Mijnbouwregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 496
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

Wijzigt deze regeling.

Artikel 9.2.7
1.

Het gebruiken of het lozen van andere chemicaliën dan die genoemd in de artikelen 9.2.5, eerste lid en 9.2.6, tweede lid, is toegestaan, mits de uitvoerder aan de minister:

a. dit ten minste acht weken voor de aanvang van het gebruik of de lozing schriftelijk meldt en

b. heeft aangetoond dat de PEC/PNEC-verhouding van de chemicaliën gelijk is aan of kleiner dan 1.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de PEC/PNEC-verhouding van de chemicaliën, bedoeld in het eerste lid, gelijk of kleiner is dan 3, maar groter dan 1, mits de uitvoerder naar het oordeel van de minister bij de melding voldoende beargumenteerd is ingegaan op veiligheids- en gezondheidsaspecten en financiële factoren die gemoeid zijn bij het gebruik of het lozen van de chemicaliën alsmede op de technische prestaties ervan en verder heeft aangegeven waarom voor de chemicaliën geen minder schadelijke vervangende middelen beschikbaar zijn.

3.

Artikel 9.2.5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een melding.

Artikel 9.2.8
1.

Het gebruiken of het lozen van chemicaliën is toegestaan, mits deze chemicaliën:

  • a. uitsluitend bestaan uit stoffen die zijn opgenomen op de Plonor-lijst of
  • b. anorganisch zijn en een LC50 of EC50 van 1 mg/l of meer hebben, mits de uitvoerder dit ten minste acht weken voor de aanvang van het gebruik of de lozing aan de minister schriftelijk meldt.
2.

Artikel 9.2.5, derde lid, is van toepassing.

Artikel 9.2.9
1.

De uitvoerder doet jaarlijks opgaaf van de hoeveelheden en soorten chemicaliën die zijn gebruikt en geloosd.

2.

De in het eerste lid bedoelde opgaaf wordt ingediend bij de inspecteur-generaal der mijnen voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de opgaaf betrekking heeft.

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

Artikel 9.3.1

Een HOCNF-formulier is een gegeven als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet open overheid.

Artikel 9.3.2
1.

De minister draagt zorg voor de registratie van chemicaliën.

2.

De minister kan chemicaliën voor ten hoogste drie jaar in het register opnemen, ingaande op het tijdstip waarop de registratie heeft plaats gevonden.

3.

Nadat registratie heeft plaatsgevonden wordt degene die een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 9.3.3 om registratie heeft aangevraagd hiervan in kennis gesteld waarbij in elk geval het nummer wordt vermeld dat aan de geregistreerde chemicaliën is toegekend.

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

Artikel 10.1

De eigenschappen, de aanleg en de ligging van alsmede het onderhoud aan een pijpleiding voldoen in elk geval aan de in artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde eisen, indien kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan NEN 3650-1:2012, NEN 3650-2:2012, NEN 3650-3:2012, NEN 3651:2012, NEN 3654:2014, NEN 3656:2015 dan wel, in het geval van een gietijzeren leiding met binnenbekleding, wordt aangetoond dat de pijpleiding aan artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit voldoet, rekening houdend met NEN 3650-4:2012 en NEN 3650-5:2012.

Artikel 10.2

De eigenschappen, de aanleg en de ligging van alsmede het onderhoud aan een flexibele pijpleiding voldoen in elk geval aan de in artikel 93, eerste en tweede lid, van het besluit bedoelde eisen, indien kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan:

  • a. API (American Petroleum Institute) Specification 17J, fourth edition, January 2014, Specification for unbounded flexible pipe, incl. errata of September 2016 en Specification 17B, fifth edition, May 2014, Recommended practice for flexible pipe, en
  • b. NEN 3650-1:2012, NEN 3650-2:2012, NEN 3650-3:2012, NEN 3650-4:2012, NEN 3650-5:2012, genoemd in artikel 10.1, met uitzondering van het gedeelte omtrent het sterktetechnisch ontwerp.

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

§ 9.3. Registratie van chemicaliën

Artikel 11.1.1
1.

De resultaten van geofysisch onderzoek, bedoeld in artikel 108, onderdeel a, van het besluit bevatten de volgende gegevens:

  • a. de ruwe gegevens en de bijbehorende rapporten;
  • b. de gegevens van de eerste bewerking met bijbehorende rapporten, en
  • c. de gegevens van een herbewerking met bijbehorende rapporten.
2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in de volgende gevallen binnen de daarbij behorende termijn verstrekt:

  • a. de ruwe gegevens desgevraagd;
  • b. de gegevens van de eerste bewerking binnen één jaar na de laatste dag van uitvoering van de veldactiviteiten in het verkenningsonderzoek;
  • c. de gegevens van de herbewerking binnen één jaar na de uitvoering van de herbewerking.
3.

De resultaten van geochemisch onderzoek, bedoeld in artikel 108, onderdeel b, van het besluit, worden verstrekt binnen één jaar na de laatste dag van uitvoering van de veldactiviteiten in het verkenningsonderzoek.

4.

De resultaten van geologisch onderzoek, bedoeld in artikel 108, onderdeel c, van het besluit, worden verstrekt binnen één jaar na de laatste dag van uitvoering van de veldactiviteiten in het verkenningsonderzoek.

Artikel 11.1.2
1.

