Subsidieregeling Activiteiten amateurkunst 2004
Deze regeling vervangt per 1 september 2003 de regeling Activiteiten amateurkunst 2003.
1. Doel van de subsidieregeling
De subsidieregeling Activiteiten amateurkunst 2004 heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsontwikkeling van en de diversiteit in de amateurkunst. Het Fonds subsidieert activiteiten die vernieuwend of op een andere manier bijzonder zijn ten opzichte van andere (reguliere) activiteiten. Omdat het Fonds een landelijk fonds is, subsidieert het activiteiten die het lokale en regionale belang overstijgen.
Onder een amateurkunstenaar verstaat het Fonds iemand die uit liefhebberij, dat wil zeggen niet beroepsmatig, actief is op het terrein van de kunsten (podiumkunsten, literatuur, beeldende en audiovisuele kunst en nieuwe media), met in begrip van de sector volkscultuur.
2. Aard van de aanvragen
Een bijdrage kan worden verstrekt in de kosten die in Nederland gevestigde amateurkunstenaars, groepen, ensembles, verenigingen en amateurkader maken voor het uitvoeren van amateurkunst activiteiten, zoals:
Lokale en regionale activiteiten kunnen alleen voor subsidiëring in aanmerking komen indien zij zich in artistiek of methodisch opzicht duidelijk onderscheiden van reguliere amateurkunstactiviteiten. Om budgettaire redenen kan aan deze categorie van activiteiten een lagere prioriteit worden toegekend.
De activiteiten worden grotendeels in Nederland uitgevoerd door in Nederland gevestigde kunstenaars of gezelschappen. Activiteiten zijn openbaar toegankelijk en/of vinden binnen het basis- of voortgezet onderwijs plaats.
Let wel: Activiteiten die plaatsvinden binnen of gericht zijn op het primair, voortgezet en hoger onderwijs, alsmede reguliere activiteiten van kunsteducatie-instellingen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
Operette
Binnen deze subsidieregeling is door het Ministerie van OCenW voor de periode 2002-2004 een apart budget beschikbaar gesteld ter bevordering van de operette, dat wil zeggen alle vormen van amateur muziektheater dat voor wat betreft inhoud en vorm verwant is aan, ofwel zijn oorsprong vindt binnen de geldende operettetraditie.
Daarbij kan het gaan om:
Tevens kunnen aanvragen worden ingediend voor composities en arrangementen en nieuwe arrangementen van bestaand repertoire.
Meerjarige programma's
Het Fonds kan besluiten subsidie te verlenen voor activiteiten die meer dan één jaar beslaan. Het subsidie wordt in dat geval gefaseerd beschikbaar gesteld. Tussentijdse evaluatie van de gerealiseerde activiteiten speelt daarbij een rol.
Meerjarig door het Ministerie van OCenW gesubsidieerden
Instellingen die meerjarig door het Ministerie van OCenW worden gesubsidieerd kunnen voor een subsidie in aanmerking komen. Deze instellingen moeten echter aantonen dat de plannen niet kunnen worden gefinancierd uit de eigen activiteitenmiddelen.
3. Beschikbaar budget
Het bestuur van het Fonds stelt het beschikbare budget voor de subsidieregeling Activiteiten amateurkunst 2004 vast. Subsidie wordt slechts verleend voorzover de middelen van het Fonds toereikend zijn. Onder meer vanwege de beperkte hoeveelheid middelen kan het Fonds niet alle aanvragen honoreren en evenmin gehonoreerde aanvragen voor het gevraagde bedrag honoreren.
4. Aanvraag- en beslistermijn, start van uw activiteiten
Uw aanvraag moet dertien weken voor de start van uw activiteiten door het Fonds ontvangen zijn. De activiteiten vangen niet later aan dan op 31 december 2006. Het Fonds streeft ernaar binnen twaalf weken na ontvangst van uw aanvraag te berichten of uw aanvraag wordt gehonoreerd. Is uw aanvraag te laat ontvangen, dan wordt deze niet in behandeling genomen.
5. Aaanvragen
Voor het indienen van een aanvraag maakt u gebruik van het aanvraagformulier Activiteiten amateurkunst 2004 met bijbehorend begrotingsmodel.
De aanvraag, gesteld in de Nederlandse taal, bestaat uit:
5.1. Aanvraagformulier
Op het aanvraagformulier worden onder andere vermeld:
5.2. Gemotiveerd plan
Het gemotiveerde plan beslaat bij voorkeur maximaal vier A-4tjes met een inhoudelijke en organisatorische beschrijving van uw activiteiten. Het verdient aanbeveling om het artistiek inhoudelijke deel door de artistiek verantwoordelijken te laten opstellen. In het algemeen is het van belang uw plan zo concreet mogelijk te beschrijven. Het bevat de volgende informatie:
5.3. Begroting
Voor Activiteiten amateurkunst 2004 maakt u gebruik van het bijbehorende begrotingsmodel.
