Wet van 31 oktober 2002, houdende regels met betrekking tot het onderzoek naar en het winnen van delfstoffen en met betrekking tot met de mijnbouw verwante activiteiten (Mijnbouwwet)
52° 23' 00" N.B., 4° 26' 36" O.L.;
52° 21' 02" N.B., 4° 24' 57" O.L.;
52° 17' 55" N.B., 4° 22' 45" O.L.;
52° 16' 25" N.B., 4° 21' 34" O.L.;
52° 15' 35" N.B., 4° 20' 47" O.L.;
52° 14' 54" N.B., 4° 20' 20" O.L.;
52° 13' 21" N.B., 4° 18' 54" O.L.;
52° 12' 03" N.B., 4° 17' 30" O.L.;
52° 10' 56" N.B., 4° 16' 07" O.L.;
52° 09' 47" N.B., 4° 14' 37" O.L.;
52° 09' 26" N.B., 4° 13' 46" O.L.;
52° 09' 05" N.B., 4° 13' 12" O.L.;
52° 08' 30" N.B., 4° 12' 31" O.L.;
52° 08' 03" N.B., 4° 11' 50" O.L.;
52° 07' 33" N.B., 4° 11' 15" O.L.;
52° 06' 51" N.B., 4° 10' 19" O.L.;
52° 04' 13" N.B., 4° 06' 39" O.L.;
52° 03' 54" N.B., 4° 06' 05" O.L.;
52° 02' 09" N.B., 4° 04' 03" O.L.;
52° 00' 00" N.B., 4° 01' 00" O.L.;
51° 53' 00" N.B., 3° 55' 30" O.L.;
51° 51' 00" N.B., 3° 48' 48" O.L.;
51° 47' 30" N.B., 3° 45' 18" O.L.;
51° 44' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 39' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 37' 18" N.B., 3° 29' 30" O.L.;
51° 34' 00" N.B., 3° 22' 10" O.L.;
51° 24' 40" N.B., 3° 17' 52" O.L.
De ligging van de bovenbedoelde punten 2 tot en met 43 is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 131a
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 52 zijn binnen hun ambtsgebied belast de bij besluit van gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren.
Gedeputeerde staten wijzen ambtenaren die niet onder hen ressorteren niet aan dan in overeenstemming met het bestuursorgaan onder wie de desbetreffende ambtenaren ressorteren.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het provinciaal blad.
§ 5.2.1. Algemeen
Hoofdstuk 9. Waarborgfonds mijnbouwschade
§ 5.2.1. Algemeen
§ 9.1. Algemene bepalingen
§ 8.3. Handhaving
Hoofdstuk 7. Rapportage
Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 12. Intrekking en wijziging van enige wetten
§ 12.1. Ministerie van Economische Zaken
§ 8.1. Het Staatstoezicht op de mijnen
§ 6.3. Overige adviseurs
§ 5.2.2. Deelneming in opsporingswerkzaamheden
§ 9.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Bijlage bij de artikelen 34, 35, 36, 38, 41, 46, 54, 134, 135, 142 en 145
De lijn, bedoeld in de artikelen 34, vierde lid, 35, eerste lid, onderdeel f, 36, eerste lid, onderdeel b, 38, 41, derde lid, 46, vijfde lid, 54, onderdelen d en e, 134, tweede lid, 135, vijfde lid, onderdeel a, onder 1°, 142, tweede lid, en 145, tweede lid, onderdeel a, is de lijn, welke wordt gevormd door de verbindingslijn tussen de punten c'' en L', welke met een rode kleur is aangegeven op de bij de aanvullende overeenkomst van 14 mei 1962 bij het Eems-Dollard-verdrag (Trb. 1962, 54) gevoegde kaart, en vervolgens door de bogen van grootcirkels tussen de volgende punten, in de volgorde als hieronder aangegeven:
genoemd punt L';