Een profiel van een boorgat, als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdeel a, bevat:

  • a. voor boorgaten in oppervlaktewater:
  • 1°. de naam van de mijnonderneming;
  • 2°. de letter- of nummeraanduiding van het blok, voor zover het boorgat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn;
  • 3°. het nummer van het boorgat;
  • 4°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
  • 5°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
  • 6°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
  • 7°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het middenstandsvlak (gemiddelde waterstand);
  • b. voor boorgaten op land:
  • 1°. de naam van de mijnonderneming;
  • 2°. de naam en het nummer van het boorgat;
  • 3°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
  • 4°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
  • 5°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
  • 6°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het NAP.
2.

Voorts bevat het profiel:

  • a. een overzicht van alle elektrische en andere boorgatmetingen, waarbij de datum van de meting en het gemeten traject worden aangegeven;
  • b. een elektrisch of ander diagram en een lithologische kolom met een diepteschaal van 1:1000 of 1:500, welke op representatieve wijze weergeven de aard van de doorboorde lagen en gesteenten;
  • c. een beschrijving van de doorboorde lithologie;
  • d. ten aanzien van de elektrische metingen: de gebruikte typen elektrische curves met de gebruikte schaalverdeling;
  • e. het type en de eigenschappen van de spoeling per boortraject;
  • f. de spoelingverliezen met vermelding van plaats of traject en hoeveelheid in m3;
  • g. de aangebrachte verbuizingsseries, onder vermelding van de diameter van elke serie en de diepte waarop elke serie is verankerd;
  • h. de top van de cement achter elke verbuizingsserie en het traject teruggewonnen verbuizing;
  • i. de ondergrondse afwerking van het boorgat met vermelding van traject, type verloren verbuizing, perforaties en open gat;
  • j. de in het boorgat aangebrachte pluggen, onder vermelding, indien van toepassing, van de trajecten, waarover deze pluggen zich uitstrekken, en de gegevens van plaatsing;
  • k. de productieve intervallen;
  • l. de totale diepte van het boorgat na voltooiing van de boring in meters ten opzichte van het NAP of het middenstandsvlak en de datum waarop de boring werd voltooid, en
  • m. de deviatiemetingen en een situatietekening met de horizontale afwijking van het boorgat, onder opgave van de verticale diepten.
3.

Verder bevat het profiel, voor zover beschikbaar:

  • a. stratigrafische en paleontologische trajecten met grenzen of correlatiepunten;
  • b. indicaties van delfstoffen;
  • c. kerntrajecten en wandkernen;
  • d. formatietesten, onder vermelding van het beproefde traject, en
  • e. de resultaten van de in onderdeel d genoemde testen.
Artikel 11.1.3

De resultaten van de metingen als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit bevatten de meetgegevens en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de meetgegevens verkregen zijn.

Artikel 11.1.4

De resultaten van verrichte productie- of injectietesten als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdeel d, van het besluit bevatten:

  • a. gegevens van druk- en temperatuurmetingen in het boorgat;
  • b. hoeveelheden per tijdseenheid van olie, condensaat, gas en water die zijn geproduceerd of geïnjecteerd;
  • c. gebruiks- en meetcondities;
  • d. gegevens over de gebruikte meetinstrumenten;
  • e. gegevens omtrent de verbuizing en perforaties van de verbuizing, en
  • f. gegevens over de sequentie van meetstappen.
Artikel 11.1.5

De uitvoerder of uitvoerder aardwarmte verstrekt van gesteentemonsters als bedoeld in artikel 110, eerste lid, van het besluit:

  • a. een deel van de boorwandkernen;
  • b. een exemplaar van biostratigrafische en palynologische preparaten;
  • c. een segment of een kunstharsplak van de hele lengte van de kern, en
  • d. in geval van boorgruis: tenminste 250 gram daarvan.
Artikel 11.1.6

De uitvoerder of uitvoerder aardwarmte doet de minister opgaaf van de verkregen vloeistof- en gasmonsters, bedoeld in artikel 110, tweede lid, binnen vier weken na de verkrijging ervan. Daarbij worden gegevens met betrekking tot de bron, de kwaliteit en het gebruikte meetprogramma vermeld.

§ 11.3. Te gebruiken eenheden

Artikel 11.2.1

De gegevens die op grond van de artikelen 11.1.1 tot en met 11.1.6 aan de minister worden verstrekt zijn voorzien van:

  • a. een unieke object-identificatie;
  • b. een aanduiding van de opsporings-, winnings- of opslagvergunning of van de startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte waarmee de gegevens verkregen zijn;
  • c. aanduiding van de locatie en diepte of geografische bereik van de meting, en
  • d. de datum van verwerving.
Artikel 11.2.2
1.

Een gesteentemonster als bedoeld in artikel 11.1.5 wordt voorts verstrekt onder aanduiding van:

  • a. het boorgat waaruit het is verkregen;
  • b. de diepte van verkrijging;
  • c. de datum van verkrijging;
  • d. het type;
  • e. indien beschikbaar: een verwijzing naar de logmeting en het volgordenummer bij de boorwandkern;
  • f. het type kernmethode, en
  • g. administratieve gegevens van de opslagkisten.
2.

De resultaten van metingen op gesteentemonsters worden, indien beschikbaar, gerapporteerd in elektronische vorm.

