Rijkswet van 20 juni 2002 tot uitvoering van het Statuut van het Internationaal Strafhof met betrekking tot de samenwerking met en bijstand aan het Internationaal Strafhof en de tenuitvoerlegging van zijn vonnissen (Uitvoeringswet Internationaal Strafhof)
De officier van justitie vordert binnen twee weken na de dag waarop hij het verzoek met de daarbij behorende stukken heeft ontvangen, dat de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging. Bij zijn vordering legt de officier van justitie de stukken aan de rechtbank over. Een afschrift van de vordering wordt aan de veroordeelde betekend.
Artikel 74
Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in artikel 73 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank het tijdstip waarop de rechtbank een aanvang zal maken met de behandeling van de vordering. Tussen de dag waarop de mededeling om ter zitting te verschijnen aan de veroordeelde is betekend en die der zitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen.
Met toestemming van de veroordeelde kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming uit een schriftelijke verklaring blijkt.
Artikel 75
De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde, indien niet blijkt dat hij reeds een raadsman heeft, opmerkzaam gemaakt op zijn bevoegdheid een of meer raadslieden te kiezen en op de mogelijkheden tot toevoeging van een raadsman, alsmede op zijn recht op kennisneming van de processtukken.
Artikel 76
De officier van justitie en de veroordeelde zijn bevoegd ten behoeve van het onderzoek dat de rechtbank ingevolge deze paragraaf heeft te verrichten en de beslissingen die zij heeft te nemen, getuigen en deskundigen te doen oproepen.
De officier van justitie kan bij met redenen omklede beslissing weigeren getuigen of deskundigen op te roepen, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat deze door de veroordeelde zijn opgegeven teneinde ter zitting verklaringen af te leggen ter betwisting van feiten, als bedoeld in artikel 78, derde lid. De beslissing wordt onverwijld schriftelijk ter kennis van de veroordeelde gebracht. Hij wordt daarbij opmerkzaam gemaakt op het bepaalde in artikel 78, vijfde lid.
Artikel 77
De behandeling van de vordering heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie. De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn en kan zich door zijn raadsman doen bijstaan.
De behandeling van de vordering geschiedt in het openbaar, tenzij de rechtbank op verzoek van de veroordeelde of om gewichtige, in het proces-verbaal van de zitting te vermelden redenen sluiting der deuren beveelt.
Indien de veroordeelde rechtens van zijn vrijheid is beroofd op last van het Strafhof of van de autoriteiten van een vreemde staat, kan hij voor het bijwonen van de zitting naar de rechtbank worden overgebracht.
Artikel 78
De rechtbank onderzoekt de identiteit van de veroordeelde, de ontvankelijkheid van de officier van justitie, alsmede de mogelijkheid van tenuitvoerlegging in Nederland van de beslissing van het Strafhof en de feiten en omstandigheden die voor haar beslissing van belang zijn.
De officier van justitie en de veroordeelde en diens raadsman worden in de gelegenheid gesteld ter zitting van de rechtbank te worden gehoord.
De rechtbank is gebonden aan de vaststelling van de feiten die het Strafhof kennelijk aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd. Zij treedt niet in een nieuw onderzoek naar deze feiten.
De artikelen 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, eerste lid, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 278, tweede lid, 279, 280,281, 286, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, 293, 299, 300, 301, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 310, 311, tweede tot en met vierde lid, 315 tot en met 317, 319, 320, 322, eerste en tweede lid, 324, 326, 327, 328 tot en met 331, 345, eerste tot en met derde lid, 346 en 347 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 76, tweede lid, heeft geweigerd een getuige te doen oproepen kan de veroordeelde de rechtbank verzoeken alsnog de oproeping van de getuige te bevelen. De rechtbank gaat hiertoe over indien zij van oordeel is dat de officier van justitie in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen.
De in het vierde lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt.
De officier van justitie legt, na voorlezing, een conclusie aan de rechtbank over. Indien zijn conclusie strekt tot bewilliging in de tenuitvoerlegging, omschrijft de officier van justitie de straf of maatregel die naar zijn oordeel in plaats van de door het Strafhof opgelegde straf behoort te worden opgelegd.
De officier van justitie kan, zolang het onderzoek ter zitting niet is gesloten, zijn vordering, bedoeld in artikel 73, intrekken. Van het intrekken van de vordering stelt hij de veroordeelde terstond in kennis.
