Subsidieregeling Onderzoek en producties 2004
Deze regeling vervangt de regeling Onderzoek en producties 2003.
1. Doel van de subsidieregeling
De subsidieregeling Onderzoek en producties 2004 heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsontwikkeling van en de diversiteit in de professionele podiumkunsten in Nederland.
De regeling stelt professionele podiumkunstenaars in staat zich in artistieke zin te ontwikkelen en dans-, theater- en muziekproducties te realiseren. Omdat het Fonds een landelijk fonds is, subsidieert het activiteiten die het lokale en regionale belang overstijgen.
Onder podiumkunsten verstaat het Fonds kunsten op het gebied van muziek, muziektheater, dans, toneel, mime, jeugdtheater, poppen- en objecttheater, opera, operette en mengvormen van genoemde (sub)disciplines, al dan niet in combinatie met nieuwe media.
2. Aard van de aanvragen
Een bijdrage kan worden verstrekt in de kosten die door in Nederland gevestigde professionele podiumkunstenaars worden gemaakt voor het uitvoeren van onderzoek en het uitbrengen van producties en die voldoen aan de bepalingen van deze subsidieregeling.
Een medewerker aan een onderzoek of productie beschikt over de Nederlandse nationaliteit of heeft zich in Nederland of de Europese Unie gevestigd. Indien een medewerker van buiten de Europese Unie zich in Nederland vestigt, dient u desgevraagd een kopie van de verblijfsvergunning te overleggen.
Het onderzoek of de productie wordt grotendeels in Nederland uitgevoerd door in Nederland gevestigde podiumkunstenaars of podiumkunstgezelschappen. Voorstellingen en concerten zijn openbaar toegankelijk en/of worden binnen het basis- of voortgezet onderwijs gespeeld.
Het onderzoek of de productie heeft een in tijd beperkt karakter. Het Fonds subsidieert voor dans-, muziektheater- en theaterproducties in eerste instantie een speelperiode van één maand. Voor theater-, dans- en muziektheaterproducties voor jeugd/jongeren geldt maximaal een speelperiode van twee maanden. Het Fonds stelt voor muziekproducties subsidie beschikbaar per concert. Het Fonds kan besluiten een beperkt aantal voorstellingen en/of concerten te subsidiëren. Het Fonds kan evenwel besluiten een subsidie te reserveren zodat tegen overlegging van opties of contracten die meer speelbeurten garanderen, alsnog een langere periode gesubsidieerd kan worden.
Libretti en (muziek)theaterteksten
Subsidie voor het schrijven van (muziek)theaterteksten of libretti (ook gericht op 'operetterepertoire') kan worden aangevraagd in het kader van deze regeling. Er zijn twee mogelijkheden:
In beide gevallen dient het onderzoek of de productie volledig beschreven te zijn volgens de richtlijnen zoals opgenomen in deze regeling.
Operette
Binnen deze subsidieregeling is door het Ministerie van OCenW voor de periode 2002-2004 een apart budget beschikbaar gesteld ter bevordering van de operette, dat wil zeggen alle vormen van professioneel muziektheater die voor wat betreft inhoud en vorm verwant zijn aan, ofwel hun oorsprong vinden binnen, de geldende operettetraditie.
Daarbij kan het gaan om:
Tevens kunnen aanvragen worden ingediend voor composities en arrangementen en nieuwe arrangementen van bestaand repertoire.
Vmbo-middelen
Voorzover extra middelen door het Ministerie van OCenW beschikbaar zijn gesteld voor producties ten behoeve van het VMBO kunnen die binnen deze subsidieregeling worden aangewend.
Meerjarige programmasubsidie
Als het Fonds aan een instelling een meerjarige programmasubsidie heeft verleend, kan deze instelling geen beroep doen op de subsidieregeling Onderzoek en producties 2004.