§ 11.1. Te verstrekken gegevens

Artikel 11.3.1

Voor de opgave van hoeveelheden stoffen als bedoeld in dit hoofdstuk worden de volgende eenheden gebruikt:

  • a. vaste stoffen in m3 of tonnen;
  • b. vloeibare stoffen anders dan pekel in tonnen en in m3 bij een absolute druk van 101,325 kPa en een temperatuur van 15 graden Celsius;
  • c. gasvormige stoffen in 1000 m3 bij een absolute druk van 101,325 kPa en een temperatuur van 0 graden Celsius;
  • d. pekel: m3.

§ 11a.2. Rapport inzake grote gevaren

Artikel 11.4.1

Als instelling als bedoeld in artikel 123, tweede lid, van de wet wordt aangewezen de organisatie, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de TNO-wet, bekend als TNO.

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Artikel 12.1
1.

Het gewogen gemiddelde van de waarde van de in Nederland ingevoerde ruwe olie, bedoeld in de eerste volzin van artikel 63, vierde lid, van de wet, in een bepaald kalenderjaar wordt door de minister op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend door:

  • a. voor iedere maand van het betrokken kalenderjaar het totaal van de in die maand geloste hoeveelheden ruwe aardolie in aantallen vaten te vermenigvuldigen met het gewogen maandgemiddelde van de gemiddelde prijs daarvan uitgedrukt in US-dollars per vat;
  • b. het resultaat van de berekening in onderdeel a uit te drukken in euro's op basis van de gemiddelde €/US-dollarkoers in die maand en
  • c. de maandelijkse resultaten, bedoeld in onderdeel b, te sommeren en te delen door het totaal van de in het betrokken kalenderjaar geloste hoeveelheden ruwe aardolie in aantallen vaten.
2.

Indien het gewogen gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, in een bepaald kalenderjaar meer bedraagt dan € 25 per vat, maakt de minister dit binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar bekend in de Staatscourant.

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

Artikel 13.1

Vervallen

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

§ 11.1. Te verstrekken gegevens

Artikel 14.1.1

Vervallen

§ 11a.3. Intern rampenplan

Artikel 14.2.1
1.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Nadere regelen Mijnreglement 1964 en Mijnreglement continentaal plat beveiliging boorgaten geldt als een buitentoepassingverklaring als bedoeld in artikel 8.3.1.1.

2.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de Nadere regelen Mijnreglement 1964 en Mijnreglement continentaal plat beveiliging boorgaten geldt als een ontheffing als bedoeld in art. 8.3.1.4, zesde lid.

3.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Nadere regelen Mijnreglement 1964 en Mijnreglement continentaal plat beveiliging boorgaten geldt als een ontheffing als bedoeld in art. 8.3.1.5, tweede lid.

4.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Nadere regelen Mijnreglement 1964 en Mijnreglement continentaal plat beveiliging boorgaten geldt als een ontheffing als bedoeld in art. 8.3.2.2, vierde lid.

5.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de Nadere regelen Mijnreglement 1964 en Mijnreglement continentaal plat beveiliging boorgaten geldt als een ontheffing als bedoeld in art. 8.3.4.1, vierde lid.

Artikel 14.2.2
1.

Ontheffingen met betrekking tot de inrichting van putten, welke zijn verkregen voor inwerkingtreding van deze regeling, gelden als ontheffingen als bedoeld in hoofdstuk 8, afdeling 8.4.

2.

Ontheffingen met betrekking tot de verbuizing van een buiten gebruik te stellen put, welke zijn verkregen voor inwerkingtreding van deze regeling, gelden als ontheffingen als bedoeld in artikel 8.5.2.7, derde lid.

§ 11.5. Jaarplan Staatstoezicht op de mijnen

Artikel 14.3.1
1.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling lozing van oliehoudende mengsels geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1.3, tweede lid.

2.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Regeling lozing van oliehoudende mengsels geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1.4, vierde lid.

3.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling lozing van oliehoudende mengsels geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1.5, tweede lid.

Artikel 14.3.2

Op mijnbouwinstallaties die geplaatst zijn voor 1 januari 1988 zijn de in artikel 9.1.5, eerste lid, onderdeel a, genoemde normen van toepassing met ingang van 1 oktober 2003, mits tot dat tijdstip op deze installaties de best beschikbare technieken, bedoeld in aanhangsel 1 bij het Osparverdrag, worden toegepast om het alifatische oliegehalte niet meer dan 100 milligram olie per liter en het maandelijks gemiddelde alifatische oliegehalte niet meer dan 40 milligram olie per liter te laten bedragen.

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Artikel 15.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003, met dien verstande dat:

  • b. artikel 9.3.2 met ingang van 1 januari 2004 in werking treedt.
Artikel 15.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Mijnbouwregeling.

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

A. Algemene gegevens

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

A. Algemene gegevens

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

C. Technische gegevens

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 Beschrijving van de Ankergebieden, Aanloopgebied van Hoek van Holland en Overige gebieden, bedoeld in de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 van de regeling

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

B

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

B

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van cijfers en letters die in de tabellen 1 en 2 zijn gedefinieerd.

