Mijnbouwregeling
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Gelet op de op 13 september 1983 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (Trb. 1983, 159; laatstelijk Trb. 1990, 100), de artikelen 9, derde lid, 11, vierde en vijfde lid, 14, 32, 40, zesde lid, 63, vierde lid, 122, 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet, en de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 12, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 23, tweede lid, 29, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 51, vijfde en zesde lid, 52, zesde en achtste lid, 53, derde lid, 66, eerste lid, 73, 77, 80, tweede en vierde lid, 81, derde lid, 82, vierde lid, 83, eerste en derde lid, 93, derde lid, 114 en 144 van het Mijnbouwbesluit;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen, vergunningen, ontheffingen, instemmingen, meldingen en overige bepalingen
§ 1.1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. besluit: Mijnbouwbesluit;
- b. minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
- c. DIN: door het Deutsche Institut für Normaliserung uitgegeven norm;
- d. NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;
- e. hydraulische eenheid: een hydraulisch verbonden poriënruimte waar drukdoorgave met technische middelen kan worden gemeten en die is afgebakend door stromingsbarrières zoals storingen, zoutkoepels, lithologische grenzen, of door wigvormige uitloop of dagzomende aardlagen van de formatie;
- f. richtlijn nr. 2009/31/EG: richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 (PbEG L 140) van het Europese Parlement en de Raad;
- g. ETRS89 systeem: European Terrestrial Reference System 1989, bedoeld in bijlage II, onder 1.2, van Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie van 23 november 2010 ter uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens (PbEU 2010, L 323);
- h. EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEU 2007, L 136);
- i. EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PbEU L353);
- j. biocidenverordening: verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PbEU 2012, L 167);
- k. ruwe gegevens: verzameling gegevens die bij een verkenningsonderzoek zijn verkregen, waaronder de signaal-, navigatiegegevens en bijbehorende positionerings- en navigatiegegevens;
- l. eerste bewerking: bewerking van ruwe gegevens, waaronder snelheidsgegevens of equivalente gegevens, tot een reguliere vorm met betrekking tot beeld en positie, onder meer in de vorm van een gemigreerd seismisch profiel, voor het uitvoeren van analyses en interpretaties;
- m. herbewerking: een bewerking van een eerste bewerking of een bewerking van ruwe gegevens na een eerste bewerking met andere algoritmes of met een ander accent, zoals een andere doeldiepte dan in de eerste bewerking;
- n. vergunninghouder van het Groningenveld: houder van de winningsvergunning Groningenveld dan wel indien deze vergunning haar gelding heeft verloren, de laatste houder daarvan.
Artikel 1.1.2
Waar in deze regeling producten dienen te voldoen aan een bepaalde norm of eis, worden daaraan gelijkgesteld producten die voldoen aan normen of eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die tenminste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
§ 1.2. Meldingen, vergunningen, ontheffingen en instemmingen
Artikel 1.2.1
Meldingen en aanvragen om vergunningen, ontheffingen, instemmingen of andere besluiten bij of krachtens de wet en aanvragen om wijziging daarvan, worden ingediend bij de Minister, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald. De melding of aanvraag kan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingediend.
De bij de melding of aanvraag behorende stukken worden door of namens de melder of aanvrager gekenmerkt als behorende tot de melding of aanvraag.
Indien de melder of aanvrager gegevens eerder heeft verstrekt, of indien gegevens reeds op andere wijze in bezit zijn van de Minister, kan daar naar worden verwezen, tenzij deze gegevens gewijzigd zijn.
Op verzoek van de Minister worden, in aanvulling op de gegevens die in dit hoofdstuk worden vermeld, tevens andere gegevens verstrekt of ter inzage gegeven, indien dat voor beoordeling van de melding of aanvraag van belang is.
Artikel 1.2.2
Indien bij een melding of aanvraag ingevolge dit hoofdstuk een plaats, traject of gebied moet worden vermeld, wordt dit uitgedrukt in:
- a. het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoeksmeting, indien de plaats, het traject of het gebied zich aan de landzijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn bevindt, en
- b. geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem, indien de plaats, het traject of het gebied zich aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn bevindt.
Van een gebied wordt het oppervlak vermeld, uitgedrukt in km2.
Een plaats of een traject wordt, onder vermelding van de coördinaten daarvan, aangegeven op een kaart.
De ligging van een gebied wordt, onder vermelding van de coördinaten van de hoekpunten daarvan, aangegeven op een kaart.
De kaarten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden in viervoud overgelegd en zijn getekend op een schaal van 1:50.000.