53° 33' 36" N.B., 6° 16' 02" O.L.;
53° 30' 12" N.B., 6° 03' 00" O.L.;
53° 31' 22" N.B., 5° 56' 27" O.L.;
53° 30' 00" N.B., 5° 31' 30" O.L.;
53° 25' 12" N.B., 5° 08' 06" O.L.;
53° 21' 21" N.B., 5° 04' 30" O.L.;
53° 19' 19" N.B., 4° 56' 12" O.L.;
53° 15' 00" N.B., 4° 49' 00" O.L.;
53° 06' 30" N.B., 4° 40' 00" O.L.;
53° 01' 30" N.B., 4° 37' 30" O.L.;
52° 54' 00" N.B., 4° 38' 00" O.L.;
52° 44' 12" N.B., 4° 33' 42" O.L.;
52° 37' 00" N.B., 4° 32' 24" O.L.;
52° 28' 30" N.B., 4° 30' 00" O.L.;
52° 23' 00" N.B., 4° 26' 36" O.L.;
52° 21' 02" N.B., 4° 24' 57" O.L.;
52° 17' 55" N.B., 4° 22' 45" O.L.;
52° 16' 25" N.B., 4° 21' 34" O.L.;
52° 15' 35" N.B., 4° 20' 47" O.L.;
52° 14' 54" N.B., 4° 20' 20" O.L.;
52° 13' 21" N.B., 4° 18' 54" O.L.;
52° 12' 03" N.B., 4° 17' 30" O.L.;
52° 10' 56" N.B., 4° 16' 07" O.L.;
52° 09' 47" N.B., 4° 14' 37" O.L.;
52° 09' 26" N.B., 4° 13' 46" O.L.;
52° 09' 05" N.B., 4° 13' 12" O.L.;
52° 08' 30" N.B., 4° 12' 31" O.L.;
52° 08' 03" N.B., 4° 11' 50" O.L.;
52° 07' 33" N.B., 4° 11' 15" O.L.;
52° 06' 51" N.B., 4° 10' 19" O.L.;
52° 04' 13" N.B., 4° 06' 39" O.L.;
52° 03' 54" N.B., 4° 06' 05" O.L.;
52° 02' 09" N.B., 4° 04' 03" O.L.;
52° 00' 00" N.B., 4° 01' 00" O.L.;
51° 53' 00" N.B., 3° 55' 30" O.L.;
51° 51' 00" N.B., 3° 48' 48" O.L.;
51° 47' 30" N.B., 3° 45' 18" O.L.;
51° 44' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 39' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 37' 18" N.B., 3° 29' 30" O.L.;
51° 34' 00" N.B., 3° 22' 10" O.L.;
51° 24' 40" N.B., 3° 17' 52" O.L.
De ligging van de bovenbedoelde punten 2 tot en met 43 is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 5.2.1. Algemeen
§ 5.2.2. Deelneming in opsporingswerkzaamheden
§ 4.3. Verdere regels
Artikel 97a
Artikel 92 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 97b
Indien na toepassing van het slot van de eerste volzin van artikel 93, eerste lid, in een ander voorkomen in het vergunningsgebied koolwaterstoffen worden aangetoond, kan Onze Minister besluiten dat alsnog een overeenkomst als bedoeld in artikel 93 tot stand wordt gebracht. Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op die overeenkomst, met dien verstande dat:
- a. de overeenkomst slechts betrekking heeft op dit andere voorkomen;
- b. de overeenkomst tot stand komt binnen een jaar na het besluit van Onze Minister.
In afwijking van artikel 146, vierde lid, kan Onze Minister op verzoek van de vennootschap in overeenstemming met de vergunninghouder besluiten dat deze paragraaf van overeenkomstige toepassing is op een winningsvergunning als bedoeld in artikel 143, tweede lid, met dien verstande dat:
- a. de mijnbouwovereenkomst tot één of meer voorkomens van koolwaterstoffen in het vergunningsgebied kan worden beperkt;
- b. in de mijnbouwovereenkomst bepalingen kunnen worden opgenomen die afwijken van de artikelen 94, 95, 96 en 97;
- c. de overeenkomst tot stand komt binnen een jaar na het besluit van Onze Minister.