Gebieden:

  • 1). Schietgebied Noordzee ten noorden van de Waddeneilanden (BAZ40). Dit gebied wordt begrensd door de lijn die de punten a, b, c, d, en e met elkaar verbindt.
  • 2). Marine-oefengebied ten westen van Haaksgronden (BAZ33). Dit gebied wordt begrensd door de parallellen 53°05'N en 53°13'N en de meridianen 3°45'E en 4°10'E.
  • 3). Een schietgebied nabij Petten (BAZ30). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 1, 2, via cirkelboog vanuit f met een straal van 9 zeemijlen naar 3, en via de gemeentelijke grens naar 1.
  • 4). Een schietgebied nabij Petten (BAZ31). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 4, 5, via een kromme waarbij de kortste afstand tot de lijn door g en h altijd 14 zeemijlen is naar 6, 7 en via de gemeentelijke grens naar 4.
  • 5). Schietgebied Vliehors (BAZ36). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 8, 9 via een cirkelboog vanuit i met straal van 4 zeemijlen naar 10, 11 en via de gemeentelijke grens naar 8.
  • 6). Schietgebied Zeegat van Texel (BAZ32). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 12, 13, via een cirkelboog vanuit j met een straal van 21000 meter naar 14 en via de gemeentelijke grens naar 12.
  • 7). Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (BAZ34). Het gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 15, 16 via een cirkelboog vanuit k met een straal van 10 zeemijlen naar 17, 18 en via de gemeentelijke grens naar 15.
Punt X-geografisch Y-geografisch
a 54°00',0N 004°46',0E
b 54°00',0N 006°06',4E
c 53°51',1N 006°14',0E
d 53°37',6N 005°06',0E
e 53°36',0N 004°46',0E
f 52°47',1N 004°40',3E
g 52°47',7N 004°40',3E
h 52°47',8N 004°41',0E
i 53°14',4N 004°55',3E
j 52°55',2N 004°43',1E
k 52°57',8N 004°44',3E
1: snijpunt van de lijn beginnend in punt f in de richting 254° met de gemeentelijke grens.
2: punt vanuit punt f op een afstand van 9 zeemijlen in de richting 254°.
3: snijpunt ten noorden van punt f van de cirkelboog met als middelpunt punt f en een straal van 9 zeemijlen met de gemeentelijke grens
4: snijpunt van de lijn beginnend in punt g in de richting 225° met de gemeentelijke grens.
5: punt vanuit punt g op een afstand van 14 zeemijlen in de richting 225°.
6: punt vanuit punt h op een afstand van 14 zeemijlen in de richting 345°.
7: snijpunt van de lijn beginnend in punt h in de richting 345° met de gemeentelijke grens.
8: snijpunt van de lijn beginnend in punt i in de richting 275° met de gemeentelijke grens.
9: punt vanuit punt i op een afstand van 4 zeemijlen in de richting 275°.
10: punt vanuit punt i op een afstand van 4 zeemijlen in de richting 365°.
11: snijpunt van de lijn beginnend in punt i in de richting 365° met de gemeentelijke grens.
12: snijpunt ten zuiden van punt j, van de cirkelboog met als middelpunt punt j met een straal van 21000 meters met de gemeentelijke grens.
13: punt vanuit punt j op een afstand van 21000 meters in de richting 335°.
14: snijpunt van de lijn beginnend in punt j in de richting 335° met de gemeentelijke grens.
15: snijpunt van de lijn beginnend in punt k in de richting 265° met de gemeentelijke grens.
16: punt vanuit punt k op een afstand van 10 zeemijlen in de richting 265°.
17: punt vanuit punt k op een afstand van 10 zeemijlen in de richting 337°.
18: snijpunt van de lijn beginnend in punt k in de richting 337° met de gemeentelijke grens.

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van cijfers en letters die in de tabellen 1 en 2 zijn gedefinieerd.

Gebieden:

  • 1). Schietgebied Noordzee ten noorden van de Waddeneilanden (BAZ40). Dit gebied wordt begrensd door de lijn die de punten a, b, c, d, en e met elkaar verbindt.
  • 2). Marine-oefengebied ten westen van Haaksgronden (BAZ33). Dit gebied wordt begrensd door de parallellen 53°05'N en 53°13'N en de meridianen 3°45'E en 4°10'E.
  • 3). Een schietgebied nabij Petten (BAZ30). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 1, 2, via cirkelboog vanuit f met een straal van 9 zeemijlen naar 3, en via de gemeentelijke grens naar 1.
  • 4). Een schietgebied nabij Petten (BAZ31). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 4, 5, via een kromme waarbij de kortste afstand tot de lijn door g en h altijd 14 zeemijlen is naar 6, 7 en via de gemeentelijke grens naar 4.
  • 5). Schietgebied Vliehors (BAZ36). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 8, 9 via een cirkelboog vanuit i met straal van 4 zeemijlen naar 10, 11 en via de gemeentelijke grens naar 8.
  • 6). Schietgebied Zeegat van Texel (BAZ32). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 12, 13, via een cirkelboog vanuit j met een straal van 21000 meter naar 14 en via de gemeentelijke grens naar 12.
  • 7). Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (BAZ34). Het gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 15, 16 via een cirkelboog vanuit k met een straal van 10 zeemijlen naar 17, 18 en via de gemeentelijke grens naar 15.
Punt X-geografisch Y-geografisch
a 54°00',0N 004°46',0E
b 54°00',0N 006°06',4E
c 53°51',1N 006°14',0E
d 53°37',6N 005°06',0E
e 53°36',0N 004°46',0E
f 52°47',1N 004°40',3E
g 52°47',7N 004°40',3E
h 52°47',8N 004°41',0E
i 53°14',4N 004°55',3E
j 52°55',2N 004°43',1E
k 52°57',8N 004°44',3E
1: snijpunt van de lijn beginnend in punt f in de richting 254° met de gemeentelijke grens.
2: punt vanuit punt f op een afstand van 9 zeemijlen in de richting 254°.
3: snijpunt ten noorden van punt f van de cirkelboog met als middelpunt punt f en een straal van 9 zeemijlen met de gemeentelijke grens
4: snijpunt van de lijn beginnend in punt g in de richting 225° met de gemeentelijke grens.
5: punt vanuit punt g op een afstand van 14 zeemijlen in de richting 225°.
6: punt vanuit punt h op een afstand van 14 zeemijlen in de richting 345°.
7: snijpunt van de lijn beginnend in punt h in de richting 345° met de gemeentelijke grens.
8: snijpunt van de lijn beginnend in punt i in de richting 275° met de gemeentelijke grens.
9: punt vanuit punt i op een afstand van 4 zeemijlen in de richting 275°.
10: punt vanuit punt i op een afstand van 4 zeemijlen in de richting 365°.
11: snijpunt van de lijn beginnend in punt i in de richting 365° met de gemeentelijke grens.
12: snijpunt ten zuiden van punt j, van de cirkelboog met als middelpunt punt j met een straal van 21000 meters met de gemeentelijke grens.
13: punt vanuit punt j op een afstand van 21000 meters in de richting 335°.
14: snijpunt van de lijn beginnend in punt j in de richting 335° met de gemeentelijke grens.
15: snijpunt van de lijn beginnend in punt k in de richting 265° met de gemeentelijke grens.
16: punt vanuit punt k op een afstand van 10 zeemijlen in de richting 265°.
17: punt vanuit punt k op een afstand van 10 zeemijlen in de richting 337°.
18: snijpunt van de lijn beginnend in punt k in de richting 337° met de gemeentelijke grens.