Eigen bijdrage van de deelnemers
Er wordt uitgegaan van een redelijke eigen bijdrage van de deelnemers.
Subsidiabele kosten
Subsidiabel zijn die kosten die vallen binnen de periode waarin de activiteiten worden uitgevoerd en - voorzover het meerjarig door rijk, provincie of gemeente gesubsidieerde instellingen betreft - die kosten die niet behoren tot de reguliere exploitatie en taakuitoefening van de aanvrager. Tot de reguliere kosten van exploitatie en taakuitoefening worden geacht te behoren: vaste personeelslasten, voorziening voor de instandhouding en uitbreiding van gebouwen, bouwkundige voorzieningen en vaste technische installaties en automatiseringsapparatuur, waaronder de aanschaf van hardware. Aanvragen die betrekking hebben op de exploitatie, investeringen, (de verbetering van) accommodaties, de aanschaf van instrumentarium en uniformen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
Het Fonds en andere subsidiënten
In beginsel wordt er van uitgegaan dat er naast het Fonds ook andere Nederlandse subsidiënten zijn. Te denken valt aan particuliere fondsen (onder andere VSB Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Doen) en sponsoren. Vermeld in de begroting welke andere subsidiënten en/of sponsors u heeft benaderd en of u voor uw activiteiten subsidie heeft gevraagd bij gemeente of provincie, bijvoorbeeld in het kader van het Actieplan Cultuurbereik.
Subsidie die gedurende de subsidieperiode van andere bestuursorganen is of wordt verkregen voor dezelfde activiteiten als waarvoor in het kader van deze subsidieregeling subsidie is verleend, wordt in mindering gebracht op het verleende subsidie.
5.4. Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen
Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen zijn:
6. Werkwijze
Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van uw aanvraag zendt het Fonds u een ontvangstbevestiging. Hierna wordt getoetst of uw aanvraag past binnen de regeling en volledig en op tijd is ingediend. Over het besluit van het Fonds volgt altijd schriftelijk bericht. Desgevraagd retourneert het Fonds van een niet in behandeling genomen aanvraag acht exemplaren.
Het bestuur van het Fonds legt een in behandeling genomen aanvraag voor aan een adviescommissie. Het Fonds benoemt adviseurs op basis van hun specifieke deskundigheid en voor een periode van twee aaneengesloten seizoenen, met een mogelijkheid van verlenging met eenmaal twee aaneengesloten seizoenen. Een adviescommissie bestaat uit een voorzitter en minimaal drie leden. Het bestuur van het Fonds stelt de adviescommissie samen. Vergaderingen van adviescommissies zijn niet openbaar.
Deze commissie beoordeelt een in behandeling genomen aanvraag aan de hand van de criteria zoals vermeld in de subsidieregeling. De commissie preadviseert het college van advies. Het college van advies bestaat uit een externe voorzitter en een door het bestuur te bepalen aantal externe leden en de voorzitters van de adviescommissies. Vergaderingen van het college van advies zijn niet openbaar. Het college van het advies brengt advies uit aan het bestuur.
Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen informatie verstrekt.
Het bestuur besluit in beginsel uiterlijk 12 weken na ontvangst van uw aanvraag. Het besluit van het bestuur bestaat uit de subsidiebeschikking met daarbij de motivatie, het uitgebrachte advies. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, berichten wij u het maximaal verleende subsidie of de voorwaarden waaronder een reservering kan worden omgezet in een subsidieverlening. Aan een subsidie zijn verplichtingen verbonden zoals vermeld in paragraaf 8 Subsidieverplichtingen en zoals eventueel aanvullend opgenomen in de beschikking.
Aan het honoreren van een aanvraag Activiteiten amateurkunst kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag en/of een met betreffende activiteiten verband houdende aanvraag.
7. Beoordelingscriteria
De commissie beoordeelt een in behandeling genomen aanvraag Activiteiten amateurkunst 2004 aan de hand van de volgende specifieke criteria:
Kwaliteit
Van belang voor de vaststelling van de waarde van het plan zijn onder meer de (te verwachten) kwaliteit van de uitvoerenden, van de werkwijze, van het eindproduct en van de organisatie. De mate van inhoudelijke ondersteuning en begeleiding van de activiteiten en de mate waarin wordt samengewerkt met andere organisaties bepalen ook de kwaliteit.
