← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 17 januari 2003, houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten)

Geldende tekst a fecha 2010-09-22

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 juli 2002, nr. FO2002/U78569;

Gelet op artikel 190 van de Provinciewet en artikel 186 van de Gemeentewet;

De Raad van State gehoord (advies van 4 december 2002, nr. W04.02.0300/1);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 januari 2003, nr. FO2002/U100707

Hebben goedgevonden en verstaan:

Bij Stb. 2003/27 is in artikel 78 een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

In dit besluit wordt onder verbonden partij mede verstaan een Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210) waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.

Artikel 2
1.

Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd.

2.

De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.

3.

De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag.

4.

Onder de baten en lasten worden ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.

Artikel 3
1.

De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de productenraming en de productenrealisatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.

2.

De begroting, de meerjarenraming, de productenraming en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.

3.

De jaarstukken, de productenrealisatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 4
1.

De indeling van de begroting en de jaarstukken is identiek.

2.

Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken, de productenraming en de productenrealisatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.

Artikel 5

Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken.

Artikel 6
1.

De verordening, bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet, kan bepalen dat deelgemeenten niet worden geïntegreerd in de begroting en de jaarstukken.

2.

Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid:

Hoofdstuk II. De begroting en de toelichting

Titel 2.1. Algemeen

Artikel 7
1.

De begroting bestaat ten minste uit:

2.

De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:

3.

De financiële begroting bestaat ten minste uit:

Titel 2.2. Het programmaplan

Artikel 8
1.

Het programmaplan bevat de te realiseren programma's, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorzien.

2.

Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten.

3.

Het programmaplan bevat per programma:

4.

De provincie onderscheidenlijk gemeente kan de baten en lasten per programma verdelen in de onderdelen baten en lasten voor prioriteiten en voor overig.

5.

Het overzicht algemene dekkingsmiddelen bevat ten minste:

6.

Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn geheel of per programma.

Titel 2.3. De paragrafen

Artikel 9
1.

In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen.

2.

De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is:

Artikel 10

De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste:

Artikel 11
1.

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

2.

De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste:

Artikel 12
1.

De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen:

2.

Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:

Artikel 13

De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.

Artikel 14

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

Artikel 15

De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:

Artikel 16

De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste:

Titel 2.4. Het overzicht van baten en lasten en de toelichting

Artikel 17

Het overzicht van baten en lasten bevat:

Artikel 18

In de besluiten tot wijziging van de begroting wordt per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld.

Artikel 19

De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste:

Titel 2.5. De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting

Artikel 20
1.

De uiteenzetting van de financiële positie bevat een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.

2.

Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan:

Artikel 21

De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat ten minste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van de financiële positie van het vorig begrotingsjaar.

Hoofdstuk III. De meerjarenraming en de toelichting

Artikel 22
1.

De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.

2.

Artikel 20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23

De toelichting op de meerjarenraming bevat ten minste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorig begrotingsjaar.

Hoofdstuk IV. De jaarstukken en de toelichting

Titel 4.1. Algemeen

Artikel 24
1.

De jaarstukken bestaan ten minste uit:

2.

Het jaarverslag bestaat ten minste uit:

3.

De jaarrekening bestaat uit:

Titel 4.2. De programmaverantwoording

Artikel 25
1.

De programmaverantwoording bestaat ten minste uit de verantwoording over de realisatie van de programma's en het overzicht van algemene dekkingsmiddelen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien.

2.

De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in:

Titel 4.3. De paragrafen

Artikel 26

Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 9 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.

Titel 4.4. De programmarekening en de toelichting

Artikel 27
1.

De programmarekening bevat:

2.

De programmarekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.

Artikel 28

De toelichting op de programmarekening bevat ten minste:

Artikel 29

De programmarekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de programmarekening en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 3 bedoelde inzicht.

Titel 4.5. De balans en de toelichting

Paragraaf 4.5.1. Algemeen

Artikel 30

In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorige begrotingsjaar opgenomen.