Afdeling 5.3. Afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen
Afdeling 5.1.1. Afdrachten in verband met het opsporen en winnen van koolwaterstoffen
Afdeling 5.6. Wetenschappelijk onderzoek
Hoofdstuk 6. Adviseurs
§ 4.1a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen
§ 6.2. De Technische commissie bodembeweging
Hoofdstuk 6. Adviseurs
§ 5.2.2. Deelneming in opsporingswerkzaamheden
§ 8.2. Toezicht in bepaalde gevallen
Hoofdstuk 9. Waarborgfonds mijnbouwschade
§ 9.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 8. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 6. Adviseurs
Hoofdstuk 12. Intrekking en wijziging van enige wetten
§ 8.1. Het Staatstoezicht op de mijnen
Hoofdstuk 9. Waarborgfonds mijnbouwschade
Bijlage bij de artikelen 34, 35, 36, 38, 41, 46, 54, 134, 135, 142 en 145
De lijn, bedoeld in de artikelen 34, vierde lid, 35, eerste lid, onderdeel f, 36, eerste lid, onderdeel b, 38, 41, derde lid, 46, vijfde lid, 54, onderdelen d en e, 134, tweede lid, 135, vijfde lid, onderdeel a, onder 1°, 142, tweede lid, en 145, tweede lid, onderdeel a, is de lijn, welke wordt gevormd door de verbindingslijn tussen de punten c'' en L', welke met een rode kleur is aangegeven op de bij de aanvullende overeenkomst van 14 mei 1962 bij het Eems-Dollard-verdrag (Trb. 1962, 54) gevoegde kaart, en vervolgens door de bogen van grootcirkels tussen de volgende punten, in de volgorde als hieronder aangegeven:
genoemd punt L';
53° 33' 36" N.B., 6° 16' 02" O.L.;
53° 30' 12" N.B., 6° 03' 00" O.L.;
53° 31' 22" N.B., 5° 56' 27" O.L.;
53° 30' 00" N.B., 5° 31' 30" O.L.;
53° 25' 12" N.B., 5° 08' 06" O.L.;
53° 21' 21" N.B., 5° 04' 30" O.L.;
53° 19' 19" N.B., 4° 56' 12" O.L.;
53° 15' 00" N.B., 4° 49' 00" O.L.;
53° 06' 30" N.B., 4° 40' 00" O.L.;
53° 01' 30" N.B., 4° 37' 30" O.L.;
52° 54' 00" N.B., 4° 38' 00" O.L.;
52° 44' 12" N.B., 4° 33' 42" O.L.;
52° 37' 00" N.B., 4° 32' 24" O.L.;
52° 28' 30" N.B., 4° 30' 00" O.L.;
52° 23' 00" N.B., 4° 26' 36" O.L.;
52° 21' 02" N.B., 4° 24' 57" O.L.;
52° 17' 55" N.B., 4° 22' 45" O.L.;
52° 16' 25" N.B., 4° 21' 34" O.L.;
52° 15' 35" N.B., 4° 20' 47" O.L.;
52° 14' 54" N.B., 4° 20' 20" O.L.;
52° 13' 21" N.B., 4° 18' 54" O.L.;
52° 12' 03" N.B., 4° 17' 30" O.L.;
52° 10' 56" N.B., 4° 16' 07" O.L.;
52° 09' 47" N.B., 4° 14' 37" O.L.;
52° 09' 26" N.B., 4° 13' 46" O.L.;
52° 09' 05" N.B., 4° 13' 12" O.L.;
52° 08' 30" N.B., 4° 12' 31" O.L.;
52° 08' 03" N.B., 4° 11' 50" O.L.;
52° 07' 33" N.B., 4° 11' 15" O.L.;
52° 06' 51" N.B., 4° 10' 19" O.L.;
52° 04' 13" N.B., 4° 06' 39" O.L.;
52° 03' 54" N.B., 4° 06' 05" O.L.;
52° 02' 09" N.B., 4° 04' 03" O.L.;
52° 00' 00" N.B., 4° 01' 00" O.L.;
51° 53' 00" N.B., 3° 55' 30" O.L.;
51° 51' 00" N.B., 3° 48' 48" O.L.;
51° 47' 30" N.B., 3° 45' 18" O.L.;
51° 44' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 39' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 37' 18" N.B., 3° 29' 30" O.L.;
51° 34' 00" N.B., 3° 22' 10" O.L.;
51° 24' 40" N.B., 3° 17' 52" O.L.
De ligging van de bovenbedoelde punten 2 tot en met 43 is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 141a
Werken met een nationaal belang waarvoor Onze Minister in ieder geval een projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet vaststelt, zijn de aanleg of uitbreiding van de volgende projecten:
- a. een mijnbouwwerk ten behoeve van de opsporing of winning van koolwaterstoffen in of onder een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in de Omgevingswet;
- b. een mijnbouwwerk ten behoeve van de opslag van stoffen;
- c. pijpleidingen die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd voor het vervoer van delfstoffen respectievelijk het vervoer van stoffen in verband met het opsporen of winnen van delfstoffen respectievelijk het opslaan van stoffen met behulp van een mijnbouwwerk als bedoeld in onderdeel a respectievelijk onderdeel b;
- d. een mijnbouwwerk of pijpleidingen, voor zover het een project betreft voor olie of koolstofdioxide dat is opgenomen op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PbEU 2013, L 115).
Artikel 16.7 van de Omgevingswet is van toepassing op de coördinatie van besluiten ter uitvoering van projectbesluiten als bedoeld in het eerste lid.