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van cijfers en letters die in de tabellen 1 en 2 zijn gedefinieerd.

Gebieden:

  • 1). Schietgebied Noordzee ten noorden van de Waddeneilanden (BAZ40). Dit gebied wordt begrensd door de lijn die de punten a, b, c, d, en e met elkaar verbindt.
  • 2). Marine-oefengebied ten westen van Haaksgronden (BAZ33). Dit gebied wordt begrensd door de parallellen 53°05'N en 53°13'N en de meridianen 3°45'E en 4°10'E.
  • 3). Een schietgebied nabij Petten (BAZ30). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 1, 2, via cirkelboog vanuit f met een straal van 9 zeemijlen naar 3, en via de gemeentelijke grens naar 1.
  • 4). Een schietgebied nabij Petten (BAZ31). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 4, 5, via een kromme waarbij de kortste afstand tot de lijn door g en h altijd 14 zeemijlen is naar 6, 7 en via de gemeentelijke grens naar 4.
  • 5). Schietgebied Vliehors (BAZ36). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 8, 9 via een cirkelboog vanuit i met straal van 4 zeemijlen naar 10, 11 en via de gemeentelijke grens naar 8.
  • 6). Schietgebied Zeegat van Texel (BAZ32). Dit gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 12, 13, via een cirkelboog vanuit j met een straal van 21000 meter naar 14 en via de gemeentelijke grens naar 12.
  • 7). Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (BAZ34). Het gebied wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 15, 16 via een cirkelboog vanuit k met een straal van 10 zeemijlen naar 17, 18 en via de gemeentelijke grens naar 15.
Punt X-geografisch Y-geografisch
a 54°00',0N 004°46',0E
b 54°00',0N 006°06',4E
c 53°51',1N 006°14',0E
d 53°37',6N 005°06',0E
e 53°36',0N 004°46',0E
f 52°47',1N 004°40',3E
g 52°47',7N 004°40',3E
h 52°47',8N 004°41',0E
i 53°14',4N 004°55',3E
j 52°55',2N 004°43',1E
k 52°57',8N 004°44',3E
1: snijpunt van de lijn beginnend in punt f in de richting 254° met de gemeentelijke grens.
2: punt vanuit punt f op een afstand van 9 zeemijlen in de richting 254°.
3: snijpunt ten noorden van punt f van de cirkelboog met als middelpunt punt f en een straal van 9 zeemijlen met de gemeentelijke grens
4: snijpunt van de lijn beginnend in punt g in de richting 225° met de gemeentelijke grens.
5: punt vanuit punt g op een afstand van 14 zeemijlen in de richting 225°.
6: punt vanuit punt h op een afstand van 14 zeemijlen in de richting 345°.
7: snijpunt van de lijn beginnend in punt h in de richting 345° met de gemeentelijke grens.
8: snijpunt van de lijn beginnend in punt i in de richting 275° met de gemeentelijke grens.
9: punt vanuit punt i op een afstand van 4 zeemijlen in de richting 275°.
10: punt vanuit punt i op een afstand van 4 zeemijlen in de richting 365°.
11: snijpunt van de lijn beginnend in punt i in de richting 365° met de gemeentelijke grens.
12: snijpunt ten zuiden van punt j, van de cirkelboog met als middelpunt punt j met een straal van 21000 meters met de gemeentelijke grens.
13: punt vanuit punt j op een afstand van 21000 meters in de richting 335°.
14: snijpunt van de lijn beginnend in punt j in de richting 335° met de gemeentelijke grens.
15: snijpunt van de lijn beginnend in punt k in de richting 265° met de gemeentelijke grens.
16: punt vanuit punt k op een afstand van 10 zeemijlen in de richting 265°.
17: punt vanuit punt k op een afstand van 10 zeemijlen in de richting 337°.
18: snijpunt van de lijn beginnend in punt k in de richting 337° met de gemeentelijke grens.