Paragraaf 4.5.2. Hoofdindeling van de balans

Artikel 31

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel 32

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Paragraaf 4.5.3. Vaste activa

Artikel 33

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 34

In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

Artikel 35
1.

In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

2.

Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

Artikel 36

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

Paragraaf 4.5.4. Vlottende activa

Artikel 37

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel 38

In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

Artikel 39

In de balans worden onder de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar afzonderlijk opgenomen:

Artikel 40

In de balans worden onder de liquide middelen de kas-, bank- en girosaldi opgenomen.

Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva

Artikel 41

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Artikel 42
1.

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening.

2.

Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.

Artikel 43
1.

In de balans worden de reserves onderscheiden naar:

2.

Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Artikel 44
1.

Voorzieningen worden gevormd wegens:

2.

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.

3.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Artikel 45

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Artikel 46

In de balans worden onder de vaste schulden afzonderlijk opgenomen:

Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva

Artikel 47

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva.

Artikel 48

In de balans worden onder de netto-vlottende schulden afzonderlijk opgenomen:

Artikel 49

In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:

Artikel 50

Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling opgenomen het bedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt.

Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans

Artikel 51

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Ook wordt aangegeven welke investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd, welke afschrijvingstermijn hiervoor wordt voorzien en welke reserves hiervoor naar verwachting beschikbaar zullen zijn.

Artikel 52
1.

In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

2.

In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:

Artikel 53

In de toelichting op de balans worden de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld waaraan de provincie of de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden.

Artikel 54
1.

In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.

2.

Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

Artikel 55
1.

In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.

2.

Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

Artikel 56

In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in artikel 46.

Artikel 57
1.

In de toelichting op de balans worden de borgstellingen, bedoeld in artikel 50, gespecificeerd naar de aard van de geldleningen.

2.

Per specificatie wordt vermeld:

3.

In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen van de garantstellingen als bedoeld in artikel 50.

4.

In de toelichting wordt ook opgenomen het totaalbedrag van de betalingen die inzake de borg- en garantstelling zijn gedaan tot en met het eind van het begrotingsjaar.

Artikel 58

Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing op de balans.

Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven

Artikel 59
1.

Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd.

2.

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

3.

In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.

4.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kunnen worden geactiveerd.

Artikel 60

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

Artikel 61

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:

Artikel 62
1.

Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.

2.

In afwijking van het eerste lid mogen bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.

3.

In afwijking van het eerste lid mogen reserves in mindering worden gebracht op investeringen, als bedoeld in artikel 59, het vierde lid.

Artikel 63
1.

Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

2.

De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

3.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

4.

Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.

5.

Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.

6.

In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.

7.

Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.

8.

Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.

Artikel 64
1.

De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

2.

Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.

3.

Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur, waaronder begrepen de financiële vaste activa, bedoeld in artikel 36, onderdeel e, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.

4.

In afwijking van het eerste en het derde lid kan er op de activa, bedoeld in artikel 59, vierde lid, extra worden afgeschreven.

5.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.

6.

In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.

Artikel 65
1.

Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

2.

Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

3.

Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie

Artikel 66
1.

De uitvoeringsinformatie bestaat uit:

2.

De productenraming respectievelijk productenrealisatie bevat:

3.

De productenraming respectievelijk productenrealisatie is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting respectievelijk de jaarstukken.

4.

Producten zijn eenheden waarin de programma's zijn onderverdeeld.

5.

De indeling van en de verdelingsprincipes behorende bij de productenrealisatie zijn identiek aan die van de productenraming.

Artikel 67
1.

De toelichting op de productenraming bestaat ten minste uit een overzicht van kapitaallasten.

2.

De toelichting op de productenrealisatie bestaat ten minste uit:

Artikel 68

In het overzicht van de kapitaallasten wordt de volgende informatie gegeven:

Artikel 69

In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie verstrekt over verbonden partijen:

Artikel 70
1.

In de toelichting op het onderhanden werk inzake grondexploitatie wordt voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven:

2.

Van de nog niet in exploitatie genomen gronden wordt de gemiddelde boekwaarde per m2 vermeld.