Samenwerking van een ad hoc gesubsidieerde instelling en een meerjarig door het Ministerie van OCenW gesubsidieerde instelling
Wanneer er sprake is van een artistieke en/of productionele samenwerking tussen enerzijds individuele, in groepsverband en op ad-hocbasis werkende, professionele podiumkunstenaars en anderzijds een culturele instelling die voor de periode 2001-2004 van het Ministerie van OCenW een meerjarige subsidie ontvangt, kan een aanvraag alleen door de niet-meerjarig gesubsidieerde partner worden ingediend.
Bij de bepaling van de hoogte van het subsidie wordt ervan uitgegaan dat de inbreng van de meerjarig gesubsidieerde instelling gekapitaliseerd is, tenzij aangetoond kan worden dat zij extra kosten maakt, die niet uit het reguliere budget kunnen worden bekostigd.
Uitzonderingen
Voor de volgende gelden andere indiendata en zijn separate budgetten beschikbaar.
- Meerjarig door het Ministerie van OCenW gesubsidieerde instellingen.
Een instelling die voor de periode 2001-2004 meerjarig door het Ministerie van OCenW wordt gesubsidieerd kan voor een subsidie Onderzoek en producties 2004 in aanmerking komen indien het een bijzondere aanvulling betreft op de activiteiten van de instelling en het Cultuurnotasubsidie niet bestemd is voor de uitvoering van deze bijzondere aanvullende activiteiten.
Aanvrager toont door middel van de beschikking van het Ministerie van OCenW en de herziene begroting 2001-2004, het activiteitenplan 2004 en de jaarrekening 2003 aan dat deze activiteiten niet uit de beschikbare middelen kunnen worden gefinancierd. Bij de bepaling van de hoogte van de financiële bijdrage worden alleen de directe kosten van die aanvullende activiteiten in aanmerking genomen. Aanvragen kunnen eens per jaar worden ingediend en moeten uiterlijk 9 januari 2004 om 15.00 uur door het Fonds ontvangen zijn. Voor honorering van deze plannen heeft het Fonds binnen het beschikbare budget voor Onderzoek en producties 2004 een budget afgezonderd.
- Aanvragen voor producties die in première gaan in een (midden-) grote zaal moeten eveneens uiterlijk 9 januari 2004 om 15.00 uur door het Fonds ontvangen zijn.
Van een (midden-) grote zaal is sprake als de zaalcapaciteit 300 plaatsen of meer is.
- Voor honorering van deze plannen heeft het Fonds binnen het beschikbare budget voor Onderzoek en producties 2004 een budget tevens afgezonderd.
3. Beschikbaar budget
Het bestuur van het Fonds stelt het beschikbare budget voor de subsidieregeling Onderzoek en producties 2004 vast. Subsidie wordt slechts verleend voorzover de middelen van het Fonds toereikend zijn. Onder meer vanwege de beperkte hoeveelheid middelen kan het Fonds niet alle aanvragen honoreren en evenmin gehonoreerde aanvragen voor het gevraagde bedrag honoreren.
Let wel: Voor honorering van aanvragen van meerjarig door het Ministerie van OCenW gesubsidieerde instellingen voor een bijzondere aanvulling op de activiteiten van de instelling waarbij het Cultuurnotasubsidie niet bestemd is voor de uitvoering van deze bijzondere aanvullende activiteiten heeft het Fonds binnen het beschikbare budget voor Onderzoek en producties 2004 een budget afgezonderd van 200.000 euro.
4. Aanvraag- en beslistermijn, repetitie- en onderzoeksperiode
Uw aanvraag moet dertien weken voor de start van uw activiteiten door het Fonds ontvangen zijn. De activiteiten vangen niet later aan dan op 31 december 2006. Het Fonds streeft ernaar binnen twaalf weken na ontvangst van uw aanvraag te berichten of uw aanvraag wordt gehonoreerd. Is uw aanvraag te laat ontvangen, dan wordt deze niet in behandeling genomen.
5. Aanvragen
Voor het indienen van een aanvraag maakt u gebruik van het aanvraagformulier Onderzoek en producties 2004 met bijbehorend begrotingsmodel.