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 9.2.2a

De uitvoerder draagt er zorg voor dat het gebruik of de lozing van chemicaliën als bedoeld in paragraaf 9.2 beperkt blijft tot hetgeen strikt noodzakelijk is bij mijnbouwactiviteiten op zee.

Artikel 9.2.2b

De Minister neemt een aanvraag om ontheffing en een melding als bedoeld in deze paragraaf slechts in behandeling wanneer de chemicaliën waarvoor de ontheffing wordt gevraagd respectievelijk waarvan melding wordt gemaakt zijn geregistreerd overeenkomstig paragraaf 9.3 en voldoen aan:

  • a. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de bij of krachtens titel 9.3 van de Wet milieubeheer voor de uitvoering van die verordening gestelde voorschriften;
  • b. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en de bij of krachtens titel 9.3a van de Wet milieubeheer voor de uitvoering van die verordening gestelde voorschriften en

§ 11.2. Wijze van gegevens verstrekking aan de minister

Artikel 9.3.3
1.

Een aanvraag tot registratie van chemicaliën wordt tezamen met een HOCNF-formulier, ingevuld volgens Ospar-akkoord 2012-05, door de producent of leverancier bij de minister ingediend.

2.

De aanvraag tot registratie van chemicaliën wordt alleen in behandeling genomen indien uit de informatie in het HOCNF-formulier blijkt dat voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 9.2.2b, onderdeel b.

Artikel 9.3.4

De toxiciteitstest waarvan het resultaat wordt opgenomen in het HOCNF-formulier wordt op stofbasis verricht met inachtneming van de Ospar-akkoorden 2005-11 en 2005-12.

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

§ 11.2. Wijze van gegevens verstrekking aan de minister

§ 11.5. Jaarplan Staatstoezicht op de mijnen

§ 11a.1. Toepassingsbereik

§ 11.1. Te verstrekken gegevens

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

Hoofdstuk 12. Financiële bepaling

§ 11.2. Wijze van gegevens verstrekking aan de minister

§ 14.2. Overgangsbepalingen met betrekking tot boorgaten en putten

§ 11.4. Aan te wijzen instelling

Hoofdstuk 12. Financiële bepaling en retributie

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

1

B

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

2

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

1

C. Technische gegevens

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

a. De hoeveelheid aardolie, putgasbenzine daaronder begrepen, en aardgas gedurende het afgelopen kalenderjaar door de aanvrager gewonnen, uitgedrukt in 1000 m3, zowel in totaal als gesplitst per land.

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 11. behorende bij artikel 8.2.2.l, tweede lid

1.0. Projectgegevens
1.1 de naam van de mijnbouwonderneming
1.2 de aanduiding van de boring
1.3 de naam van de boorinstallatie
1.4 de naam van het bijstandsschip, indien een bijstandsschip bij de boring aanwezig is
1.5 de naam van de concipiant van het dagverslag
1.6 de telefoonnummers waarop de concipiant gedurende werkuren bereikbaar is
1.7 het serienummer van het dagverslag
1.8 de datum waarop het dagverslag van toepassing is
1.9 het tijdsbestek waarop het dagverslag van toepassing is.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1 de diameter (in inches) van alle verbuizingen
2.2 de boorbeiteldiameters (in inches) van alle verbuizingen
2.3 de schoendiepte (in meters) van alle in het boorprogramma voorziene verbuizingen
2.4 de schoendiepte (in meters) van alle gezette verbuizingen
2.5 de formatiesterkte van alle relevante verbuizingen, uitgedrukt in de boorspoelingsgradiënt in kPa/m, bar/l0 m of in een equivalent boorspoelingsgewicht
2.6 de einddiepte (in meters) van een boorgatsectie.
3.0. Boorspoelinggegevens
3.1 het type boorspoeling op de betreffende diepte
3.2 de viscositeit van de boorspoeling volgens MARSH in seconden
3.3 het filtraatverlies volgens de standaardmethode in 0,001 m3 (cc)
3.4 het solidsgehalte van de boorspoeling in gr/l
3.5 het boorspoelingsgewicht in kN/m² of kg/dm3
3.6 de viscositeit en gel van de boorspoeling volgens FANN
3.7 de PH van het bij 3.3. verkregen filtraat
3.8 het oliegehalte van de bij 3.4 verkregen vloeistof.
4.0. Geologische gegevens
4.1 de naam van de laatstdoorboorde aardlaag
4.2 de top van de bovengenoemde aardlaag op de vanaf de boorvloer langs het boorgat gemeten diepte in meters waar deze werd verwacht ("along hole depth" (AHD)/"true vertical depth" (TVD))
4.3 de diepte in meters waar deze top is gevonden (AHD)
4.4 de naam van de volgende te verwachten aardlaag
4.5 de verwachte top van de volgende aardlaag (AHD).
5.0. Gegevens betreffende het verloop van de werkzaamheden
5.1 een korte samenvatting van de werkzaamheden gedurende de verslagperiode
5.2 een korte samenvatting van de voorziene werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode
5.3 een korte samenvatting van de al verrichte werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode tot de rapportagetijd
6.0. Onvoorziene gebeurtenissen
6.1 Een korte samenvatting van alle onvoorziene gebeurtenissen gedurende de verslagperiode.

