← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van inzake aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep

Geldende tekst a fecha 2024-11-26

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 82e van de Mediawet, en artikel 53c, tweede lid, van het Mediabesluit;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De frequentieruimte in de FM-band, aangewezen in het tweede lid, wordt slechts gebruikt voor het uitzenden van radioprogramma's van commerciële omroepinstellingen, die overwegend bestaan uit nieuws, actualiteiten en informatie, gericht op de Nederlandse samenleving. Een radioprogramma wordt aangemerkt als een radioprogramma, bedoeld in de vorige volzin, indien:

2.

Als frequentieruimte als bedoeld in het eerste lid wordt aangewezen de frequentieruimte in de FM-vergunning A04, genoemd in artikel 2 van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen landelijke commerciële radioomroep 2023.

3.

Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt de zendtijd besteed aan reclameboodschappen buiten beschouwing gelaten.

Artikel 3
1.

De frequentieruimte in de FM-band, aangewezen in het tweede lid, wordt slechts gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling, dat overwegend bestaat uit Nederlandstalige muziek. Een radioprogramma wordt aangemerkt als een radioprogramma, bedoeld in de vorige volzin, indien:

2.

Als frequentieruimte als bedoeld in het eerste lid wordt aangewezen de frequentieruimte in de FM-vergunning A09, genoemd in artikel 2 van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen landelijke commerciële radioomroep 2023.

3.

Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt de zendtijd besteed aan reclameboodschappen en nieuws buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7
1.

De frequentieruimte in de FM-band, aangewezen in het tweede lid, wordt slechts gebruikt voor het uitzenden van regionale radioprogramma's van commerciële omroepinstellingen. Een radioprogramma wordt aangemerkt als een radioprogramma, bedoeld in de vorige volzin, indien:

2.

Als frequentieruimte, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen de voor niet-landelijke commerciële radio-omroep bestemde kavels B1 tot en met B27.

3.

De frequentieruimte, aangewezen in het tweede lid, wordt niet gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma dat wordt uitgezonden met gebruikmaking van een vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage. behorend bij de artikelen 4, tweede lid, en 8, eerste lid,

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.