De aanvraag, gesteld in de Nederlandse taal, bestaat uit:
5.1. Aanvraagformulier
Op het aanvraagformulier worden onder andere vermeld:
5.2. Gemotiveerd plan
Het gemotiveerde plan beslaat bij voorkeur maximaal vier A-4tjes waarin u een inhoudelijke en organisatorische beschrijving van uw onderzoek of productie geeft. Het verdient aanbeveling om het artistiek inhoudelijke deel door de artistiek verantwoordelijken te laten opstellen. In het algemeen is het van belang uw plan zo concreet mogelijk te beschrijven.
Het bevat de volgende informatie:
In geval van een onderzoeksaanvraag:
In geval van een productieaanvraag:
5.3. Begroting
Voor de subsidieregeling Onderzoek en producties 2004 maakt u gebruik van het bijbehorende begrotingsmodel.
Begrotingspost 1 en 2: Personeelslasten en honoraria
Medewerkers aan een productie worden gehonoreerd conform de voor de sector geldende CAO of daarmee vergelijkbare salaris- en honorariumregelingen of de gangbare salarisniveaus en zijn verzekerd voor het risico loondoorbetaling bij ziekte, pensioenen en dergelijke.
Subsidiabel zijn in het geval van:
In de begroting maakt u onderscheid tussen loonkosten die betrekking hebben op werknemers (in loondienst) en honoraria van freelancers; beide onder vermelding van de contractduur en -omvang.
In de begroting kunt u uitgaan van een opslag van twintig procent van het bruto maandsalaris ten behoeve van sociale lasten. In de verantwoording van het subsidie gaat u uit van de werkelijke sociale lasten. Het percentage pensioenpremie blijkt uit uw overeenkomst met uw pensioenfonds.
Voor libretti en (muziek)theaterteksten geldt het volgende. Subsidiabel is het overeengekomen honorarium tot een maximum van 12.500 euro voor een avondvullende productie van ten minste 75 minuten en tot een maximum van 5.000 euro voor een niet-avondvullende productie van ten minste 30 minuten.
Let wel: Het oneigenlijke gebruik van de status van freelancer of zelfstandige kan leiden tot navorderingen loonheffing en sociale verzekeringspremie als de fiscus en/of de uitvoeringsinstelling concluderen dat sprake is van werknemers. Laat u zo nodig adviseren door de belastingdienst, de uitvoeringsinstelling, uw werkgeversorganisatie of vakbond. Navorderingen en boetes zijn overigens niet subsidiabel.
Sinds 2003 bent u automatisch verzekerd van pensioenopbouw. Daarom vragen wij sofinummers of geboortedata van de medewerkers. Meer informatie vindt u op de website (www.fapk.nl)
Begrotingspost 3: Voorbereidingskosten
Tot de voorbereidingskosten behoren alle kosten - met uitzondering van salarissen en honoraria - die u maakt om de productie 'speelklaar' te maken.
Begrotingspost 4: Uitvoeringskosten
Tot de uitvoeringskosten worden gerekend die kosten - met uitzondering van salarissen en honoraria - die gepaard gaan met het uitvoeren van de productie, de dagkosten.
Begrotingspost 5: Publiciteit en educatie
Onder publiciteit en educatie neemt u alle kosten op die samenhangen met publiekswerving voor uw productie en verspreiding van de resultaten van uw onderzoek.
Begrotingspost 6: Bureau- en huisvestingskosten
In de begroting kunt u uitgaan van een maximum van vijf procent van de totale lasten zoals aangegeven op het (begrotings) model. Bij de verantwoording neemt u de werkelijke kosten met een maximum van vijf procent van de totale lasten op. In dit forfait zijn de kosten voor een goedkeurende accountantsverklaring opgenomen. Een accountantsverklaring is vereist indien de begrote lasten verbonden aan een onderzoek of productie meer dan 250.000 euro bedragen, dan wel het maximaal verleende subsidie meer dan 25.000 euro bedraagt.