Ontwikkeling en diversiteit
Plannen dienen in artistiek, vakinhoudelijk of methodisch-didactisch opzicht een aantoonbare bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling en diversiteit van de sector amateurkunst in Nederland. Hierbij is van belang of er sprake is van een landelijke spreiding van deelnemers of activiteiten. Meegewogen wordt of bekendheid wordt gegeven aan de uitvoering van de activiteiten en of de resultaten (evaluatieverslag, nieuw repertoire of nieuwe methodes) landelijk worden verspreid.
Alleen indien een aanvraag voldoet aan deze specifieke beoordelingscriteria, beoordeelt de commissie aan de hand van de volgende aanvullende criteria. Het Fonds geeft voorrang aan aanvragen die aan één of meer van de volgende aanvullende criteria voldoen.
Spreiding
In hoeverre is sprake van activiteiten in een deel van het land waar relatief weinig soortgelijke activiteiten op het gebied van de amateurkunst plaatsvinden?
Culturele diversiteit en/of jeugd en jongeren
In hoeverre is er sprake van bijzondere aandacht voor deelnemers met een cultureel diverse achtergrond en/of deelname door jeugd en jongeren?
8. Subsidieverplichtingen
Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, gelden de volgende subsidieverplichtingen.
8.1. Rechtspersoon
Subsidie kan in beginsel slechts worden verleend aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon.
8.2. Administratieve organisatie
Op verzoek van het Fonds overlegt u een volledig overzicht van uw financiële toestand. U zorgt ervoor dat de doelstelling van uw activiteiten op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt nagestreefd en uitgevoerd. Ook zorgt u ervoor dat de administratie en de organisatie met betrekking tot uw activiteiten op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd en dat de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het (financiële) verloop van uw activiteiten.
De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken bewaart u ten minste gedurende vijf jaren na de vaststelling van het subsidie.
8.3. Wijzigingen van de activiteiten
Het subsidie is uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de in de beschikking genoemde activiteiten, binnen de in de beschikking genoemde periode. Wanneer zich substantiële wijzigingen voordoen in de planning of anderszins inhoudelijk en/of financieel, dient u het Fonds daarvan per omgaande schriftelijk in kennis te stellen. Als substantieel worden in ieder geval aangemerkt:
De eerste drie genoemde wijzigingen worden in principe opnieuw door een commissie beoordeeld. Op basis van dit advies blijft de oorspronkelijke subsidieverlening in stand of wordt het subsidie verminderd of ingetrokken.
Bij wijziging van de periode waarin de activiteiten plaatsvinden, blijft de oorspronkelijke subsidieverlening in stand als de activiteiten weliswaar later maar nog steeds in hetzelfde seizoen plaatsvinden. Wijziging leidt in principe tot intrekking van het subsidie als de activiteiten pas in een volgend seizoen plaatsvinden.
Bij wijziging van het aantal activiteiten of de mate van spreiding kan het subsidie evenredig worden verminderd of worden ingetrokken.
De intrekking of wijziging werkt terug tot het tijdstip waarop het subsidie is verleend, tenzij bij het besluit tot intrekking of wijziging anders is bepaald.
8.4. Verzoek om voorschot
U kunt een voorschot tot maximaal 90% van het verleende subsidie verkrijgen. Een verzoek om een voorschot bestaat uit:
Na tijdige ontvangst en goedkeuring van deze gegevens ontvangt u in beginsel: ongeveer drie maanden voor de start van de activiteiten een eerste voorschot ter grootte van 30% van het verleende subsidie, ongeveer zes weken van te voren een tweede voorschot ter grootte van 30% van het verleende subsidie en ongeveer twee weken van te voren een derde voorschot ter grootte van 30% van het verleende subsidie.
8.5. Verzoek tot vaststelling van het subsidie
Uiterlijk drie maanden na afloop van de uitvoering van het plan dient u een verantwoording in. Wanneer dit wordt nagelaten, kan het Fonds in ieder geval besluiten de subsidieverlening in te trekken of het subsidiebedrag te verlagen.
8.6. Verantwoording van het subsidie
Een verantwoording bestaat uit een activiteitenoverzicht, een inhoudelijk en financieel verslag, en, indien vereist, een goedkeurende accountantsverklaring.
