← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme

Geldende tekst a fecha 2024-09-28

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Gelet op Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG L 344);

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977,

Besluit:

Artikel 1
1.

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG L 344).

2.

Het verbod te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2580/2001 is niet van toepassing in geval toepassing is gegeven aan artikel 5 of artikel 6, eerste lid, tweede lid, derde lid of vierde lid van de verordening.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening (EG) 2580/2001 is, afhankelijk van de aard van de informatie, de Minister van Financiën dan wel de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

4.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EG) 2580/2001, is de Minister van Financiën, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j, l en m, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) 2580/2001 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d en k, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) 2580/2001 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 4 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.

5.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tweede lid, vierde lid en vijfde lid, van Verordening (EG) 2580/2001, is de Minister van Financiën dan wel de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp elk voor het gebied waartoe hun competentie zich uitstrekt.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling terrorisme 2002.

Bijlage

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1

`Tegoeden, andere financiële activa en economische middelen': activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, ongeacht de wijze waarop zij verkregen zijn, en juridische documenten of instrumenten in welke vorm ook, ook elektronisch of digitaal, waaruit eigendom van of een belang in dergelijke activa blijkt, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, bankkredieten, reischeques, bankcheques, postwissels, aandelen, effecten, obligaties, wissels, kredietbrieven.

2

Bevriezing van tegoeden, andere financiële of economische middelen': het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming, of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde middelen, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt.

3

`Financiële diensten': alle diensten van financiële aard, waaronder alle verzekeringsdiensten en met verzekeringen verband houdende diensten, en alle bankdiensten en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen) als volgt:

4

Voor de toepassing van deze verordening wordt uitgegaan van de definitie van `terroristische daad' in artikel 1, lid 3, van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB.

5

`Eigenaar zijn van een rechtspersoon, groep of entiteit': in het bezit zijn van 50% of meer van de eigendomsrechten van een rechtspersoon, groep of entiteit, of daarin een meerderheidsbelang hebben.

6

Zeggenschap uitoefenen over een rechtspersoon, groep of entiteit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.