Bijlage 12. behorende bij artikel 8.2.2.2

1.0. Projectgegevens
1.1. Algemeen
1. de namen van de leidinggevenden met een aanduiding van hun functie
2. het tijdvak waarin deze leiding gaven.
1.2. Boring
1. een aanduiding (code of naam) van de boring inclusief sidetracks
2. voor putten op land: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in het coördinatiestelsel van de Rijksdriehoeksmeting
3. voor putten op zee: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening
4. het doel van de boring
5. de datum van het begin van de boring en het aantal dagen op de locatie.
1.3. Mijnbouw- of boorinstallatie
1. de naam van de installatie
2. de namen van de eigenaren van de installatie.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1. Dieptes
1. de dieptereferentie in meters ten opzichte van
a. Normaal Amsterdams Peil (NAP), indien bij de boring geen gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie of
b. Mean Sea Level (MSL), indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie
2. de diepte in meters ("along hole depth" (AHD) en "true vertical depth" (TVD)) aan het einde van de diepboring
3. de deviatieplots van de diepboring, zowel verticaal als horizontaal, op A4-formaat
4. de waterdiepte onder MSL, indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie.
2.2. Gezette verbuizingen
1. de maten
2. de schoendiepte in meters en de diepte in meters aan de bovenzijde
3. de materiaalsoort en het gewicht per lengte-eenheid van de gezette verbuizing
4. de cementsoorten, het gewicht van de cementspecie ("slurry") en het volume van de cementspecie
5. de bovenzijde van het cement (theoretisch of vastgesteld)
6. een verbuizingsdiagram op A4-formaat.
3.0. Boorspoelinggegevens
1. het type boorspoeling per boorgatsectie
2. het soortelijk gewicht van de boorspoeling als functie van de diepte.
4.0. Geologische gegevens
4.1. Stratigrafische kolom
1. de diepte in meters (AHD) van de bovenzijde van de aangetroffen geologische aardlagen
2. de aangetroffen breukdieptes
3. de aangetroffen abnormale formatiedrukken.
4.2. Koolwaterstoffen
1. de aangetroffen producten
2. de producerende aardlagen
3. de maximaal geteste productie ("choke sizes" en "flowing tubing head pressure")
4. de ingesloten formatiedruk na het testen.
5.0. Gegevens betreffende de putafwerking
1. de putstatus
2. een tekening van de (definitief of tijdelijk) buiten gebruik gestelde put op A4-formaat
3. een tekening met de maten van de putmondafwerking op A4-formaat
4. een tekening met de maten van de spuitseries op A4-formaat.
6.0. Ondertekening
1. plaats
2. datum
3. handtekening van de leidinggevende.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 9.2.6a

Een aanvraag om ontheffing om te lozen als bedoeld in artikel 9.2.5, tweede lid, voor chemicaliën als bedoeld in artikel 9.2.6, tweede lid, onderdelen b, c en d, wordt geweigerd, tenzij de uitvoerder bij de aanvraag aantoont dat vanwege technische aspecten of veiligheidsaspecten geen minder schadelijke vervangende middelen beschikbaar zijn. In dat geval kan de ontheffing voor ten hoogste drie jaar worden verleend.

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

§ 11.4. Aan te wijzen instelling

§ 11.4. Aan te wijzen instelling

§ 11.2. Wijze van gegevens verstrekking aan de minister

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

Hoofdstuk 12. Financiële bepaling

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

§ 11.3. Te gebruiken eenheden

§ 11.3. Te gebruiken eenheden

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

A. Algemene gegevens

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 Beschrijving van de Ankergebieden, Aanloopgebied van Hoek van Holland en Overige gebieden, bedoeld in de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 van de regeling

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

B

1

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

3

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 1.3.4a
1.

Onverminderd artikel 1.3.4 verstrekt de aanvrager bij een aanvraag om een vergunning voor het permanent opslaan van CO2 bovendien:

  • a. een karakterisering en beoordeling van het potentiële opslagcomplex met inbegrip van de afdichtende laag en het omliggende gebied, inclusief de hydraulisch verbonden gebieden, uitgevoerd en onderbouwd op de voet van Bijlage I van de richtlijn nr. 2009/31/EG;
  • b. de beoogde plaats van de injectiefaciliteiten;
  • c. de totale hoeveelheid stoffen die zal worden opgeslagen uitgedrukt in kton;
  • d. een opgave van de afzonderlijke bestanddelen van de stoffen die worden opgeslagen en hun aandeel in de totale hoeveelheid van stoffen die worden opgeslagen, en
  • e. de gegevens waarop de beoogde maximum toelaatbare snelheid en druk bij injectie van CO2 en de beoogde maximum toelaatbare druk van de opgeslagen CO2 zijn gebaseerd.
2.

De aanvraag bevat het ontwerp voor een risicobeheerplan als bedoeld in artikel 29c van het besluit.

3.

De aanvraag bevat het ontwerp voor een plan voor het nemen van corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel 29d van het besluit.

4.

De aanvraag bevat het ontwerp voor een monitoringsplan als bedoeld in artikel 29f van het besluit dat voldoet aan Bijlage II, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2009/31/EG. Het ontwerp strekt tot:

  • a. het vergelijken van het feitelijk en het gemodelleerd gedrag van het CO2 en andere opgeslagen stoffen en het formatiewater in het voorkomen;
  • b. het detecteren van significante onregelmatigheden;
  • c. het detecteren van CO2 en andere stoffen;
  • d. het detecteren van significante negatieve effecten voor het omliggende milieu en voor met name het drinkwater, de omwonende bevolking en de gebruikers van de biosfeer in de omgeving;
  • e. het evalueren van de doeltreffendheid van eventuele getroffen corrigerende maatregelen als bedoeld in het vijfde lid, en
  • f. het actualiseren van de veiligheids- en integriteitsbeoordeling van het opslagcomplex op korte en lange termijn, met inbegrip van de beoordeling van de vraag of het opgeslagen CO2 volledig en permanent is ingesloten.
5.

