Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten)

Type Wet
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat regels gesteld worden met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Er is een College van Toezicht dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van rechteninkomsten door de collectieve beheersorganisaties en op onafhankelijke beheersorganisaties voor zover het de in artikel 25d genoemde artikelen betreft. De Kaderwet, met uitzondering van de artikelen 18, 21 en 22, is van toepassing op het College van Toezicht. Onze Minister oefent de bevoegdheden uit, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 23, eerste en tweede lid, van de Kaderwet in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Economische Zaken.

2.

Het College ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie voldoende is toegerust om zijn taken naar behoren uit te oefenen en bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voldoende rekening houdt met de belangen van betalingsplichtigen.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden vastgesteld betreffende de in de artikelen 2a tot en met 2r gestelde eisen waaraan een collectieve beheersorganisatie moet voldoen. Deze voorschriften kunnen in het bijzonder betrekking hebben op de inhoud van het jaarlijkse transparantieverslag, de naleving van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gedragscode, het vaststellen van nadere regels ten aanzien van aanwending van gelden voor andere doeleinden dan uitkering aan rechthebbenden, het beheer van de gelden waarvoor geen rechthebbenden zijn gevonden en de wijze waarop de representativiteit dienen te worden aangetoond. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden vastgesteld over de inrichting en het bestuur van een collectieve beheersorganisatie alsmede over de hoogte en de vorm van de bezoldiging van leden van een adviserend orgaan en het toezicht daarop.

4.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 3
1.

De volgende besluiten van een collectieve beheersorganisatie behoeven de voorafgaande schriftelijke instemming van het College van Toezicht:

2.

Het College van Toezicht kan over besluiten als bedoeld in het eerste lid een collectieve beheersorganisatie van advies dienen. Brengt het College van Toezicht binnen acht weken na ontvangst van het verzoek om schriftelijke instemming geen advies uit, dan wordt het besluit, bedoeld in het eerste lid, geacht te zijn goedgekeurd. Het College van Toezicht kan de termijn vanwege bijzondere omstandigheden verlengen met ten hoogste vier weken.

3.

Het College van Toezicht kan slechts zijn schriftelijke instemming aan een besluit onthouden indien de collectieve beheersorganisatie binnen een door het college te bepalen periode na ontvangst van een voorafgaand advies van het college het advies niet opvolgt.

4.

Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring aan een besluit tot de vaststelling van een normaal toepasselijk tarief of korting voor een nieuw beheerd recht of nieuwe vorm van gebruik of tot verhoging van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien het tarief of de verhoging, gelet op de in artikel 2, tweede lid, vermelde eisen, buitensporig is. Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring niet dan nadat de geschillencommissie hieromtrent advies heeft uitgebracht.

Artikel 4

Het College van Toezicht houdt geen toezicht op collectieve beheersorganisaties voor zover toezicht op grond van de Mededingingswet wordt uitgeoefend door de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 5
1.

Een collectieve beheersorganisatie is gehouden het College van Toezicht vooraf schriftelijk te informeren over te nemen besluiten die van wezenlijke invloed zijn op de uitoefening door de collectieve beheersorganisatie van haar taken of het verlenen van bemiddeling als bedoeld in artikel 30a van de Auteurswet, waaronder:

2.

De leden van het College van Toezicht hebben toegang tot de kantoren van een collectieve beheersorganisatie en kunnen de algemene ledenvergadering, de vergadering van aangeslotenen en de vergaderingen van het bestuur van de collectieve beheersorganisatie bijwonen. De leden van het College hebben inzage in boeken en bescheiden en andere informatiedragers van een collectieve beheersorganisatie een en ander voor zover kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitoefening van het toezicht.

3.

Het College houdt toezicht op organisaties, die direct of indirect eigendom zijn van, of geheel of gedeeltelijk onder toezicht staan van een collectieve beheersorganisatie, mits dergelijke organisaties een activiteit verrichten die, indien ze werd verricht door de collectieve beheersorganisatie, onderworpen zou zijn aan het toezicht van het College.

4.

Indien een collectieve beheersorganisatie samenwerkt met of werkzaamheden laat verrichten door een derde, verband houdende met de inning en de verdeling van vergoedingen op grond van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten, blijft zij verantwoordelijk voor de uitoefening van deze taken. Zij draagt in dat geval zorg voor de beschikbaarheid voor het College van Toezicht van de financiële gegevens die relevant kunnen zijn voor de taakuitoefening van het College.

5.

Gegevens of inlichtingen omtrent een collectieve beheersorganisatie of een derde als bedoeld in artikel 16, die in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten worden gebruikt.

Artikel 6
1.

Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie van advies dienen.

2.

Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taken of het verlenen van bemiddeling als bedoeld in artikel 30a van de Auteurswet. De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te handelen.

Artikel 7
1.

Het College van Toezicht bestaat uit drie of meer personen. Het aantal leden van het College, de voorzitter daaronder begrepen, is steeds oneven.

2.

De leden van het College van Toezicht kunnen de taken onderling verdelen. Het College blijft verantwoordelijk voor de uitoefening van deze taken.

3.

Onze Minister wijst de voorzitter aan.

4.

De leden van het College van Toezicht worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren. Zij kunnen na afloop van deze periode aansluitend eenmaal opnieuw worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaren.

5.

Het College van Toezicht blijft ook in geval van een of meer vacatures bevoegd tot hetgeen hem is opgedragen.

6.

Het College van Toezicht kent zoveel plaatsvervangende leden als Onze Minister nodig acht. Het vierde lid en artikel 9 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8
1.

Nevenfuncties van een lid van het College van Toezicht worden openbaar gemaakt door vermelding op de website van het College van Toezicht.

2.

Een lid van het College van Toezicht heeft geen financiële of andere belangen bij ondernemingen, instellingen of andere organisaties waardoor zijn onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 9
1.

Het lidmaatschap van het College van Toezicht eindigt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.