← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 20 augustus 2002, houdende het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenproducten 2002

Geldende tekst a fecha 2017-07-01

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 juli 2002, VGB/VL 2300053, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, en van Justitie;

Gelet op richtlijn nr. 2001/113/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2001 inzake voor menselijke voeding bestemde vruchtenjam of -confituur, -gelei en- marmelade, alsmede kastanjepasta (PbEG 2002, L 10), alsmede op artikel 8, onder a, b en c, artikel 13, en artikel 32b, eerste lid, van de Warenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 25 juli 2002, No.W13.02 0313/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 augustus 2002 met nummer VGB/VL 2307898, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, en van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking voor zover het betrekking heeft op eet- en drinkwaren die voldoen aan dit besluit met ingang van 12 juli 2003.

§ 1:. algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Dit besluit is niet van toepassing op waren, bestemd voor de bereiding van fijn bakkerswerk, banketbakkerswerk en biscuits.

Artikel 2
1.

Het is verboden de bij dit besluit bedoelde eet- en drinkwaren te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij dit besluit gesteld met betrekking tot hun aanduiding.

2.

Het is verboden met gebruikmaking van de bij dit besluit bedoelde aanduidingen andere eet- en drinkwaren te verhandelen dan die waaraan die aanduidingen bij dit besluit zijn voorbehouden.

3.

Het is verboden de bij dit besluit bedoelde eet- en drinkwaren te verhandelen anders dan met inachtneming van de bij dit besluit gestelde voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen betreffende de samenstelling van de waar en de wijze waarop de waar is bereid.

§ 2:. bereiding en samenstelling

Artikel 3
1.

Een krachtens § 3 aangeduide waar is slechts verkregen uit vruchten, vruchtenpulp, pulp, vruchtenmoes, moes, waterig vruchtenextract of waterig extract, die uitsluitend de volgende behandelingen mogen hebben ondergaan, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften:

2.

De behandeling, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt niet toegepast bij de bereiding van de in artikel 8 bedoelde waren.

3.

Schillen van citrusvruchten mogen in pekel worden geconserveerd.

Artikel 4

De hoeveelheid pulp of moes, gebruikt voor de bereiding van 1000 g van de voor consumptiegerede als jam of confituuraangeduide waar, bedraagt ten minste:

Artikel 5

De hoeveelheid pulp, gebruikt voor de bereiding van 1000 g van de voor consumptiegerede als extra jam of extra confituur aangeduide waar, bedraagt ten minste:

Artikel 6
1.

De hoeveelheid sap of waterig extract, gebruikt voor de bereiding van 1000 g van de voor consumptiegerede als gelei aangeduide waar, is niet kleiner dan de hoeveelheid die is vastgesteld voor de bereiding van een als jam of confituur aangeduide waar.

2.

De in het eerste lid bedoelde hoeveelheden worden berekend na aftrek van de voor de bereiding van de waterige extracten gebruikte hoeveelheid water.

Artikel 7
1.

De hoeveelheid vruchtensap of waterig extract, gebruikt voor de bereiding van 1000 g van de voor consumptie gerede als extra gelei aangeduide waar, is niet kleiner dan de hoeveelheid die is vastgesteld voor de bereiding van een als extra jam of extra confituur aangeduide waar.

2.

De in het eerste lid bedoelde hoeveelheden worden berekend na aftrek van de voor de bereiding van de waterige extracten gebruikte hoeveelheid water.

Artikel 8

Bij de bereiding van een als extra jam , extra confituur of extra gelei aangeduide waar worden de volgende vruchten telkens slechts gebruikt indien zij niet vermengd zijn met andere vruchten:

Artikel 9

De hoeveelheid citrusvruchten, gebruikt voor de bereiding van 1000 g van de voor consumptiegerede als marmelade aangeduide waar, bedraagt ten minste 200 g, waarvan ten minste 75 g afkomstig is van het endocarpium.

Artikel 10

De hoeveelheid kastanjemoes van Castanea sativa, aanwezig in 1000 g van de voor consumptiegerede als kastanjepasta aangeduide waar, bedraagt ten minste 380 g.

Artikel 11

Voor mengsels worden de in deze paragraaf voor de verschillende vruchtensoorten voorgeschreven minimumgehalten verminderd naar evenredigheid van de gebruikte percentages.

Artikel 12

Aan een krachtens § 3 aangeduide waar mogen uitsluitend de in de bijlage bedoelde eet- en drinkwaren worden toegevoegd, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften.

Artikel 13

Het refractometrisch bepaalde gehalte aan oplosbare droge stof van een krachtens § 3 aangeduide waar, met uitzondering van waren waarin de suikers geheel of gedeeltelijk zijn vervangen door zoetstoffen, bedraagt ten minste 55%.

§ 3:. aanduiding

Artikel 14

De aanduiding jam of confituur mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor jam.

Artikel 15

De aanduiding extra jam of extra confituur mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor extra jam.

Artikel 16

De aanduiding gelei mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor gelei.

Artikel 17

De aanduiding extra gelei mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor gelei die is bereid met inachtneming van de artikelen 7 en 8.

Artikel 18

De aanduiding marmelade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor marmelade.

Artikel 19

De aanduiding geleimarmelade mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor geleimarmelade.

Artikel 20

De aanduiding kastanjepasta mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor kastanjepasta.

Artikel 21
1.

Een in deze paragraaf bedoelde aanduiding wordt aangevuld met de aanduiding van de gebruikte vruchtensoort of vruchtensoorten, in afnemende volgorde van het gewichtsaandeel van de gebruikte vruchtensoorten.

2.

In afwijking van het eerste lid mag de aanduiding van een in deze paragraaf bedoelde waar die is bereid uit drie of meer vruchtensoorten, worden aangevuld met de zinsnede «verscheidene vruchten», een soortgelijke zinsnede, of de vermelding van het aantal gebruikte vruchtensoorten.

Artikel 22

In afwijking van de artikelen 13 tot en met 21 mogen de in deze paragraaf bedoelde aanduidingen overeenkomstig de handelspraktijken ook worden gebezigd voor andere waren die niet kunnen worden verward met de in deze paragraaf bedoelde waren.

§ 4:. vermeldingen

Artikel 23
1.

Bij een krachtens § 3 aangeduide waar worden de volgende vermeldingen gebezigd:

2.

Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing indien een voedingswaardevermelding is gebezigd als bedoeld in de artikelen 30 tot en met 35 van verordening (EU) 1169/2011.

3.

De in het eerste lid bedoelde vermeldingen worden gebezigd in hetzelfde gezichtsveld als de aanduiding van de desbetreffende waar.

Artikel 24

In afwijking van artikel 18, tweede lid, van verordening (EU) 1169/2011, wordt bij een krachtens § 3 aangeduide waar zwaveldioxide vermeld in de lijst van ingrediënten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, van dat besluit, indien het residuele gehalte aan zwaveldioxide hoger is dan 10 mg/kg.

§ 5:. slotbepalingen

Artikel 25

Wijzigt het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

Artikel 26

Het Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenprodukten wordt ingetrokken.

Artikel 27

Dit besluit treedt in werking met ingang van 12 juli 2004, met dien verstande dat:

Artikel 28

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit Verduurzaamde vruchtenproducten 2002.

Bijlage

Deze bijlage behoort bij artikel 12.

Aan een krachtens § 3 aangeduide waar mogen uitsluitend de volgende eet- en drinkwaren worden toegevoegd, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.