Ministeriële regeling van 7 mei 2003, afdeling pensioenen en sociale zekerheid, nr. P/2003002682

Type Ministeriële regeling
Publication 2007-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op:

artikel 91 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR),

artikel 74 en artikel 168 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD);

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de wijziging van artikel 74 van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, houdende het scheppen van een basis voor deze regeling, in werking treedt.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verplichtingen van de werknemer
1.

De werknemer die wegens ziekte of anderszins verhinderd is zijn arbeid te verrichten, dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk anderhalf uur na het tijdstip waarop hij zijn arbeid had behoren aan te vangen, persoonlijk zijn directe chef in te lichten omtrent deze verhindering.

Indien de werknemer arbeid verricht in ploegen- of continudienst dient hij zo spoedig mogelijk, indien mogelijk voor aanvang van de werkzaamheden, doch uiterlijk anderhalf uur na het tijdstip waarop hij zijn arbeid had behoren aan te vangen, persoonlijk zijn directe chef in te lichten. Ook indien de werknemer vakantieverlof geniet dient hij - om aanspraak te kunnen maken op teruggave van reeds verleende vakantiedagen - zo spoedig mogelijk zijn directe chef in te lichten.

2.

In die gevallen waarin het de werknemer onmogelijk is, zulks achteraf te beoordelen door de ARBO-dienst, de ziekmelding persoonlijk te verrichten, is hij gehouden zodanige maatregelen te treffen, dat, zo mogelijk met inachtneming van de in lid 1 genoemde termijnen, de directe chef zo spoedig mogelijk geïnformeerd wordt omtrent de verhindering en hem de in lid 3 genoemde informatie wordt verschaft.

3.

In het (telefonische) ziekmeldingsgesprek verstrekt de werknemer aan zijn directe chef de volgende informatie:

4.

De werknemer dient gedurende de eerste twee werkdagen van het ziekteverzuim van 09.00 tot 17.00 uur in persoon bereikbaar te zijn. Na deze dagen geldt deze verplichting op werkdagen tussen 09.00 en 10.00 uur. De commandant is bevoegd de werknemer van deze laatste verplichting te ontheffen.

5.

De werknemer dient aan een oproep van de Arbo-dienst om op het spreekuur van de bedrijfsarts te verschijnen, gevolg te geven, tenzij zulks, eventueel achteraf te beoordelen door de bedrijfsarts, onmogelijk blijkt. Dit geldt ook als de arbeid inmiddels is hervat.

6.

De werknemer hervat geheel of gedeeltelijk zijn arbeid zodra hij daartoe in staat is of zodra hij daartoe van de commandant, na inwinning van het advies van de ARBO-dienst, de opdracht krijgt. De commandant volgt dat advies, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan in het dienstbelang af te wijken. Naar aanleiding van de hervatting van zijn arbeid vindt, zulks ter beoordeling van de commandant, een werkhervattinggesprek plaats.

7.

De werknemer die eigenstandig zijn arbeid hervat, stelt hiervan onmiddellijk zijn directe chef in kennis.

8.

Na de terugmelding wordt een aanspraak op teruggave van vakantieverlofdagen uitsluitend verleend voor de vakantiedagen gedurende welke, blijkens een verklaring van de behandelend arts, verhindering tot dienstverrichting zou hebben bestaan.

Artikel 3. Verplichtingen en bevoegdheden van de commandant
1.

De commandant is verantwoordelijk voor de verzuimbegeleiding van de werknemers werkzaam in zijn verantwoordelijkheidsgebied. Daartoe laat hij zich bijstaan door een Arbo-dienst. Van ziek- of herstelmeldingen wordt zo mogelijk op de dag van de melding, doch uiterlijk binnen de eerste drie daaropvolgende werkdagen melding gedaan aan de Arbo-dienst.

2.

De commandant is verplicht om ten behoeve van de verzuimregistratie, de dag van de ziekmelding, de tussentijdse mutaties en de dag van herstelmelding in het personeelsinformatiesysteem in te laten voeren.

3.

De commandant is bevoegd om binnen zijn ressort functionarissen aan te wijzen die namens hem de aan hem in het kader van deze regeling opgedragen handelingen verrichten.

Artikel 4. Intrekking bestaande regelgeving

De algemene aanwijzingen bij ziekte van burgerpersoneel, DBP/BO, nummer PB 90/1512/1496, d.d. 01-05-1990, (MP 33-207/B101), de regeling ziekmelden burger- en militair personeel Koninklijke Luchtmacht (RZBMKlu), nr. P/99004871, d.d. 27-07-1999 (MP 31109/4110), de Regeling procedure ziek- en hersteldmelding KM 1997, nr. P34151 d.d. 25-03-1997 (MP 31-109/2110) en de Regeling Sociaal medische begeleiding bij ziekteverzuim militair personeel Koninklijke Landmacht, CDPO/POO, nr. KL 14.199/2-E, d.d. 16-06-1997 (MP 31-109) worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de wijziging van artikel 74 BARD, houdende het scheppen van een basis voor deze regeling, in werking treedt en kan worden aangehaald als 'Regeling ziek- en hersteldmelding defensiepersoneel'.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.