Begrotingspost 7: Publieksinkomsten: uitkoopsommen en recettes
Er moet een redelijke verhouding bestaan tussen de begrote publieksinkomsten, de beoogde publieksgroepen en het beoogde speelcircuit. Het Fonds bepaalt de redelijkheid van de begrote uitkoopsom en gaat daarbij uit van minimaal:
Wat betreft de verhouding tussen eigen inkomsten, uitvoeringskosten en kosten van publiciteit het volgende. Bij producties moeten de uitvoeringskosten, vermeerderd met de kosten van publiciteit, ten minste gedekt worden door de eigen inkomsten (uitkoopsommen). Indien deze kosten niet gedekt kunnen worden door de eigen inkomsten, moet u dit toelichten in uw aanvraag.
Begrotingspost 8: Overige bijdragen en overige inkomsten
In beginsel wordt er van uitgegaan dat er naast het Fonds ook andere Nederlandse subsidiënten zijn. Te denken valt aan particuliere fondsen (onder andere VSB Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Doen) en sponsoren. Vermeld in de begroting welke andere subsidiënten en/of sponsors u heeft benaderd.
Bijdragen van coproducenten
De inbreng van coproducenten neemt u gekapitaliseerd op. Hierbij geldt dat:
Begrotingspost 9: Subsidies
Vermeld in de begroting welke andere subsidiënten u heeft benaderd. Vermeld ook of u subsidie heeft gevraagd bij gemeente of provincie, bijvoorbeeld in het kader van het Actieplan Cultuurbereik.
Voorzover u voor dezelfde activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een ander bestuursorgaan (zoals Mondriaan Stichting, Nederlands Fonds voor de Film) neemt u deze op in de begroting onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag. Subsidie die gedurende de subsidieperiode van andere bestuursorganen is of wordt verkregen voor dezelfde activiteiten als waarvoor in het kader van deze subsidieregeling subsidie is verleend, wordt in mindering gebracht op het verleende subsidie.
5.4. Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen
Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen zijn:
Het is van belang dat foto's, illustraties, videobanden, geluidsbanden en cd's voorzien zijn van de naam van de aanvrager en van de titel van de activiteiten. U kunt op het aanvraagformulier aangeven of u dit materiaal na afloop van de bezwaartermijn terug wilt ontvangen.
6. Werkwijze
Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van uw aanvraag zendt het Fonds u een ontvangstbevestiging. Hierna wordt getoetst of uw aanvraag past binnen de regeling en volledig en op tijd is ingediend. Over het besluit van het Fonds volgt altijd schriftelijk bericht. Desgevraagd retourneert het Fonds van een niet in behandeling genomen aanvraag acht exemplaren.
Het bestuur van het Fonds legt een in behandeling genomen aanvraag voor aan een adviescommissie. Het Fonds benoemt adviseurs op basis van hun specifieke deskundigheid en voor een periode van twee aaneengesloten seizoenen, met een mogelijkheid van verlenging met eenmaal twee aaneengesloten seizoenen. Een adviescommissie bestaat uit een voorzitter en minimaal drie leden. Het bestuur van het Fonds stelt de adviescommissie samen. Vergaderingen van adviescommissies zijn niet openbaar.
Deze commissie beoordeelt een in behandeling genomen aanvraag aan de hand van de criteria zoals vermeld in de subsidieregeling. De commissie preadviseert het college van advies. Het college van advies bestaat uit een externe voorzitter en een door het bestuur te bepalen aantal externe leden en de voorzitters van de adviescommissies. Vergaderingen van het college van advies zijn niet openbaar. Het college van het advies brengt advies uit aan het bestuur.
Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen informatie verstrekt.
Het bestuur besluit in beginsel uiterlijk 12 weken na ontvangst van uw aanvraag. Het besluit van het bestuur bestaat uit de subsidiebeschikking met daarbij de motivatie, het uitgebrachte advies.