Artikel 79
De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging van de beslissing van het Strafhof en legt, met inachtneming van het daaromtrent in het Statuut voorgeschrevene, de straf of maatregel op die op het overeenkomstige feit naar Nederlands recht is gesteld. De uitspraak van de rechtbank wordt met redenen omkleed. De artikelen 353 en 357 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
In geen geval is de rechtbank bevoegd een zwaardere straf of maatregel op te leggen dan door het Strafhof is vastgesteld.
Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is dadelijk uitvoerbaar.
De rechtbank zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van haar uitspraak toe.
De artikelen 363 en 365, eerste tot en met vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 80
Op de tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 79 opgelegde straf of maatregel is artikel 69, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 81
Onverminderd de overige bepalingen van deze paragraaf is dit artikel van toepassing op een verzoek van het Strafhof om tenuitvoerlegging van een geldboete.
Op de oplegging, overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van een geldboete is artikel 23, derde, vierde, zevende en achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing.
Bij oplegging van een geldboete blijft een bevel als bedoeld in artikel 24c, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht achterwege.
Indien de veroordeelde onwillig blijkt om het verschuldigde bedrag te betalen en volledig verhaal onmogelijk is gebleken of daarvan door het openbaar ministerie is afgezien, zendt de officier van justitie het verzoek met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk terug aan Onze Minister, die het Strafhof in kennis stelt.
Indien het Strafhof in het geval, bedoeld in het vierde lid, de duur van de aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf verlengt en die gevangenisstraf in Nederland ten uitvoer wordt gelegd, zijn de artikelen 67 en 68 ten aanzien van het extra deel van de gevangenisstraf van overeenkomstige toepassing.
Artikel 82
Onverminderd de overige bepalingen van deze paragraaf is dit artikel van toepassing op een verzoek van het Strafhof om tenuitvoerlegging van een bevel tot verbeurdverklaring.
Bij zijn vordering, bedoeld in artikel 73, legt de officier van justitie tevens een lijst van voorwerpen of vorderingen over die ingevolge de artikelen 61 tot en met 63 in beslag zijn genomen.
Ingeval de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging van een bevel tot verbeurdverklaring, spreekt zij de verbeurdverklaring uit van de desbetreffende voorwerpen. Indien verbeurdverklaring van een of meer van de voorwerpen niet mogelijk is, kan de rechtbank overeenkomstig de artikelen 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht de onttrekking aan het verkeer van de desbetreffende voorwerpen uitspreken.
Indien verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van een of meer van de voorwerpen niet mogelijk is, legt de rechtbank aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Met inachtneming van de beslissing van het Strafhof stelt zij het bedrag vast op het bedrag van de voorwerpen of het gedeelte daarvan waarvan de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer niet mogelijk is.
Op uitspraken, voor zover houdende een verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer, zijn de artikelen 552b, 552e en 552g van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Op uitspraken, voor zover houdende de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, zijn de artikelen 6:4:9 en 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Artikel 65 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 83
Onverminderd de overige bepalingen van deze paragraaf is dit artikel van toepassing op een verzoek van het Strafhof om tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in artikel 75 van het Statuut, inhoudend een verplichting voor de veroordeelde tot betaling van een som geld ten behoeve van een of meer begunstigden.
De officier van justitie doet de begunstigde of begunstigden van het bevel oproepen, tenzij oproeping redelijkerwijs niet mogelijk is.
De begunstigde heeft recht op kennisneming van de stukken.
De begunstigde kan zich doen bijstaan. Hij kan zich ook doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, of door een daartoe bij bijzondere volmacht door hem schriftelijk gemachtigde.
Ter zitting wordt de begunstigde in de gelegenheid gesteld het woord te voeren over de vordering van de officier van justitie.
Ingeval de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging van het bevel bedoeld in het tweede lid, legt zij aan de veroordeelde overeenkomstig artikel 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van de begunstigde of begunstigden.
In geen geval is de rechtbank bevoegd de som geld op een hoger bedrag te bepalen dan door het Strafhof is vastgesteld. De rechtbank treedt niet in een nieuw onderzoek naar de rechten van belanghebbenden, tenzij erkenning van de beslissing van het Strafhof daaromtrent onverenigbaar zou zijn met de Nederlandse openbare orde.
De staat keert een ontvangen bedrag onverwijld uit aan de door het Strafhof aangewezen personen of instellingen.
