Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, 3, tweede lid, 53, tweede lid, 56 en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 4, tweede lid, 15, tweede lid, en 18 van de Douanewet en de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, 5, tweede lid, en 63a van de Invorderingswet 1990;

Besluit:

Artikel 1

Deze regeling berust op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, 3, tweede lid, 39, 56 en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, 5, tweede lid, en 63a van de Invorderingswet 1990, artikel 34a, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, artikel 1, onderdelen h en i, van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten, artikel 19 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 1, onderdeel t, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 1, onderdeel g, van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet tegemoetkomingen loondomein, artikel 252a, tweede lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1.3, onderdelen k en l, en 8.1 van de Belastingwet BES.

Hoofdstuk 1. Organisatie van de Belastingdienst

Artikel 2
1.

Er is een rijksbelastingdienst onder de naam Belastingdienst. De Belastingdienst bestaat uit het directoraat-generaal Belastingdienst, het directoraat-generaal Douane en het directoraat-generaal Toeslagen. De Belastingdienst is belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen en andere bij of krachtens de wet opgedragen taken.

2.

De Belastingdienst staat onder het gezag van de Minister van Financiën.

Artikel 3
1.

Het directoraat-generaal Belastingdienst bestaat uit de volgende onderdelen:

2.

Het directoraat-generaal Douane bestaat uit de volgende onderdelen:

3.

Het directoraat-generaal Toeslagen omvat de Dienst Toeslagen bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, en bestaat uit de volgende onderdelen:

4.

De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in het vijfde lid en andere dan de motorrijtuigenbelasting, de belasting zware motorrijtuigen, de minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking en de CO2-heffing industrie, doch met dien verstande dat deze onderdelen wel mede zijn belast met de invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen. Deze onderdelen zijn mede belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen.

5.

De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdelen a en b, zijn belast met de heffing en invordering van:

6.

De B/CAP is belast met de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen en is mede belast met de heffing en invordering van overige rijksbelastingen, andere dan de minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking en de CO2-heffing industrie. De B/CAP is mede belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen.

7.

De Dienst Toeslagen is belast met het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van:

8.

De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, zijn mede belast met de handhaving van verboden en beperkingen met betrekking tot het goederenverkeer.

Artikel 4
1.

Het directoraat-generaal Belastingdienst staat onder leiding van de directeur-generaal Belastingdienst, bijgestaan door een bestuursteam (het bestuursteam Belastingdienst).

2.

Het directoraat-generaal Douane staat onder leiding van de directeur-generaal Douane.

3.

Het directoraat-generaal Toeslagen staat onder leiding van de directeur-generaal Toeslagen.

4.

De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c, d, e, en artikel 3, derde lid, onderdeel a staan, met uitzondering van de B/CLO, elk onder leiding van een algemeen directeur. De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en artikel 3, derde lid, onderdeel b, staat onder leiding van een directeur.

Hoofdstuk 2. Aanwijzing van functionarissen

Artikel 5
1.

De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.

2.

De directeur-generaal Belastingdienst is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 voorzover het de belastingaangelegenheden betreft die verband houden met het Koninklijk Huis.

Artikel 6

De algemeen directeur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 54, onderdelen f en g, van de Mijnbouwwet.

Artikel 7

De algemeen directeur Belastingdienst/Particulieren is directeur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.

Artikel 8

De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c en d, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane oefenen het bestuur van ’s Rijks belastingen uit. De directeur-generaal Douane, de algemeen directeuren en de directeur kunnen ambtenaren aanwijzen die namens hen de bevoegdheden van het bestuur van ’s Rijks belastingen uitoefenen.

Artikel 9
1.

De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

2.

Als functionarissen als bedoeld in artikel 76, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden aangewezen de ambtenaren van de Belastingdienst (contactambtenaren) die door de in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn aangewezen om namens hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, uit te oefenen.

Artikel 10

De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 47a, 48, 49, 50, 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 58, 59, 60 en 62 van de Invorderingswet 1990 en de artikelen 8.83, 8.84, 8.85, 8.87 en 8.91 van de Belastingwet BES bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de algemeen directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze algemeen directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Hoofdstuk 3. Ressortering onder functionarissen

Artikel 11
1.

Natuurlijk personen, lichamen en entiteiten ressorteren:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.