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat besluiten tot toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste lid, aanhef, voor de aanleg of de uitbreiding van een mijnbouwwerk ten behoeve van de opsporing of winning van koolwaterstoffen in of onder andere gebieden dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien:
- a. een gebied niet geheel is uitgesloten van de opsporing of winning van koolwaterstoffen bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e,
- b. een belang als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel f, zich niet tegen aanleg of uitbreiding in dat gebied verzet,
- c. het desbetreffende gebied niet geheel of ten dele is gelegen binnen de op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen Natura 2000-gebieden Waddenzee en Noordzeekustzone,
- d. het desbetreffende gebied niet geheel of ten dele is gelegen binnen de Waddenzee als aangewezen krachtens de Wet ruimtelijke ordening of op de Waddeneilanden, en
- e. het desbetreffende gebied niet geheel of ten dele is gelegen binnen het gebied dat op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155) is aangewezen als werelderfgoedgebied Waddenzee.
Voor projecten als bedoeld in het eerste lid, onder d, stelt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, een handleiding vast als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening, bedoeld in dat lid.
Artikel 141b
Vervallen
Artikel 141c
Vervallen
Hoofdstuk 6. Adviseurs
Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 12. Intrekking en wijziging van enige wetten
§ 12.1. Ministerie van Economische Zaken
§ 8.3. Handhaving
§ 6.3. Overige adviseurs
§ 8.2. Toezicht in bepaalde gevallen
§ 8.2. Toezicht in bepaalde gevallen
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Bijlage bij de artikelen 34, 35, 36, 38, 41, 46, 54, 134, 135, 142 en 145
De lijn, bedoeld in de artikelen 34, vierde lid, 35, eerste lid, onderdeel f, 36, eerste lid, onderdeel b, 38, 41, derde lid, 46, vijfde lid, 54, onderdelen d en e, 134, tweede lid, 135, vijfde lid, onderdeel a, onder 1°, 142, tweede lid, en 145, tweede lid, onderdeel a, is de lijn, welke wordt gevormd door de verbindingslijn tussen de punten c'' en L', welke met een rode kleur is aangegeven op de bij de aanvullende overeenkomst van 14 mei 1962 bij het Eems-Dollard-verdrag (Trb. 1962, 54) gevoegde kaart, en vervolgens door de bogen van grootcirkels tussen de volgende punten, in de volgorde als hieronder aangegeven:
genoemd punt L';
53° 33' 36" N.B., 6° 16' 02" O.L.;
53° 30' 12" N.B., 6° 03' 00" O.L.;
53° 31' 22" N.B., 5° 56' 27" O.L.;
53° 30' 00" N.B., 5° 31' 30" O.L.;
53° 25' 12" N.B., 5° 08' 06" O.L.;
53° 21' 21" N.B., 5° 04' 30" O.L.;
53° 19' 19" N.B., 4° 56' 12" O.L.;
53° 15' 00" N.B., 4° 49' 00" O.L.;
53° 06' 30" N.B., 4° 40' 00" O.L.;
53° 01' 30" N.B., 4° 37' 30" O.L.;
52° 54' 00" N.B., 4° 38' 00" O.L.;
52° 44' 12" N.B., 4° 33' 42" O.L.;
52° 37' 00" N.B., 4° 32' 24" O.L.;
52° 28' 30" N.B., 4° 30' 00" O.L.;
52° 23' 00" N.B., 4° 26' 36" O.L.;
52° 21' 02" N.B., 4° 24' 57" O.L.;
52° 17' 55" N.B., 4° 22' 45" O.L.;
52° 16' 25" N.B., 4° 21' 34" O.L.;
52° 15' 35" N.B., 4° 20' 47" O.L.;
52° 14' 54" N.B., 4° 20' 20" O.L.;
52° 13' 21" N.B., 4° 18' 54" O.L.;
52° 12' 03" N.B., 4° 17' 30" O.L.;
52° 10' 56" N.B., 4° 16' 07" O.L.;
52° 09' 47" N.B., 4° 14' 37" O.L.;
52° 09' 26" N.B., 4° 13' 46" O.L.;
52° 09' 05" N.B., 4° 13' 12" O.L.;
52° 08' 30" N.B., 4° 12' 31" O.L.;
52° 08' 03" N.B., 4° 11' 50" O.L.;
52° 07' 33" N.B., 4° 11' 15" O.L.;
52° 06' 51" N.B., 4° 10' 19" O.L.;
52° 04' 13" N.B., 4° 06' 39" O.L.;
52° 03' 54" N.B., 4° 06' 05" O.L.;
52° 02' 09" N.B., 4° 04' 03" O.L.;
52° 00' 00" N.B., 4° 01' 00" O.L.;
51° 53' 00" N.B., 3° 55' 30" O.L.;
51° 51' 00" N.B., 3° 48' 48" O.L.;
51° 47' 30" N.B., 3° 45' 18" O.L.;
51° 44' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 39' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 37' 18" N.B., 3° 29' 30" O.L.;
51° 34' 00" N.B., 3° 22' 10" O.L.;
51° 24' 40" N.B., 3° 17' 52" O.L.
