Regeling houdende verlening van mandaat aan de stichting Nederlands Normalisatie-Instituut en de stichting Nederlands Elektrotechnisch Comité met betrekking tot de aanwijzing van geharmoniseerde normen en de bekendmaking van de referenties daarvan in de Staatscourant
Gelet op artikel 4 van de overeenkomst van 24 maart 1995 (Stcrt. 126) inzake een informatieprocedure met betrekking tot normalisatie, tussen de Staat der Nederlanden enerzijds en de stichting Nederlands Normalisatie-Instituut (NNI) te Delft en de stichting Nederlands Elektrotechnisch Comité (NEC) te Delft anderzijds, ter uitvoering van richtlijn nr. 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 tot tweede substantiële wijziging van Richtlijn 83/189/EEG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften;
Besluiten:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
Het NEN is bevoegd om voor wat betreft bijlage I namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor wat betreft bijlage II namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter uitvoering van EG-richtlijnen en de implementatieregelingen daarvan geharmoniseerde normen aan te wijzen en de referenties daarvan in de Staatscourant bekend te maken.
Artikel 3
Aanwijzing van de geharmoniseerde normen en bekendmaking van de referenties daarvan vinden zo spoedig mogelijk plaats nadat de referenties van deze normen bekend zijn gemaakt in het publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, dan wel met betrekking tot de laagspanningsrichtlijn zo spoedig mogelijk nadat deze zijn vastgesteld door het CENELEC, doch uiterlijk binnen een termijn van twaalf maanden na publicatie in het publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, respectievelijk vaststelling door het CENELEC.
Onverminderd het eerste lid vindt aanwijzing van de geharmoniseerde normen en bekendmaking van de referenties daarvan eerst plaats vier weken nadat het voornemen daartoe aan de betrokken minister bekend is gemaakt.
De betrokken minister kan aanvullingen geven op de voorgelegde normen, welke door het NEN tezamen met de betreffende referenties worden gepubliceerd op grond van deze regeling, indien die normen niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de fundamentele voorschriften van de betreffende EG-richtlijn genoemd in de bijlagen, ter uitvoering waarvan zij worden aangewezen.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt voor wat betreft bijlage I terug tot en met 28 november 1998 en voor wat betreft bijlage II tot en met 2 augustus 1999.
Bijlage I
| Richtlijn | Implementatieregeling |
|---|---|
| 1. Speelgoed | |
| Richtlijn nr. 88/378/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de veiligheid van speelgoed (PbEG L 187, PbEG 1988 L 281, PbEG 1988 L 347 en PbEG 1991 L 37) | Warenwetbesluit Speelgoed |
| 2. Actieve implanteerbare medische hulpmiddelen | Besluit actieve implantaten |
| Richtlijn nr. 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PbEG L 189, PbEG 1994 L 7 en PbEG 1997 L 323) | |
| 3. Medische hulpmiddelen | |
| Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PbEG L 169, PbEG 1997 L 323, PbEG 1999 L 61 en PbEG 1999 L125) | Besluit medische hulpmiddelen |
| 4. Medische hulpmiddelen voor in-vitro diagnostiek | |
| Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 oktober 1998 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen inzake medische hulpmiddelen voor in-vitro diagnostiek (PbEG L 331 | Besluit in-vitro diagnostica |
| 5. Gastoestellen | |
| Richtlijn nr. 90/396/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake gastoestellen (PbEG L 196) | Besluit gastoestellen |
| 6. Laagspanningsrichtlijn | |
| Richtlijn nr. 73/23/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lid-Staten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PbEG L 77 en PbEG 1973 L 181) | Warenwetbesluit elektro- technische produkten |
| 7. Persoonlijke beschermingsmiddelen | |
| Richtlijn nr. 89/686/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (PbEG L 399), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 96/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 september 1996 (PbEG L 236) | Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen |
| 8. Machines | |
| Richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207), zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 1998 (PbEG L 331) | Warenwetbesluit machines |
Bijlage II
| Richtlijn | Implementatieregeling |
|---|---|
| 1. Drukvaten van eenvoudige vorm | |
| Richtlijn nr. 87/404/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juni 1987 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake drukvaten van eenvoudige vorm (PbEG L 220), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 93/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 (PbEG L 220) | Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm |
| 2. Explosieveilig materieel | Warenwetbesluit explosieveilig materieel |
| Richtlijn nr. 94/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (PbEG L 100) | |
| 3. Liften | |
| Richtlijn nr. 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende liften (PbEG L 213) | Warenwetbesluit liften |
| 4. Drukapparatuur | |
| Richtlijn nr. 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wet- gevingen der lidstaten betreffende druk- apparatuur (PbEG L 181) | Warenwetbesluit drukapparatuur |
| 5. Persoonlijke beschermingsmiddelen | |
| Richtlijn nr. 89/686/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (PbEG L 399), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 96/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 september 1996 (PbEG L 236) | Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen |
| 6. Machines | |
| Richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207), zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 1998 (PbEG L 331) | Warenwetbesluit machines |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.