Het activiteitenoverzicht bevat een opgave van aantal en spreiding van de activiteiten en van het deelnemers- en/of bezoekersaantal. Het is voorzien van:
In het inhoudelijk verslag wordt het oorspronkelijke plan geëvalueerd. De inhoudelijke verantwoording bevat ten minste de volgende elementen:
Het financieel verslag bevat een overzicht van de werkelijke uitgaven en verkregen inkomsten. De opzet van dit verslag sluit aan bij de ingediende (herziene) begroting conform het model van het Fonds en de bepalingen in de subsidieregeling Activiteiten amateurkunst 2004. Afwijkingen van 5% of meer ten opzichte van de (herziene) begroting licht u nader toe.
Een accountantsverklaring is niet vereist indien de begrote lasten verbonden aan de activiteiten 250.000 euro niet overschrijden en het maximaal verleend subsidie minder dan 25.000 euro bedraagt.
In alle andere gevallen is een accountantsverklaring vereist.
De accountantsverklaring wordt verstrekt door een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring betreft de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger overeenkomstig het controleprotocol in bijlage 1 en is ingericht conform het opgenomen model accountantsverklaring in bijlage 2 van de regeling Activiteiten amateurkunst 2004. U draagt er zorg voor dat uw accountant meewerkt aan door een externe accountant of medewerkers van het Fonds desgewenst in te stellen onderzoeken naar de door uw accountant verrichte werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn inbegrepen in het subsidie.
8.7. Verwerven van eigendommen en/of vorming van vermogen
Indien het subsidie heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen of anderszins tot de vorming van vermogen, bent u daarvoor aan het Fonds een door het Fonds te bepalen vergoeding verschuldigd. De vergoeding is slechts verschuldigd indien:
Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt. Een vergoeding is niet verschuldigd indien de ontvanger aan betreffende eigendommen een door het Fonds te bepalen bestemming geeft.
8.8. Vaststelling en verrekening van het subsidie
Het Fonds streeft ernaar binnen zes weken na ontvangst van de verantwoording het subsidie vast te stellen. Het subsidie kan evenwel nooit meer bedragen dan het verleende bedrag of het tekort op de afrekening.
Binnen veertien dagen na deze vaststelling wordt het subsidie onder verrekening van reeds betaalde voorschotten per bank uitbetaald. Tenzij het Fonds heeft besloten tot verrekening op andere wijze stort u het teveel ontvangen en/of de ten onrechte betaalbaar gestelde voorschotten binnen veertien dagen na ontvangst daarvan terug.
8.9. Intellectuele eigendom
Bij subsidieverlening geeft de aanvrager het Fonds toestemming om delen van het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van toepassing zijn de documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds.
8.10. Overige bepalingen
In de gevallen waarin de Wet, de statuten van het Fonds of de subsidieregeling niet voorzien, beslist het bestuur van het Fonds.
9. Bezwaar
Op de subsidieregelingen van het Fonds is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit van het Fonds. De mogelijkheden tot bezwaar worden in voorkomende gevallen in de correspondentie vermeld.
Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift gericht aan het bestuur van het Fonds.
De termijn hiervoor bedraagt zes weken. Het bezwaarschrift vermeldt in ieder geval wie de indiener is en bevat de redenen van het bezwaar. De werkwijze is voor bezwaar ontvankelijk; het kwaliteitsoordeel van adviseurs is dat niet. De bezwaarschriftenprocedure heeft geen schorsende werking.
Als het bezwaarschrift ontvankelijk is, stelt het Fonds de belanghebbende in de gelegenheid te worden gehoord door een interne bezwaarschriftencommissie. De indiener heeft dan de mogelijkheid om zijn bezwaren nog eens mondeling toe te lichten of zijn bezwaarschrift aan te vullen met nieuwe gronden. Van het horen wordt een verslag gemaakt dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan belanghebbende.
Let wel: Als een aanvrager gebruik maakt van de bezwaarschriftenprocedure kan deze aanvrager niet gelijktijdig dezelfde aanvraag opnieuw indienen.
Bijlage 1. Controleprotocol
Bij de controle omtrent naleving van de subsidiebepalingen van de regeling Activiteiten amateurkunst 2004 wordt aan de in paragraaf 8, Subsidieverplichtingen, vermelde onderdelen de daarbij aangegeven aandacht besteed:
| Onderdeel | Soort aandacht |
|---|---|
| administratie en organisatie | normale aandacht |
| verwerven van eigendommen, | speciale aandacht |
| vorming van vermogen | |
| wijzigingen in uw plan | speciale aandacht |
| herziene begroting, speelplan en voorschot | procedurele aandacht |
| vaststelling van het subsidie | normale aandacht |
Onder normale aandacht wordt verstaan controle met de diepgang van een jaarrekeningcontrole zoals omschreven in Richtlijn 200 en verder van de Richtlijnen voor de Accountantscontrole (Koninklijk NIVRA, Amsterdam, 1996).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.