De ligging van de bovenbedoelde punten 2 tot en met 43 is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 26a
Onverminderd artikel 26, zesde en zevende lid, wordt de houder van een vergunning voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen die met gebruikmaking van die vergunning de geschiktheid van een voorkomen voor permanent opslaan van CO2 heeft aangetoond, op zijn aanvraag, ingediend gedurende de geldingsduur van die vergunning, een opslagvergunning voor het aangetoonde opslagvoorkomen verleend.
Het eerste lid geldt niet, indien weigering van de opslagvergunning, bedoeld in het eerste lid, gerechtvaardigd wordt door één van de in artikel 27 genoemde gronden.
Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is ingediend, blijft de vergunning voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen, voor zover deze betrekking heeft op het aangevraagde opslagvoorkomen, tenminste gelden tot het tijdstip waarop de beschikking waarbij op de aanvraag wordt beslist onherroepelijk wordt. Indien een vergunning voor permanent opslaan van CO2 wordt verleend, vervalt op het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk wordt, voor het gebied waarvoor de opslagvergunning geldt, de vergunning voor opsporen van CO2-opslagcomplexen. Voor zover hierdoor voorschriften vervallen die nog niet zijn uitgewerkt, gaan zij gelden als voorschriften die zijn verbonden aan de opslagvergunning.
Hoofdstuk 3a. Gebiedsverkleining
Artikel 32a
Onze Minister inventariseert jaarlijks voor 1 april de delen van een gebied, waarvoor een vergunning voor het winnen van koolwaterstoffen of een opslagvergunning geldt, waar:
- a. in de voorafgaande twee kalenderjaren geen significante activiteiten met betrekking tot het opsporen of winnen van koolwaterstoffen of het opslaan van stoffen hebben plaatsgevonden;
- b. de winningsactiviteiten zijn gestaakt.
Van de inventarisatie wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 32b
Onze Minister kan een gebied waarvoor een vergunning voor het winnen van koolwaterstoffen of opslagvergunning geldt, verkleinen met een deel ervan indien in dat deel gedurende een periode van de voorafgaande twee kalenderjaren geen significante activiteiten met betrekking tot het opsporen of winnen van koolwaterstoffen of het opslaan van stoffen hebben plaatsgevonden of de winningsactiviteiten zijn gestaakt.
Onze Minister stelt de houder van een winnings- of opslagvergunning schriftelijk in kennis van zijn voornemen tot gebiedsverkleining als bedoeld in het eerste lid over te gaan en stelt hem daarbij in de gelegenheid binnen zes maanden, ingaande op de eerste dag na de dag van verzending van de kennisgeving, aannemelijk te maken dat in dat deel significante activiteiten als bedoeld in het eerste lid zijn of zullen worden verricht.
Van significante activiteiten als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval sprake indien:
- a. opsporings-, winnings- of opslagactiviteiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, f respectievelijk i, zijn verricht of binnen een naar het oordeel van Onze Minister redelijke termijn zullen worden verricht;
- b. een winningsplan als bedoeld in artikel 34 is ingediend;
- c. een opslagplan als bedoeld in artikel 39 in samenhang met artikel 34 is ingediend.
Uiterlijk vier maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, of, indien de houder van de vergunning binnen die termijn schriftelijk heeft medegedeeld dat geen activiteiten zijn of zullen worden verricht, uiterlijk vier maanden nadat die mededeling is gedaan, geeft Onze Minister een beschikking omtrent verkleining van een vergunningsgebied. Onze Minister kan beperkingen en voorschriften verbinden aan de beschikking. Indien Onze Minister geen beschikking heeft gegeven binnen de termijn, bedoeld in de eerste volzin, wordt het gebied aangemerkt als niet te zijn verkleind.
Artikel 32c
Een beschikking als bedoeld in artikel 32b wordt zodanig gegeven dat zowel het vergunningsgebied dat na de verkleining resteert, als het deel waarmee het vergunningsgebied wordt verkleind voldoen aan artikel 11, derde en vierde lid.
In de beschikking wordt in elk geval vermeld:
- a. het vergunningsgebied dat na de verkleining resteert,
- b. het deel waarmee het vergunningsgebied wordt verkleind en
- c. het tijdstip waarop de verkleining van het gebied waarvoor een vergunning geldt, zal ingaan.
Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Hoofdstuk 4. De zorg voor een goede uitvoering van activiteiten
§ 4.1. Algemene verplichtingen
Artikel 39a
Binnen een termijn van twaalf maanden, nadat een opslagvergunning onherroepelijk is geworden, dient de houder van de opslagvergunning of de krachtens artikel 22 aangewezen persoon een opslagplan als bedoeld in artikel 39 in bij Onze Minister.
§ 4.2. Financiële zekerheid
§ 4.3. Verdere regels
Hoofdstuk 5. Financiële bepalingen
Afdeling 5.1.1. Afdrachten in verband met het opsporen en winnen van koolwaterstoffen
§ 5.1.1.1. Algemeen
§ 5.1.1.2. Oppervlakterecht
§ 5.1.1.4. Winstaandeel
Artikel 68a
Als een houder van een vergunning investeert in een niet verplaatsbaar mijnbouwwerk, voor de opsporing of winning van een voorkomen van koolwaterstoffen kan de houder en, ingeval van medehouderschap, de medehouder bij de berekening van de heffingsmaatstaf, bedoeld in artikel 66, eerste lid, aanvullend 40% van zijn deel van het investeringsbedrag ten laste brengen van het resultaat.
Onder investeren wordt verstaan:
- a. het aangaan van verplichtingen voor en het maken van kosten voor het aanschaffen van een ten aanzien van het voorkomen niet eerder gebruikt mijnbouwwerk;
- b. het maken van voortbrengingskosten voor een ten aanzien van het voorkomen niet eerder gebruikt mijnbouwwerk;
- c. het maken van kosten voor het aanpassen of verbeteren van een mijnbouwwerk en
- d. het maken van kosten voor het aanleggen, het uitbreiden en het wijzigen van een boorgat, waaronder, in voorkomend geval, de kosten van het huren of gebruiken van een verplaatsbaar mijnbouwwerk;
voor zover die verplichtingen, respectievelijk kosten, op de houder dan wel de medehouder drukken.
Artikel 8, achtste lid, aanhef en onderdeel b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van overeenkomstige toepassing.
Als de houder van de vergunning aan het einde van het boekjaar het mijnbouwwerk, dan wel de aanpassing of verbetering van het mijnbouwwerk, nog niet in gebruik heeft genomen en de investeringsaftrek, bedoeld in het eerste lid, zou uitgaan boven het bedrag dat aan het einde van het jaar voor de investering is betaald, wordt in afwijking van het eerste lid voor de berekening van de investeringsaftrek een bedrag in aanmerking genomen dat gelijk is aan de betaling en wordt het meerdere in aanmerking genomen in de volgende jaren, voor zover betalingen plaatsvinden, maar niet later dan in het jaar waarin het mijnbouwwerk, dan wel de aanpassing of verbetering van het mijnbouwwerk, in gebruik wordt genomen.
Als de houder of, ingeval van medehouderschap, de medehouder van een opsporingsvergunning niet tevens houder, respectievelijk medehouder, is van een winningsvergunning, kan deze houder of medehouder de in het eerste lid bedoelde investeringsaftrek ten laste van het resultaat brengen in het eerste jaar waarin hij houder of medehouder is van een winningsvergunning. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 68b
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van artikel 68a.
§ 5.1.1.5. Heffing en invordering
Afdeling 5.1.2. Afdrachten aan de provincie
Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap
§ 4.3. Verdere regels
§ 4.1. Algemene verplichtingen
§ 5.2.3. Deelneming in mijnbouwwerkzaamheden
Afdeling 5.1.1. Afdrachten in verband met het opsporen en winnen van koolwaterstoffen
Afdeling 5.4. Het stellen van zekerheid
Afdeling 5.5. Uitvoeringsregels
Afdeling 5.6. Wetenschappelijk onderzoek
Hoofdstuk 6. Adviseurs
§ 5.1.1.4. Winstaandeel
§ 5.1.1.5. Heffing en invordering
