden.
Het College wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
Artikel 6
Het reglement van het College alsmede wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Goedkeuring kan worden geweigerd wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de goedkeuring, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7
Onze Minister voorziet in het secretariaat van het College.
Artikel 8
Het College draagt zorg voor een zorgvuldige bewaring van de gegevens, bedoeld in paragraaf 1a en de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3c, eerste lid, gedurende ten minste tachtig jaren te rekenen van de dag waarop het deze gegevens ontvangt.
Artikel 9
Vervallen
§ 4. Naleving en strafbepaling
Artikel 10
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
De aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben mede betrekking op de gegevens, bedoeld in de artikelen 1a, 2, eerste of tweede lid, of 12a, derde lid.
Voor zover de verrichter dan wel het College uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van de gegevens verplicht is, kan diegene deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de verrichter dan wel op het College.
Artikel 11
Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een boete van de derde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met een verplichting, bedoeld in de artikelen 1a of 2, eerste of tweede lid.
Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.