Wanneer uw aanvraag wordt gehonoreerd, berichten wij u het maximaal verleende subsidie of de voorwaarden waaronder een reservering kan worden omgezet in een subsidieverlening. Aan een subsidie zijn verplichtingen verbonden zoals vermeld in paragraaf 8 Subsidieverplichtingen en zoals eventueel aanvullend opgenomen in de beschikking.
Aan het honoreren van een aanvraag Onderzoek en producties kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag en/of een met betreffende activiteiten verband houdende aanvraag.
7. Beoordelingscriteria
De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen Onderzoek en producties 2004 aan de hand van de volgende specifieke criteria:
Artistieke kwaliteit
Diversiteit
In hoeverre is er sprake van een belangwekkende bijdrage aan de veelzijdigheid van de podiumkunsten in Nederland?
Productionele kwaliteit
De kwaliteit van de aanvrager op het gebied van productie, organisatie, financieel beheer, marketing en publiekswerving en zijn kwaliteit in de functie van werkgever (arbeidsvoorwaarden, arbeidstijden, arbeidsomstandigheden en dergelijke). Ook wordt de redelijkheid van de begroting beoordeeld.
Alleen indien een aanvraag voldoet aan deze specifieke beoordelingscriteria, beoordeelt de commissie aan de hand van de volgende aanvullende criteria. Het Fonds geeft voorrang aan aanvragen die aan één of meer van de volgende aanvullende criteria voldoen.
Culturele diversiteit
In hoeverre is er sprake van een aanvraag waarvan het team van initiatiefnemers een multiculturele achtergrond heeft en/of in hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor producties specifiek gemaakt voor een cultureel divers samengesteld publiek?
Jeugd en jongeren
In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor producties specifiek gemaakt voor jeugd en jongeren?
Beginnende makers
In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor onderzoeken en producties die bijdragen aan de artistieke ontwikkeling van beginnende podiumkunstenaars?
Toegankelijk repertoire
In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor het verhogen van de kwaliteit van het toegankelijke repertoire waardoor de belangstelling voor de podiumkunsten wordt gestimuleerd?
Spreiding
In hoeverre is er sprake van zowel spreiding van speelbeurten over het land als van vestigingsplaats van de aanvragers?
8. Subsidieverplichtingen
Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, gelden de volgende subsidieverplichtingen.
8.1. Rechtspersoon
Subsidie kan in beginsel slechts worden verleend aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon.
8.2. Administratieve organisatie
Op verzoek van het Fonds overlegt u een volledig overzicht van uw financiële toestand. U zorgt ervoor dat de doelstelling van uw activiteiten op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt nagestreefd en uitgevoerd. Ook zorgt u ervoor dat de administratie en de organisatie met betrekking tot uw activiteiten op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd en dat de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het (financiële) verloop van uw activiteiten. De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken bewaart u ten minste gedurende vijf jaren na de vaststelling van het subsidie.
8.3. Wijzigingen in uw productie of onderzoek
Het subsidie is uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de in de beschikking genoemde activiteiten, binnen de in de beschikking genoemde periode. Wanneer zich substantiële wijzigingen voordoen in de planning of anderszins inhoudelijk en/of financieel, dient u het Fonds daarvan per omgaande schriftelijk in kennis te stellen.
Als substantieel worden in ieder geval aangemerkt:
De eerste drie genoemde wijzigingen worden in principe opnieuw door een commissie beoordeeld. Op basis van dit advies blijft de oorspronkelijke subsidieverlening in stand of wordt het subsidie verminderd of ingetrokken.
Bij wijziging van de periode waarin de activiteiten plaatsvinden, blijft de oorspronkelijke subsidieverlening in stand als de activiteiten weliswaar later maar nog steeds in hetzelfde seizoen plaatsvinden. Wijziging leidt in principe tot intrekking van het subsidie als de activiteiten pas in een volgend seizoen plaatsvinden.
Bij wijziging van het aantal activiteiten of de mate van spreiding kan het subsidie evenredig worden verminderd of worden ingetrokken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.