Hoofdstuk 7. Rapportage
§ 8.2. Toezicht in bepaalde gevallen
§ 8.1. Het Staatstoezicht op de mijnen
§ 6.1. De Mijnraad
Hoofdstuk 9a. Coördinatie van de aanleg of uitbreiding van mijnbouwwerken en pijpleidingen ten behoeve van de winning van koolwaterstoffen en de opslag van stoffen
Hoofdstuk 10. Rechtsbescherming
Hoofdstuk 6. Adviseurs
Hoofdstuk 8. Toezicht, handhaving en retributies
§ 8.1. Het Staatstoezicht op de mijnen
§ 5.2.3. Deelneming in mijnbouwwerkzaamheden
§ 8.3. Handhaving
§ 8.2. Toezicht in bepaalde gevallen
§ 8.4. Retributie
Hoofdstuk 9a. Coördinatie van de aanleg of uitbreiding van mijnbouwwerken en pijpleidingen ten behoeve van de winning van koolwaterstoffen en de opslag van stoffen
Bijlage bij de artikelen 34, 35, 36, 38, 41, 46, 54, 134, 135, 142 en 145
De lijn, bedoeld in de artikelen 34, vierde lid, 35, eerste lid, onderdeel f, 36, eerste lid, onderdeel b, 38, 41, derde lid, 46, vijfde lid, 54, onderdelen d en e, 134, tweede lid, 135, vijfde lid, onderdeel a, onder 1°, 142, tweede lid, en 145, tweede lid, onderdeel a, is de lijn, welke wordt gevormd door de verbindingslijn tussen de punten c'' en L', welke met een rode kleur is aangegeven op de bij de aanvullende overeenkomst van 14 mei 1962 bij het Eems-Dollard-verdrag (Trb. 1962, 54) gevoegde kaart, en vervolgens door de bogen van grootcirkels tussen de volgende punten, in de volgorde als hieronder aangegeven:
genoemd punt L';
53° 33' 36" N.B., 6° 16' 02" O.L.;
53° 30' 12" N.B., 6° 03' 00" O.L.;
53° 31' 22" N.B., 5° 56' 27" O.L.;
53° 30' 00" N.B., 5° 31' 30" O.L.;
53° 25' 12" N.B., 5° 08' 06" O.L.;
53° 21' 21" N.B., 5° 04' 30" O.L.;
53° 19' 19" N.B., 4° 56' 12" O.L.;
53° 15' 00" N.B., 4° 49' 00" O.L.;
53° 06' 30" N.B., 4° 40' 00" O.L.;
53° 01' 30" N.B., 4° 37' 30" O.L.;
52° 54' 00" N.B., 4° 38' 00" O.L.;
52° 44' 12" N.B., 4° 33' 42" O.L.;
52° 37' 00" N.B., 4° 32' 24" O.L.;
52° 28' 30" N.B., 4° 30' 00" O.L.;
52° 23' 00" N.B., 4° 26' 36" O.L.;
52° 21' 02" N.B., 4° 24' 57" O.L.;
52° 17' 55" N.B., 4° 22' 45" O.L.;
52° 16' 25" N.B., 4° 21' 34" O.L.;
52° 15' 35" N.B., 4° 20' 47" O.L.;
52° 14' 54" N.B., 4° 20' 20" O.L.;
52° 13' 21" N.B., 4° 18' 54" O.L.;
52° 12' 03" N.B., 4° 17' 30" O.L.;
52° 10' 56" N.B., 4° 16' 07" O.L.;
52° 09' 47" N.B., 4° 14' 37" O.L.;
52° 09' 26" N.B., 4° 13' 46" O.L.;
52° 09' 05" N.B., 4° 13' 12" O.L.;
52° 08' 30" N.B., 4° 12' 31" O.L.;
52° 08' 03" N.B., 4° 11' 50" O.L.;
52° 07' 33" N.B., 4° 11' 15" O.L.;
52° 06' 51" N.B., 4° 10' 19" O.L.;
52° 04' 13" N.B., 4° 06' 39" O.L.;
52° 03' 54" N.B., 4° 06' 05" O.L.;
52° 02' 09" N.B., 4° 04' 03" O.L.;
52° 00' 00" N.B., 4° 01' 00" O.L.;
51° 53' 00" N.B., 3° 55' 30" O.L.;
51° 51' 00" N.B., 3° 48' 48" O.L.;
51° 47' 30" N.B., 3° 45' 18" O.L.;
51° 44' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 39' 12" N.B., 3° 35' 24" O.L.;
51° 37' 18" N.B., 3° 29' 30" O.L.;
51° 34' 00" N.B., 3° 22' 10" O.L.;
51° 24' 40" N.B., 3° 17' 52" O.L.
De ligging van de bovenbedoelde punten 2 tot en met 43 is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 3.1. Algemene bepalingen
Artikel 26b
Zodra een aanvraag om een opslagvergunning is ingediend, worden anderen in de gelegenheid gesteld om aanvragen om een opslagvergunning in te dienen voor hetzelfde gebied.
Onze Minister plaatst hiertoe een uitnodiging in de Staatscourant. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 17 dan wel, indien het permanent opslaan van CO2 betreft, van het bepaalde in artikel 31c, derde tot en met vijfde lid.
Anderen kunnen aanvragen indienen tot dertien weken na de dag van plaatsing van de uitnodiging in de Staatscourant.