Het eerste lid tot en met vijfde lid geldt niet voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 1.3.2 en 1.3.3, tweede lid.
§ 1.3. Opsporings-, winnings- en opslagvergunning
Artikel 1.3.1
Bij de aanvraag om een opsporingsvergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet vermeldt de aanvrager:
- a. voor welk tijdvak de vergunning wordt gevraagd;
- b. voor welk gebied de vergunning wordt gevraagd, en
- c. of de aanvraag betrekking heeft op de opsporing van delfstoffen onder vermelding van de delfstof, waarop de aanvraag betrekking heeft, dan wel de opsporing van een CO2-opslagcomplex.
De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:
- a. de gegevens, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
- b. indien de aanvraag betrekking heeft op koolwaterstoffen, tevens de gegevens, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;
- c. een programma waarin is aangegeven welke verkenningsonderzoeken en opsporingsactiviteiten de aanvrager voornemens is uit te voeren, het daarbij behorende tijdschema en welke technieken daarbij worden gebruikt;
- d. een geologisch rapport, dat ten minste bevat:
- 1°. een opgave van de voor de onderbouwing van de aanvraag gebruikte verkenningsonderzoeken en andere geologische gegevens, de interpretatie van deze gegevens en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyse;
- 2°. een beschrijving van de locale en regionale geologie;
- 3°. indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft: een beschrijving van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstof per mogelijk aanwezig voorkomen;
- e. andere gegevens die de aanvrager heeft gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag.
Indien de aanvraag wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, worden de in het tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens ten aanzien van iedere aanvrager afzonderlijk verstrekt. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de samenwerking tussen de aanvragers plaatsvindt.
Artikel 1.3.2
In een aanvraag om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor een gebied aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn wordt opgegeven voor welk gebied, bestaande uit een of meer blokken als aangegeven op de kaart, welke als bijlage 3 bij deze regeling is gevoegd, de vergunning wordt aangevraagd. De desbetreffende op de kaart aangegeven bloknummers worden daarbij vermeld.
Indien de aanvraag een blok betreft waarvoor voor een deel al een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen is verleend, geldt de aanvraag uitsluitend het nog niet gegunde deel van het blok. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.3.3
Bij de aanvraag om een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet verstrekt de aanvrager de gegevens, bedoeld in artikel 1.3.1, eerste lid en tweede lid, onderdelen a en b. Artikel 1.3.1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien de aanvraag om een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betrekking heeft op een gebied aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn, is artikel 1.3.2 van overeenkomstige toepassing.
Indien de aanvraag een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, verstrekt de aanvrager naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid:
- a. een raming van de verwachte hoeveelheid en de samenstelling van de aanwezige delfstoffen en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyses;
- b. structuurkaarten van de bovenzijde van de reservoirlagen waarin de aanwezigheid van koolwaterstoffen is aangetoond of wordt vermoed;
- c. een opgave van de overige gegevens waarop de in onderdeel a bedoelde ramingen zijn gebaseerd;
- d. een beschrijving van de onderzoeksmethoden die tot de in de onderdelen a en b bedoelde gegevens hebben geleid, en
- e. een meerjarenprogramma waarin de te verrichten winningsactiviteiten worden beschreven, alsmede de technieken die daarbij worden gebruikt, daaronder begrepen de in het kader van de winning noodzakelijke behandeling van de gewonnen delfstoffen en het vervoer daarvan tot het punt waar die delfstoffen aan een ander worden overgedragen.
Het meerjarenprogramma omvat mede een op de vermoedelijke periode van winning betrekking hebbende opgave van de ramingen van:
- 1°. de jaarlijkse produktie;
- 2°. de investeringen per jaar, en
- 3°. de lopende kosten per jaar.
Indien een aanvraag een winningsvergunning voor delfstoffen anders dan koolwaterstoffen betreft, verstrekt de aanvrager naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid:
- a. een opgaaf van de verwachte hoeveelheid delfstof die de aanvrager wil winnen en de samenstelling van het te winnen delfstof;
- b. een beschrijving van de structuur van de delfstoflaag waaruit de aanvrager wil winnen en de ligging van de delfstoflaag ten opzichte van andere aardlagen;
- c. een beschrijving van de onderzoeksmethoden die tot de in de onderdelen a en b bedoelde gegevens hebben geleid, en
- d. een programma overeenkomstig het programma, bedoeld in het derde lid, onderdeel e, en vierde lid.
Artikel 1.3.4
Bij de aanvraag om een opslagvergunning als bedoeld in artikel 25 van de wet verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:
- a. het tijdvak waarvoor de vergunning wordt gevraagd;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.