De aanvraag bevat het ontwerp voor een afsluitingsplan als bedoeld in artikel 29g van het besluit.

6.

De aanvraag bevat:

  • a. de voor de ramingen, bedoeld in artikel 29j, tweede lid, van het besluit benodigde gegevens vergezeld van adequate cijfermatige onderbouwing en toelichting en mogelijke vorm van zekerheid die zal worden gesteld;
  • b. het ontwerp voor een plan ter voorkoming of beperking van schade door bodembeweging indien het voorkomen voor het permanent opslaan van CO2 gelegen is aan de landzijde van de lijn die in de bijlage bij de wet is vastgelegd door bodembeweging als bedoeld in artikel 29h van het besluit gebaseerd op een risico-analyse over bodembeweging, en
  • c. informatie die aantoont dat is gezorgd voor professionele en technische ontwikkeling en training van de exploitant en van alle personeel voorafgaande, tijdens en na beëindiging van de injectie van CO2.
Artikel 1.3.4b

Bij een aanvraag om een vergunning voor het permanent opslaan van CO2 in te trekken, verstrekt de vergunninghouder de minister:

  • a. een verslag dat aantoont dat:
  • 1°. het opgeslagen CO2 volledig en permanent ingesloten blijft,
  • 2°. het feitelijke gedrag van het geïnjecteerde CO2 in overeenstemming is met het gemodelleerde gedrag,
  • 3°. er geen detecteerbare lekken zijn,
  • 4°. de opslaglocatie evolueert naar een toestand van lange termijn stabiliteit, en

§ 1.4. Aanvraag mijnbouwmilieuvergunning

§ 1.5. Aanvraag vergunningen en ontheffingen bij verkenningsonderzoek

§ 1.6. Aanvraag vergunningen en ontheffingen mijnbouwwerken

§ 1.7. Aanvraag vergunning pijpleidingen en kabels

§ 1.8

§ 1.7. Aanvraag vergunning pijpleidingen en kabels

§ 1.5. Aanvraag vergunning voor verkenningsonderzoek op land

§ 1.6c. Aanvraag instemming met rapport over verwijdering mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding

Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek

§ 1.6b. Aanvraag instemming verwijderingsplan en ontheffing mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding

§ 2.2. Verkenningsonderzoek met gebruik van ontplofbare stoffen

§ 1.9. Aanvraag vergunning winning kalksteen of ander gebruik groeve

§ 1.10. Restrictiegebieden

§ 1.12. Veiligheidszone

§ 1.12. Veiligheidszone

Artikel 3.2
1.

Het register over CO2-stromen, bedoeld in artikel 31f van de wet, bevat met ingang van de dag van eerste injectie van stoffen een opgave van:

  • a. de hoeveelheden stoffen uitgedrukt in kton die per uur zijn geleverd, geïnjecteerd of weggelekt en
  • b. de samenstelling van de stoffen en iedere wijziging in de samenstelling ervan met vermelding van de datum en tijdstip van wijziging;
2.

De samenstelling van de stoffen bevat een opgave van de afzonderlijke stoffen en hun volume- en gewichtsaandeel met een voldoende nauwkeurigheid met het oog op de belangen van milieu en veiligheid.

3.

Het register wordt tenminste wekelijks bijgewerkt.

Hoofdstuk 4. Helikopterdekken

Afdeling 4.1. Helikopterdekken op mijnbouwinstallaties

§ 2.4. Het boren van schietgaten

§ 4.3. Obstakels op en rond de landingsplaats

§ 2.6. Het laden van schietgaten

§ 2.7. Niet tot ontploffing gekomen ladingen

§ 2.8. Rapportage

§ 4.8. De tekening van het helikopterdek en andere gegevens

Hoofdstuk 5. Herkenningstekens, geluidsbakens en lichtbakens

Hoofdstuk 6. Communicatiemiddelen en meteorologische apparatuur

§ 6.1. Algemeen

§ 6.2. Communicatiemiddelen

§ 6.3. Meteorologische en oceanografische apparatuur

Hoofdstuk 7. Onderzoek naar sterkte mijnbouwinstallaties en wijze van verwijdering van onder het oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallaties

Hoofdstuk 8. Boorgaten en putten

Afdeling 8.1. Algemeen

Afdeling 8.2. Werkprogramma's voor boorgaten en putten alsmede rapportages voor boorgaten

§ 8.2.3. Werkprogramma voor reparatie van putten

§ 8.2.3a. Werkprogramma voor het stimuleren van een voorkomen via een put

Afdeling 8.4. Inrichting van putten

§ 8.3.1. Beveiligingen bij aanleg van boorgaten

§ 8.3.4. Reparatie van een put

§ 8.3.4. Reparatie van een put

Afdeling 8.4. Inrichting van putten

Afdeling 8.5. Het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten

§ 8.5.1. Algemeen

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.3. Registratie van chemicaliën

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

§ 9.3. Registratie van chemicaliën

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)