Mijnbouwregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de op 13 september 1983 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (Trb. 1983, 159; laatstelijk Trb. 1990, 100), de artikelen 9, derde lid, 11, vierde en vijfde lid, 14, 32, 40, zesde lid, 63, vierde lid, 122, 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet, en de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 12, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 23, tweede lid, 29, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 51, vijfde en zesde lid, 52, zesde en achtste lid, 53, derde lid, 66, eerste lid, 73, 77, 80, tweede en vierde lid, 81, derde lid, 82, vierde lid, 83, eerste en derde lid, 93, derde lid, 114 en 144 van het Mijnbouwbesluit;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen, vergunningen, ontheffingen, instemmingen, meldingen en overige bepalingen

§ 1.1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.1.2

Waar in deze regeling producten dienen te voldoen aan een bepaalde norm of eis, worden daaraan gelijkgesteld producten die voldoen aan normen of eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die tenminste een gelijkwaardig niveau waarborgen.

§ 1.2. Meldingen, vergunningen, ontheffingen en instemmingen

Artikel 1.2.1
1.

Meldingen en aanvragen om vergunningen, ontheffingen, instemmingen of andere besluiten bij of krachtens de wet en aanvragen om wijziging daarvan, worden ingediend bij de Minister, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald. De melding of aanvraag kan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingediend.

2.

De bij de melding of aanvraag behorende stukken worden door of namens de melder of aanvrager gekenmerkt als behorende tot de melding of aanvraag.

3.

Indien de melder of aanvrager gegevens eerder heeft verstrekt, of indien gegevens reeds op andere wijze in bezit zijn van de Minister, kan daar naar worden verwezen, tenzij deze gegevens gewijzigd zijn.

4.

Op verzoek van de Minister worden, in aanvulling op de gegevens die in dit hoofdstuk worden vermeld, tevens andere gegevens verstrekt of ter inzage gegeven, indien dat voor beoordeling van de melding of aanvraag van belang is.

Artikel 1.2.2
1.

Indien bij een melding of aanvraag ingevolge dit hoofdstuk een plaats, traject of gebied moet worden vermeld, wordt dit uitgedrukt in:

2.

Van een gebied wordt het oppervlak vermeld, uitgedrukt in km2.

3.

Een plaats of een traject wordt, onder vermelding van de coördinaten daarvan, aangegeven op een kaart.

4.

De ligging van een gebied wordt, onder vermelding van de coördinaten van de hoekpunten daarvan, aangegeven op een kaart.

5.

De kaarten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden in viervoud overgelegd en zijn getekend op een schaal van 1:50.000.

6.

Het eerste lid tot en met vijfde lid geldt niet voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 1.3.2 en 1.3.3, tweede lid.

§ 1.3. Opsporings-, winnings- en opslagvergunning

Artikel 1.3.1
1.

Bij de aanvraag om een opsporingsvergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet vermeldt de aanvrager:

2.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:

3.

Indien de aanvraag wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, worden de in het tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens ten aanzien van iedere aanvrager afzonderlijk verstrekt. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de samenwerking tussen de aanvragers plaatsvindt.

Artikel 1.3.2
1.

In een aanvraag om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor een gebied aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn wordt opgegeven voor welk gebied, bestaande uit een of meer blokken als aangegeven op de kaart, welke als bijlage 3 bij deze regeling is gevoegd, de vergunning wordt aangevraagd. De desbetreffende op de kaart aangegeven bloknummers worden daarbij vermeld.

2.

Indien de aanvraag een blok betreft waarvoor voor een deel al een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen is verleend, geldt de aanvraag uitsluitend het nog niet gegunde deel van het blok. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.3.3
1.

Bij de aanvraag om een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet verstrekt de aanvrager de gegevens, bedoeld in artikel 1.3.1, eerste lid en tweede lid, onderdelen a en b. Artikel 1.3.1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien de aanvraag om een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betrekking heeft op een gebied aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn, is artikel 1.3.2 van overeenkomstige toepassing.

3.

Indien de aanvraag een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, verstrekt de aanvrager naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid:

4.

Het meerjarenprogramma omvat mede een op de vermoedelijke periode van winning betrekking hebbende opgave van de ramingen van:

5.

Indien een aanvraag een winningsvergunning voor delfstoffen anders dan koolwaterstoffen betreft, verstrekt de aanvrager naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid:

Artikel 1.3.4
1.

Bij de aanvraag om een opslagvergunning als bedoeld in artikel 25 van de wet verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.