Het vijfde tot en met zevende lid van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 84
Al hetgeen wordt verkregen uit straffen en bevelen als bedoeld in artikel 72 komt ten bate van het Strafhof, onverminderd artikel 83, achtste lid.
Hoofdstuk 5. Bijstand van het gastland
Artikel 85
Doorvoer van personen die als verdachten door de autoriteiten van een vreemde staat aan het Strafhof worden overgeleverd, geschiedt in opdracht van het Strafhof door en onder de bewaking van door Onze Minister aangewezen Nederlandse ambtenaren.
Doorvoer van andere personen die op verzoek van het Strafhof naar Nederland zijn overgebracht of gekomen, geschiedt in opdracht van het Strafhof door en onder de bewaking van door Onze Minister aangewezen Nederlandse ambtenaren.
Het transport in Nederland buiten de onder het gezag van het Strafhof staande ruimten van personen aan wie op last van het Strafhof hun vrijheid is ontnomen, geschiedt in opdracht van het Strafhof door en onder de bewaking van door Onze Minister aangewezen Nederlandse ambtenaren.
De in dit artikel bedoelde ambtenaren zijn bevoegd alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de betrokken personen en ter voorkoming van hun ontvluchting.
Artikel 86
Doorvoer van personen die door het Strafhof aan de autoriteiten van een vreemde staat worden overgedragen, geschiedt in opdracht van het Strafhof door en onder de bewaking van door Onze Minister aangewezen Nederlandse ambtenaren.
De in dit artikel bedoelde ambtenaren zijn bevoegd alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de betrokken personen en ter voorkoming van hun ontvluchting.
Artikel 87
Ingeval getuigen, deskundigen, slachtoffers of andere personen die aanwezig dienen te zijn op de zetel van het Strafhof, van welke nationaliteit ook, naar Nederland komen ten vervolge op een dagvaarding of oproeping dan wel een bevel tot medebrenging van het Strafhof of ten vervolge op een verzoek van het Strafhof aan Nederland om toelating overeenkomstig de voorwaarden vermeld in de zetelovereenkomst, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Statuut kunnen zij in Nederland niet worden vervolgd, aangehouden of aan enige andere vrijheidsbeperkende maatregel worden onderworpen voor feiten of veroordelingen die voorafgingen aan hun aankomst in Nederland.
De in het eerste lid bedoelde immuniteit vervalt indien de desbetreffende persoon, hoewel hij gedurende vijftien achtereenvolgende dagen na het tijdstip waarop zijn aanwezigheid niet meer door het Strafhof werd vereist, de mogelijkheid had Nederland te verlaten, hier te lande is gebleven of in Nederland is teruggekeerd na het te hebben verlaten.
Artikel 88
De Nederlandse wet is niet van toepassing op vrijheidsontneming ondergaan op last van het Strafhof binnen in Nederland aan het Strafhof ter beschikking gestelde ruimten.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 89
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 90
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 19a
Nadat de opgeëiste persoon, met inachtneming van de artikelen 55, tweede lid en 59, tweede lid, van het Statuut, is gehoord, kan de officier van justitie bij het parket in eerste aanleg van de openbare lichamen bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. Hij overlegt daartoe met de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Indien de opgeëiste persoon op de dag waarop de officier van justitie het verzoek tot uitlevering ontvangt reeds krachtens artikel 14 in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, kan de vrijheidsbeneming – met afwijking van artikel 14 – uitsluitend op bevel van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.
Indien de opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het eerste lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Het derde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie die hem hoort, heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de officier van justitie heeft beslist dat de persoon ter beschikking zal worden gesteld van het Strafhof en de feitelijke overlevering kan plaatsvinden binnen de termijn van artikel 14.
Nadat de opgeëiste persoon is gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag in overleg met de officier van justitie bij het gerecht in eerste aanleg van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevelen dat de vrijheidsbeneming wordt voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist.
§ 4. Behandeling en uitspraak door de rechtbank
§ 5. Beslissing op het verzoek en feitelijke overlevering
§ 6. Verkorte procedure
§ 7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 3. Samenwerking als bedoeld in artikel 93 van het Statuut
§ 1. Algemeen
§ 2. Optreden van de officier van justitie en de rechter-commissaris
Hoofdstuk 4. Tenuitvoerlegging van straffen
§ 1. Algemeen
§ 2. Voorlopige maatregelen
§ 3. Tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen
§ 4. Tenuitvoerlegging van overige straffen en bevelen
Hoofdstuk 5. Bijstand van het gastland
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)