De procedure, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, wordt niet toegepast met betrekking tot:
- a. een aanvraag die wordt ingediend overeenkomstig het derde lid;
- b. vergunningen waarop artikel 26, eerste of tweede lid, van toepassing is;
- c. een aanvraag voor een gebied waarvoor op grond van artikel 26, zesde lid, geen vergunning zal kunnen worden verleend;
- d. een aanvraag voor een vergunning voor permanent opslaan van CO2 waarop artikel 26a van toepassing is.
Het eerste tot en met het vierde lid, onderdeel a en c, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag voor een vergunning voor opsporen van CO2-opslagcomplexen.
Artikel 31a
In afwijking van het eerste lid zijn op vergunningen voor permanent opslaan van CO2 uitsluitend de artikelen 14, 16 en 22 van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, 14, 16, 17, 18 met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20 met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing.
§ 3.2. Aanvullende bepalingen omtrent het permanent opslaan van CO2
Artikel 31b
Een aanvraag om een vergunning voor permanent opslaan van CO2 omvat ten minste de volgende onderwerpen:
- a. het tijdvak van injectie van CO2 en de omvang van het vergunningsgebied,
- b. een karakterisering van het opslagvoorkomen en het opslagcomplex en een beoordeling van de verwachte veiligheid van de opslag,
- c. de technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager,
- d. de totale hoeveelheid CO2 die zal worden opgeslagen,
- e. de toekomstige bronnen van CO2 en transportmethoden,
- f. de samenstelling van de CO2-stroom,
- g. de maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO2 en de maximaal toelaatbare druk van de opgeslagen CO2,
- h. de ligging van het voorkomen waar CO2 zal worden opgeslagen,
- i. risicobeheer,
- j. monitoring,
- k. afsluiting,
- l. corrigerende maatregelen,
- m. bodembeweging, en
- n. een omschrijving van de financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening die gesteld zal worden en een bewijs dat deze rechtsgeldig en daadwerkelijk wordt gesteld voordat met de opslag van CO2 wordt aangevangen.
Artikel 31c
Onze Minister zendt een aanvraag om een vergunning voor permanent opslaan van CO2 die voldoet aan artikel 31b met de daarbij behorende stukken binnen een maand na de ontvangst daarvan aan de Europese Commissie.
Onze Minister zendt het ontwerp van een vergunning voor permanent opslaan van CO2 met de daarbij behorende stukken voor advies aan de Europese Commissie binnen zes maanden:
- a. na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 26b, derde lid, of
- b. na ontvangst van de aanvraag om de vergunning indien artikel 26a, eerste lid, van toepassing is.
Onze Minister neemt een besluit op een aanvraag binnen uiterlijk tien maanden na de ontvangst van de aanvraag.
Onze Minister kan de termijnen, genoemd in het tweede en derde lid, eenmaal met ten hoogste zes maanden verlengen.
Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Onze Minister zendt afschrift van het besluit omtrent de aanvraag ter kennisneming naar de Europese Commissie. Een afwijking van het advies, bedoeld in het tweede lid, wordt met redenen omkleed.
Artikel 31d
Een vergunning voor permanent opslaan van CO2 omvat ten minste de volgende onderwerpen:
- a. het tijdvak van injectie van CO2 en het gebied,
- b. de ligging en begrenzing van het opslagvoorkomen en het gebied van het opslagcomplex,
- c. gegevens met betrekking tot de hydraulische eenheid,
- d. voorschriften voor het opslagproces,
- e. de totale hoeveelheid CO2 die overeenkomstig de vergunning ten hoogste kan worden opgeslagen,
- f. de grenswaarden van de druk van de opgeslagen CO2,
- g. de maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO2 en de maximaal toelaatbare druk van de opgeslagen CO2,
- h. risicobeheer,
- i. monitoring,
- j. afsluiting,
- k. corrigerende maatregelen,
- l. bodembeweging,
- m. de samenstelling van de CO2-stroom die wordt opgeslagen met inbegrip van stoffen die worden toegevoegd ten behoeve van de monitoring en de controle van CO2-migratie, en
- n. het bedrag aan financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht met uitzondering van artikel 3:18 is van toepassing op de voorbereiding van het besluit over een vergunning voor permanent opslaan van CO2, voor zover de opslag niet geschiedt in het continentaal plat of onder de territoriale zee in een opslagvoorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing indien het een besluit betreft inzake wijziging van een besluit omtrent een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent het eerste lid regels worden gesteld.
Artikel 31e
Een houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO2 of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22 stelt Onze Minister in kennis van de geplande wijzigingen van de exploitatie van het opslagvoorkomen en de injectiefaciliteiten met bijbehorende bovengrondse voorzieningen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)