Hoofdstuk VII. Informatie voor derden

Artikel 71
1.

Uit de productenraming wordt de volgende informatie voor derden gegenereerd:

2.

De functionele indeling wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

De informatie bedoeld in het eerste lid wordt voor 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten en het CBS gezonden.

Artikel 72
1.

Uit de productenrealisatie wordt de volgende informatie voor derden gegenereerd:

2.

De verdelingsmatrix wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

De informatie bedoeld in het eerste lid wordt voor 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, ondertekend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college aan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten en het CBS gezonden.

4.

Het CBS toetst de informatie bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 1, op plausibiliteit en stuurt de resultaten daarvan op naar gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college.

5.

Bij de informatie bedoeld in het eerste lid betreffende het begrotingsjaar 2004 wordt een accountantsverklaring gevraagd. Bij belangrijke wijzigingen in de administratie kan Onze Minister onderscheidenlijk gedeputeerde staten een accountantsverklaring aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college vragen.

Artikel 73

Indien de informatie voor derden niet voldoende inzicht biedt kan Onze Minister een deelverantwoording over een afzonderlijk deel van de provincie onderscheidenlijk gemeente vragen.

Artikel 74
1.

Ieder kwartaal wordt de volgende informatie voor derden verstrekt:

2.

De informatie genoemd in het eerste lid wordt, ondertekend door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college, binnen één maand na afloop van het kwartaal gezonden aan het CBS.

3.

Het CBS toetst de informatie bedoeld in het eerste lid op plausibiliteit en stuurt de resultaten daarvan op naar gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college.

Hoofdstuk VII. Informatie voor derden

Artikel 75
1.

Er is een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

2.

De commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van dit besluit. De commissie draagt daartoe ten minste zorg voor:

3.

De commissie bestaat uit:

4.

De leden van de commissie hebben op persoonlijke titel zitting in de commissie en nemen deel aan de vergaderingen zonder last.

5.

Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter, bedoeld in het derde lid, onder a, wijst een secretaris aan uit een van zijn ambtenaren en voorziet in het secretariaat.

6.

De voorzitter benoemt de leden, bedoeld in het derde lid, onder c tot en met k. De benoeming geschiedt op voordracht van:

7.

Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instanties als genoemd in het zesde lid onder a tot en met g, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie.

Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording

Artikel 76
1.

In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.

2.

In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.

Artikel 77

Het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 wordt ingetrokken, met dien verstande dat het voor de begrotingswijzigingen, de jaarrekening en het jaarverslag over het jaar 2003 nog van kracht blijft.

Artikel 78

Dit besluit treedt in werking per 1 februari 2003, met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van dit besluit.

Artikel 79

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.

Artikel 58a
1.

Bij de jaarrekening is een bijlage gevoegd waarin verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen wordt verstrekt op basis van indicatoren.

2.

Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, bij ministeriële regeling een model vast voor de in het eerste lid bedoelde bijlage en bepaalt daarbij over welke specifieke uitkeringen daarin verantwoordingsinformatie wordt opgenomen en welke indicatoren worden gebruikt.

Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven

Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie

Hoofdstuk VII. Informatie voor derden

Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 40a

In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:

Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva

Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva

Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans

Artikel 52a
1.

In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

2.

In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 40a, onderdeel a, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:

Artikel 52b

De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 63, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 65, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 65, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.

Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen.

Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven

Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie

Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording

Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 76a
1.

De artikelen 40a, 52a en 52b zijn niet van toepassing op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007.

2.

Op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007, zijn de artikelen 2, vierde lid, 19, 43, 44, tweede lid, 49, 55, eerste lid, 63, achtste lid, 64, derde lid, van toepassing zoals deze golden op 9 juli 2007.

3.

Gemeenten die meerjarige specifieke uitkeringen ontvangen, waarvan de meerjarige uitkeringsperiode vóór 1-1-2007 aanving, kunnen hierover verantwoording afleggen op grond van de artikelen 44, tweede lid, 49 en 55, eerste lid zoals deze golden op 9 juli 2007.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.